De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk in de crisis (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk in de crisis (1)

Analyse en uitzicht

11 minuten leestijd

Op 11 december vond in Putten de jaarlijkse ontmoetingsdag plaats van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met studenten in de theologie. Het thema van de dag was 'De geloofscrisis in onze tijd – analyse en uitzicht'. Ondergetekende refereerde over 'Kerk in de crisis'. Dit referaat plaatsen we in 2 afleveringen, enigszins bewerkt wat betreft de spreekvorm van de uitgesproken tekst. Daarna volgt in enkele afleveringen het referaat van dr. W. Verboom over 'De gemeente in de crisis'.

Het thema voor vandaag is geloofscrisis; kerk, gemeente in de crisis. Wanneer men zo'n thema op een dag als deze aan de orde stelt, dan moet men natuurlijk wel oppassen voor een uitsluitend negetieve toonzetting. Men moet oppassen niet in een soort negativisme terecht te komen, van: het is allemaal niets meer. Zodat men eigenlijk ook terecht komt in een soort kerkelijk doemdenken, een aantal jaren nadat dit begrip in de wereld allerwegen gelanceerd werd. Aan de andere kant: crisis is nu eenmaal crisis en we zullen dan toch moeten proberen daarvan een aantal elementen naar voren te brengen.


Het is allerwegen aan de orde, ook onder ons. Het is aan de orde in de volle breedte van de kerk.
Hele themanummers van het blad Kontekstueel zijn vandaag gewijd aan de problematiek binnen de kerk en binnen de gemeente.
We hebben vorig jaar de bekende Open Brief gehad, gevolgd door het Open Boek, waarin alles nog eens uitvoeriger aan de orde werd gesteld.
Er is een boek van prof. Graafland: Gereformeerden op zoek naar God, dat heel wat tongen en pennen in beweging heeft gebracht. Kortom: de problematiek waarom het gaat is allerwegen ter sprake.
Het thema is in het overleg met het bestuur van G.T.S.V. Voetius eigenlijk zo aan de orde geweest. Gevraagd werd: hoe vandaag getuigende kerk, getuigende gemeente te zijn, gezien het feit dat er zoveel crisiselementen zich voordoen. Vandaar dat we het onder dit thema hebben gevangen.

Algemeen
Ik wil beginnen met een paar opmerkingen te maken over de crisissfeer, die men niet alleen in de kerk, maar in het hele moderne leven aantreft. Het is zo, dat op tal van vlakken in de maatschappij ook een crisissfeer te sonderen valt. Er zijn allerwegen in de arbeidssituatie, in de politiek, in het hele brede maatschappelijke veld, spanningsvelden. Als ik een paar oorzaken mag aanduiden, dan kan gewezen worden op de democratiseringsgolven, die in de naoorlogse jaren over ons zijn heengegaan, waarachter de menselijke mondigheid zit. Ieder moet zijn zegje kunnen doen. De ene democratiseringsgolf volgde op de andere, tot in de kleinste verbanden en besturen toe.
Verder: we worden overspoeld met informatie. We leven echt in het informatietijdperk. Ongelofelijk veel komt door de vele informatiemogelijkheden op ons af. We leven in een tijd van snelle communicatie, zodat we van dag tot dag geïnformeerd worden over wat in de verste uithoeken van de wereld zich voltrekt. En last but not least: we maken de ene snelle verandering na de andere mee in allerlei maatschappelijke verhoudingen, op het hele brede maatschappelijke veld.
Veranderingen! Sneller kan het bijna niet als wij het nu in deze naoorlogse jaren zijn gaan beleven. Toch las ik kort geleden een artikel in de NRC, waarin de prognose werd gemaakt, dat de 21e eeuw, als we die beleven zullen, gekenmerkt zal zijn door nog veel snellere en veel grotesker veranderingen dan die we vandaag meemaken. Men kan het zich nauwelijks voorstellen. Maar goed, dat was dan een prognose. Er is intussen een bekend gegeven, dat een mens in zijn leven maar één grote verandering áán kan, psychisch aan kan. Dat moet ons te denken geven. Mensen van 'mijn' generatie, mag ik dan nu wel zeggen, hebben al verschillende grote veranderingen in één kort mensenleven meegemaakt.
De opkomst van het nationaal-socialisme in de jaren dertig en de ondergang daarvan. Heel Europa was daarvan in de ban. Mensen van mijn generatie hebben deze twee grote veranderingen – opkomst en ondergang – meegemaakt.
Ze hebben ook meegemaakt de geweldige opkomst van het communisme en de grote dreigingen daarvan. Maar ook de onder­gang daarvan, zoals we dit in deze tijd beleven.
Ze hebben ook meegemaakt de grote aliya van het joodse volk naar Israël, waardoor het Midden-Oosten het brandpunt, de nieuwe brandhaard van de wereld werd. Een grote schokkende ontwikkeling in deze eeuw.
En, om verder ook maar heel dicht bij huis te blijven, we zijn met elkaar het elektronica-tijdperk binnengestapt. Met de overrompelende mogelijkheden van informatie, snelheid, efficiency.
En een mens kan in zijn leven maar één grote verandering aan. Vele mensen kunnen dan ook de veranderingen, die zich vandaag voltrekken, absoluut niet meer aan. Stress-situaties te over in alle lagen van de maatschappij, op het brede maatschappelijke veld. En veel mensen zijn moe, eindeloos moe. De agogen hebben er de handen vol aan.

De kerk
Welnu, deze situatie van veranderingen, van informatie en alles wat daarmee samenhangt, laat ook het leven van de kerk en de gemeente niet onberoerd. De drukte van het moderne bestaan raakt ook de kerk. Ook binnen de kerk hebben we over informatie niet te klagen. Integendeel, is er sprake van óver-informatie; informatie uit alle delen van de kerken en van de gemeenten, wereldwijd en dichtbij; informatie ook van dag tot dag over alle geschilpunten, die er zijn, over de polarisatievelden, die er allerwegen te signaleren zijn. Dat moeten we allemaal binnen de kerk en binnen de gemeente ook maar verwerken van dag tot dag. We worden van dag tot dag onrustig gehouden. En er is nauwelijks tijd voor stilte en bezinning.


Grote aantallen mensen, ook binnen de kerk, ook binnen de gemeente, ook binnen de ambten, ook binnen het predikantengilde, raken overspannen. Overspannenheid is aan de orde van de dag. Ik moest deze dagen nog weer eens denken aan dat aangrijpende gesprek, dat jaren geleden gevoerd is door Godfried Bomans en zijn broer Jan, die in het klooster zat. De twijfelende Bomans, de grote twijfelaar Bomans, in gesprek met zijn broer, die daar in het klooster zat van dag tot dag en een geweldig Godsvertrouwen uitstraalde. Ik ga nu niet in op de vraag hoe een rooms-katholiek dat beleeft, het gaat mij om het verschijnsel. Een aangrijpend gesprek. In dat gesprek zei Jan Bomans tegen Godfried: jullie hebben geen tijd om te bidden. Want hem werd gevraagd: 'wat doe jij nu de hele dag?' Bidden, zei hij toen. Jullie hebben er geen tijd voor en dat doe ik voor jou. Dat doen wij voor jullie.
Met die televisiepresentatie van dat gesprek werd Jan Bomans intussen een publieke figuur. Iedereen in Nederland wist vanaf dat moment wie Jan Bomans was. En hij werd belaagd van alle kanten door de media. Belaagd ook door vrouwen, moet ik er bij zeggen. Dit ging zo vreten aan zijn bestaan, aan het bestaan van deze kloosterling, dat hij zich enkele jaren geleden teruggetrokken heeft – want hij vertoonde zich in het publiek in die tijd – in een klooster in Frankrijk, in de absolute afzondering. In een cel, zonder radio, zonder krant en zonder tv.
Wat moet dat wezen, verzucht een mens. Hij trok zich terug in de absolute afzondering, want, zei hij: ik was God kwijt, ik beleefde de nabijheid van God niet meer. Hij was opgenomen in ons moderne leven, waar kennelijk God de afwezige is. Ik heb daar veel aan moeten denken en kom nu bij het thema: de kerk in de crisis.

Crisis
De kerk is in een crisis. De kerk is in een gelóófscrisis. Welke lijnen zijn daarover te trekken?
Ik beperk dat nu tot de kerk, waartoe wij behoren, tot de Nederlandse Hervormde Kerk. Een kerk, die in de naoorlogse jaren het breed liet hangen. Een kerk, die in alle verbanden, op alle terreinen van de maatschappij present zou zijn. Onze kerk werd een machtig apostolaatsinstituut. Het ene verband na het andere werd daarvoor gevormd en bemand. Maar toen dat aan de orde was, namelijk dat de Hervormde kerk een apostolaire kerk zou zijn, is daartegen ook gewaarschuwd. Tegen die apostolaatsdrift. Ik heb jaren geleden de Handelingen van de synode allemaal gelezen, die over de synodezittingen gingen. Bij de stemming over de kerkorde heeft elk synodelid een persoonlijke stemverklaring gegeven. En ik wil u voorhouden wat ds. L. Kievit toen gezegd heeft, toen gestemd moest gaan worden over de kerkorde. Eerder had Kievit gezegd: wij zijn nu bezig om een apostolair instituut te bouwen, maar waar gaat het om? De kerk zal zijn, juist ook in de gemeente, een woonstede Gods in de Geest (Efeze 2)! En niet zozeer, zoals in de apostolaatstheologie werd gesteld, 'een instrument van Gods handelen'. (De letterlijke tekst van wat ds. Kievit zei is hierboven afgedrukt.)

Gesmaldeeld
Ik vind het persoonlijk een indrukwekkend woord, dat ds. Kievit in dat tijdsgewricht van onze kerk heeft gesproken. Dr. K.H. Miskotte hield hem toen voor: het gaat erom, dat de gemeente gebóúwd wordt tòt een woonstede Gods in de Geest. Ja, zei Kievit, het gaat natuurlijk om dat gebouwd worden tot, maar de gemeente zal ook zijn een woonstede Gods in de Geest. Is dat waar geworden in de naoorlogse jaren, in de breedte van onze kerk? De vraag stellen is haar beantwoorden. De kerk is geweldig gesmaldeeld. Vele gemeenten leiden een noodlijdend bestaan. Apostolair maakte de kerk zich breed, en gemeentelijk kromp de kerk in. En de gemeenschap, waarover het gaat in artikel X van de kerkorde – gemeenschap met de belijdenis der vaderen, de koinonia-gedachte uit Handelingen 2 – is niet echt tot stand gekomen, is niet echt bevorderd.
De gemeente gebouwd tot een woonstede Gods in de Geest? Vandaag concluderen we tot Godsverduistering. Dat is kennelijk het laatste, wat we te zeggen hebben.


Maar de apostolaire instituten staan nog ongebroken, zoals ze in 1951 en daarna van de grond zijn getild. Die apostolaire instituten hebben zich grondig en breed bezig gehouden met alle maatschappelijk relevante problemen. Maar het profetische getuigenis was spaarzamelijk. De Martha-gestalte overheerste. De Maria-gestalte – de kerk, aan de voeten van Jezus – ontbrak maar al te vaak. En intussen moeten we zeggen: de kerk is weduwe geworden. Hoewel vaak zonder het weduwekleed. Klaagliederen 1 heeft me de laatste tijd daarin heel sterk aangesproken.

Belijden
We weten vaak over God in de stukken van de kerk geen zinnig woord meer te zeggen. Dat heeft prof. Berkhof in zijn na-dagen nog gezegd, toen hij in Trouw zijn artikel schreef over de Godsverduistering. Hij zei: de kerk heeft zich apostolair breed gemaakt, maar over God weten we geen zinnig woord meer te zeggen.
Wilt u een paar symptomen?
Nauwelijks krijgen we vanuit het geheel van de kerk vandaag nog echt belijdende stukken. Nauwelijks.
Op kerkelijke bijeenkomsten wordt niet altijd meer gebeden.
Wijfelend en aarzelend en twijfelend spreken we vandaag ook al over de kinderdoop. Het verbond blijkt bij velen dan helemaal buiten beeld te zijn. Die oer-bijbelse en oer-gereformeerde notie zijn we kennelijk in het geheel van de kerk aan het verspelen. En dat in een kerk, die altijd ook wat haar kerk-zijn betreft, zich zo op het verbond heeft willen beroepen. De kinderdoop staat ter discussie.
Geen passie en hartstocht verder meer als het gaat om het wezenlijke van de zending: 'Wij bidden u van Christuswege laat u met God verzoenen.'
Evangelisatie is vaak geworden maatschappelijke betrokkenheid. Ik stip maar aan om wat crisismomenten voor te stellen. En de kerkverlating is allerwegen huiveringwekkend.

Toontje lager
Wat we in het geheel van deze crisis, dunkt mij, nodig hebben, is dat we apostolair, althans in de wijze, waaròp het apostolaat functioneert, een toontje lager gaan zingen. De apostolaire jas is ons veel te wijd geworden. Dat betekent niet, dat het apostolaat ten principale zal worden prijsgegeven. Hoe zou het kunnen, want de apostelen zijn met het getuigenis aangaande Jezus Christus de wereld van hun dagen ingegaan en ze hebben op de snijlijnen en in de brandhaarden van die tijd gestaan met het evangelie van Christus. Dat is apostolaat. Maar dan hebben we het wel te betrekken op het wezenlijke: op de gehoorzaamheid aan het gebod Gods en het uitzeggen van de geboden Gods en het uitzeggen van de Ene Naam, die onder de hemel is gegeven. Dan kan de kerk het breed laten hangen. Als ze zich maar terugtrekt op haar echte wezenlijke opdracht. Terug ook naar – ja, dan tòch maar – de gemeenschap met de belijdenis der vaderen. Want ik moet eerlijk zeggen, dat velen in de kerk nu vandaag eigenlijk ook niet meer weten wat we nu met gemeenschap met de belijdenis der vaderen eigen bedoelen. Er is intensief over gediscussieerd: in overeenstemming met de belijdenis of in gemeenschap daarmee. Maar vandaag wordt ieder geàcht in gemeenschap te zijn met de belijdenis der vaderen, die zègt in gemeenschap met die belijdenis der vaderen te zijn. Wat dit echter nog inhoudt, weten we vaak niet meer. Wat dat betreft is er ook juist rondom die gemeenschap met de belijdenis der vaderen een crisis. En dat gaat er diep door. Vandaag weten we het vaak niet meer. De religie van onze belijdenis is vaak helemaal niet meer bekend. En hoe zal de gemeente dan zijn een woonstede Gods in de Geest?


Afslanking van het apostolaire apparaat is dunkt mij nodig om te kunnen gaan investeren in de echte opbouw van de gemeente tot een woonstede Gods in de Geest. De gemeente moet een huis zijn om te wonen. En de gemeente is dan een huis, waar de Geest wil wonen. Dan zal het ook toe moeten gaan op de wijze van het Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerk in de crisis (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's