De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leren in de gemeente (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leren in de gemeente (2)

8 minuten leestijd

De aard van het leren
Het leren in het Nieuwe Testament is zoals gezegd niet intellectueel bedoeld. Het gaat er om, dat men wijs wordt doordat men de Heere vreest, zoals ook het Oude Testament leert (Ps. 111 : 10). De wetenschap als resultaat van leren is een levende kennis hebben van Christus, inzicht hebben in zijn heilsdaden en het vinden van de juiste levenshouding.
Leren hangt samen met veranderen. Leren is zich bekeren. Het is zich ontworstelen aan je natuurlijke vijandige hoogmoedige houding tegenover God en worden als een kind. 'Indien gij u niet verandert (leert) en wordt als de kinderen, zo zult gij het koninkrijk van God geenszins ingaan' (Matth. 18 : 3).
Paulus roept de gemeente van Rome op om vernieuwd te worden, een innerlijke bekering te ondergaan (Rom. 12 : 2). Dat is leren.
Dit leren als veranderen zien we heel duidelijk in het leven van Petrus. Eerst wist hij zelf zoveel, hij wilde zelfs Jezus de wet voorschrijven (Matth. 16 : 22). Later is hij met zijn eigen wijsheid omvergevallen en is gaan leren wat volgen is. (Joh. 21 : 18). Dat heeft hem veel moeite gekost. Hij kon aanvankelijk de stap naarde heidenen niet meemaken (Hand. 10). Toch heeft hij geleerd die stap te doen. Petrus is veranderd. Hetzelfde zien we gebeuren als het om zijn houding tegenover de besnijdenis gaat. Aanvankelijk wilde hij die verplicht stellen voor iedere christen. Later heeft hij geleerd dat dat niet nodig was (Hand. 15). Leren is net als Petrus veranderen, in die zin, dat je inzicht krijgt in de wijze waarop het eigenlijke van het Evangelie gestalte krijgt in de wisselende situaties. Het pand (1 Tim. 6 : 20) is onopgeefbaar, maar de wijze waarop we er mee omgaan, kan veranderen.
Zo zijn christenen geen mensen die vastgeroest zitten aan onveranderlijke denkbeelden, maar volgelingen van de Heere Jezus. Zij leren af en zij leren aan. En dan nog kennen zij ten dele (1 Cor. 13 : 9).

Gevaren
Er zijn, als het om leren in de gemeente van het Nieuwe Testament gaat, enkele gevaren waarvoor gewaarschuwd wordt. Allereerst het gevaar van het subjectivisme. Dan bepaalt de leerling zelf de leerinhoud. Dan kan de inhoud tot dwaling worden. Daarentegen wordt gewaarschuwd. De uitdrukking: 'wij weten' appeleert aan het vasthouden aan een niet opgeefbare vastaande leerinhoud. Paulus zelf heeft die leerinhoud ontvangen en geeft die door en roept er toe op daaraan vast te houden (verg. 1 Cor. 15 : 3). Er is een pand, een parathèkè, als onvervreemd bezit van de christelijke gemeente.
Een andere vorm van subjectivisme is het toegeven aan de neiging tot eigen wijsheid. Dan komt de mens met zijn wijsheid in het middelpunt te staan. Die wijsheid komt niet van boven, maar van beneden (Jak. 3 : 15). Het is een wereldse, vleselijke wijsheid. Een vorm van eigengerechtigheid. Zelfhandhaving.
Behalve het subjectivisme is er het gevaar van objectivisme. Dat is een versmalling van leren tot het aannemen van bepaalde waarheden, maar niet het leven vanuit die waarheden. Vooral in de brieven van Johannes wordt daartegen gewaarschuwd. Het gaat er om datje de waarheid doet. Als je zegt datje God liefhebt, maar je haat je broeder, dan ben je een leugenaar (1 Joh. 4 : 20).

De wijze van leren
Het leren in het Nieuwe Testament heeft een verkondigend element in zich. Je kunt het ook het ambtelijk element noemen. De leraar spreekt niet op eigen houtje, maar wordt door de Heere God gezonden. Er wordt iets met volmacht meegedeeld. Hiermee correspondeert de houding van de leerling. Het is de luisterhouding. Het horen, het met overgave aannemen van de boodschap.
Tegelijk zit er ook een dialogisch element in het leren. Leraar en leerling gaan in gesprek met elkaar (verg. Apollos en A'quila en Priscilla (Hand. 18 : 26). Ook is er sprake van het samen leren als gemeente. Te denken valt aan een gegeven als Kol. 3 : 16: 'Leert en vermaant elkaar'. Je kunt zoveel van elkaar leren. Jongeren en ouderen, jodenchristenen en heidenchristenen. Je bent wat dat betreft als een lichaam. Het ene lichaamsdeel kan het andere niet missen (1 Cor. 12). Je bent levende stenen in een gebouw. De ene steen hangt samen met de andere (1 Petr. 2 : 5). Ook het leren in de gezinnen geschiedt dialogisch (Ef. 6 : 4). Het staat dan ook in kader van de lerende gemeente.

De reformatie
De kerk in de tijd vóór de Reformatie was een onmondige kerk. Gemeenteleden waren ontwetende leken. Alleen de geestelijken bezaten de nodige kennis om het heil door middel van de sacramenten te bedienen. Daar was trouwens niet eens zoveel kennis voor nodig. Leken hoefden helemaal niets te weten, als ze maar geloofden wat de kerk leerde. Dan komt de Reformatie. De Hervorming betekent een totale omkering in kerk-zijn. In plaats van kerk van het ritueel wordt ze kerk van het Woord.
Gemeenteleden vormen, geregeerd door het ambt (of het Woord, het is maar net hoe je het zegt) de levende gemeente. Ze mogen niet langer onmondig blijven. Ze dienen persoonlijk kennis van het Woord te hebben.
Dus: moet er geleerd worden. Iemand als Luther heeft daar hartstochtelijk voor gepleit. Het volk moet verlost worden van de onwetendheid. En dan moet men beginnen met de kinderen. Zij dienen naar school te gaan en onderwijs te ontvangen. Dat leerproces leidt heen naar de acte van de Openbare Geloofsbelijdenis. Al staat de geloofsbelijdenis bij de Luthersen en de Gereformeerden in een verschillend kader, beide kennen dat moment van de openlijke keuze. Het geloof belijden is het uitspreken van persoonlijke kennis, niet als gestolde waarheden, maar als een levende leer.
Maar niet alleen kinderen moeten leren. Ook de ouderen. In de aanvang waren ouderen en jongeren samen actief in de leerdienst, de catechismusdienst. Er was een integratie van de catechese van de jongeren en het leren van de gehele gemeente. G.D.J. Dingemans noemt dit leren in de Reformatie indoctrinerend en sterk cognitief. Ik acht deze afschildering te negatief. Te weinig kontekstueel gedacht, te veel met hedendaagse maatstaven gemeten. De lerende gemeente wordt mondig. Er is in de Reformatie de vreugde van het leren. Hoewel de wijze van leren hoofdzakelijk monologisch geschiedt, passend in het maatschappelijk bestel, is er toch ook sprake van de dialoog. Niet alleen kennen we de vraag- en antwoordmethode van de leerboekjes, die voortkomt uit de catechetische praktijk, maar ook kennen we de zogenaamde Profetie, bijvoorbeeld in de Hollandse vluchtelingengemeente te Londen. Een gesprek van de gemeente over gehouden preken. Van 't Spijker spreekt hier zelfs over een democratisch element. Ze brengt soms ook botsingen met zich mee. In het latere Pietisme krijgt de persoonlijke bekering, de persoonlijke doorleefde keus alle aandacht. Deze vorm van leren vraagt om kringen, waarin dit persoonlijke ele­ ment tot zijn recht kan komen. Spener kent de zogenaamde 'collegia pietatis' (kringen) en Francke de bijbelstudies. Helaas is deze veelbelovende vorm van leren ontaard in een conventikelvroomheid, waarbij het zicht op de gemeente en de maatschappij ging ontbreken. In ons eigen land kennen we behalve de openbare – de particuliere catechisaties. Het zijn gemeentekringen, met uitleg van een leerboek en ruimte voor gesprek. Ruimte voor het uitwisselen van geloofservaringen. Ook hier dreigt het gevaar van het conventikel. Kerkelijke vergaderingen staan er daarom huiverig tegenover.
Overzien we deze leergang in vogelvlucht in het Lutherse- en Gereformeerde Protestantisme, dan moeten we zeggen: er zijn allerlei aanzetten tot het leren in de betekenis van het leren van de leerling (to learn), maar de hoofdstroom is het leren van de leraar (to teach).

Leren nú
Deze hoofdstroom is dáár zichtbaar waar door de kerk aangestelde personen doceren en gemeenteleden luisteren. Dat gebeurt in de kerkdienst, waar de predikant doceert en de gemeente luistert. In de catechese, waar de catechiseermeester doceert en de catechisant luistert en reproduceert. In de catechetische- en stichtelijke lectuur, waarin de auteur doceert en de lezer luistert.
Toch is de zijstroom ook altijd gebleven. In de eerste helft van deze eeuw bijvoorbeeld in de verenigingen die opkwamen. Jongelings- en meisjesverenigingen, mannen- en vrouwenverenigingen. Ze droegen meestal het karakter van een studievereniging. Hoewel er op de vrouwenvereniging ook wel aan handenarbeid werd gedaan. (Dan doen ze ook iets nuttigs.) Iedereen die een beetje thuis is in dit verenigingsleven uit het recente verleden, weet hoeveel zegen deze leerprocessen hebben afgeworpen, al gingen ze ook gepaard met de nodige schaduwzijden. Er zouden heel wat boeiende verhalen over te vertellen zijn, al was het alleen maar over die meisjesvereniging, waar men precies kon horen welk gemeentelid achter de schermen de inleiding voor het meisje dat aan de beurt was gemaakt had.
Ook dienen we te beseffen dat niet iedereen in de gemeente aan deze leerprocessen deelnam. Het ging meestal maar om een kleine kern. Maar dat is altijd zo geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Leren in de gemeente (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's