Christen-ouders zijn
Reactie artikel A.A. Korevaar
Inleidend...
Tot september 1990 werkte ik bij de politie (wat ik in totaal 28 jaar heb volgehouden). In mijn 'politietijd' heb ik me in hoge mate beziggehouden met het onderwerp 'jongerengedrag'. In het begin van die tijd (toen ik nog jong was, nl. 21 jaar), werd ik zo krachtig geconfronteerd met jongerenproblematiek, ook met name jongeren vanuit kerkelijk meelevende gezinnen/ouders, dat het mij aangreep en ik het daarna niet meer kon loslaten.
Vanuit dat gegeven ben ik ook aktief geworden in het kerkelijk jongerenwerk.
Maar ook vanuit dat gegeven heb ik me op zeer intensieve wijze verdiept in deze problematiek. Door mijn interesse besteedde ik steeds meer aandacht, niet alleen aan die (bij de politie terechtgekomen) jongeren, maar met name aan de situatie in die gezinnen.
Daartoe kreeg ik steeds meer gelegenheid om gezinnen te bezoeken en te onderzoeken. Zelfs is het zo geweest, dat ik, bij grote onderzoeken waarbij jongeren betrokken waren, vrijgesteld werd van 'andere' diensten, om in dat verband onderzoek te doen in die gezinnen. Op grond van dit alles maakte de Officier van Justitie zelfs gebruik van mijn adviezen.
Dit alles ter motivatie van mijn hierna volgende reactie!
Christen-ouders
Het 'Christen-ouders' zijn is op zich reeds moeilijk, echter het 'gewoon' ouders zijn is evenzeer moeilijk. Het een kan niet los gezien worden van het ander.
Een gegeven is, dat de normale relationele situaties in het algemeen en dus ook in gezinnen gewoon moeilijk is. Het hele gewone 'met-elkaar-omgaan' is een moeizaam verlopend proces.
In bedoeld artikel wordt sterk geattendeerd op de doop, het doopformulier zegt...
Dat is juist, dat is een uitgangspositie, waar je elkaar steeds op mag attenderen, eigenlijk beter gezegd 'moet' attenderen. We kunnen niet zonder, omdat onze houding en opstelling 'van nature' dat niet kennen. Vanuit dit kerngegeven wil ik reageren.
Wat heb ik overduidelijk tijdens mijn onderzoeken in de gezinnen vastgesteld, dat al vanaf het 'begin' de relatie ouders-kind van fundamenteel belang is voor die relatie in latere fasen. De 'verbondenheid' (letterlijk bedoeld) van ouders tot kind (vanaf de baby-tijd en verder) vormt de basis voor het 'latere' leven, ook het latere gezinsleven.
Hoeveel tijd wordt er aan het kind besteed en hoe vul je die tijd?
Tijdens huisbezoeken (als ouderling in diverse gemeenten) kreeg ik regelmatig de vraag van ouders, die pas een baby hadden gekregen: 'Vanaf welke fase kan ik met mijn kind over God praten, kan ik met mijn kind bidden?'
Dat kan in dezelfde fase als dat we sowieso tegen het kind (de baby) praten. We praten vanaf de geboorte tegen de baby, echter wat is de inhoud daarvan? Alleen over 'zeg eens papa of mama en wat heb je toch mooie haartjes?' of zit daarbij ook 'dat andere'. Die Ander, ook in het gebedje, waar je dan reeds mee begint?
De doelgroep
De groep jongeren, die met de politie in aanraking kwam en waar ik 'extra' aandacht aan besteedde, ook in die gezinnen, zat in de leeftijd van 10 tot 16 jaar.
Er was in al die gevallen zelfs niet zoveel moeite voor nodig om vast te stellen, dat die ouders zogenaamde lege fasen kenden in hun relatie tot hun kind(eren). Fasen, waarin ze nauwelijks of zeer oppervlakkig contact hadden met hun kind. En dan opeens komt er een tijd, dat ze er de noodzaak van inzien, dat dat contact toch eigenlijk wel uiterst belangrijk is.
Echter, het grote probleem doet zich dan voor, dat het bewust georganiseerde contact (want zo voelen de kinderen het dan) niet welkom is.
Meestal is dat de fase van de overgang naar het voortgezet onderwijs.
Ineens is 'het kind' iemand geworden, die 'anders' is en wordt, andere contacten, andere methoden van les krijgen, andere vormen van meningsvorming en meningsuiting.
Op zich behoeft dat geen probleem te zijn als je binnen het gezin daarin zo met elkaar 'meegaat' en 'meeleeft', dat hetzelfde gebeurt in het gezin als in die nieuwe levensfase/situatie.
Daarom onderstreep ik nogmaals: de verbondenheid in het gezin tussen ouders en kind(eren) dient een hechte te zijn vanaf 'het begin', zonder onderbreking, zonder dat er grote 'gaten' in zitten.
Daarom is mijn stelling: 'Het kind volgen in zijn schoolfase is van het allergrootste belang'. Niet hinderlijk volgen, niet opgelegd volgen, maar gewoon, belangstellend, maar zodanig dat je duidelijk voelt hoe het gaat en hoe alles verloopt.
Kinderlijke behoeften
Het is een 'ingeschapen' gegeven, dat kinderen behoefte hebben aan warmte, belangstelling, waardering voor alle facetten van hun leven. Als deze 'oer'behoeften niet op natuurlijke wijze worden bevredigd, zoeken de jongeren daarvoor compensatie. Vaak is het dan zo, dat ze andere zaken tegenkomen, die de zo ontstane leegte vullen en vaak is dat de fase, waarop ze met de politie in aanraking komen.
Voorbeeld: een kind, dat uit school naar huis loopt en weet, dat thuis niemand op hem/haar wacht en dus ook weet dat er geen belangstelling zal zijn voor hetgeen op school is gebeurd, zoekt daarvoor compensatie, wat in veel gevallen tot uitdrukking komt in vormen van bijv. vandalisme. Bijv. het onderweg vernielingen aanrichten, vuilniszakken omtrappen, plantenbakken leeghalen, vernielingen in nieuwbouwprojecten enz.
In nagenoeg alle door mij onderzochte gezinnen kwam ik elementen van deze aard tegen.
Als een kind (ong. 12 jr.) al drie jaar op volleybal zit en nog nooit hebben zijn ouders daarvoor belangstelling getoond, dan doet dat iets bij dat kind. De des-interesse bij ouders veroorzaakt een negatieve input bij het kind. Dat negatieve ontwikkelt zich in die zin ook verder ten opzichte van allerlei andere zaken. Als dat niet wordt doorbroken, kan dat verreikende gevolgen hebben. In het politiewerk probeerden we betrokkenen zodanig te informeren, dat het een bijdrage was aan het ombuigen van dat negatieve naar het positieve, dus het doorbreken van de negatieve spiraal. Vaak was daarvoor deskundige ondersteuning nodig voor langere tijd.
De gezinssfeer
Ik lees in het artikel van dhr. Korevaar, dat de gezinssfeer van grote betekenis is.
Van harte wil ik dat onderschrijven, echter met dien verstande dat het dan gaat om een gezinssfeer, die zo vanaf 'het begin' is gegroeid. Wat ik in mijn onderzoeken overduidelijk heb geleerd is, dat een goede gezinssfeer 'organiseren' tot mislukken gedoemd is. Het is niet zo dat je even een goed gezinssfeertje regelt.
Dat met name vond ik het meest ingrijpende van mijn onderzoeken en de contacten daarna. Je kunt niet op goedkope wijze de gezinssituatie verwaarlozen, want het heeft per definitie gevolgen voor de toekomst. Menig keer heb ik moeten constateren, dat ouders dat 'duur' komt te staan.
'Achteraf' had men het graag anders willen doen.
En als dat begin goed is, maakt het niet echt veel uit (althans niet in doorslaggevende zin) in welke tijdje dan leeft. Of dat nu een tijd is zoals die 10 à 15 jaar geleden werd gekenmerkt, of het is 'deze' tijd, waarin we nu leven. Dhr. Korevaar noemt dat de tijd, die de ziekte kent van: 'ieder gaat z'n eigen weg'. Dat is ook wel zo, maar dan nog is mijn stelling, dat niet die tijd bepalend is voor de omgang met elkaar in gezinnen, maar hoe de start was en het vervolg daarop en... hoe we als ouders in staat zijn (geweest) om onze kinderen echte waarden mee te geven, die een gezinsgebonden effect hebben. Zo'n 'gezonde' gezinsrelatie kan dan wel tegen een stootje.
Gezag en vrijheid
Verder lees ik in bedoeld artikel: '... dat kinderen het gezag volkomen eerbiedigen en toch het gevoel hebben vrij te zijn'.
Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan en ik moet zeggen, mede gezien vanuit het huisbezoekwerk, dat dit een schaars artikel is.
Hoe komt dat? — Gezag eerbiedigen vindt zijn aanloop/oorsprong in dat begin, waar ik steeds over spreek. Hoe vol warmte, gevoel, aandacht, belangstelling, waardering en erkenning gaat 'dat gezag' om met die ander. Vaak wordt het gezag gehanteerd vanwege het gezag, in de zin van 'op-je-punten/rechten-staan', ter nadere verduidelijking ook wel genoemd 'het-op-je-strepen-staan'. Dan heeft het gezag een omgekeerde werking en kan er ook geen sprake zijn van 'het-gezag-volkomen-eerbiedigen'.
Gezag hebben is ook kunnen zeggen tegen je kind: 'Sorry, ik zag het verkeerd, jij hebt gelijk'.
Gezag hebben kan ook zijn, dat je met je zoon omgaat als een vriend, een kameraad, waarbij het niet bepalend is, dat jij vader bent, maar dat je elkaar erkent en respecteert, ieder met zijn eigen karaktertrekken, meningen, ideeën enz.
Van onvoorstelbaar groot belang is het, als ouders in staat te zijn je kind vanaf een bepaalde leeftijd (gemiddeld is dat rond de 11 à 12 jaar) een stukje eigen wereld te gunnen, het niet per se langs het lijntje van de ouders te laten lopen.
Niet steeds dat kind voor de voeten lopen met jouw stellingen en meningen, maar ook aandacht en respect te hebben voor zijn/haar mening, ook al sta je daar niet voor 100% achter.
En vanuit dit gegeven, dat ik tot hiertoe heb geschetst, kan de lijn worden doorgetrokken. Doorgetrokken tot en met het huwelijk van je kinderen en ver daarna.
Nogmaals gezegd: 'Verwaarlozing, in welke zin dan ook, van de ernst van de opvoeding en de ontwikkeling van het gezinsleven, gebeurt niet goedkoop. Dat heeft zijn prijs.
Helaas heb ik dat zeer frequent in vele gezinnen moeten vaststellen.
Hiermee is niet gesteld, dat het gemakkelijk zal zijn als je het vanaf het begin goed doet. Het is niet langs een lijntje te leggen of met een schaartje te knippen.
Ik ben dankbaar in de gelegenheid te zijn geweest, dat ik vanuit ervaringsgegevens deze kennis kon opdoen, om het vervolgens te hanteren in mijn eigen gezin en het door te geven aan anderen.
In dat verband gezien vind ik het uiterst belangrijk, dat jonge ouders kennis krijgen van deze informatie, die van fundamenteel belang is.
Het zou daarom naar mijn mening goed zijn, als in kerkeraden jeugdouderlingen benoemd worden, die van deze materie kennis hebben en dat met name ook jeugdouderlingen jonge gezinnen bezoeken en over deze zaken praten.
Uiteraard geldt hetzelfde voor predikanten.
Er ligt een verantwoordelijkheid bij de kerken. Bij doopaangiften zou bijvoorbeeld aan dit soort thema's aandacht kunnen worden besteed.
Vaak worden in het verband van dit thema gezin en kerk in één zin genoemd. De vraag is, wat de kerk er concreet aan doet om in het totale jongerenvraagstuk op de bres te staan. We mogen ons in dat opzicht gelukkig prijzen met een HGJB, die baanbrekend werk verricht voor onze jongeren. Bewust ben ik niet ingegaan op de geestelijk inhoudelijke kant van het thema, omdat dhr. Korevaar dat uitstekend heeft belicht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's