Een ondernemende beweging
(De groei van de evangelische beweging in Nederland)
Onder bovenstaande titel verscheen onlangs het proefschrift van dr. Sipco J. Vellenga waarin de neerslag is te vinden van het onderzoek dat de auteur deed naar de groei van de evangelische beweging in ons land. De auteur was zelf van 1972 tot 1978 betrokken bij de evangelische beweging en nam voor zijn onderzoek o.a. deel aan E.O.-jongerendag, een Vierhoutenconferentie (van de stichting Opwekking) en een E.A.-conferentie. Het is een sociologische studie. De auteur is docent (godsdienst-) sociologie aan de theologische faculteit van de universiteit van Amsterdam. Hij deed onderzoek bij vier evangelische bewegingen in ons land, namelijk Youth for Christ, de Navigators, het Instituut voor Evangelisatie (sinds 1990 Agape geheten) en Jeugd met een opdracht.
Representatief?
Er komt meteen een tweetal vragen op: Is deze keus niet te smal? Zijn deze vier bewegingen representatief voor de evangelische beweging in ons land? Er zijn ook evangelischen in andere groepen en in de gevestigde kerken. Daarnaast zijn er nogal wat mensen door de evangelische beweging beïnvloed, die de auteur niet in zijn onderzoek heeft kunnen meenemen.
Mijn tweede vraag is: is het mogelijk een beweging als de evangelische beweging te vangen in sociologische kaders? Er is ook het werk van de Heilige Geest en van de anti-geesten die vaak totaal andere wegen gaat of gaan dan wij kunnen berekenen.
De auteur doet een heel bepaalde keus als hij de evangelische beweging omschrijft als 'het geheel van organisaties dat op basis van een bepaalde religieuze levensbeschouwing een verandering in individuen en/of de samenleving nastreeft' (blz. 9), en als hij zegt dat de evangelische beweging het beste te typeren is als een protestbeweging (blz. 23).
Hoezeer de sociologie zich kan vergissen blijkt uit de stelling van dr. Q.J. Munters bij zijn proefschrift 'Rekrutering als roeping' (1970): 'Het is te voorspellen, dat de Evangelische Omroep, gezien de beperkte omvang van zijn rekruteringsveld, bij de handhaving van zijn behoudende karakter per 1 april 1972 uit de ether zal verdwijnen.' Wat een diverse opvattingen zijn er, sociologisch gezien, niet over de evangelischen: de één zegt dat de opkomst te verklaren is uit de factor onvrede t.a.v. de bestaande kerken, de ander bestrijdt dat; de een spreekt van vooral vrouwen, ouderen, plattelanders en lager betaalden onder de evangelischen, de ander zegt: ze zijn zijn zozeer afkomstig uit de lagere klasse, maar uit de middenklasse van de bevolking. Dat mag de sociologie wel zeer bescheiden maken.
Niettemin is het een interessante studie geworden, die de moeite van het lezen zeer waard is.
Informatie
De auteur deed onderzoek naar literatuur over evangelische en verwante groeperingen, verzamelde gegevens over de vier bovengenoemde bewegingen, geeft de resultaten weer en trekt conclusies. We ontvangen tussentijds heel wat informatie over de geschiedenis en groei (en stilstand) van de vier genoemde bewegingen, maar ook over andere evangelische bewegingen zoals Het Zoeklicht, de Pinksterbeweging, de Johan Maasbach Wereld Zending, Continental Sound, Stichting Kruistochten, de Charismatische Werkgemeenschap Nederland, de Evangelische Alliantie, Tear Fund enz. Vellenga schat het aantal evangelischen in ons land, inclusief degenen, die lid zijn van de E.O., op 400.000 à 500.000. Gezien de te verwachten status van de E.O. als A-omroep en gezien het feit dat volgens het onderzoek van Vellenga ca. 35% van de evangelischen geen lid is van de E.O., is dat m.i. nog aan de lage kant.
Groei en stilstand
Tot het midden van de jaren zestig is de evangelische beweging klein gebleven. Daarna kwam er een sterke groei, wat temeer opmerkelijk is als we zien dat juist in die jaren zich het proces van secularisatie en kerkverlating inzette. De jaren tachtig geven echter een stilstand en hier en daar een teruggang te zien.
De auteur stelt de vraag of de evangelische beweging niet een laatste oprisping is van het afbrokkelende orthodox-protestantisme in Nederland, of dat ze juist het einde van het secularisatie-proces in ons land inluidt. Zijn slotconclusie is dat het eerste het geval zal zijn: de evangelische beweging zal de ontkerstening van ons niet kunnen tegen houden maar zal zelf de gevolgen van de secularisatie ondergaan.
Groeifactoren
Hoe kon de evangelische beweging na het midden van de jaren zestig zo sterk groeien, terwijl in deze zelfde periode het percentage onkerkelijken in ons land toenam van 33% tot 41%? Door verschillende sociologen wordt een heel aantal factoren genoemd: de desoriëntatie die bij velen is ontstaan ten gevolge van de snelle en ingrijpende veranderingen in de samenleving, het onvermogen van de kerken om mensen in de veranderende samenleving houvast te bieden, het sterke anti-institutionele gevoelen onder met name jongeren, de individualiseringstendens in de samenleving, de onvrede bij veel mensen over de geringe aandacht voor het persoonlijk geloof en voor evangelisatie bij de kerken en de geringe mondigheid van de leek in de kerken.
Daarnaast zijn er positieve factoren die mensen voor de evangelische beweging deden kiezen: het houvast dat traditionele geloofsopvattingen geeft, de informele wijze waarop mensen binnen de evangelische beweging met elkaar omgaan, de sterke beleving van het geloof, een sterk saamhorigheidsgevoel, enz. De auteur kiest op grond van zijn onderzoek zelf voorzichtig voor o.a. de volgende factoren: onvrede met de situatie in de gevestigde kerken (bijna de helft van de ondervraagden), de niet-orthodoxe opvattingen die in de kerken verkondigd worden, de geringe aandacht voor de persoonlijke relatie met Christus, de moderne bijbeluitleg, de beperkte aandacht voor evangelisatie en het gebrek aan gemeenschap. Positief kiezen mensen voor een evangelische beweging door: de nadruk op persoonlijk geloof, de eigentijdse manier van het omgaan met het geloof, de eigentijdse wijze van samenkomen en evangeliseren en de informele sfeer.
Enquête
Naast zijn onderzoek naar literatuur hield de auteur een schriftelijke enquête onder 1200 deelnemers, waarop 767 bruikbare antwoorden kwamen (64%). Uit deze antwoorden blijkt o.a. dat de evangelischen hoofdzakelijk grootgebracht zijn in een kerkelijk milieu (92%); bij een grote meerderheid werd vroeger thuis regelmatig uit de bijbel gelezen en de meesten gingen in hun jeugd één- of tweemaal per zondag naar de kerk. 27% is afkomstig uit de Nederlandse Hervormde Kerk, 37% uit de Synodaal Gereformeerde Kerken, 5% uit de Christelijk Gereformeerde Kerken en 2% uit de Gereformeerde Gemeenten. Bij deze cijfers moeten we bedenken dat de Nederlandse Hervormde Kerk de grootste kerk is. De percentages komen dan met name voor de Gereformeerde Kerken, maar ook voor de Christelijk Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten heel anders te liggen.
Missionair?
Uit de cijfers blijkt dat de evangelische beweging niet zo missionair is als dikwijls gedacht wordt. Het blijkt dat men nagenoeg geen mensen werft van onkerkelijke huize; de grote meerderheid komt uit de gevestigde kerken. Dat is de reden waarom wel van 'sheepstealing' (stelen van schapen) gesproken wordt als er sprake is van de wervende activiteiten van de evangelischen. De auteur zegt dan ook (m.i. terecht) dat o.a. het Instituut voor Evangelisatie (Agape) in een concurrentieverhouding staat tot het evangelisatiewerk van de gevestigde kerken.
Anderzijds kunnen we naar onszelf toe de vraag stellen hoe het komt dat mensen de overstap naar de evangelische beweging maken. Is het bij ons wel allemaal zoals het zijn moest? Is er een levend geloof in Christus dat zich o.a. uit in een open houding tegenover anderen? Hebben onze kerken (en kerkdiensten) niet dikwijls een gesloten karakter terwijl de samenkomsten van de evangelischen veel meer open van karakter zijn?
Kan er onder ons geen verstarring zijn? In ieder geval is het goed om na te denken over een aantal factoren die mensen er toe brachten om de overstap naar een evangelische gemeente te maken, zoals: het persoonlijk geloof in Christus, de geringe mondigheid van gemeenteleden (teveel is de kerk vaak een domineeskerk), de informele wijze van samenkomen, het saamhorigheidsgevoel (de gemeenschap), en eigentijdse vormen.
Werving
Instructief is dat uit de uitkomst van het onderzoek blijkt dat de meeste christenen tot een evangelische gemeente toetraden door persoonlijke contacten met vrienden en kennissen. Het Instituut voor Evangelisatie lanceerde daarom in 1988 het 'Open-Huis'-project: gelovigen wordt gevraagd hun huis open te stellen voor mensen in hun omgeving voor gesprek, steun en gezelligheid, waarbij bij gelegenheid ook het evangelie ter sprake kan komen. Reeds eerder bleek uit een enquête onder evangelische christenen in Duitsland dat ruim 75% tot geloof gekomen was. c.q. tot een evangelische gemeente was toegetreden, via vriendschapsevangelisatie.
Gemeenschap en leiderschap
Instructief is ook, dat het element 'gemeenschap' van groot belang is voor de groei van de evangelische beweging. Daarnaast is de rol van een bepaalde leider belangrijk. De auteur legt daar niet een grote nadruk op. Toch maakt hij een paar wezenlijke opmerkingen, zoals: charismatisch leiderschap is van korte duur, of: na verloop van tijd voldoet de charismatische leider niet meer aan de verwachtingen, of: als de leider overlijdt en zijn opvolging ter sprake komt is er een groot probleem.
Conclusie
De auteur komt tot de conclusie dat ook de — wat hij noemt — conservatieve kerken in de toekomst te maken zullen krijgen met ledenverlies tengevolge van de ingrijpende verandering in de cultuur. Omdat de evangelische beweging haar leden vooral van de gevestigde kerken betrekt, zijn er grenzen aan haar groei. De evangelische beweging zal hetzelfde lot ondergaan als de kerken. Tenzij zij met behoud van de eigen identiteit door de secularisatie heen komt doordat ze in seculiere termen en met seculiere argumenten weet uit te dragen waarom het de moeite waard is om te geloven. Is de auteur toch niet teveel gevangen door de resultaten van het sociologische onderzoek? Is er ook niet het werk van de Heilige Geest, die andere wegen gaat dan wij dikwijls kunnen voor- of narekenen
Toch een belangwekkende studie, waarbij ik (dit als kritische noot t.b.v. een eventuele herdruk) een trefregister op personen en bewegingen mis.
** Sipco J. Vellenga – Een ondernemende beweging; De groei van de evangelische beweging in Nederland – VU-uitgeverij, Amsterdam; 314 blz., ƒ 49,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's