Verzoening en gerechtigheid in de moderne theologie (1)
In het voorjaar van 1991 sprak dr. A. Noordegraaf drie lezingen uit voor de E.O. microfoon, in het programma 'Zicht op Israël' over 'Verzoening en gerechtigheid in de moderne theologie'. We plaatsen de tekst hiervan in drie afleveringen. Red.
We willen in enkele artikelen ingaan op de vraag naar joodse of judaïserende invloeden op christelijke theologen in hun denken over verzoening en gerechtigheid, twee kernwoorden uit het christelijke geloof.
Voorzichtigheid geboden
We dienen ons dan in de eerste plaats er rekenschap van te geven dat hèt Jodendom niet bestaat. Joods denken en leven is veelkleurig en veelzijdig. Tussen orthodoxe Joden en meer liberale stromingen bijvoorbeeld bestaan allerlei verschillen. Natuurlijk zijn er onderling verbindingslijnen, maar we moeten ons hoeden voor een al te makkelijk spreken over hèt joodse denken. Er is een tweede aspect dat om behoedzaamheid vraagt. Wat bedoelen we als we zeggen, dat evangelisten en apostelen niet los te denken zijn van het Jodendom. Welk Jodendom hebben we dan op het oog? Er is ten aanzien van de schrijvers van het Nieuwe Testament en Israël stellig sprake van een diepe verbondenheid. Wet en profeten waren hun Bijbel. Maar als we zeggen, dat de nieuwtestamentische prediking niet te verstaan is zonder het Oude Testament, is dat nog niet hetzelfde als de term 'joods denken'.
Ook naar de kant van de moderne theologie is voorzichtigheid geboden. De moderne theologie wordt immers gevoed uit vele bronnen. Kenmerkend is misschien wel dat men wil theologiseren in een nauwe verbinding – voor sommiger gevoel zelfs aanpassing – aan het eigentijdse denken. Ook als er sprake is van joodse invloeden is deze vermengd met andere denkstromingen. We wijzen als voorbeeld op de sterke weerklank die in de zestiger en zeventiger jaren het (neo)marxistische denken heeft gevonden bij vele theologen in hun denken over verzoening en gerechtigheid.
De eigen tijd
Theologie, prediking en kerk-zijn voltrekken zich altijd in een bepaalde tijdsconstellatie. Dat geldt ook het denken over heil en verzoening. 'Verzoening' en 'rechtvaardiging van de goddeloze' zijn voor velen geen sleutelbegrippen meer om het heil in Christus te verwoorden. Er is wel eens gezegd dat wat mensen heil noemen mee verschuift met de kwalen van het menselijk bestaan die men geheeld wil zien. Velen staan vreemd tegenover Luthers worsteling om een genadige God, Die redt van de toom. Zonde is voor hun gevoel veeleer een politiek of maatschappelijk kwaad dat roept om bevrijding. Op zich behoeven dergelijke meningen nog niet de invloed van joods denken te verraden.
Bovendien doen we er goed aan te beseffen, dat er niet zoveel nieuws onder de zon is. Dat geldt ook het denken over verzoening en gerechtigheid. Je kunt zeggen dat er bij vele aanhangers van moderne theologische stromingen – zeker in de vorm van preken, publieke manifesten en ingezonden stukken in kranten – betrekkelijk weinig aandacht is voor wat we plegen te noemen het plaatsbekledend lijden en sterven van onze Heere Jezus Christus voor onze zonden. Moderne theologen weten niet zoveel raad met het lied van Jan Scharp: 'Jezus, Uw verzoenend sterven is het rustpunt van ons hart'. Of liever gezegd: Men vindt zo'n lied te gemakkelijk, te rustgevend. Het zou leiden tot een gemakzuchtig christendom dat zich opsluit in de binnenkamer en weigert de weg van de verzoening voor te leven in de werkelijkheid van elke dag. We kunnen het ook wat deftiger omschrijven: Er vindt in onze tijd een ethisering van de verzoeningsleer plaats. Dat wil zeggen: De nadruk valt niet op wat Christus voor ons gedaan heeft, maar op wat wij in zijn spoor moeten doen.
Nu zijn dat op zich geen nieuwe gedachten. Er zouden tal van theologen uit de vorige eeuw te noemen zijn, bijvoorbeeld Albrecht Ritschl, die eveneens sterke nadruk legden op de roeping van de mens de zedewet te vervullen en zo Gods Koninkrijk te verwerkelijken.
Er is dus lang niet altijd sprake van aanwijsbare joodse invloeden. Wel kunnen we spreken van parallelle ontwikkelingen die uiteraard niet los staan van de invloed van joodse denkers op christelijke theologen.
Zuidema over Joden en christenen
Er is stellig sprake van joodse invloeden. We noemen als voorbeeld een kort artikel van dr. W.H. Zuidema, groot kenner van het levende Jodendom, in het tijdschrift Eredienstvaardig (juli 1990). Zuidema noem als een van de fundamentele verschillen tussen Joden en christenen dat terwijl in het Jodendom de gedragscode centraal staat, het bij christenen vooral gaat om de belijdenis, de leer aangaande genade en verlossing. We worden onwillekeurig herinnerd aan Bubers onderscheiding tussen twee wijzen van geloven: de joodse wijze van geloven in de zin van vertrouwen op God in een ik-gij relatie met de nadruk op de daad en de christelijk opvatting van geloof in de zin van het aannemen van de waarheden omtrent de goddelijke Verlosser, verzoening en rechtvaardiging. Voor de christen, aldus Buber, gaat het om de daad van het geloof, voor de Jood om de gelovige daad. In plaats van een leven uit het doen is in het christendom een leven uit het geloof in Christus en zijn werk getreden.
Terug naar het artikel van Zuidema. Zijns inziens hebben we de christelijke wijze van denken aan Paulus te danken. Paulus zou de leer van de Jood Jezus op zo'n manier vertolkt hebben dat deze verstaanbaar was voor de vergriekste europese geest. Dat is, aldus Zuidema, zijn grootheid en 2ijn beperktheid. Jezus daarentegen leefde helemaal in de sfeer van de joodse feesten, gecentreerd rondom de tempel. Joodse feesten worden gekenmerkt door een sfeer van optimisme en verwachting, terwijl christelijke feesten vaak iets sombers hebben.
Aan de christelijke traditie en dus ook aan de christelijke liturgie zou een pessimistische notie ten grondslag liggen die door een joods geleerde wat extreem onder woorden werden gebracht: 'Alle mensen zijn verloren, tenzij ze door het geloof in Christus behouden worden'. Terwijl in de joodse viering ook van de Grote Verzoendag een positieve en optimistische toon te beluisteren is: 'Alle mensen worden behouden, tenzij een enkeling er toch alles aan doet om verloren te gaan'. Zuidema is van mening dat er tussen Jezus, Petrus en Jakobus enerzijds en Paulus anderzijds een groot verschil bestaat. Stonden eerstgenoemden in de joodse traditie, Paulus zou in de pessimistische traditie van Griekse denkers gestaan hebben met zijn 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods...'. De conclusie van Zuidema is dat we Paulus niet los moeten laten, maar wel afstand van hem moeten nemen – en daarmee ook van het pessimisme van de Heidelbergse Catechismus (zondag 2 en 3) – om zo te komen tot een meevieren met de joodse feestdagen.
Zuidema staat met deze mening niet alleen. Er klinken nogal wat kritische geluiden aan het adres van wat men noemt 'het zondepessimisme' van Paulus, Calvijn, de Heidelberger.
Je vraagt je af of uiteindelijk Paulus dan toch niet tot zondebok gemaakt wordt die de joodse Jezus tot een christelijke Verlosser heeft omgevormd. Dat is het bekende joodse verwijt aan het adres van de apostel Paulus.
Ik meen evenwel dat met de stukken is aan te tonen dat er een diepe overeenstemming is tussen de verkondiging van Jezus zelf en de boodschap van de apostel in de situatie na kruis en opstanding. Het Paulinische accent op het sterven van Jezus voor onze zonden vinden we bijvoorbeeld terug in het woord van Jezus over zijn dood als een losprijs (Markus 10 : 45) en in de woorden, uitgesproken bij de instelling van het Avondmaal (Markus 14).
Ik werk dat verder nu niet uit. Waar het me om gaat is dat een gedachte als door Zuidema geschetst wel kritisch moet stemmen tegenover de klassieke prediking van de kerk. Met name de leer van de verzoening door voldoening aan Gods heilig recht, het dragen van de troon door Christus in onze plaats, komt dan onder zware druk te staan. We denken aan de bezwaren van dr. Herman Wiersinga tegen de gereformeerde erfzondeleer en de eenzijdige aandacht voor de plaatsbekleding, het plaatsvervangend dragen van de straf voor onze zonden. Voor Wiersinga voltrekt verzoening zich door verandering. Jezus' tragische dood door het geweld van de machthebbers. Zijn lijdende liefde en Zijn getuigenis dat leidde tot Zijn veroordeling moeten in ons een schokeffect bewerken dat tot inkeer en zo tot verzoening voert.
Wiersinga beroept zich in zijn proefschrift nagenoeg niet op joodse auteurs. Maar je kunt wel zeggen, dat zijn opvatting de dialoog met de Joden inzake berouw als weg tot verzoening vergemakkelijkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's