Globaal bekeken
In een van de boeken van de bekende joodse schrijver Chaim Potok troffen we de volgende passage:
'Een oude jood liep eens over een weg naar een stad, toen de weg plotseling splitste en twee verschillende richtingen op ging. Langs de kant van de weg stond een kleine jongen en de oude jood vroeg hem welke weg hij moest nemen. Het jongetje zei: "Deze weg is heel kort, maar ook heel lang. De andere weg is heel lang, maar ook heel kort." En toen liep het jongetje hard weg en liet de oude jood helemaal alleen achter. Wat denk je dat het jongetje bedoelde en welke weg zou de oude jood moeten nemen naar de stad?'
Er valt een korte stilte.
"De lange weg die kort is", zegt Avroemel.
Er volgt weer een stilte. De Rebbe en mijn vader kijken allebei naar Avroemel. "Vertel eens waarom", vraagt de Rebbe. "Omdat de korte weg die lang is hem naar een rivier of een berg kan leiden en de man kan die misschien niet oversteken, zelfs al is de weg kort. Maar de lange weg brengt hem naar de stad, zelfs al is hij lang. En daarom is die in werkelijkheid kort. Mijn papa heeft me eens verteld dat een lange weg die zeker is, beter is dan een korte weg die dat niet is.'
In het Contactblad van de Gereformeerde Bond te Amsterdam vonden we de volgende collage bijbelwoorden – 'Reispas' voor het nieuwe jaar – ontleend aan het christelijk dagblad De Amsterdammer d.d. 30 december 1921, geschreven door 'Ten Kate'.
1. Wie ben ik?
Wat uit vlees geboren is, dat is vlees.
Joh. 3 : 6.
2. Vanwaar kom ik?
Uit de aarde, want gij zijt stof.
Gen. 3 : 19.
3. Waarheen ga ik?
De mens gaat naar zijn eeuwig huis.
Pred. 12 : 5.
4. Hoe zijn de wegen?
Breed is de weg die tot het verderf leidt, en velen zijn er die op denzelven wandelen; de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.
Matth. 7 : 13-14
5. Waar ligt de goede weg?
Jezus zeide tot hen: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot den Vader dan door Mij'.
Joh. 14 : 6.
6. Wie zal mij geleiden?
Zovelen door Gods Geest geleid worden, die zijn Gods kinderen.
Rom. 8 : 14.
7. Wie zal mij behoeden?
Ik zal u behoeden, overal waar gij trekken zult.
Gen. 28 : 15.
8. Wie zal mij bewaren?
De Heere bewaart al degenen die Hem liefhebben.
Ps. 118 : 20.
9. Hoe zal ik wandelen?
Wandel voor Gods aangezicht en wees oprecht.
Gen. 17 : 1.
10. Wat moet ik afdoen?
Den ouden mens, die verdorven wordt door lusten der dwaling.
Ef. 4 : 22.
11. Wat moet ik aandoen?
Doet aan de Heere Jezus Christus.
Rom. 13 : 14.
12. Wat is mijn reisstaf?
Gods stok en Gods staf die vertroosten mij.
Ps. 23 : 4.
13. Hoe heet mijn gordel?
Omgordt uwe lendenen met waarheid.
Ef. 6 : 14.
14. Wat is mijn schoeisel?
Schoeit de voeten met de bereidheid van het Evangelie des vredes.
Ef. 6 : 15.
15. Hoe luidt mijn reislied?
Met U loop ik door een bende, met mijn God spring ik over een muur. 't Is God die mij met kracht omgordt en mijn weg volkomen baant.
Ps. 118 : 30-33.
16. Wat zal ik eten?
Die Mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven.
Joh. 6 : 54.
17. Wat zal ik drinken?
Ik zal de dorstige geven uit de fontein des waters om niet.
Openb. 21 : 6.
18. Waar zal ik rusten?
Komt herwaarts tot Mij, gij allen die vermoeid en beladen zijt, Ik zal u rust geven.
Matth. 11 : 28.
19. Waar overnachten?
Die in de schuilplaats des Allerhoogsten Is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.
Ps. 91 : 1.
20. Wat moet ik vrezen?
Laat ons dan vrezen, dat niet ter enigertijd de belofte van in Zijne rust in te gaan nagelaten zijnde, iemand van u schijne achtergebleven te zijn.
Hebr. 4 : 1.
21. Wat mag ik hopen?
Dit is mijn ernstige verwachting en hoop dat ik in geen ding beschaamd zal worden; want het leven is mij Christus en het sterven is mij gewin.
Phil. 1 : 20-21.
22. Maar als ik dwaal?
Keert weder afkerige kinderen! en Ik zal uw afkeringen genezen.
Jer. 3 : 20.
23. En als ik traag ben?
Richt weder op de trage handen en de slappe knieën en maakt rechte paden voor uw voeten.
Hebr. 12 : 13.
24. Of als ik zwak word?
De Heere geeft den moeden kracht en Hij vermenigvuldigt de sterke, dien die geen kracht heeft.
Jes. 40 : 29.
25. Hoelang zal ik reizen?
Ik weet den dag des doods niet.
Gen. 32 : 1.
26. Wie zal mij ontmoeten?
Jacob toog zijns weegs en Engelen Gods ontmoetten hem.
Gen. 27 : 2.
27. Wat moet ik zoeken?
De stad die fundamenten heeft, welker Schepper en Kunstenaar God is.
Hebr. 11 : 10.
28. Wat zal mij daar wachten?
Een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is.
1. Petr. 1 : 4.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's