Verzoening en gerechtigheid in de moderne theologie (2)
In het vorige artikel zagen we hoe de prediking van het plaatsvervangend lijden en sterven tot verzoening van de schuld in veler prediking op de achtergrond raakt en hoe veel meer nadruk gelegd wordt op onze daden van verzoening in de navolging van Jezus.
Waarvoor stierf Jezus?
Met deze verschuiving hangt nog iets anders samen, waarbij we stellig ook kunnen spreken van joodse invloeden. In tal van christelijke publicaties wordt in aansluiting aan geschriften van joodse kant (Plusser, Lapide) grote nadruk gelegd op de solidariteit van de mens Jezus met alle lijdenden. Stierf Hij niet als martelaar voor de goede zaak van God, als slachtoffer van Romeinse machtspolitiek in de woelingen van die tijd, waarbij de Romeinen steun kregen van hen gunstig gezinde priesterkringen (Sadduceeën)?
Jezus' dood wordt dan niet gezien in het licht van het heilsplan van God – het Goddelijk 'moeten' (Luc. 24 : 26) – maar als gevolg van zijn verzet tegen de gevestigde orde. De kruisiging zou een politieke daad zijn van de Romeinen, die een man die zich opwierp als Koning der joden als een gevaar voor de orde beschouwden. Zij zouden dan verantwoordelijk zijn voor Jezus' dood, terwijl de evangelisten dit uit anti-joodse sentimenten in toenemende mate onder de tafel lieten verdwijnen door de rol van Pilatus onschuldiger voor te stellen dan deze in werkelijkheid is geweest.
Het zal duidelijk zijn, dat een dergelijke kijk op de Evangeliën voortkomt uit een schriftkritische visie op de bijbelse boodschap. Maar er speelt ook iets anders mee. De verschrikkingen van de Sjoa, de ondergang van 6 miljoen joden, de Nazi-propaganda die zich beriep op nieuwtestamentische teksten en uitspraken van Luther, doen bij velen de vraag rijzen: Hebben we door een visie op en een lezing van het lijdensverhaal, waarbij de joden tot zondebok gemaakt werden, niet mede schuld aan deze antisemitische uitbarsting van haat en terreur?
Zo schrijft prof. dr C.J. den Heijer ergens: 'De wetenschap dat het lijdensverhaal van Jezus ook deze werking in de geschiedenis heeft gehad, maakt het niet gemakkelijk om in deze tijd over de verzoenende betekenis van het lijden van Christus te spreken. Kunnen we nog wel met een eerlijk geweten de woorden 'verzoening' en 'heil' in de mond nemen als we zien dat er zoveel onheil en onrecht mee gepaard is gegaan? Wat is het effect geweest van de verzoening die Jezus Christus heeft gebracht?'
We zullen ons van deze diepingrijpende vragen niet te makkelijk moeten afmaken. Er zijn helaas vele voorbeelden te geven van een anti-joodse prediking via een verkeerde uitleg van het lijdensevangelie. Wie wordt niet stil als hij de lijdensweg van het joodse volk overweegt? Het spreekt na Auschwitz niet vanzelf, de grote woorden als verzoening en verlossing in de mond te nemen.
Lijden aan de gebrokenheid
Het is te verstaan dat dat alles veler oog geopend heeft voor de dimensie van het lijden in de navolging van Hem Die aan het kruis geroepen heeft: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten!'
Auschwitz betekent ook in die zin een kritische vraag aan de kerk en de theologie of we niet te triomfalistisch gesproken hebben over het kruis. Alleen al de woordverbindihg 'Kruistochten' — met al het leed dat deze over joden gebracht hebben! — roept vragen op. Waarvoor is de kruisprediking al niet misbruikt?
Joodse denkers verzetten zich tegen de pretentie van het christelijk geloof dat Christus de Verzoener en de Verlosser is. De Messias zal immers de verlossing op aarde brengen en de gerechtigheid aan het licht doen komen. Maar de wereld is nog altijd onverlost.
Heeft de kerk niet te triomfantelijk gesproken over heil en verlossing, met als gevolg dat zij geen pijn meer lijdt aan de gebrokenheid van Gods wereld en geen hartstocht meer kent om de gerechtigheid ook in het politieke en sociale leven hoog op de agenda te zetten?
Het zijn deze joodse vragen, die van invloed zijn op het gegeven dat in veler prediking meer aandacht is voor de gerechtigheid die wij hebben te realiseren dan voor de door Christus verworven gerechtigheid. Ook komt die invloed tot uiting in het feit dat een sterker accent gelegd wordt op de weg die wij hebben te gaan in de navolging van de lijdende en solidaire Man van Nazareth dan de weg die Hij ons tot heil is gegaan.
Ik hoop in een volgend artikel te laten zien, dat hier naar mijn overtuiging wissels omgezet worden die een aantasting betekenen van de christelijke prediking. Maar we zullen niettemin een scherp oor moeten hebben voor de gedachtengangen en motieven die eraan ten grondslag liggen. Kritische vragen aan de rechtzinnige prediking moet men niet te snel negeren. Zij vormen een uitdaging juist voor wie naar de Schrift willen spreken. Want je kunt met de beste bedoelingen bijbelgetrouw willen zijn en toch voorbijgaan aan elementen van dit bijbels getuigenis.
Dorothee Sölle
Ik wijs tenslotte op een derde lijn, die niet los staat van de invloed van het joodse denken of op zijn minst parallellen ermee vertoont. Dat is de gedachtengang van hen voor wie heil nagenoeg samenvalt met bevrijding van armen en rechtelozen.
Nu vormen de verschillende theologieën van bevrijding een bont geheel, dat men niet over één kam kan scheren. Er zijn — met name in de evangelicale kringen — ook theologen die de bevrijding als verzoening van de schuld en bevrijding uit onderdrukking niet van elkaar willen losmaken en voluit recht willen doen aan de gehele Schrift.
Anders ligt het bij de bekende theologe Dorothee Sölle. In haar boek Denken over God werpt ze zich op voor een model van theologiseren, geënt op de notie van bevrijding dat vooral moet inspireren tot een feministische theologie en een theologie van de onderdrukten. Zij zegt zelf dat ze vooral de inzichten van de joodse denker Buber van grote betekenis acht voor wat ze noemt 'een niet-imperialistisch Godsbegrip', d.w.z. een God die aan de kant van de lijdenden staat. Het ontmoetingsdenken van Buber – waarin wij God nodig hebben, maar God niet minder ons nodig heeft – ligt aan het denken van Sölle ten grondslag.
Voor wat betreft de verzoening betekent dit dat mevr. Sölle zich verzet tegen de klassieke prediking van de genade en de nadruk op het ééns en vooral gebrachte offer van Christus. Met instemming citeert zij de kritiek van Thomas Müntzer, Luthers tegenstander, op Luther die volgens Müntzer de christenen toestond 'op de pof van Christus te drinken' dat wil zeggen in de herberg van de zonde vrolijk door te drinken, omdat Christus toch voor alle zonden betaald heeft.
Hier zien we een wortel van het verzet van moderne theologen tegen de orthodoxe prediking. Het zou een goedkope (genade)prediking zijn, zonder betekenis voor mensen in achterstandssituaties hier en nu. Wat de Bijbel over het kruis zegt, moet volgens Sölle vertaald worden in maatschappelijke termen, wil het nog verstaanbaar zijn. Prediking van het kruis betekent voor haar een nieuwe kruiswegvroomheid, gefundeerd in de aanwezigheid van Jezus in de minsten onder ons. Verzoening moet immers geleefd worden in de praktijk van de bevrijding en de strijd tegen allerlei vormen van onrecht.
Dat roept de vraag op naar de verhouding tussen verzoening en bevrijding. Maakt de prediking van het 'Hij voor ons' zorgeloze en goddeloze mensen? Dat is al een oud verwijt (vgl. Heid. Cat. Zondag 24).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's