Evangeliedienst zonder bijbedoelingen
'Zonder buidel en zonder male'
Wanneer Christus Zijn twaalf apostelen uitzendt, geeft hij, blijkens de Evangelieschrijvers Mattheüs (10), Markus (6) en Lukas (9), nogal wat adviezen en opdrachten. Ze krijgen bijvoorbeeld macht over ziekten en onreine geesten. Maar verder valt op, dat ze geen geld mogen meenemen. Ze moeten ook 'in de gemakkelijkste en eenvoudigste kleding gaan, die zij kunnen vinden', zegt Matthew Henry. Wat het geld betreft behoeven ze overigens geen zorg te hebben. Er zàl voor hen toch worden gezorgd. 'Want de arbeider is zijn loon waard' (Mattheüs 10 : 10).
Nu gaat het hier in eerste instantie om een tijdelijke opdracht voor de apostelen. Maar Schriftuitleggers passen deze Schriftgedeelten toch ook toe op de doorlopende dienst in het Evangelie, de tijden door. Bij de tekst uit Matheus 10 : 8, 'gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet', schrijft Calvijn bijvoorbeeld:
'Christus heeft in Zijn dienaren een proeve van die genade gegeven, die door Jesaja aldus voorspeld was: Alle gij dorstigen, komt tot de wateren; drinkt en neemt zonder prijs wijn en melk (Jes. 55 : 1). Tevens toont Hij hiermee echter aan, dat niemand een oprecht dienaar Zijns Woords en uitdeler Zijner genade zijn zal, die niet bereid is zijn krachten daaraan te besteden om niet; en dat alle loondienaars het heilig leraarsambt onwaardig misbruiken en ontheiligen.'
Om alle misverstand uit te sluiten zegt Calvijn dan verder overigens, dat het niet in strijd is met dit 'geven om niet', dat de leraren der kerk 'door openbare bezoldiging onderhouden worden'; op voorwaarde dat zij slechts Christus en de Kerk vrijwillig dienen en hun ònderhoud 'als het ware bijzaak bij hun arbeid is.'
Ver van ons af?
In ons dóór en dóór verzakelijkte leefklimaat staan woorden als 'zonder buidel en zonder male' intussen wel ver van ons af. Het onderhoud der predikanten en van allen, die in Gods wijngaard dienen, is, evenals voor andere beroepen in onze samenleving, zakelijk geregeld en in arbeidsovereenkomsten vast gelegd. Wij hebben zo de 'openbare bezoldiging', waarover Calvijn spreekt, gestructureerd. En dat is goed, want inderdaad: 'de arbeider is zijn loon waardig.' Er zullen ook te onzent weinig gemeenten (met name in vrije kerkverbanden) meer zijn, waar nog 'op de zak' wordt gepreekt.
Anderzijds moeten we niet onderschatten hoe in allerlei landen van de wereld de Schriftwoorden 'zonder buidel en zonder male' nog heel dicht bij de werkelijkheid staan. Men bezoeke slechts Oost-Europa om te kunnen constateren hoe vele predikanten daar dienen, zonder aan het materiële prioriteit te geven en (nochtans) onderhouden worden. Bovendien wordt in allerlei geloofszendingen één en ander ook nog wel gepraktiseerd. Berichten uit landen in Azië (met name Korea) leggen daarvan getuigenis af. Werkers gaan uit in het geloof, dat God voor hen zorgen zal als ze hun gaven en krachten in dienst van het Evangelie besteden. En ook zij worden niet beschaamd.
Maar hoe dan ook, uit de betreffende Schriftgedeelten, waarin Christus de apostelen de opdracht geeft erop uit te gaan, blijkt wel overduidelijk, dat de dienst van Christus belangeloos moet geschieden. En dan gaat het om méér dan het materiële. Calvijn hamert er b.v. op, dat ieder moet bedenken 'dat niemand door eigen inspanning uitmunt'. Ieder moet van genade leven. Wie boven een ander uitmunt, mag die ander daarom niet verachten, zegt Calvijn. En verder onderstreept hij, dat niemand de gaven tot eigen verheerlijking heeft ontvangen.
Ongetwijfeld kleven ook aan de dienst in het Evangelie vele bijbedoelingen, gericht op eigen eer en voordeel. Arglistig is het hart! Maar de Schrift snijdt zulke bijbedoelingen, juist ook in de onderhavige Schriftgedeelten, bij de wortel af.
Tegelijk mag uit één en ander ook wèl blijken, dat het met betrekking tot de belangeloosheid van de arbeid in de Wijngaard ook om wederkerigheid gaat. Diegenen, die met de liefde van hun hart in de dienst van het Evangelie staan, zùllen ook door de gemeenten worden onderhouden. Ze zullen ook niet in hun werk belemmerd mogen worden door geldzorgen. Wat dat betreft raakt het 'zonder buidel of male' niet alleen degenen, die arbeiden, maar ook diegenen, die voor de bezoldiging moeten zorgen. Over geestelijk beheer gesproken!
Zelfs de rust voor de dienaren in de wijngaard is intussen door Christus gegarandeerd. Als de apostelen teruggekeerd zijn van hun missie, neemt Jezus hen in een woeste plaats alleen en zegt 'rust een weinig' (Markus 6:31).
Keerzijde
Nu zit er dunkt mij echter ook een keerzijde aan deze medaille. Wanneer de apostelen 'zonder buidel of male' worden uitgezonden hebben ze in materieel opzicht weinig, liever niets te bieden. Ze komen met de geestelijke boodschap aangaande het Koninkrijk Gods en derhalve met de oproep tot bekering. De apostelen hebben geen enkel lokmiddel bij zich om het volgen van Jezus aantrekkelijk te maken.
Dit nu mag óók tot nadenken stemmen, tot bezinning nopen. Wanneer de kerk de wereld intrekt met het Evangelie, met name in de dienst der zending, zal ze er wel voor hebben te waken, dat het christen-zijn niet materieel aantrekkelijk wordt gemaakt. Iets anders is, dat altijd weer de Evangelieprediking gepaard gaat met dienstverlening (bijvoorbeeld het genezen van zieken). Maar beseft dient te worden, dat altijd weer het gevaar dreigt, van rijstchristendom. Met andere woorden: lok mensen in arme landen met een zak rijst of ander voedsel en maak ze zo christenen. Daar, waar echter zó agressief zending wordt bedreven, staat één en ander wel ver af van de soberheid, die het Evangelie in deze tekent. Waar de apostelen kwamen, bleken ze arm te zijn, aldus Matthew Henry. Wie wel eens van nabij heeft gezien de arbeid van bepaalde rijke geloofszendingen, bijvoorbeeld uit Amerika, fronst van tijd tot tijd dan ook wèl de wenkbrauwen.
Het kan echter ook gebeuren, dat de kerk in een samenleving privileges geniet, bijvoorbeeld wanneer het christendom staatsgodsdienst is. Dan kan voordeel-christendom worden bevorderd en in de hand worden gewerkt. Christen wòrdt men of ìs men voorzovèr en zolàng men er beter van wordt; om gemakkelijker aan een baan te komen, om promotie te kunnen maken, om überhaupt een betrekking te krijgen, die geen windeieren legt of een erebaan.
Daartegenover moet echter gezegd worden, dat er ook vele christenen waren en vandaag nog zijn, die juist het omgekeerde hebben meegemaakt. Het christelijk geloof leverde hun geen voordeel op, maar vervolging, discriminatie, zelfs de dood. In Markus 6 staat tussen de pericoop van de uitzending van de apostelen en het verslag van hun bevindingen de beschrijving van de dood van Johannes de Doper!
Actueel
Ter afsluiting noem ik hier nog een actuéél voorbeeld. Recent werd ik geïnformeerd over evangelisatiepraktijken onder Russische joden, die in ons land zijn neergestreken. Ter plekke, waar ze zich hebben gevestigd, worden ze uitgenodigd in huizen, waar hun dan een luxueuze maaltijd wordt aangeboden. Intussen worden ze zo in een fuik gelokt, om hen van tractaatjes en Nieuwe Testamenten te voorzien en hen geestelijk te bewerken. Mij dunkt, dat zulke methoden, waarbij misbruik wordt gemaakt van de ontreddering, waarin mensen verkeren, ontoelaatbaar zijn.
Hetzelfde gebeurt overigens in Israël zelf. In een 'special report' van 'The Jerusalem report' (19 december 1991) wordt ook kritisch ingegaan op zulke agressieve evangelisatiemethoden van bepaalde messiaanse zijde. Een moeder vertelt, dat ze kort na haar aankomst in Tel Aviv twee mensen in haar provisorische woning op bezoek kreeg, die haar voedselpakketten brachten en een Nieuw Testament. Een ander vertelt zo hulp te hebben gekregen bij het zoeken van een baan.
Ik besef zeer wel, dat het hier gaat om een beschrijving van joodse zijde van deze praktijken. Maar dan nòg! Op deze wijze wordt het getuigenis ongeloofwaardig, raakt eerder achterop dan dat het vordert en iets uitwerkt. Veelzeggend is de opmerking aan het slot, dat voor de ontvangers het accepteren van Jezus niet anders is dan het gaan naar een jeshive.
Als we ons niet vergissen zouden zulke agressieve evangelisatorische praktijken thans wel eens nieuwe kansen kunnen krijgen, ook in ons land, nu men uit Pinksterkringen en uit de Gereformeerde Gezindte in een pril enthousiasme op één punt samen lijkt te komen, in een nieuwe beweging van zending onder de joden.
Ik ga op de kwestie 'zending' nu niet nader in, omdat ik dat recent nog heb gedaan (Whvr. d.d. 29-8-1992). Wel kan men zich afvragen wat het specifieke van jodenzending dan wel mag zijn, in onderscheiding namelijk van zending oner Arabieren of Argentijnen. Het alleen al separáát stellen van jodenzending heeft iets oneigenlijks.
Het is intussen opvallend, dat, als Christus Zijn apostelen uitzendt, hij hen dan zendt tot de verloren schapen (nochtans, schápen) van het huis van Israël. Die hadden het eerstgeboorterecht en hun aanneming strekt zich tot het hele volk uit, zegt Calvijn. Daarom is het getuigenis aangaande Jezus Christus onopgeefbaar. De vraag is slechts hoe.
In ieder geval: zonder buidel en zonder male!
Hier ligt toch stof tot diepere bezinning.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's