De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

14 minuten leestijd

Gezondheidszorg
Felle protesten zijn de laatste weken te horen geweest tegen de premieverhogingen door de ziektekostenverzekeraars. Reacties van de kant van de zorgverzekeraars logen er niet om: de kosten voor de gezondheidszorg rijzen de pan uit, we moeten wel. De politiek zit er maar mee, want zij hebben het weer (verkeerd) gedaan. Als het om de portemonnee gaat, krijg je in Nederland altijd leuke discussies. Onlangs verscheen een rapport van een commissie die zich grondig had beziggehouden met de hierachter liggende problematiek. Het rapport kreeg de titel mee 'Keuzen in de zorg' en het werd geschreven onder leiding van dr. A.J. Dunning, hoogleraar in de cardiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hervormd Nederland had een gesprek met prof. Dunning en in het nummer van 11 januari 1992 stond een verslag van een en ander te lezen. 'Nederland is gezond en verwend' stond erboven geschreven. De commissie-Dunning stelde onder meer, dat het zo niet meer verder kan met de gezondheidszorg in ons land. Er moeten keuzen worden gemaakt, want er dient kostenbeheersing te komen. Toch acht prof. Dunning het jammer, dat het altijd weer over de centen dreigt te gaan. Hij vindt zelf veel meer, dat we te grote verwachtingen hebben van de gezondheidszorg als middel om gelukkig te leven. 'We leven al in een heel gezond land en al die individuele wensen van homeopathie tot levertransplantatie zijn niet meer te betalen'.

'Bovendien bestaat er een tekort aan donororganen, verpleegkundigen en bejaardenhelpsters. De zorg is nog van een redelijke kwaliteit, maar dat blijft niet zo. Het tekort aan personeel is schrikbarend, er zijn lange wachtlijsten en de zwakzinnigenzorg kent enorme problemen. Wie naar de toekomst kijkt en het verstand gebruikt, ziet dat het beslag op de gezondheidszorg alleen maar toeneemt en dat de middelen onvoldoende stijgen. Pijnlijke keuzen zijn nodig, ook al wil niemand die. We zeggen al gauw: eerst maar eens doelmatiger werken, maar verkwisting is moeilijk te beperken en de aanspraken stijgen snel. In de zwakzinnigenzorg valt weinig te verkwisten. Mijn vrees is dat politici niet de moed hebben nee te zeggen in de gezondheiszorg uit angst voor de kiezers'.

De politiek zal de keuzen wel uitstellen
'Dan krijg je toestanden dat mensen twee jaar op een heupoperatie moeten wachten, zwakzinnigen pas na drie jaar onderdak krijgen en demente bejaarden onder onmogelijke omstandigheden thuis worden verpleegd. Dan laten we het schip op een willekeurige klip stranden. Dat zal natuurlijk een schandaal geven en daarop volgt dan weer een ad hoe-oplossing. De commissie heeft een opinie-onderzoek laten houden. Tweederde van de ondervraagden vindt dat alle voorzieningen voor iedereen in stand moeten blijven, ongeacht de kosten en ongeacht de kans op succes. Er leeft dus een brede wens om niets af te dingen op de zorg. We zijn een verwend land geworden.
Het is opvallend dat veel mensen risicovol gedrag willen bestraffen, ook artsen. Je zou gedrag ook kunnen belonen. Meer dan de helft van de ondervraagden vindt dat rokers en drinkers extra premie moeten betalen. Sommigen zeggen zelfs dat ze op wachtlijsten achteraan moeten worden gezet. Waarom zo farizees? Waarom mensen hun onvolmaaktheden voorhouden en ze in geld straffen? Het is merkwaardig hoe ruim men aan de ene kant is: voor iedereen moet alles ter beschikking staan en aan de andere kant dient de zonde van de openbare weg, dronkenschap of roken te worden bestraft. De zondaar in de binnenkamer, daar kunnen we niet bij... Dan denk ik: beter een beetje al te barmhartige Samaritaan.'

Er wordt aan prof. Dunning ook gevraagd naar zijn visie op wat heet 'het nodeloos rekken' van een mensenleven. Brengt alle technologie niet met zich mee, dat mensen soms veel te lang worden behandeld?

'Soms is dat zo, maar er is veel veranderd. Het idee dat je met behandelen moet doorgaan tot het bittere einde, leeft bij patiënten en artsen bijna niet meer. Discussies over euthanasie, hoe moeizaam ook gevoerd, laten zien dat we ons bezinnen op de betekenis van lijden, ondraaglijk lijden en de dood. Als ik mijn jonge medewerkers bezig zie aan het ziekbed, gaat het heel anders toe dan mijn generatie is bijgebracht. Jonge artsen doen het beter, treden menselijker, met meer begrip op dan wij deden. Natuurlijk, er zijn ook patiënten die zich aan elke strohalm vastklemmen en elke medicatie willen proberen en opvallend is dan vaak de houding ten opzichte van de technologie. De Groningse socioloog Tijmstra heeft de mening gevraagd van echtparen bij wie reageerbuisbevruchting na herhaalde pogingen geen zwangerschap had opgeleverd. Hij is ook gaan praten met verwanten van mensen die een levertransplantatie hadden ondergaan en waren overleden. Je zou verwachten, dat ze met gemengde gevoelens over die apparatuur zouden denken, maar ze blijken juist dankbaar dat alles is geprobeerd. Het lijkt erop, dat ze op voorhand het gevoel hebben, spijt te kunnen krijgen als je niet de laatste strohalm aangrijpt. Ook in dit ziekenhuis zeggen mensen soms, het niet erg te vinden in een operatie te blijven, als er maar iets tegen hun ziekte wordt gedaan.'

In het geding tussen God en de satan, zoals we dat lezen in Job 2, merkt laatstgenoemde heel cynisch op: Huid voor huid en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven (2 : 4). Met andere woorden: ieder mens vecht tot het laatste om maar in leven te blijven, zelfs hij die God zo teer bemint en vreest, aldus de leugenaar van den beginne. Leugenaar, ja, want er komt in het leven van Gods kinderen toch een moment dat het verlangen om heen te gaan en met Christus te zijn als het allerbeste wordt gekend en ervaren. Dat ligt voor hem of haar die geen deel dan in dit leven wacht heel anders. Daar neemt de dood alles mee en weg.

Geloof en ziekte
Wat kan het geloof van een christen betekenen in dagen van ernstige ziekte? Heeft iemand, die een open hartoperatie moet ondergaan, daarbij iets aan zijn geloof? In Bijbel en Wetenschap (Tijdschrift van de Evangelische Hogeschool) van januari 1992 doet drs. ir. ing. Simon Bosselaar verslag van een onderzoek, dat hij in het kader van zijn studie deed naar deze vraag. In het hier volgende citaat noemt hij J.E. Adams, die een studie schreef onder de titel 'Bijbels pastoraat'. Basis van een christelijke hulpverlening. Adams geeft aan, dat een ingrijpende gebeurtenis ook in het leven van een christen om te beginnen meestal alleen maar als onaangenaam en verdrietig ervaren wordt. Maar zo'n crisis kan positieve gevolgen krijgen. En hier ligt dan een opening voor de pastor. Het dient er in het bijbels pastoraat om te gaan, onze medemens bouwstenen aan te reiken voor een stevig gefundeerd levenshuis.

Zelf heb ik een onderzoek gedaan naar de invloed van de levensbeschouwing op het verwerken van de moeilijke situatie rond een open hartoperatie. De onderzoeksresultaten bevestigen de visie van Adams. Duidelijk bleek dat er een positieve wisselwerking kan bestaan tussen de levensbeschouwing en het doorstaan en verwerken van deze zware ingreep. Deelnemers aan het onderzoek met een levend christelijk geloofsleven getuigden er namelijk van, dat ze in de kritische periode rondom de operatie het meest geholpen waren door hun geloof en gebed. Verder vertelden zij dat hun geloofsleven erdoor gelouterd en verdiept was. Zij waren ook dankbaarder geworden. De functie van het christelijk geloof werd door hen ervaren als de belangrijkste levenskracht.

Levensbeschouwing is dus van belang in tijden van ernstige ziekte. Ik vermoed, dat er lezers zullen zijn van deze woorden, die deze stelling volmondig en van harte mogen beamen. Ook wat Bosselaar verder nog schrijft.

Tevens bleek dat de aard van de levensbeschouwing bepalend kan zijn voor de intensiteit van het verwerkingsproces. Zowel patiënten met een levend geloof als die met een humanistische levensvisie, gingen heel rustig naar de operatiekamer. Maar bij de gelovigen was er wel een periode van geloofsstrijd aan voorafgegaan.
Door gebed en met hulp van God kwamen ze de crisis te boven. Wel werd, zoals gezegd, hun geloof erdoor verdiept en verrijkt.
In hun geval ging het om een ontwikkelingscrisis. Immers, met de open hartoperatie was het levenseinde misschien wel heel dichtbij gekomen. De humanisten vertelden dat alles gladjes verlopen was. Sterven beschouwden ze gewoon als het natuurlijk levenseinde. Daarna was het toch afgelopen. De levensbedreigende periode konden ze zonder crisis opvangen. Door hun levensvisie waren ze mogelijk al in een vroeg stadium tot aanvaarding gekomen.

Dit alles geeft aan, dat bijbels pastoraat juist in tijd van ziekte van groot gewicht is. Maar ook hoe noodzakelijk het is, dat we in onze gezonde dagen de Heere kennen en met Hem leven mogen, opdat juist ook in kritieke fasen van ons leven ons de kracht van het geloof blijken mag.

Bijbels pastoraat
Deze onderzoeksresultaten zijn in overeenstemming met wat Kübler-Ross vond in haar onderzoek. Zowel echte humanisten als mensen met een levend geloof doorstaan uiteindelijk relatief gemakkelijk een kritische periode. Voor een levensbedreigende situatie zijn ze erg rustig. Zij die geen humanist zijn, noch een levend geloof hebben, maar tussen beide uitersten inzitten, ondervinden de meeste hinder. Deze mensen kunnen de situatie maar moeilijk aanvaarden in waardigheid, rust en vrede. Wel hebben ze in de een of andere vorm een religieuze overtuiging, maar die kan hen niet bevrijden van de conflicten, de angsten en de onzekerheden rond de crisis.
Voor een bijbels pastoraat betekent dit in de eerste plaats, dat je je moet inleven in de situatie van de betrokkene. Heel belangrijk is vervolgens het duidelijk onder woorden brengen van de innerlijke strijd. En verder dient men een bijbels geloofsfundament aan te reiken met een duidelijk accent op het hemelse toekomstperspectief.
Heilzaam pastoraat hangt tenslotte nauw samen met de persoonlijke toepassing van het Evangelie. Tegelijkertijd moet men beseffen, dat heilzame zielzorg Gods eigen zaak is. Hij verandert mensen. Hij doet alles medewerken ten goede voor hen die geloven. Bijbels pastoraat kan daarom alleen plaatsvinden in gehoorzaamheid aan het Woord en geleid door de Heilige Geest.

Intussen is de praktische uitvoering en vormgeving van het hier bedoeld pastoraat lang niet altijd even eenvoudig.

Pastoraat onder druk
Dat is de titel van het proefschrift, waarmee ds. O.J. van der Ploeg (Rotterdam-Kralingen) onlangs promoveerde tot doctor in de theologie. Hij geeft in zijn studie een verslag van een onderzoek naar de pastorale benadering van patiënten die een operatie wegens borstkanker hebben ondergaan. In Kerk en Wereld van 10 januari 1992, het officieel orgaan van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in Nederland, schrijft ds. A.W. Vlieger een artikel over Van der Ploegs proefschrift. Hij zet boven zijn artikel: als je de dominee aan bed krijgt, een onderzoek naar pastoraat in het ziekenhuis. Ik neem ds. Vliegers artikel hier over om voor dit keer onze rubriek af te sluiten.

Een dominee belde eens bij eeii huis aan en vroeg bij de in het huis aanwezige zieke toegelaten te mogen worden. Men wees hem de weg naar de slaapkamer. Handenwrijvend liep hij er naar toe.
De dominee had er zin in. Maar hoe zou de zieke tegenover dit bezoek staan? Over dit onderwerp gaat een proefschrift, dat onlangs werd verdedigd door dr. O.J. van der Ploeg, hervormd predikant te Kralingen. Van der Ploeg heeft vroeger zelf als verpleegkundige in ziekenhuizen gewerkt en moet dus in staat worden geacht 'van de andere kant' naar het bezoek van dominees in ziekenhuizen te kijken.
In het algemeen, concludeert hij, zijn dominees zelf tevredener over hun bezoek dan patiënten. Patiënten hebben nogal eens het gevoel dat de dominee zich schaamt voor zijn identiteit. 'Kom er maar rustig voor uit dat je dominee bent' lijken de patiënten te zeggen. 'En lees rustig uit de bijbel als je denkt dat dat nodig is. En bidden mag ook'. Met andere woorden: wees jezelf als dominee en benut de 'instrumenten' die je ten dienste staan.
Dominees zelf hebben daarentegen vaak moeite met bidden en bijbellezen, zeker op een drukke ziekenzaal. Zelf vinden ze een luisterend oor belangrijker.
Dat brengt Van der Ploeg op een volgend punt. Luisteren is belangrijk, maar je mag ook wel eens een keer iets zeggen!
De laatste dertig jaar is er in de opleiding van de predikanten sterk op aangedrongen te leren luisteren. De naam Rogers wordt daarbij telkens weer genoemd. Zijn spiegelende methode vond veel navolging. 'Ik voel me angstig', zegt de patiënt. 'O, dus u voelt zich angstig?', antwoordt de dominee. Het is duidelijk dat deze methode tot zeer goede resultaten kan leiden, maar ook kan verworden tot een echo. De bedoeling van Rogers was dat de dominee in kwestie het antwoord zo terug kon spiegelen, dat hij de zaak waar het om ging, de angst van de patiënt in dit geval, bespreekbaar wist te maken. Dus: 'U bent bang...'. Vaak is het nodig telkens weer een ander woord te gebruiken.
Een oudere benadering is die van Thurneysen, de vriend van Karl Barth. Hij meende dat pastoraat woordverkondiging is, maar, in tegenstelling tot de preek op zondag, 'tot de enkeling'. Het lijkt erop dat Thurneysen, na lange tijd uit de gratie te zijn geweest, nu weer wat terugkeert. Van der Ploeg neemt het in elk geval voor Thurneysen op en zegt in navolging van de patiënt; 'Zeg wat u te zeggen hebt!' Dat daarbij de luisterende houding niet uit het oog mag worden verloren, spreekt haast vanzelf. Een goed pastor moet beide kunnen: luisteren en het goede woord spreken. En daarbij moet hij/ zij authentiek blijven.
Dat is de mening van Van der Ploeg. Ik denk dat hij daar helemaal gelijk in heeft. Of dat altijd zo eenvoudig is, is een tweede.
Het onderzoek werd gedaan onder predikanten en patiënten van verschillende signatuur. Onder de dominees waren enkelen die vrijzinnig waren. Opvallend is dat één van hen bijna net zo actief bleek in het bijbellezen en bidden als een dominee van de Gereformeerde Bond. In totaal werden zestig dominees intensief ondervraagd naar hun praktijk in het ziekenhuis. De meesten hiervan waren gewoon gemeentepredikant.
Dominees studeren niet zo veel. Althans, dat vindt Van der Ploeg. Hij ontdekte dat de meeste pastorale literatuur niet werd gekend. Nu moet ik er direct bij zeggen, dat de boeken, die Van der Ploeg opgeeft, nogal beperkt zijn van breedte. Hij vraagt b.v. niet of de ondervraagden boeken van H. Faber kennen, die toch veel geschreven heeft over pastoraat, ook over pastoraat in het ziekenhuis. Ook het standaardwerk van Faber en Van der Schoot 'Het pastorale gesprek' ontbreekt in het aanbod. Het meest bekend is Thurneysen, concludeert Van der Ploeg.
De patiënten die Van der Ploeg heeft ondervraagd, zijn allen vrouwen die een borstamputatie hebben ondergaan. Hun antwoord op de vragen van Van der Ploeg zijn in het algemeen nogal vaag. De meesten vonden het prettig be­zoek te krijgen van een dominee, maar tegelijkertijd moesten ze bekennen dat er van een wezenlijk gesprek eigenlijk nauwelijks sprake was. (Hij zat daar maar', 'Het ging over koetjes en kalfjes'). Dat is natuurlijk wel enigszins onthullend. Dominees durven kennelijk niet door te stoten naar de echte problemen. Die liggen vooral op het terrein van de angst en de zinvraag.
De vrouwen, die ondervraagd werden over hun ervaringen met het bezoek van dominees aan hun ziekbed, zijn allemaal behandeld wegens borstkanker. Het merkwaardige is, dat door Van der Ploeg in het geheel niet is gevraagd naar de manier waarop dominees daarmee omgingen. Doet zich hier niet opnieuw het probleem voor, dat het lichaam in de kerk wordt ontkend? Wel is er enige aandacht voor nonverbale communicatie (hand geven, arm aanraken, enz.) Ook daar zijn de meeste dominees niet goed in. Een uitzondering moet gemaakt worden, aldus Van der Ploeg, voor de vrouwelijke predikanten.

Ik kan niet beoordelen of ds. Vlieger de studie van ds. Van der Ploeg recht doet, daar ik de inhoud van zijn studie helaas niet ken. Wel is het thema van groot belang. Elke dominee komt bijna wekelijks in ziekenhuizen bij gemeenteleden op bezoek. Voortdurende bezinning op wat we daar eigenlijk mee willen bereiken blijft geboden, willen onze gemeenteleden dat bezoek niet als een bezoeking gaan ervaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's