De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vader en kind

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vader en kind

8 minuten leestijd

Studies naar gezinsverbanden met een of meer kinderen richten zich doorgaans op de verhouding tussen moeder en kind. Het betreft dan vooral de problemen die zich in die relaties voordoen en de effecten daarvan. De Nederlandse Gezinsraad (NGR) vindt dat er meer onderzoek moet worden gedaan naar de relatie tussen vader en kind.
Het bezit van kinderen geeft een grote verantwoordelijkheid. Ouders zijn voor hun kinderen verantwoording schuldig aan God, Die hen hun kinderen schonk. Daarom schrijft Paulus: 'En gij vaders (hiermee worden ook de moeders bedoeld) verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt ze op in de lering en vermaning van de Heere'.
Het kwam in Efeze voor, dat vaders erg autoritair tegen hun kinderen optraden en ze hard behandelden. Paulus vindt, dat het zo niet mag gaan in de christen-gezinnen in Efeze. Er behoort wel gezag te zijn, maar dat gezag mag niet worden misbruikt! De vader, die zijn gezag misbruikt, verliest het en zondigt tegen God.

Een sprekend voorbeeld
Een sprekend voorbeeld hiervan las ik in een van de boeken van prof. Waterink, namelijk 'Moeder en haar opgroeiende kinderen'. Het gedeelte spreekt voor zichzelf en illustreert het bovenstaande. Ik geeft het volgende, weer:
'Er was in een gezin met vier kinderen een fles gebroken. Het was een heel gewone azijnfles. Toen vader ontdekte, dat er een fles voor het aanrecht in de keuken aan diggelen lag, verhief hij zijn wijze stem en sprak tot zijn elfjarige zoon: "Zo Bram, dat heb jij natuurlijk weer gedaan. Ik zie het aan je gezicht dat je het gedaan hebt. Verdwijn uit mijn ogen en ga naar bed. Dat moet je je vrije woensdagmiddag maar kosten."'
Tot zover is het verhaal ook nog niets bijzonders. Zulke dingen gebeuren er vaak. Maar het verhaal begint een beetje bijzonder te worden, omdat het nu een jongen betreft, die ineens zijn spieren strekt, zijn vader recht in de ogen kijkt en zegt: 'Vader, u vergist zich, ik heb die fles niet gebroken'. Waarop vader zei: 'Zwijg, jongen, als ik zeg dat je naar bed gaat, dan ga je naar bed'. Waarop de elfjarige zoon – ook volgens vaders latere getuigenis – kalm en waardig zei: 'Als u mij naar bed stuurt, dan doet u onrecht en onrecht is goddeloos'. Toen stond vader op en zei: 'Als je het dan niet gedaan hebt, dan ga je nu naar bed om je brutaliteit'. Waarop de jongen antwoordde: 'Kijk eens, vader, dat met die fles, daarin kunt u zich vergissen; maar dit is niet brutaal, hierin kunt u zich niet vergissen. Nu bent u alleen maar boos op mij om niets en daarom ga ik niet naar bed'. Toen is vader gaan razen. Moeder kwam er bij. Conflict tussen vader en moeder. De dominee kwam er bij en de dominee gaf vader een beetje gelijk en moeder een beetje gelijk en zo werd ik (Waterink) er bij gehaald. Vader stelde de kwestie zo: 'Afgedacht van de vraag of ik gelijk had of niet. Bram heeft mijn gezag te eren. Dat is zijn plicht en ik heb recht op eerbiediging van dat gezag door hem. Mijn vrouw heeft niet het recht om zich er mee te bemoeien, althans niet om haar kind ook een beetje gelijk te geven'. En zo werd ik dus door de vader geplaatst voor de vraag of het kind het gezag van vader heeft te erkennen ja of neen.
Ik heb toen natuurlijk onmiddellijk geantwoord: 'Ja, dat heeft een kind'. Toen zei vader: 'Zie je wel, dat ik gelijk heb!' Ik heb toen gezegd: 'Kijk eens, vader, de hele kwestie van erkenning van het gezag heeft niets te maken met de herrie, die u thuis veroorzaakt hebt. U stelt de vraag helemaal verkeerd. U had zo de vraag moeten stellen: 'Waar ligt de grens van de plicht voor een kind om de ouders te gehoorzamen als zij hun macht misbruiken?'
Vader keek mij toen zeer verwonderd aan. Ik heb daarop ongeveer het volgende betoogd: 'Kijk u eens, mijnheer, u constateerde dat Bram die fles gebroken had. Wist u dat?' 'Nee', zei vader, 'maar ik kon het vermoeden.' Ik zei: 'Waarom kon u dat vermoeden?' Waarop hij antwoordde: 'Ik zag dat hij uit de keuken kwam en weg wilde lopen toen ik er aan kwam'.
Ik heb het hele gesprek hier niet te vertellen, maar ik ben begonnen met het pogen vader duidelijk te maken, dat hij al dadelijk begon zijn gezag als vader deerlijk te misbruiken. Vader heeft zeker gezag over zijn kind; maar vader heeft niet het recht om, op grond van dat gezag, zijn kind, als het hem belieft, op een mooie woensdagmiddag in bed te stoppen, eenvoudig omdat hij zich vergist in het doen en laten van het kind. Een vader heeft verder geen enkel recht om, als deze jongen eerlijk zegt dat vader zich vergist, dat brutaal te noemen. Dat is niet brutaal. Bram behield een volkomen correcte houding; iets wat vader, ik herhaal dat, zelf erkende. Heel het beroep van vader op de plicht van het kind om zijn gezag te erkennen, is dan ook weinig anders dan een poging van vader om een dogma te gebruiken in dienst van de handhaving en bescherming van zijn eigen drift en zijn eigen onbekookte houding. Waar ligt de grens voor het recht van de ouders om van de kinderen absolute gehoorzaamheid te vragen? Dat is een uiterst belangrijk probleem. Laat ik beginnen met te zeggen, dat meestal, wanneer het vraagstuk zo expres en welbewust gesteld wordt, er al iets kapot is. Als een kind zich afvraagt, of ook als vader zich afvraagt, waar eigenlijk ergens de grens is van de plicht der kinderen om te gehoorzamen, och, dan wringt er al iets. Bram uit het verhaaltje boven, wist al lang dat er iets wrong en Bram had met de verloofde van zijn oudste zuster lang en breed over deze dingen gepraat, al was hij dan nog maar elf jaar. Later zei Bram tegen mij: 'Ja, ik wil niet zo worden als vader en ik voel, dat als ik mij altijd onder vaders knoet buig, ik dan word zoals vader, en dat wil ik in geen geval'. Wij voelen dus het verzet.

En Bram was daarom zo rustig, omdat hij er zichzelf op voorbereid had, dat zoiets eens komen zou. Bovendien is Bram een zeer pientere en alleraardigste jongen.
Maar als wij dan erkennen, dat het eigenlijk al kapot is wanneer zulke vragen gesteld worden, dan is het van de andere kant toch ook waar, dat het zijn nut kan hebben om ons te bezinnen over de vraag van de grenzen van het ouderlijk gezag. Niet omdat ik verwacht, dat u allen eens in de situatie zult komen waarin de vader van Bram was; zeker niet. Maar wel om iets anders. Juist opdat u bewaard wordt voor foute toepassingen van uw gezag en opdat u in staat gesteld wordt uw eigen plichten zo te vervullen, dat u de rechten op uw gezag kunt handhaven.
We moeten dit punt dan ook wel uitvoeriger behandelen. Nu maak ik vooral echter een opmerking. Die opmerking is deze. Wij moeten erg voorzichtig zijn met het spreken van onze rechten. Mensen die het praten over hun rechten vooraan in de mond hebben, lopen altijd op een heel gevaarlijke bodem. Is het waar, dat u zonder meer recht hebt het gezag over uw kinderen uit te oefenen?
Nee. 'Zonder meer' hebt u dat recht zeker niet. Want u kunt dit recht nooit losmaken van uw plicht als ouder tegenover God. Calvijn heeft het eens zo heel mooi gezegd: 'Wat spreekt een mens van zijn rechten? Zeker, ik ben bereid hem rechten toe te kennen, maar dan zo, dat ik zeggen wil, dat hij geen andere rechten heeft, dan de rechten op zijn plichten'.
Maar daaruit volgt ook, dat, zodra u niet uw plicht vervult, uw recht ook meteen verdwenen is.
De vader van Bram verzuimde zijn plicht, toen hij zijn jongen lukraak beschuldigde van iets, wat hij niet gedaan had, en op dat zelfde ogenblik verloor hij zijn vaderrecht. Ouders, handhaaf uw ouderplicht ten opzichte van God en ten opzichte van uw kinderen. Dan alleen kunt u ook spreken over een ouderrecht.

Luther
Vele malen wees Luther de vaders op hun priesterschap. Hij sprak over het gezin als een miniatuur kerkgemeenschap, waarin de huisvader dezelfde functe heeft als een predikant in de gemeente.
We lezen in Jesaja 38 vers 19: 'De vader zal de kinderen Uw waarheid bekend maken'. Luther schreef: 'Gods Woord is de enige basis voor de samenleving van de christenheid in haar drie kringen van familie, staat en kerk. En dat Woord is Christus. Want wij zijn het niet die de Kerk in stand kunnen houden. Onze voorvaders zijn het ook niet geweest. En onze nakomelingen zullen het evenmin zijn. Maar Hij is het geweest, is het nog en zal het zijn, van Wie er staat in Hebr. 13 : 8: Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vader en kind

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's