De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkorde máákt de kerk niet maar kan haar wel bréken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkorde máákt de kerk niet maar kan haar wel bréken

De zesjaarlijkse stemming

7 minuten leestijd

Door middel van bijgaand artikel wil het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond uitdrukking geven aan zijn diepe bezorgdheid over ingrijpende Kerkordewijzigingen in de Hervormde Kerk, in het bizonder over de voorgenomen wijzigingen inzake de verkiezing van ambtsdragers. Red.

De gemeenten binnen de Nederlandse Hervormde Kerk moeten de laatste tijd heel wat ingrijpende kerkordewijzigingen verwerken. We noemen:
1. De classicale herindeling. Het aantal classes binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en het aantal classes binnen de Gereformeerde Kerken wordt gelijk getrokken, met dezelfde grenzen.
2. De kwestie bestuur en beheer. Elke gemeente moet voor het kerkvoogdelijk beheer een aantal ouderling-kerkvoogden benoemen.
3. De perforatie van gemeentegrenzen. Wanneer redenen van pastorale aard daartoe nopen, kunnen, middels een bepaalde procedure, lidmaten in de registers worden ingeschreven van een andere gemeente dan van die, waartoe ze behoren.
4. De vrouwelijke consulent. Bij predikantsvacatures kan niet meer 'automatisch' vrijstelling worden verleend van een vrouwelijke consulent.


In de zomer van 1989 heeft zich in de kerk bovendien veel commotie voorgedaan, gezien het toen voorgenomen beleid, dat kerkeraden geen tucht meer zouden mogen oefenen inzake homosexuele praxis. Door een latere bijstelling van de besluitvorming zijn toen onoverzienbare problemen nog op tijd voorkomen. Maar in de gemeenten is sindsdien in toenemende mate de vraag aan de orde: wat gaat er in de toekomst allemaal van bovenaf opgelegd worden? Daarbij voegt zich ook de grote moeite, die vele gemeenten hebben met Samen op Weg. Staan de vele kerkordewijzigingen, die in zo korte tijd worden doorgevoerd, niet onder de druk van het voortgaande proces van Samen op Weg en bevorderen de wijzigingen op zich weer niet het proces zelve?

Zesjaarlijkse stemming
Intussen dient zich nu opnieuw een kerkordelijke kwestie aan, namelijk de zesjaarlijkse stemming.
Tot nu toe kent de hervormde kerkorde drie wijzen van verkiezing van ambtsdragers:
1. De gemeenteleden stellen zelf de candidaten (iedere candidaat gesteund door minstens 10 lidmaten), de kerkeraad zet ze allen op een lijst, eventueel aangevuld met namen, die de kerkeraad zelf opvoert, en de gemeente kiest. Degene, die het hoogste aantal stemmen heeft verkregen, is gekozen.
2. De gemeenteleden delegeren hun verantwoordelijkheid gedeeltelijk aan de kerkeraad. Zij kunnen aanbevelingen doen aan de kerkeraad en de kerkeraad stelt zelf dubbeltallen, waaruit de gemeente kiest.
3. De gemeenteleden laten alles aan de kerkeraad over. Deze vult bij vacatures zichzelf aan.


Alle drie deze mogelijkheden functioneren in de breedte van de Hervormde Kerk. Ook in hervormd-gereformeerde gemeenten is er, wat dit betreft, sprake van driestromenland. De laatstgenoemde methode wordt voornamelijk daar toegepast, waar alleen met centráál beleid een verantwoorde aanvulling van de kerkeraad gerealiseerd kan worden of verder ook waar de gemeente 'het wel gelooft'.
Eenmaal per zes jaar heeft de gemeente echter de mogelijkheid om zelf te bepalen hoe men de kerkeraadsverkiezing wil. In die gevallen, waarin de kerkeraad onvoldoende rekening houdt met wat (ook) de gemeente wil (bij de tweede mogelijkheid van verkiezing), gebeurt het, dat de gemeente de verkiezing van de kerkeraad geheel aan zichzelf trekt (het eerste geval). Als zodanig heeft de gemeente de mogelijkheid te corrigeren, waar dat gewenst is. In het algemeen functioneert echter de tweede mogelijkheid (gemeente en kerkeraad sámen) tot tevredenheid.

Voorstel
Op de novembersynode 1991 lag nu een voorstel van de Kommissie voor Kerkordelijke Aangelegenheden (KOA) om de verkiezing van ambtsdragers in zoverre te vereenvoudigen, dat men de zesjaarlijkse stemming wil laten vervallen en over wil gaan op één methode van verkiezing, en wel zó, dat het stellen van de candidaten en de keuze daaruit geheel een zaak van de gemeente zou zijn. Het voorstel bedoeld de betrokkenheid van de gemeenteleden te bevorderen. Op deze wijze zou het allemaal democratischer toegaan.

Ter synode zelf werden intussen al zeer kritische geluiden gehoord. De voorstellen — in eerste lezing — werden dan ook met een krappe meerderheid aanvaard (30 stemmen vóór, 24 stemmen tégen). Nu moeten eerst de classicale vergaderingen worden geraadpleegd, waarna de synode definitief zal beslissen.
Hoewel het in de bedoeling ligt om de zaak vóór november van dit jaar rond te hebben (met het oog op de dan weer verplichte zesjaarlijkse stemming) vernamen we uit Leidschendam, dat het zeer de vraag is of de synode er in juni aan toe kan komen. De kwestie van de herindeling van de classes is een complicerende factor. In ieder geval zijn de stukken nog niet ter consideratie naar de classes verzonden.

Onoverkomelijke bezwaren
We spreken hier de uitdrukkelijke wens uit, dat deze voorstellen geen (schijn van) kans zullen maken.
Nadrukkelijk stellen we daarbij voorop, dat de tweede mogelijkheid, namelijk waarbij gemeente en kerkeraad sámen bepalen hoe de verkiezing plaatsvindt, de voorkeur verdient. Dit vanwege het feit, dat enerzijds het kiezen van de leden der kerkeraad voluit een zaak van de gemeente is, terwijl anderzijds een kerkeraad zelf geroepen is toezicht te houden over de gemeente, waarvan de verkiezing van ambtsdragers niet is uitgesloten.
Geen enkele kerkeraad heeft het recht de gemeente als onmondig te beschouwen en haar uit te sluiten van invloed bij de verkiezingen. In Handelingen 1 lezen we dat niet de 11 apostelen een keuze doen maar de 120, die met hen waren vergaderd, onder leiding van Petrus.
Anderzijds heeft de kerkeraad zelf, staande tussen God en de gemeente, ook hier een eigen, toezichthoudende taak. Ambtsdragers zijn 'van de gemeente en mitsdien van God geroepen'.


Als er derhalve al reden is om tot één wijze van verkiezing over te gaan, kieze men voor déze methode, namelijk die van gedeelde verantwoordelijkheid, en niet voor die van het leggen van de verantwoordelijkheid bij de gemeente alléén.
De redenen, waarom we afwijzend staan tegenover de nu voorliggende voorstellen, vatten we samen in vijf punten.
1. Het ambt is geen maatschappelijke functie en derhalve mag (verkiezing van) de ambtsdragers geen puur democratische aangelegenheid zijn. De kerkeraad zelf houde een eigen verantwoordelijkheid vanuit het haar opgedragen toezicht, waarvan ook een stabiliserende werking mag uitgaan, omdat de kerkeraad het gehéél van de gemeente kan overzien.
2. Bij de nu vigerende zesjaarlijkse stemming heeft de gemeente de mogelijkheid te corrigeren, namelijk wanneer een kerkeraad niet díént maar héérst en macht oefent, doordat zij geen rekening houdt met de gemeente. In dat uiterste geval mag de gemeente de gelegenheid hebben de candidering geheel aan zich te trekken om er zo zorg voor te dragen, dat een kerkeraad wordt verkozen, die de gemeente, zonder af te dingen op het ambtelijk gezag, ook echt dient.
3. Wanneer in elke gemeente de candidering en de verkiezing van ambtsdragers geheel in handen wordt gelegd van de gemeente is te voorzien, dat een heilloze verkiezingsstrijd in tal van gemeenten het gevolg zal zijn. De verhalen uit een nog niet zo ver verleden zijn in dit opzicht veelzeggend, namelijk toen 'jan en alleman' werden opgetrommeld om een bepaalde partij aan de macht te brengen. Allerlei gemeenten, zeker modaliteitsgevoelige gemeenten, zullen stuurloos worden, als de voorstellen doorgang vinden.
4. Dat zelfs doopleden (boven 18 jaar) de mogelijkheid moeten krijgen om zo aan het democratiseringsproces deel te nemen is veelzeggend. Ambtsdragers behoren belijdende lidmaten te zijn en als zodanig ook door lidmaten te worden gekozen. Juist door het inschakelen van doopleden kunnen ook allerlei marginaal meelevende mensen een vinger in de pap krijgen, waarmee het rechte functioneren van het' ambt niet is gediend.
5. De kerk staat onder een permanente en toenemende druk van de feministische beweging. Het is voorspelbaar, dat, bij de nu beoogde eenvormigheid van verkiezing, vrouwen(groepen) de kans krijgen en grijpen zullen om vrouwelijke candidaten te stellen, mogelijk ook daar, waar de vrouw in het ambt principieel wordt afgewezen. Het is te voorzien, dat de voorstellen problemen zullen scheppen, waarbij het geweten van velen in het geding zal zijn.

Een absoluut nee
We hopen van harte, dat breed in de kerk een zeer beslist nee zal worden uitgesproken tegen de voorstellen, zoals die nu ter tafel liggen.
Verder mag hier in het algemeen wel de waarschuwing aan worden verbonden om de gemeenten niet nog verder kopschuw te maken vanwege telkens nieuwe voorstellen, die moeten worden verwerkt. De veel­heid van (essentiële) wijzigingen brengt nu reeds grote onrust teweeg.


Een kerkorde zal de kerk en de gemeente moeten dienen. Ze máákt de kerk en de gemeenten niet. Maar ze kan met name de gemeenten wel bréken, zeker in een geschakeerde kerk als de Nederlandse Hervormde Kerk nog steeds is en zeker als er dan sprake is van een (bij meerderheid) héérsende synode. Dit zal het geval zijn, waar de kerkorde een dwingend harnas wordt. De gemeente mag evenwel niet worden gedwongen te gaan in een harnas, waarin ze niet gaan kàn. Dat kan op den duur niet zonder ernstige gevolgen blijven. Daarom roepen we de classicale vergaderingen op om deze voorstellen ondubbelzinnig te verwerpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerkorde máákt de kerk niet maar kan haar wel bréken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's