De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verzoening en gerechtigheid in de moderne theologie (3)

Bekijk het origineel

Verzoening en gerechtigheid in de moderne theologie (3)

11 minuten leestijd

Geen goedkope genade
Het verwijt van de voorstanders van de moderne visie aan hen die vast willen houden aan de klassieke belijdenis is tweeledig. Enerzijds is er de klacht, dat dit klassieke getuigenis leidt tot een goedkope berusting, waarbij men de nood van mens en samenleving laat voor wat ze is. Daarnaast is men van oordeel dat de orthodoxe opvatting een versmalling betekent ten aanzien van het bijbels getuigenis, met name het Oude Testament.
Vooral dat laatste moet allen die willen spreken naar de Schrift en in verbondenheid met de belijdenis der vaderen prikkelen. Laten we bedenken dat een orthodoxe geloofsbeleving op zich geen waarborg is tegen onbijbelse inzichten. Een prediking van de verzoening die voedsel zou geven aan de gedachte dat schuldvergeving een vanzelfsprekende zaak is, en die niet leidt tot verandering en vernieuwing is inderdaad een versmalling, een ernstig bijbels tekort!
Het is goed om te bedenken, dat de belijdenis van de kerk voor deze gevaren wel degelijk oog heeft. We wijzen op de Heidelberger Catechismus. Nadat in zondag 15 en 16 in alle klaarheid gesproken is over de wegneming van de vloek door de kruisdood van Christus, wordt in zondag 16 gevraagd: 'Wat verkrijgen wij nog meer door het offer en de dood van Christus aan het kruis?'
En het antwoord luidt: dat door Zijn kracht onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven wordt opdat de kwade begeerten van het lichaam in ons niet meer regeren, maar dat wij onszelf Hem als een offer van dankbaarheid offeren'. Hier wordt duidelijk beleden, dat de verzoening tot uitwerking wil komen in een leven van zelfverloochening en navolging. We worden er door de Geest bij betrokken opdat we zouden leven uit de verzoening: verzoening èn verandering.
In zondag 24 wordt de gedachte, dat de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze zorgeloze mensen zou kweken met klem afgewezen. 'Het is onmogelijk dat wie in Christus is ingeplant door een waarachtig geloof, niet zou voortbrengen vruchten van dankbaarheid'.
Het is onmogelijk! Met andere woorden: het zou vloeken met de prediking van het 'door genade alleen'. Gerechtigheid is een Godsgeschenk. Ze wordt ons toegerekend en we mogen die ontvangen in het geloof. Om dan uit die gerechtigheid te leven en Gods bevrijdend recht op te richten op de aarde. Zo staat het in de Romeinenbrief, als we tenminste na hoofdstuk 3 doorlezen en het appèl van Romeinen 6 om onze leden als wapenen der gerechtigheid te stellen ten dienste van God tot ons laten doordringen.
We zagen in de vorige bijdrage, hoe in de gereformeerde belijdenis de gave van de gerechtigheid en het appèl tot gerechtigheid bijeen gehouden worden in Jezus Christus, Die onze gerechtigheid is. Tussen jodendom en christendom blijft dan ook als beslissende vraag staan: wie is Jezus Christus?

Concreet spreken
Van het jodendom kunnen we overigens leren hoe concreet de Bijbel spreekt over het heil. Vrede, als vrucht van de verzoening, is meer dan zielevrede. Het is de vrede die van God komt, herstel van de gebroken relatie met Hem, maar deze vrede waaiert voorts uit over de lengte en breedte van ons bestaan, tot in het politieke en sociale toe. Juist joodse bijbeluitleggers hebben ons geattendeerd op dit concrete van het bijbelse spreken.
We hebben daardoor ook leren zien dat de profetische heilsprediking weliswaar zijn vervulling vindt in Christus, maar niet vergeestelijkt mag worden. Verzoening met God en gerechtigheid als gave van God door Christus vormen de grond voor de hoop op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, op de vrede ook voor Jeruzalem!
De Bijbel spreekt rijker over verzoening dan onder ons nogal eens gebeurt. Zo horen we in Kolossenzen 1 de apostel met nadruk spreken over de wereldwijde dimensie van de verzoening. God verzoent door Christus alle dingen met Zichzelf. Dat is geen algemene verzoening, want in Kol. 1 : 23 wordt nadrukkelijk gewezen op de betekenis van het geloof als de weg om in die verzoening te delen. Maar tegelijk moeten we dat wereldwijde aspect niet laten verdwijnen. Het vredestichtend werk van Christus door Zijn kruis strekt zich verder uit dan tot de harten van de mensen. Ook de machten zijn door Hem ontwapend en zullen eens teniet gedaan worden. We zullen het joodse protest tegen christelijke verinnerlijking terdege moeten honoreren en worden dan ook door moderne theologen geroepen tot herbezinning, tot een opnieuw ontdekken van vergeten dimensies van de Schrift.

Coöperatief denken
Dat neemt niet weg dat we tegelijk ernstige bezwaren koesteren tegen de judaïserende opvatting van christelijke theologen in hun spreken over verzoening en gerechtigheid. We menen dat ze leidt tot een ernstige reductie van de bijbelse prediking.
Waar komt dat accent op onze bijdrage inzake verzoening en gerechtigheid vandaan? Op de achtergrond staat de joodse visie op het verbond waarbij God en mens als partners samenwerken. Prof. dr. H. Jonker noemde dat een vorm van coöperatief denken.
Voor een denker als Buber is het zo dat mensen moeten meewerken aan de verlossing van de wereld. God en mens zijn partners in het verbond. God staat garant voor de uiteindelijke vervulling maar Hij heeft mensen nodig om Zijn Rijk te realiseren. Partnerschap betekent wederkerigheid. Ieder mens is geroepen tot de messiaanse taak om door omkeer mee te werken aan de verlossing. De christelijke leer van zonde en genade doet volgens Buber afbreuk aan dit coöperatieve partner-denken. Buber is één stem in het jodendom. Niet ieder deelt zijn denken. Maar de partnergedachte komen we bij meerderen tegen.

Verbond wat anders dan partnerschap
We zien bij christelijke theologen invloed van de joodse partnergedachte in hun denken over het verbond. We denken aan de verbondsleer van Berkhof. Het verbond is voor hem Gods genadige beschikking, maar impliceert tegelijk twee partijen waarin God, de ene partner, ruimte maakt voor de inbreng van de mens en macht afstaat aan de mens. Zeker, de menselijke inbreng faalt en komt pas tot zijn recht in het optreden van de nieuwe mens, de ware verbondspartner Jezus, wiens humaniteit heil betekent, dat bezegeld wordt door Zijn dood.
Bij Berkhof worden deze gedachten telkens doorkruist door klassiek reformatorische noties. Veel verder gaat mevr. Flesseman-van Leer. Zij wil meer overnemen van de joodse mensvisie, waarin de verwezenlijking van het verbond mede afhankelijk is van de gehoorzaamheid van de menselijke verbondspartner.
In deze visie van verbond als partnerschap past een denken over persoon en werk van Jezus Christus, waarbij Deze helemaal 'van onderen' gezien wordt; Jezus de ware mens, de gehoorzame, unieke Jood.
Ook laat zich dan verstaan dat de nadruk niet zozeer op Jezus' verzoenend sterven valt, maar veel meer op Zijn getuigend leven, dat zijn bekroning vindt in de dood van deze Getuige die ons roept tot navolging.
We bevinden ons hier in een ander klimaat dan in het bijbels-reformatorisch spreken over verbond en verzoening. Prof. dr. H. Jonker heeft het eens kernachtig als volgt omschreven: 'Samenvattend formuleer ik Bubers denken als co-operatief denken, samen met God komen wij op voor de gerechtigheid in de wereld. Paulus' denken zie ik als contrasterend denken. In kruis en opstanding – de door Buber afgewezen knoop, in het koord van het joodse Messiasgeloof – is de grootste fundamentele tegenstelling in de grondproblematiek van mens-zijn en wereld-zijn, namelijk die van zonde en genade, van dood en leven, van licht en duisternis, van hemel en aarde blootgelegd en overwonnen.'
Dat is de boodschap van profeten en apostelen, psalmisten en evangelisten, een boodschap die misschien door Paulus het duidelijkst is verwoord. Is het zo vreemd dat elke vernieuwing in de kerk begint met een herontdekking van Paulus' machtige Christusprediking? We wijzen de partnergedachte af. Ze doet naar onze mening geen recht aan het bijbels spreken over het verbond. Verbond is in de Schrift Diathèke, eenzijdige souvereine genade – beschikking van God; in geloof ontvangen en beantwoord in een nieuwe gehoorzaamheid, dat wel, maar toch: eenzijdige beschikking. God en mens zijn geen partner, veeleer 'strijdige partijen'. De Bijbel spreekt over hen die leven uit Gods verbondsgeheimen als over Gods gunstgenoten, degenen die Hem vrezen en in Hem geloven.
Het initiatief ligt bij God. Hij heiligt, verzoent, redt en bevrijdt zijn volk. De breuk in het verbond vanwege onze schuld en vijandschap wordt door Hemzelf geheeld. Daarom staat in het centrum van de Thora de offerdienst, het altaar van de verzoening, heenwijzing naar Hem Die Priester en Offer is. De partner-gedachte kan er snel toe leiden te menen dat de werkelijke beslissing bij de mens ligt, hetzij deze geacht wordt de eerste of de laatste stap te zetten. De Kerk verkondigt dat God altijd weer de Eerste en de Laatste is (vgl. 1 Joh. 4 : 9 vv).

Verzoening komt dan ook niet door omkeer en boete tot stand. God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende (2 Kor. 5 : 18). Van ons wordt gevraagd dit in het geloof te laten gelden: 'Laat u met God verzoenen'. In verootmoediging en geloof mogen we leven uit dit genadewonder dat er Een geweest is, die in de vuurlinie van Gods toorn is gaan staan, verzoening heeft aangebracht en het leven voor ons heeft verworven.
Dat is de troost van het evangelie van de blijde ruil voor aangevochten mensen. Mijn diepste bezwaar tegen de hier geschetste moderne visie is dat zij niet waarlijk troost. Mensen worden ten diepste verwezen naar zichzelf en hun mogelijkheden. Maar met zo'n ethisch optimisme loop je vast. Paulus' prediking aangaande onze verdorvenheid vormt de keerzijde van zijn prediking van de verzoening. Er is geen sprake van een zondepessimisme dat mensen de put inpraat, maar veeleer van vreugde om dit genadige wonder in de bittere werkelijkheid van een verloren wereld. Juist het Kruis onthult ons waar menselij­ke humaniteit op uitloopt zonder verzoening van de schuld.

Verzoening en verlossing
In het hart van de prediking van verlossing en bevrijding staat het gebeuren van de verzoening. Geen exodus zonder Paaslam! Maar hoe zit het dan met het joodse verwijt dat christenen door zo'n sterke nadruk te leggen op verlossing door het kruis geen oog meer hebben voor de gebrokenheid van de wereld?
Naar mijn mening dienen we verzoening en verlossing te onderscheiden. Juist wie gelovig leeft uit het geheim van de verzoening, weet van het lijden, de gebrokenheid, het zuchtend verlangen (vgl. Rom 8 : 1 vv, 18 vv). Ik wijs ook op de brief aan de Hebreeën met zijn indrukwekkende prediking van Christus, de Hogepriester, Die eens en vooral het offer gebracht heeft dat ons spreekt van verzoening en heil. Eens en vooral. Er is in het midden van de tijd op Golgotha iets geschied wat van beslissende betekenis is voor de geschiedenis tot aan de voleinding. De boekrol ligt in de handen van het Lam (Openb. 5). Op dit punt gaan kerk en synagoge uiteen.
Maar tegelijk is de Hebreeënbrief de brief van het trekkend Gods volk door de woestijn van deze wereld onderweg naar het nieuwe Jeruzalem. En het laatste bijbelboek is het troostboek voor de martelaren die roepen: 'Hoe lang nog!'
Gemeente onderweg! En deze weg is de weg van de navolging waarop de gemeenschap met het lijden van Christus ons niet bespaard blijft. 'Wij hebben hier geen blijvende stad, maar we zoeken de toekomende', roept de schrijver zijn lezers toe: 'Laat ons tot Christus uitgaan buiten de legerplaats. Zijn smaadheid dragende' (Hebr. 13 : 13-14).
Juist wie weet van verzoening met God, kent de smart en de pijn om de gebrokenheid in Gods schepping. Dan komt er een hunkering naar de gerechtigheid van dat Koninkrijk waar God recht zal doen aan allen die op Hem hopen en waar verdrukkers verbrijzeld worden. Die hunkering moge tot uiting komen in tekenen van solidariteit en naastenliefde, in een leven voor de gerechtigheid. Niet in de waan, als zouden wij daarmee als partners van God Zijn Rijk stichten. Wel mogen we zeggen: De Heere richt door Zijn Geest Die mensen inspireert, tekenen op van Zijn Rijk tot vertroosting van Zijn gunstgenoten.
Wetend van het lijden van de nu-wereld worden we bewaard voor een onbijbels triomfalisme. Geloof in de verzoening is aangevochten geloof. Niettemin blijft de troost. Omdat we weten dat het op Golgotha volbracht is mogen we waakzaam en werkzaam, biddend en dienend uitzien naar de dag waarop Gods Koninkrijk tot openbaring komt en alles zal bloeien door de vrede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verzoening en gerechtigheid in de moderne theologie (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's