Combisynode te Lunteren
Vorige week vrijdag (31-1) en zaterdag (1-2) werd in De Blije Werelt te Lunteren weer een gecombineerde synode gehouden. Vrijdagavond stonden enkele kerkordelijke regelingen op de agenda. Zo moesten in verband met de aansluiting van de Evangelisch-Lutherse Kerk (ELK) de spelregels voor de Combisynode aangepast worden. Er gebeurde weinig opzienbarends. Diaken Visser uit Zwijndrecht trachtte het nogal ingewikkelde art. 19 te vereenvoudigen door voor te stellen gewoon te beslissen bij meerderheid van stemmen (in art. 19 is nu geregeld dat als het aantal tegenstemmers groter is dan de helft van de synode die het kleinste aantal leden heeft, de voorzitter de drie synoden vraagt zich afzonderlijk uit te spreken). Hij vond de invloed voor de ELK zo te groot. Deze synode heeft 40 stemmen terwijl zij 'slechts' 20 tot 30.000 leden vertegenwoordigt. Hij rekende even voor dat hij met de afgevaardigde van de gereformeerde classis Dordrecht ongeveer net zoveel leden vertegenwoordigt. Hij betrok hier ook nog eens de Gereformeerde Bond bij die slechts met vijftien synodeleden een veelvoud aan mensen representeert. Op zich gunde hij de ELK 40 stemmen maar de macht van '21 Lutheranen' kon wel eens te groot zijn. Zijn gelijk bleek zaterdagmorgen toen ds. Boomsma als praeses de Luthersen dringend moest verzoeken om niet voortijdig de vergadering te verlaten, omdat het vertrek van nog eens twee zou betekenen dat er geen besluiten meer genomen zouden kunnen worden!
'Kleine synode'
Meer vuur kwam er in de discussie toen de huishoudelijke regeling voor de nieuwe 'kleine synode' aan de orde kwam. Dat er zo'n kleine synode moest komen om efficiënter bepaalde zaken te kunnen behandelen was reeds eerder besloten, maar de op tafel liggende regeling maakte nu duidelijk hoe deze vergadering zal gaan functioneren.
De gereformeerde predikant ds. W. Barendrecht uit Hendrik Ido Ambacht en de hervormde ds. P. van der Kraan uit Bleskensgraaf zorgden samen voor de nodige spanning. Eerstgenoemde nam er geen genoegen mee dat hij als synodelid niet het recht zou hebben om als toehoorder desgewenst ook de vergadering van de kleine synode te kunnen bijwonen, terwijl ds. Van der Kraan ernstig protesteerde tegen het feit dat in het voorstel niets te vinden was van een positieve terugkoppeling naar de volledige synode. Met de notulen in de hand herinnerde hij de vergadering aan de belofte die drs. Van Drimmelen (de kerkrechtspecialist van de Geref. Kerken) hem destijds nadrukkelijk over zo'n terugkoppeling gedaan had. Toen hierna mevr. Punt als moderamenlid van de Geref. Kerken verklaarde dat haar moderamen er zonder meer van was uitgegaan dat de kleine synode een open vergadering zou zijn was de spanning kompleet. Ds. Barendrecht deed een voorstel van orde om de behandeling van dit agendapunt uit te stellen. De praeses probeerde het ordevoorstel te veranderen in een besluitvoorstel om te voorkomen dat de regeling van de 'kleine synode' doorgeschoven zou worden. Dit lukte tijdelijk. Ds. Barendrecht kwam op z'n ordevoorstel terug. Na een korte schorsing werd toegezegd dat het agendapunt verschoven werd naar de volgende dag en dat de kerkordespecialisten dan een voorstel op tafel zouden leggen om aan de bezwaren tegemoet te komen. Dat bleek zaterdag zodanig waargemaakt te zijn dat de nieuwe regeling alsnog met één tegenstem aangenomen kon worden.
Commentaar
Het bevreemdt mij steeds weer dat als een zaak 'die er echt door moet' vast dreigt te lopen er ineens (soms zelf verregaande) tegemoetkomende voorstellen kunnen komen, waartoe dezelfde redelijke argumentatie zonder die druk niet in staat is. Wat dat betreft is er soms niet zoveel verschil met de politiek. Ik wil er echter wel aan toevoegen dat ik respekt heb voor de wijze waarop drs. Van Drimmelen steeds weer objectief probeert te verwoorden wat door vragenstellers bedoeld wordt.
Als tweede opmerking wil ik hier aan toevoegen dat het nu bij de vorming van het Hervormd Breed-Moderamen (dat straks het Hervormde deel van de 'kleine synode' vormt) van het allergrootste belang is dat deze een nauwkeurige afspiegeling vertoont van het aantal hervormd-gereformeerde synodeleden. Hierbij dienen procenten eerder naar boven dan naar beneden afgerond te worden. Ook in de 'kleine synode' moet het geluid van hen die bezwaren tegen en moeite hebben met het SOW-proces duidelijk gehoord worden, opdat de vervreemding niet groter wordt. Het signaal dat diaken Visser afgaf over het aantal personen dat vertegenwoordigd wordt, mag best ter harte genomen worden.
Voortgang Samen op Weg
Vrijdagavond deed ds. B. Wallet, de secretaris van de Raad van Deputaten Samen op Weg, verslag van de huidige stand van zaken. Eerst ging hij echter in op de geestelijke zin die aan SoW ten grondslag ligt. Het gaat om wederzijdse verdieping van het geloof en wederzijdse nieuwe opbouw. Hij verwacht van SoW een geestelijk reveil. De nieuwe kerk moet spiritueel zijn. Eenwording en vernieuwing dienen hand in hand te gaan. Dat zijn de twee pijlers van dit proces. Zij zijn niet los verkrijgbaar. De drie partners moeten niet kleurloos gelijkgeschakeld worden maar met datgene wat ieder eigen is elkaar aanvullen en verrijken.
Hierna lichtte ds. Wallet aan de hand van tien punten de huidige ontwikkelingen van het SoW-proces toe. De oud-praeses van de Hervormde synode bleek in de negen maanden waarin hij in zijn nieuwe funktie bezig is al heel wat op stapel of opnieuw in beweging gezet te hebben. Een en ander is mede gevolg van het feit dat de ontwikkelingen op plaatselijk niveau niet meer door de secretaris begeleid behoeven te worden, waardoor hij de handen vrij heeft om zijn aandacht te geven aan coördinatie en communicatie op landelijk niveau. Op de najaarssynode hoopt de 13 personen tellende commissie die zich bezighoudt met de formulering van de grondleggende artikelen voor de nieuwe gemeenschappelijke kerkorde het resultaat van een bijna onmogelijke opdracht aan te bieden. Deze bepalingen zijn het meest fundamenteel voor de totstandkoming van de SoW-hereniging. (Juist dan zal de Hervormde synode vanwege de classical herindeling voor een heel groot deel bestaan uit nieuwe synodeleden. Het zal m.i. dan van het allergrootste belang zijn dat zij ondersteund worden door een begeleidingscommissie vanuit de classis.)
Mensen in wording
Zaterdag kwam het rapport 'Mensen in wording', theologische, ethische en pastorale overwegingen bij nieuwe voortplantingstechnieken en prenataal onderzoek aan de orde. In hfst. 2 wordt eerst enige medische en biologische informatie gegeven over de belangrijkste terreinen van nieuwe voortplantingstechnieken (o.a. de zgn. reageerbuisbevruchting); het ingrijpen in humaan erfelijk materiaal; prenatale diagnostiek en het onderzoek met embryo's. Naast de verklaring van hetgeen er gebeurt, vinden we daar ook een inventarisatie van de belangrijkste ethische vragen. Hfst. 3 is gewijd aan een aantal principiële theologische overwegingen. Mogen wij en zo ja in hoeverre ingrijpen in de schepping? Wat is de morele status van het menselijk embryo? Wat zijn de ethische aspecten van kunstmatige voortplantingstechniek; is gerichte abortus theologisch en ethisch verantwoord? In hfst. 4 worden tenslotte enkele overwegingen genoemd die in de pastorale omgang met de aan de orde zijnde vraagstukken van belang zijn. Het is ondoenlijk de inhoud van dit rapport weer te geven. Ik denk dat een uitvoeriger behandeling en becommentariëring ook in dit blad gewenst is.
Prof. dr. E. Schroten gaf bij de inleiding op de discussie nog eens nadrukkelijk te verstaan dat het bij dit rapport niet gaat om een formulering van een officieel kerkelijk standpunt, maar om het geven van een handreiking voor een discussie die in de gemeente op gang moet komen.
Verbetering en verbeteren
Het rapport is erg overzichtelijk en inzichtelijk. Het is ook voorzichtig. Dr. Hoek sprak zelfs over een gelukkige verschuiving in vergelijking met het Hervormde rapport over abortus provocatus. In plaats van over toenemende waarde van de embryo wordt er nu gesproken over toenemende beschermwaardigheid. 'De tijd dat er over een klompje cellen gesproken kan worden worden is nu voorgoed voorbij', zo zei hij. Tegelijk gaf hij aan te hopen dat deze positieve ontwikkeling zich doorzet tot het punt waarop het komen moet. Hij citeerde enkele artikelen die nog enige zwakke plaatsen in het rapport aantoonden.
Oud. B. van Bokhoven uit Linschoten wees er op dat wij ook bij beginnend leven niet mogen toegeven aan een verminderde beschermwaardigheid, waarbij de onaantastbaarheid pas ontstaat aan het einde van een oplopende lijn. Hij sprak zijn waardering uit dat wel een aantal publicaties en overwegingen van het Prof. dr. Lindeboominstituut vermeld zijn, maar sprak tevens uit het zeer te betreuren dat deze in de conclusie niet terug te vinden zijn.
Dit zijn slechts twee stemmen uit de lange reeks van sprekers. Sommigen plaatsten de enorme uitgaven van het wetenschappelijk onderzoek in het licht van de nood van de wereld, anderen trokken de lijnen door naar plant en dier.
Commentaar
Ik vond het heel erg dat de bespreking van dit belangrijke rapport onder tijdsdruk kwam te staan. Zowel aan het begin als aan het einde werd er van de zaterdagzitting aardig wat tijd afgenomen voor andere zaken. Nadat enkele sprekers hun amendementen wat uitvoenger mochten toelichten kregen de overige sprekers van praeses Boomsma drie minuten per persoon! Zelf kwam ik niet verder dan het uitspreken van mijn verheuging over het feit dat het rapport niet op de lijn van het materialisme wil gaan zitten (alleen de materie bestaat en de ziel niet, want daarvan is nooit het gewicht, grootte of plaats in het lichaam vastgesteld) en van mijn teleurstelling dat het rapport m.i. desondanks niet verder komt dan slechts meer te willen dan het materialisme. De principieel andere lijn van het realisme wordt niet duidelijk gemaakt (het realisme gelooft ook in een onstoffelijke, geestelijke werkelijkheid). Ik had geen tijd de konsekwenties hiervan in het rapport aan te tonen.
Nu spreekt de kerk eindelijk in de actualiteit van de tijd over dit onderwerp, maar juist dan is er geen tijd om te spreken... Ook van gereformeerde zijde hoorde ik diverse klachten over de tijdsplanning voor en van combi-synoden. Juist bij zo'n onderwerp dat voor velen zo belangrijk en gevoelig is dient er tijd te zijn voor een tweede gespreksronde. Dan maar eerder beginnen.
Drs. R. van Kooten, Soest
Afgevaardigde classis Amersfoort
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's