De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De blijde Weldoener (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De blijde Weldoener (1)

5 minuten leestijd

'En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.' Jeremia 32 : 39

Volgens Hand. 20 : 35 moet de Heere Jezus eens gezegd hebben: 'Het is zaliger te geven dan te ontvangen.'
Dat hebt u misschien zelf wel eens ervaren. U kon, u mocht geven... en dat aan iemand die niets kon teruggeven. Die persoon zat nl. echt aan de grond. En wat hielp u hem uit de nood. Wat was hij blij met de gave. En wat was u blij. U kon, u mocht goed doen, wel doen.
Allen gevoelen we, dat zulk geven echt geven is. Hoe menigmaal geven we, opdat een ander teruggeeft? 'Do ut des', zeiden de Romeinen dan. Ik geef, opdat jij geeft. Dan willen we er zelf beter van worden. Of de man, de vrouw ermee worden. Dat is niet het rechte geven. Het ware geven, zoals we net zagen, richt zich op de ontvanger; wil de ander gelukkig maken, zonder zelf er beter van te worden.
Dat geven vinden we op volmaakte wijze in God. En God is liefde. Dat is de liefde, die van een kant komt en blijft komen. Die liefde maakt een mens, een volk eerst recht gelukkig naar ziel en lichaam beide. En als God een mens, een volk Zijn liefde bewijst, verblijdt Hij Zich daarin. 'En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe', zo lezen we in Jer. 32 : 41.
En daar gaat het nu over in onze tekst. Centraal staat: de blijde Weldoener. Deze belooft allereerst hen te zullen weldoen: 'En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven'. Ten tweede beoogt Hij hun te zullen goeddoen: 'om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.'

1. De blijde Weldoener belooft hen te zullen weldoen
'En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven.'
'En Ik zàl'. De God van Israël belooft hier aan Jeremia Zijn volk te zullen weldoen. Deze toezegging Gods had het volk Israël allerminst verdiend. Wat waren ze overspelig en afgodisch geweest. De Heere had ze bij monde van Zijn profeten herhaaldelijk gewaarschuwd hun zonden in de ban te doen, d.w.z. met hun zonden te breken. Doch zij hadden niet geluisterd en Gods geduld tot het uiterste op de proef gesteld. In het jaar 588/587 voor Christus' geboorte — in deze tijd is onze tekst uitgesproken — was er een eind aan Gods lankmoedigheid gekomen.
Als Israël zijn zonde niet in de ban doet, doet God Zijn volk in de ban. Jeruzalem is nl. al belegerd door de Babyloniërs en staat op het punt ingenomen te worden. En het volk? Een langdurige verbanning staat hun te wachten.
Jeremia maant het volk dan ook tot overgave aan de vijand. Doch zij zetten Gods mond gevangen. Maar zijn God komt hem troosten in zijn benarde positie. Zijn neef zal tot hem komen en een akker te koop aanbieden.
Zo voorzegd, zo geschied. Maar Jeremia... je bent toch een gevangene? En het land is toch bezet gebied? Straks is het verwoest en het volk is weggevoerd!... Jeremia koopt, d.w.z. gelooft de belofte van zijn God, dat Hij Zijn volk niet zal vergeten, maar zal terugbrengen.
Doch dan wordt het Jeremia toch ook te machtig. Hij had toch zelf voorzegd, dat Jeruzalem verwoest en Juda weggevoerd zou worden? Komt hij nu niet met zichzelf in tegenspraak? En die akker? Zal hij er wel gebruik van kunnen maken? Hij zit toch gevangen? U begrijpt 't. In Jeremia's hart worstelen geloof, en ongeloof om de overhand. Doch zijn God komt Zijn bestreden knecht te hulp. Zou Mij enig ding te wonderlijk zijn? (vers 27). Al worden Jeruzalem verwoest en de kinderen van Israël en Juda weggevoerd, dáárom (vers 36) zal Ik hen vergaderen... wederbrengen... zeker doen wonen (vers 37)... tot een God zijn (vers 38)... en Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven (vers 39)... een eeuwig verbond met hen maken (vers 40).
Daarom? Voor dat 'daarom' van vers 36, d.w.z. voor al die beloften Gods is geen reden op aarde. Voor de straf wel. Dat Jeruzalem belegerd werd, hadden zij aan zichzelf te vrijten. Maar voor de genade van hun God lag geen reden in henzelf. God neemt redenen uit Zichzelf.
'En Ik zal hun enerlei hart en enerlei Weg geven.'
'En Ik zàl'. In deze woorden schittert de trouw van de liefde, waarmee God Zijn volk liefheeft en liefhoudt. 't Is dan ook een liefde Gods in Christus. Ook van deze belofte is God in Christus de Bron, de Oorzaak. Wat een troost. De Bron is immers volmaakt, dus onveranderlijk. Daarom zijn Zijn beloften ook getrouw en waarachtig.
Al is, al blijft Israël ontrouw, Israëls God blijft getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen.
Bent u vertroost? Bent u ook zo'n overspelige, zo'n afgodische? Bent u ook zo onverbeterlijk? Blijft u ook zo onverbeterlijk? Zo ligt 't toch?! Deze geschiedenis is in de allereerste plaats Israëls geschiedenis... maar ook uw en mijn geschiedenis.
Dat geeft smart. De Heilige Geest geeft er nl. een hartelijk leedwezen over. Maar ook een hartelijke blijdschap, dat God tegenover Israëls, uw en mijn ontrouw... Zijn trouw stelt en... handhaaft.
'En Ik zàl hun enerlei hart en enerlei weg geven.'
De voorproef van onze ontrouw en Gods trouw maakt ons ootmoedig blij. Dat is ook de bedoeling van de blijmoedige Weldoener.
Tegelijk smaakt de voorproef naar meer. Doch daarover de volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De blijde Weldoener (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's