Euthanasie geregeld?
Ingezonden
Mijn tijden zijn in Uw hand Psalm 31 : 16
In het artikel 'Euthanasie geregeld? Een reactie op het kabinetsstandpunt inzake euthanasie' (De Waarheidsvriend, 23 januari 1992) konden wij lezen wat er in Nederland aan de hand is: de overheid geeft ruimte voor 'actief medisch ingrijpen' ter bekorting van het leven.
Onze hoop en ons gebed is dat God op Zijn wonderbare wijze aanvaarding van zulk een voorstel voor Nederland moge verhinderen (tijdens de mondelinge behandeling van eerdere voorstellen door de Tweede Kamer in 1989 viel onverwacht om andere redenen het kabinet). Intussen moeten wij werken. Daartoe wordt ons de gelegenheid gegeven. Tot 13 februari a.s. kunnen vanuit de bevolking (particulieren, groepen) commentaren op het 'standpunt van het kabinet inzake medische beslissingen rond het levenseinde' worden ingezonden bij de Commissies voor Justitie en Volksgezondheid van de Tweede Kamer (Postbus 20018, 2500 EA Den Haag).
Het is zeer belangrijk dat ook jongeren reageren, omdat
a. er op dit moment nog geen organisatie van jongeren tot afwijzing van euthanasie is, die haar stem kan laten horen (Stichting Schuilplaats, Postbus 7, 3900 AA Veenendaal is bezig voor de toekomst hierin bundelend voor jongeren op te treden);
b. bij voortzetting van de ontwikkeling van doden van weerlozen door de arts, waaronder steeds weer nieuwe categorieën patiënten komen te vallen, de jongeren van nu bij het ouder worden zullen worden getroffen.
Wij geven enkele bouwstenen, die voor een schrijven aan de Commissies kunnen worden gebruikt:
1. Dankbaarheid dat het kabinet de tekst van wettelijke normen zoals neergelegd in het Wetboek van Strafrecht (strafbaarstelling van levensberoving op uitdrukkelijk en ernstig verlangen, art. 293, en van hulp bij zelfdoding of van het verschaffen van de middelen daartoe, art. 294) onveranderd laat.
2. Ongerustheid over 'aandachtspunten' die zijn opgesteld voor de behandelend arts in geval van uitvoering van euthanasie (doden op verzoek), het verlenen van hulp bij zelfdoding of bij het actief medisch ingrijpen ter bekorting van het leven. Dit suggereert: geen strafvervolging te vrezen voor de arts, wanneer hij daarmede maar rekening heeft gehouden.
Het kabinet schrijft in zijn 'standpunt' te willen opkomen voor de effectieve bescherming van het menselijke leven, ook in zijn kwetsbare slotfase. Maar degene die deze effectieve bescherming zou moeten geven, nl. de rechterlijke macht, wordt in dit stuk zo sterk belemmerd in die taak, dat praktisch geen enkele arts, die zijn patiënt doodt, voor de rechter zal behoeven te verschijnen, als hij zich maar aan enkele regels houdt. Dit geldt ook t.a.v. de zeer ernstig zieken die helemaal niet om levensbeëindiging hebben gevraagd.
3. Verbijsterd in deze aandachtspunten vragen te lezen over de te 'hanteren' methode van doden en over het gevolg van het 'toegediende euthanaticum' (m.a.w. toegediend vergift) alsof het gewoon is dat dit gebeurt: anno 1991 in een Regeringsdocument in Nederland.
4. De overheid is Gods dienares (Rom. 13). Zo heeft zij de opdracht het leven van haar onderdanen te beschermen. De grondwet draagt de overheid op maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid (art. 22 : 1). Dat betekent zorg, niet doden.
Het blijkt nu, dat wanneer eenmaal de afgrenzing voor doden wordt ontgrendeld, de grens in snel tempo steeds verder wordt overschreden. In vroegere voorstellen ging de overheid niet verder dan het ter discussie stellen van doden op verzoek. Nu worden alsof dat toch eigenlijk vanzelfsprekend is wilsonbekwamen mede ingesloten (comateuze patiënten en geestelijk gestoorden).
5. Deze gewenning komt ook duidelijk naar voren in de richtlijnen van de KNMG en Nieuwe Unie '91, waarin wordt gesproken over de 'gewetensnood' van een verpleegkundige wanneer deze meent dat tot euthanasie moet worden overgegaan, terwijl de behandelende arts deze mening niet deelt. Dit is een volkomen omkering van waarden, waarop de rechtsstaat rust.
6. Regelgeving door de overheid heeft een voorbeeldfunctie. Wanneer de overheid zich van haar taak tot bescherming van het leven terugtrekt t.a.v. de weerlozen in haar midden, werkt zij mede aan afstomping bij de bevolking van het besef van eerbied voor het leven van de andere. Met name bij jongeren kan zo een verharding worden bevorderd.
Het behoeft niet te verwonderen dat wanneer de overheid aan de arts ruimte geeft om door onthouding van voedsel en vocht of door toediening van een vergift weerlozen te doden, de burger ook op de gedachte zou kunnen komen dit voorbeeld te volgen. De weerstand neemt aftegen de verleiding om op een gemakkelijke manier af te komen van weerloze patiënten, waarvan de verzorging dan niet meer als een vreugde, maar alleen nog als een last zal worden gevoeld.
7. Onze ongerustheid over de snelle escalatie nu reeds wordt nog groter wanneer we ons er in verdiepen hoe in Nazi-Duitsland de escalatie naar het doden van geesteszieken in groten getale is gegaan. Het voorspel van de 'Gnadentod' waren ook individuele gevallen. Met de inval in Polen in september 1939 werd het groene licht gegeven voor toepassing van 'euthanasie' op grote schaal. Een escalatie kan ook komen door economische motieven: bedden te duur! Waar een vlam eenmaal is aangestoken, is altijd het gevaar van braind aanwezig.
8. Daarom een krachtig beroep om een halt toe te roepen aan een ontwikkeling die tot chaos leidt.
9. Geen vrijbrief voor overtreding, maar handhaving van de wettelijke normen neergelegd in het Wetboek van Strafrecht.
10. God heeft de mens het gebod niet dood te slaan gegeven, opdat 'het u welgaat'. Zonder dat functioneert de samenleving niet. Het leven is een gave en opgave van onze Schepper. Voor Hem is ieder mens van unieke waarde.
Beroep op de overheid om door vast te houden aan haar taak tot bescherming van weerlozen dit besef bij de bevolking te doen toenemen.
11. Dit zal de taak van de overheid op andere gebieden vergemakkelijken (bestrijding van criminaliteit, alcohol- en drugsverslaving).
12. Het klimaat van 'doodscultuur' doen verdwijnen, daarom geen aandacht en ruimte voor doden door de arts, maar wel voor zorg — geestelijk en lichamelijk — van de lijdende mens: terminale zorg, thuiszorg, toepassing van de 'hospice' gedachte. Uit ervaring weet men van hoe groot belang dit kan zijn voor mensen in hun laatste levensfase. Hier kan ook de hulp komen vanuit de gemeenten. Moge in de gezondheidszorg de nevel optrekken van doden van patiënten onder gedogen van de overheid.
Moge jongeren met vreugde in de gezondheidszorg komen werken om die echte zorg te geven.
Dat dàt weer aan Nederland moge worden gegeven!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's