Uit de Pers
Behoefte aan bevestiging
Het viel me de laatste weken op, hoeveel aandacht er in recent verschenen boeken en artikelen gegeven wordt aan de behoefte van ons mensen aan persoonlijke aandacht en liefde. 'Het wordt kil in de kerk', was de titel van een in 1985 verschenen studie in het kader van kerkverlating. We kunnen de titel evengoed wijzigen in: het wordt kil in onze moderne samenleving. Althans, zo beleven veel mensen, jongeren en ouderen, kennelijk deze tijd. In Contact, het orgaan van de Bond van Christelijke Gereformeerde Vrouwenverenigingen, januari 1992, was een artikel te lezen van mevrouw E.A. Loonstra-Velema waarin ze aandacht vraagt voor de menselijke behoefte aan bevestiging. Ieder mens heeft er op z'n tijd behoefte aan te merken en te voelen dat hij wordt geaccepteerd zoals hij is.
In de praktijk van het leven van elke dag geven wij, een ieder op zijn eigen manier en in verschillende mate, telkens aan, dat we zo'n bevestiging nodig hebben. Velen doen dat misschien wel onbewust. Een vrouw vertelt wat ze heeft meegemaakt en wat ze heeft gezegd. Ze vraagt voortdurend om instemming: vind je ook niet, dom hè van die ander? Als je een baan hebt gevonden vraag je je misschien af, hoe men daarop zal reageren. Wanneer je je ingespannen hebt om iets lekkers klaar te maken voor bij de koffie (op de verenigingsavond), hoop je heimelijk dat er gevraagd zal worden: heb je dat zelf gebakken?
De achtergrond is een stuk onzekerheid van binnen naar buiten toe, dat moet worden weggenomen om verder te kunnen. Een mens wil bevestigd worden in zijn keuzen, smaak, houding.
Deze behoefte is zo groot, dat iemand die nooit een positieve bevestiging ontvangt, probleemgedrag gaat vertonen. Als iemand genegeerd wordt, of steeds gekleineerd, dan gaat hij daarop reageren. De één zal zich helemaal terugtrekken, in zichzelf opsluiten, de ander zal veel aandacht gaan vragen, bijv. door klachten over de gezondheid. Dat is dan geen bewuste aanstellerij. Door het gevoel van gebrek aan aandacht raakt iemands geest zo in de put, dat die persoon ook allerlei klachten krijgt. Het zijn signalen, die worden uitgezonden naar anderen, waarin iemand het verlangen uitdrukt om te worden bevestigd.
Wie deze bevestiging niet of niet voldoende krijgt, vervalt in zelfbevestiging. Door overtrokken gedrag vragen mensen op een extreme manier aandacht voor zichzelf. Mevr. Loonstra noemt een paar voorbeelden.
Op nog een andere manier kunnen mensen reageren op het gevoel van onderwaardering, namelijk door zelfbevestiging. Je probeert in je werk of je hobby jezelf waar te maken. De zelfverzekerdheid straalt eraf. Iemand met zoveel zelfvertrouwen heeft geen waardering nodig, lijkt het. Die krijgt hij of zij dan ook niet vaak. Maar de behoefte daaraan gaat schuil achter de houding die wordt aangenomen.
Mensen kunnen zich opsluiten in een kring van gelijkgezinden. Het kenmerk van zo'n groep is dat iedereen het met iedereen eens is, iedereen elkaar gelijk geeft en zo elkaar en zichzelf bevestigt. Er is geen open houding naar buiten toe.
Een ander voorbeeld is roddelen. Immers, kwaad vertellen van een ander is jezelf bevestigen dat je zo niet bent.
Of iemand raakt aan de drank. Denk aan jongeren die door mee te doen proberen zich iets te voelen, erbij te horen.
Een man die vindt dat hij bij zijn vrouw tekort komt, kan dit gaan compenseren door te proberen bij andere vrouwen in de gratie te komen. Voor de vrouw kan natuurlijk omgekeerd hetzelfde gelden.
Duidelijk zal zijn, dat achter zulk gedrag een probleem verstopt zit dat opgelost moet worden. Anders leidt het zeker tot scheefgroei in iemands persoonlijke beleving en zijn relaties.
Ook in de opvoeding van kinderen is het van het allergrootste belang op deze behoefte aan bevestiging te letten. Wie het niet doet, kan in de grootste problemen verzeild raken.
In de opvoeding van de kinderen is het belangrijk te weten dat je kinderen, als je ze niet stimuleert, beloont, prijst, aandacht en tijd geeft, een stuk bevestiging missen. Ze worden schuchter of super luidruchtig, onzeker in hun houding. Dat is iets anders dan alles prachtig van ze vinden, hun fouten vergoelijken en niets kwaads over ze kunnen horen. Op die manier bevestig je je kinderen niet. Dan zou het weleens kunnen zijn, datje ze gebruikt om jezelf te bevestigen. Juist als je ze positief bevestigt, kan het geen kwaad eens flink boos op ze te worden. Ze zijn daar dan geestelijk sterk genoeg voor, zodat je niet bang hoeft te zijn voor psychische schade. Boos worden op een onzeker kind kan daarentegen wel nadelige gevolgen hebben.
Het mooiste is, aldus nog steeds mevr. Loonstra, wanneer je niet steeds gericht bent op de bevestiging van jezelf, maar wanneer je daar zo vrij van bent, dat je aandacht kan uitgaan naar anderen om hèn te bevestigen. Zelfbevestiging leidt tot zelfrechtvaardiging en eindigt vaak in teleurstelling en leegte.
Bevestiging door en van anderen is veel zegenrijker. Dat geldt in de verhouding man-vrouw, in de omgang met de kinderen, in de contacten binnen de gemeente. Hoe zou het toch komen, dat het vaak zo moeilijk blijkt te zijn om er openlijk voor uit te komen, dat je de ander waardeert? Misschien weten we niet zeker of we die waardering de ander wel van harte gunnen. En dan zou het kunnen lijken of we bij hem of haar in het gevlei willen komen.
De beste bevestiging is de liefde. Denk aan Zacheüs. Jezus had persoonlijke aandacht voor hem en Zacheüs veranderde helemaal. Door de liefde van Jezus werd hij bevrijd tot bewogenheid met anderen mensen.
Zelfverloochening is alleen mogelijk als je eerst door de liefde van een ander (De Ander) bent bevestigd. Uit zo'n houding kan iets moois groeien. Er komen momenten, dat je boven jezelf, je eigen beslommeringen, je eigen belangrijke ik, wordt uitgetild en dat je mild en gunnend de ander tegemoet kunt treden.
Het kan misschien goed zijn voor u juist nu deze woorden te lezen. Uw kind is zo lastig. Uw huwelijk is zo versteend. Uw relatie met collega's is zwaar onderkoeld. Bij wie ligt het probleem? Bij uw kind, uw man of vrouw, uw collega? Of misschien wel bij uzelf?
Behoefte aan aandacht
In hetzelfde blad verzorgt drs. A.G. Knevel de rubriek Komma. Hij haakt in het hier geciteerde nummer in op een reportage die enkele weken geleden in Elseviers Magazine te lezen was over de jeugd in Amsterdam onder de, titel 'Verwende apen'.
Of om het beeld van kinderen van twaalf en dertien jaar te karakteriseren in de eigen woorden van Elsevier: 'Tot drie uur 's nachts in de disco hangen, de halve dag televisie kijken, blowen, drinken en vrijen — het zijn geen ongebruikelijke bezigheden voor de nieuwe generatie pubers in de grote steden. Kinderen worden niet alleen lichamelijk steeds vroeger rijp, zij gedragen zich ook al jong volwassen. Het zijn kleine zelfstandigen geworden van twaalf en dertien jaar.'
Ik ben niet verkracht
Ik geef enige citaten: Marina (13) steekt met een geroutineerde beweging haar sigaret aan. Haar make-up is geraffineerd, haar oogopslag zwoel. Vannacht gaat ze om twee uur huiswaarts, waar haar vader en haar moeder op gescheiden verdiepingen in een huis wonen. Zijn ze niet ongerust? 'Nee hoor. Ik roep dadelijk alleen even om de hoek van mijn vaders slaapkamer: Ik ben niet verkracht. Doei!'
Het is een gewoonte geworden, dat blowen, zegt Bernard (14). Om een uur 's nachts op het terras voor discotheek Coco's op het Amsterdams Rembrandtplein stijgt hij bijna op in een hashwalm. Meestal gaat hij uit tot een uur of drie, vier. Waar hij zijn stickies koop? Bij coffeeshops, al sinds zijn dertiende. Toen was hij veel kleiner, maar het personeel bediende hem grif.
Neen, dit keer zijn het eens geen zogenaamde randgroepjongeren of kinderen uit etnische minderheden of uit zwak sociale milieus maar kinderen uit de betere kringen die middelbare scholen bezoeken. Knevel stelt de vraag aan de orde: hoe komen die kinderen zo, wat zijn de oorzaken?
Er zijn er een paar te noemen.
In de eerste plaats zijn het kinderen van ouders die beiden werken. Beide ouders zijn druk met hun carrière en met hun sociale leven en hebben weinig tijd voor hun kinderen. Daarom geven ze hun kinderen veel vrijheid. Als ze dat niet deden, zouden ze niet allebei die drukke interessante baan kunnen hebben.
Natuurlijk voelen deze ouders ook wel, dat er iets schort aan de opvoeding van hun kinderen en daarom kopen ze hun schuldgevoel af.
De jonge generatie kinderen leeft daarom in materiële welvaart: peperdure merkkleding (Levi, L.A. Gear, Nike), veel zakgeld, een computer, radio en televisie op de kamer en ontzettend veel vrijheid.
Daar komt bij dat er nu een generatie kinderen opgroeit waarvan de ouders in de zestiger jaren de absolute vrijheid hebben bevochten. Zij waren de eerste langharigen, de eerste stickierokers en de eerste aanhangers van de vrije seksuele moraal. En datgene wat ze als ouders bevochten hebben, kunnen ze hun kinderen natuurlijk niet onthouden.
De derde reden is het verschijnsel echtscheiding. Juist in de wat beter opgeleide sector van de Nederlandse samenleving komen op dit moment veel echtscheidingen voor, waar kinderen vaak de dupe van zijn, hetgeen weer afgekocht wordt door hun materiële eisen in te willigen. En zo groeit er een verwende, vrijgevochten jeugd op, die slechts geïnteresseerd is in zichzelf. Of zoals Elsevier het omschrijft: 'Het draait om mij'.
Je kunt op zo'n verhaal reageren met de opmerking: ja Amsterdam. Gelukkig is dat bij ons nog niet zo. Op ons dorp en in ons gezin gebeuren zulke dingen niet, aldus drs. Knevel. Maar, zo zegt hij terecht, hebben we ons al eens niet eerder vergist met zulk soort opmerkingen? 'De wereld gaat onze gezinnen heus niet voorbij, zeker niet als we het toestel in huis hebben gehaald waardoorheen de wereld zelfs avond aan avond zijn glitter en glamour over ons uitstrooit'.
Behoefte aan ouders
Drs. Knevel vraagt in dit verband aandacht voor nog een ander aspect aan dit verhaal. Een van de voorname oorzaken van gesignaleerd jongerengedrag is de afwezigheid van ouders.
Een van de grote oorzaken van het gedrag van de moderne jeugd, blijkt de afwezigheid van ouders te zijn.
Ik bedoel niet dat de ouders er nooit zijn, maar wel dat de echte aandacht voor de kinderen zo spaarzamelijk opgebracht wordt.
Een van de grote verleidingen van onze tijd is het materialisme, waar we ook als christelijke gereformeerde kerkmensen zo makkelijk aan meedoen.
Maar dat materialisme eist wel slachtoffers. Bijvoorbeeld wanneer man en vrouw beiden hard moeten werken om het geld te verdienen om aan de vele materialistische verlangens tegemoet te komen.
En dan worden de kinderen natuurlijk de dupe. Bijvoorbeeld wanneer moeder (of vader) er niet is wanneer de kinderen uit school thuiskomen om hun verhalen, zorgen en problemen aan te horen. Of wanneer man en vrouw 's avonds te moe zijn om zich intensief met de kinderen bezig te houden. En wanneer ze al helemaal geen tijd hebben om (zeer) geregeld met de kinderen te praten over het Evangelie. Over het grote vermaak (!) dat er ligt in de dienst van de Heere. Om met de kinderen te bidden en (eventueel) te zingen.
Daarnaast bestaat er in christelijke gezinnen nog het aparte geval van de afwezigheid van de vader. De vader die druk is met kerkewerk en andere verantwoordelijke taken, omdat hij onmisbaar is en er niemand anders in de gemeente is om het werk te doen.
Druk met het redden van de zielen van anderen, terwijl de kinderen geestelijk en emotioneel verwaarloosd worden.
De moraal van dit verhaal?
Nooit eerder in de geschiedenis hadden de kinderen onze permanente zorg, liefde en aandacht meer nodig dan nu, want nooit eerder in de geschiedenis waren er zoveel (verborgen) verleiders.
De hier terecht aangewezen gevaren bedreigen niet alleen christelijke gereformeerde gezinnen, maar evenzeer hervormd-gereformeerde gezinnen. Zijn we present in het leven van onze opgroeiende kinderen met onze hartelijke liefde en nabijheid?
Behoefte aan persoonlijke liefde
Begin dit jaar stond een artikel te lezen in het Hervormd Weekblad, orgaan van de Confessionele Vereniging in de Hervormde Kerk van de hand van dhr. P. Janse, waarin hij inging op soortgelijke problemen onder opgroeiende jongeren. Hij vertelt hoe leerlingen van het voortgezet onderwijs in een stad bij hem in de buurt onlangs een aantal vragen kregen voorgelegd. Met die vragen wilde men in de leef- en denkwereld van leerlingen binnenkomen. Opzet was een zo eerlijk mogelijk beeld te krijgen van de alledaagse werkelijkheid van 15-jarigen. Onder meer is gevraagd naar rookgedrag, gebruik van alcohol en drugs, besteding van de vrije tijd, lichamelijke klachten en eventuele relatieproblemen. Voor een deel van de ondervraagde leerlingen bestaan er nauwelijks problemen. Ze leven op een positieve manier zoals het past bij genoemde leeftijdscategorie. Maar er is ook een andere groep.
Voor de overigen ligt dat echter wel even iets anders. Ongeveer 30% van hen rookt. Van de jongens drinkt de helft geregeld alcohol. Bij de meisjes is het percentage aanmerkelijk kleiner, maar toch. De vrije tijd wordt grotendeels met sport en muziek gevuld. En niet te vergeten tv-kijken. Opmerkelijk is dat ruim 35% veelvuldig last heeft van hoofdpijn. Een even groot percentage is vrijwel voortdurend doodmoe. Zelfs blijkt een niet gering aantal van hen grote moeite te hebben in het omgaan met anderen. Heel schrijnend heeft één van de jongeren dat verwoord:
Ik heb een heleboel te zeggen,
maar niemand luistert.
Ik zou veel willen doen,
maar het mag niet.
Ik zou overal heen willen gaan,
maar niemand neemt me mee.
En wat ik opschrijf wordt wel verbeterd,
maar niet echt gelezen.
In de hele geschiedenis is er nooit eerder een tijdperk geweest waarin onze jeugd het materieel zo goed heeft gehad. Geef op een winkelavond je ogen maar eens de kost. Kom maar eens op hun kamer en kijk wat er staat aan apparatuur. Luister eens naar hun vakantieverhalen. Ze zijn in landen geweest, waarvan wij vroeger nauwelijks wisten waar ze lagen . Ze hebben baantjes om hun tekort aan zakgeld aan te vullen. Want vaak hebben ze niet genoeg. Uitgaan kost geld. En de meesten willen dat toch wel heel graag iedere zaterdagavond. Dit door mij geschetste beeld is echt niet uitzonderlijk. Voor veel jongens en meisjes is het een zeer vertrouwde wereld. Elke maandagmorgen hoor ik de verhalen. Al jarenlang.
Maar wat blijkt nu? Ondanks alle bezit en vertier zijn velen niet gelukkig. Ze missen nu net datgene waar het wezenlijk om gaat. Echt contact met anderen. Mee te mogen tellen. Op prijs gesteld te worden. In de ogen van de ander meer te zijn dan een nul.
Nog schrijnender wordt, dat ook volwassenen veel kinderen niet serieus nemen. Geen of slechts weinig belangstelling voor ze op kunnen brengen. Werk van leerlingen wordt door hen gezien als een al dan niet goede prestatie. Maar de mens achter het proefwerk of opstel, kent men nauwelijks. Zouden wij wel beseffen wat we elkaar, zodoende, aandoen? Ik twijfel daar sterk aan. Velen van ons hebben het zo druk, dat ze nauwelijks voldoende tijd voor zichzelf hebben. Laat staan voor een ander. We hebben een samenleving gecreëerd, die vol is van egocentristen. Wat dit met zich meebrengt, wordt op een in-trieste manier duidelijk gemaakt door die onbekende jongen bij ons uit de buurt.
Men zegt dat de jeugd de toekomst heeft. De grote vraag is evenwel, wat die toekomende tijd onze jongeren nog te bieden zal hebben. Als ik niet beter wist, zou ik mijn hart vasthouden.
De drie dit keer geciteerde bijdragen uit de pers geven weer voldoende stof tot bezinning. Het is goed steeds wakker gehouden te worden. Om bepaald te worden bij het bijbels vermaan, aandacht te hebben voor elkaar in huwelijk en gezin, maar ook in de gemeente. Die lastige man of vrouw, dat nare kind, dat moeilijke lid van de gemeente niet af te schrijven of dood te zwijgen. Maar ons veeleer af te vragen: hoe komt het? Is er misschien een oorzaak? Wie erop let hoe Jezus zulke typen opzocht en ontmoette en hun levens wist te veranderen (Zacheüs, de Samaritaanse vrouw, de 38-jarige zieke man, de overspelige vrouw), mag aangemoedigd worden in Zijn voetspoor te gaan in de omgang met elkaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's