De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De gemeente in de crisis (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente in de crisis (3)

10 minuten leestijd

Reformatie
Wat wij nodig hebben om in onze crisistijd gemeente des Heeren te zijn is een daad van God, waardoor alles nieuw wordt. Op het gevaar af misverstaan te worden: een nieuw Handelingen 2. Ik bedoel geen herhaling van het heilsfeit, maar wel een nieuw en krachtig komen van de Heilige Geest. Alleen als de Heilige Geest werkt met het Evangelie van de persoon en het werk van Jezus Christus, dan kan er sprake zijn van een ekklesia, een bijeenvergaderd worden. En als er één ding is waarnaar we intens verlangen, dan is het dat. Maar dat de Heilige Geest moet ingrijpen betekent niet dat wij niets behoeven te doen. Lijdzaam afwachten is bij geen enkele ziekte een oplossing.
Het gaat er om dat we terugkeren in ons gemeente-zijn tot de vier kardinale factoren uit Handelingen 2 : 42: de leer, de gemeenschap, de breking van het brood en de gebeden.
In de zestiende eeuw is de Reformatie van de kerk, van de gemeente, een feit geworden. Dat was toen ook hard nodig, omdat het hart van de gemeente ook toen was aangetast. Je zou de Reformatie kunnen typeren als een beweging die terugkeert tot de vier delen van het hart uit Handelingen 2. In plaats van de gestolde kerkelijke traditie komt weer de levende leer, in plaats van de hiërarchie de gemeenschap, in plaats van sociaal egoïsme de breking des broods en in plaats van de geritualiseerde gebeden een nieuw en echt gebedsleven.
Als we belijden dat de kerk gereformeerd heet omdat zij steeds weer gereformeerd wordt, dan betekent dat dat we ook vandaag weer terug moeten keren tot de vier kardinale factoren uit Handelingen 2. Dat heeft dan iets van een nieuwe Reformatie in onze tijd.
Dat betekent m.i. niet dat ons hele gemeente-zijn op de helling moet. Dat zou rampzalig zijn. Ons gemeenteleven kent verschillende structuren, waarin het gemeentezijn zichtbaar wordt, en goed bearbeid kan worden. Dat zijn met name de kerkdienst, de catechese, het pastoraat en het diakonaat. Structuren, waarop ook de ambten en de taken in de gemeente sinds de Reformatie gericht zijn. Het zijn structuren die ook vandaag aan de dag wezenlijk zijn. Alleen gaat het er nu om, hoe de vier kernen uit Handelingen 2 : 42 kunnen kloppen in deze structuren. Hoe kunnen die structuren de levende bloedvaten zijn waardoor het hart het bloed door het lichaam van de gemeente kan stuwen.

Het verbond
Het is misschien mogelijk om hier zicht op te krijgen met behulp van de notie van het verbond. Als we kijken naar de wijze waarop in de gemeente in Oude en Nieuwe Testament het heil van God gestalte krijgt, dan speelt het verbond daarbij een grote rol.
Het Hebreeuwse 'berith' komt maar liefst 287 voor en het Griekse 'diathèkè' 33 keer. De notie van het verbond houdt in dat God zich verbindt met mensen. Zowel persoonlijk als collectief. Dat God dat wil en doet is pure genade. Geen mens die vanuit zichzelf op het idee gekomen was en geen mens die er van zichzelf belang bij heeft. Er is niemand die God zoekt. Maar God zoekt wel de mens. Dat is het verbond. Wie verbond zegt, zegt relatie, relatie tussen de eeuwige God en tijdelijke mens. Wanneer die relatie tot stand komt, dan werkt dat door in alle levensverbanden.
In het verbond zijn twee partijen. God die spreekt, belooft, zegent en straft. En de mens die geroepen wordt om het verbond, de gemeenschap met God te beantwoorden.
Nu is in onze gereformeerde traditie het verbond vaak een trefwoord voor het objectieve element in het geloof en de gemeente. We denken bij verbond bijvoorbeeld aan de visie van Woelderink, die het sterk opnam voor het objectieve. De vastheid van Gods belofte tegenover de onzekerheid van menselijke gevoelens.
Maar lopen we niet het gevaar om daarbij de tweede partij in het verbond uit het oog te verliezen? Houden we het verbond niet te veel uit de pneumatologie?
Het verbondsdenken stelt ons voor de opgaaf om het objectieve en het subjectieve te verbinden. Dat is een levensvoorwaarde voor het geloof en de gemeente. Waar het verbond wegvalt treedt de ontbinding er voor in de plaats. Ontbinding als desintegratie. Ontbinding als polarisatie en in een volgende fase als scheiding. Ontbinding is de dood. Het verbond verbindt de levenselementen, al is het soms op gespannen wijze. Het verbond verbindt God en mens, de eeuwigheid en de historie. Het vaststaande door de eeuwen heen en het wisselende. De kern en de vormen, de Heilige Geest en de menselijke geest, het statische en het dynamische, de Traditie en de traditie, de mens in het algemeen en deze unieke mens, de kerk als een onzichtbare grootheid en de gemeente die hier en nu leeft.
Wij worden sinds de Verlichting waarachter we niet terug kunnen, altijd weer door twee gevaren bedreigd, het subjectivisme en het objectivisme. Het subjectivisme zet alles op de kaart van de menselijke ervaring, van links tot rechts. Daar tegenover zegt het verbond: pas op, dat je niet wegzakt in het drijfzand van de menselijke ervaring, in de versplintering van het individualisme, het uiteenvallen van de verbanden. Maar tegenover het objectivisme zegt datzelfde verbond: pas op dat je de waarheid niet abstraheert, de mens tijdloos maakt, het reële laat verbleken tegenover het ideële en zo in een schijnwereld terechtkomt, waarin de oude woorden geen aansluiting meer vinden bij het huidige levenspatroon.
Zo bezien is het verbond maar niet één van de vele theologische concepties, maar een levensovertuiging, een wijze van denken die alles doortrekt. En misschien wijst ze een weg uit de impasse van de vervreemding. Laten mensen, die leiding geven in de gemeente pendelaars zijn tussen de beide polen in het verbond. Met twee oren horen en met twee ogen kijken.
We kunnen nu niet dieper ingaan op de vraag van welke aard dat verbond is tussen de beide partijen. Het zal in elk geval duidelijk zijn dat het feit dat het verbond een genadeverbond is en geen werkverbond betekent, dat de tweede partij niet kritiekloos tegemoet getreden wordt door de eerste partij. Het verbond is van kritische aard. De Geest wederbaart het hart.

Het hart van de gemeente nu
We willen nu proberen te ontdekken hoe de vier kardinale gegevens uit Handelingen 2 tot hun recht kunnen komen in de structuren van het gemeente-zijn in reformatorische zin.
Daarbij letten we eerst op de leer. Immers, de gemeenteleden van Jeruzalem volhardden allereerst in de leer der apostelen.
Ik denk eerst aan de prediking als centraal gebeuren in onze kerkdiensten. Als we het over de leer hebben, dan moeten we het over de prediking hebben. Preken is leren en naar een preek luisteren is ook leren. We zagen dat het in de leer van de apostelen niet om een schools systeem van waarheden gaat, zoals de regels van een wetboek, of de formules uit een wiskundeboek, maar dat het gaat om het getuigenis betreffende een Persoon. Het gaat om de levende God zoals Hij zich heeft geopenbaard in het vleesgeworden en schriftgeworden Woord. Preken is als een apostel wijzen op Hem, die ons gezonden heeft, met hartstocht en overtuiging zoals Johannes de Doper: Zie, het lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt. Het is ook de weg wijzen, de levensweg, zoals deze gestalte krijgt in de woorden en daden van Jezus Christus. Dat vereist allereerst een grondige exegese bij de preekvoorbereiding. Dat kan maar niet even achter een kop koffie, maar dat betekent ondergaan in de wateren van het Woord en ten lange leste weer bovenkomen met één of soms meerdere parels, die we hebben gevonden en ons eigen gemaakt.
Dat is het eerste. Maar dit eerste verbindt zich op de wijze van het verbond met een tweede. Het Woord wil in de werkelijkheid gaan. Immink noemt prediken: uitleg van het Woord met het oog op de situatie van de hoorder (Open Boek, 93). Hoek zegt dat het Woord 'in de week' moet worden gelegd (Idem, 107). De Heilige Geest wil het Woord toepassen aan concrete mensen die hier en nu leven. En hiermee zitten we meteen voor de volgende opgaaf: namelijk de hermeneutische. Het gaat er om wat de relevantie van het Woord is voor de mensen, die onder ons gehoor zitten. En dat betekent een vertaalslag, die boeiend, maar weerbarstig is en die alleen door zoeken en worstelen kan plaatsvinden. Het gaat er toch om dat de hoorder zal merken in de preek: het gaat over mij en het gaat om mij. Er valt hier iets te beleven. Omdat het beleefde in mijn belevingswereld wordt geplaatst. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de leerinhoud. Begrippen als zonde en genade kunnen niet gemist worden om de leer der apostelen aan te duiden. Maar die begrippen zoeken een verbond met het leven nu.
Zonde mag geen tijdloos begrip worden, maar dient geconcretiseerd te worden. Dan begrijpen de mensen dat het om hen gaat. En zo is het ook met het woord genade. In die concrete situatie krijgt een begrip als bekering handen en voeten. En ook de troost in de noden en de angsten van de mens van vandaag. Wijlen prof. H. Jonker zegt: 'We worden door de overmachtige genade Gods niet 'mundtot' geslagen, we zijn geen stokken en blokken, neen, we worden in Gods spreken en arbeid betrokken.' (Wat vindt u van de kerkdienst, 32). Buskes zegt dat een preek instemming moet geven of verzet moet ondervinden. (Idem, 16). Wat is een eenvoudige bijbels bevindelijke prediking goud waard. Een prediking waarin de ervaringen van de mens pok een plaats krijgen. Maar dan zo, dat het objectieve woord van de sprekende God het eerste en het laatste woord is. Mensen hebben houvast nodig.

Ik zou er een voorstander van zijn dat er onder de predikanten studiekringen werden opgericht, om in groepsverband de problematiek van de hedendaagse prediking bespreekbaar te maken. Er leven toch best heel veel vragen. Mogelijk kan het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond hierin een initiatief nemen. Preken moet je toch blijven leren. En leren doe je samen. Wat zou het geweldig zijn als predikanten hun naam in die zin eer aan doen dat ze bereid zijn te blijven leren preken. Misschien moet het roer hier en daar wel eens om. Petrus moest ook zijn preken over de besnijdenis herzien.
Bij leren denk ik natuurlijk ook aan de catechese.
Ik vind dat de catechese nog steeds erg ondergewaardeerd wordt. Er is nauwelijks een theologisch student te vinden, die predikant wil worden vanwege de catechese. Och, het is maar catechisatie, hoorde ik laatst nog. Catechese lijdt aan de malaise van het isolement omdat het al zo lang ondergewaardeerd is. Er zijn dan ook gemeenten waar geen enkele catechisant meer overgebleven is.
De problematiek in de catechese is maar niet met een handomdraai op te lossen. Maar ook hier kan de notie van het verbond het bloed van de levende leer weer doen stromen door het lichaam van de jonge gemeente. In de catechese gaat het om een leerinhoud, dat wat de kerk gelooft. Informatie hierover blijft altijd nodig. Maar die informatie gaat een verbond aan met de leerlingen. Met hun ervaringswereld. Het produkt dat we aan leerinhouden leveren, moet een goed produkt zijn, ook in die zin dat het relevant is voor de jongeren. Er dient ruimte te zijn voor gesprek. Dat moeten we ook leren. Dan moet de catecheet als een herder zijn schapen kennen. Zich interesseren voor de belevingswereld van de jongeren.
Ook dient aandacht besteed te worden aan het voortgaande leren. Als de gemeenten van Hand. 2 volhardt in het leren, dan kunnen wij daar niet om heen. Daar zullen we aan moeten werken. Het geloof moet verdiept worden en functioneel gemaakt wor­den. Er zijn gelukkig heel wat leerkringen in de gemeenten. Ik denk dat we daarbij meer centripetaal moeten gaan werken in plaats van centrifugaal. Hier en daar zijn daar voorbeelden van. Leren dient geïntegreerd te gebeuren, geconcentreerd ook. Zo wordt de gemeente een leergemeenschap, geïnspireerd door de gedachte van het verbond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De gemeente in de crisis (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's