Boekbespreking
G.H. Leurdijk, Predikant tussen Piëtisme en Reveil. Portret van Joan Hugo van der Groe (1735-1818). Uitgeverij De Groot Goudriaan, Kampen, 1991, 144 blz., ƒ 35,90.
Leurdijk geeft met dit boek de levensgeschiedenis van een dorpspredikant uit de tweede helft van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw. Chronologisch gezien leefde Joan Hugo van der Groe op de grens tussen Piëtisme en Reveil.
De affiniteit met ds. Th. van der Groe, de aanwezigheid van archivalia en de aanzienlijke tijdsduur als predikant in de hervormde gemeente van Ridderkerk, gaven een aanzet tot het onderwerp van deze studie.
In Amsterdam bezocht Joan Hugo de middelbare school. Hij behoorde tot de beste leerlingen van de Latijnse School.
In Hien-Dodewaard werd het principe van de Nadere Reformatie toegepast. Joan Hugo van der Groe bestreed hier roomse invloeden, ging allerlei volkszonden te lijf en bevorderde vooral de heiliging van de rustdag. Vooral door een reformatieplan toonde hij zijn verwantschap met de Nadere Reformatie.
De omstandigheden onder welke Van der Groe in Ridderkerk leefde en werkte, waren niet aangenaam. De overheid behandelde hem niet welwillend. De accommodatie in de kerk was ongeschikt voor zijn zwakke stem. Bovendien woonde hij niet geriefelijk.
Leurdijk gaat in op de verhouding met ds. Theodorus van der Groe. Theodorus van der Groe is de laatste man van formaat van de Nadere Reformatie in de 18e eeuw. 'Van der Groe, doet het hekje toe'. Joan Hugo en Theodorus waren achterneven. Zij hebben een veertienjarige vertrouwelijke verstandhouding gehad. Beiden hadden aandacht voor een strenge levensstijl en verkregen door hun verzamelwoede een boekenschat.
Hoe was de theologische positie van Joan Hugo van der Groe? Door gebrek aan theologische geschriften probeert Leurdijk langs indirecte weg het een en ander te achterhalen. Hij constateert een frappante overeenstemming tussen de geloofsvisie van een bevriend gemeentelid (Aart Nugteren) en Theodorus van der Groe. Vanwege zijn relatie met Nugteren komt Leurdijk tot de conclusie dat Joan Hugo van der Groe zeer waarschijnlijk de geloofsopvatting van zijn Kralinger achterneef deelde.
Welke geloofsomschrijving hanteerde Theodorus van der Groe? Hij kende geen ander geloof dan de klassieke omschrijving van het geloof in Zondag zeven van de Heidelbergse Catechismus. Th. van der Groe word niet moe te verklaren, dat het vertrouwen, waarover Zondag 7 spreekt, tot het wezen en niet tot het welwezen van het geloof behoort. Door onvoorwaardelijk vast te houden dat de zekerheid tot het wezen van het geloof behoort, en niet tot het welwezen, nam hij in zijn tijd een bestreden standpunt in. In het kleinste geloof is de zekerheid aanwezig.
Uit de bibliotheekcatalogus valt op te maken, dat Joan Hugo van der Groe een brede blik op het terrein van godsdienst, kerk en wetenschap had.
Niet onvermeld mag blijven zijn interesse in het gereformeerd kerkrecht.
Joan Hugo van der Groe had een afkeer van sabbatsschending, streefde levenstucht na door volkszonden te bestrijden en toonde ijver voor de rechte leer.
Leurdijk mag gecomplimenteerd worden met het nauwkeurig speurwerk, dat hij heeft verricht. Theodorus van der Groe is bij ons zeer bekend. Zijn achterneef Joan Hugo van der Groe nauwelijks. Door deze kerkhistorische studie wordt hij bij ons geïntroduceerd. Belangstellenden zullen dit boek wel vinden. Ik hoop dat ook anderen kennis zullen nemen van deze introductie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's