Globaal bekeken
Gecharmeerd van Colombo, aldus de titel van een brochure uitgegeven door de Stichting Nederland-Sri Lanka. Hier volgen twee passages uit de brochure:
• De Wolvendaalsche kerk
'Deze kerk, gelegen aan de Vivekananda Hill, niet ver van Pettah, is met het Dutch Period Museum het best bewaarde monument uit de VOC tijd. De naam doet wat vreemd aan: de kerk ligt niet in een dal. Integendeel, hoog op een heuvel gelegen, was zij eeuwen lang een oriënteringspunt voor de zeevaarders. Wolven waren er evenmin te vinden in deze streek. Vermoedelijk gaat het om jakhalsen die in deze omgeving vroeger wel werden aangetroffen. Het is aan de uit Zweden afkomstige gouverneur Julius Valentijn Stein van Gollenesse (1743-51) te danken dat dit Godshuis met meer dan 800 zitplaatsen kon worden gebouwd. Zijn initialen I.V.S.V.G. werden aangebracht in de gevel van de zuidelijke ingang. De bouw nam acht jaar in beslag: 1749-1757. De Engelse gouverneur Sir William Gregory noemde deze oudste Protestantse kerk van het eiland de Westminster Abbey van Ceylon. De kansel, gouverneursbank, doopvont en overig meubilair zijn typische voorbeelden van het beroemde "Dutch Furniture". Destijds was het gewoonte dat de kerkgangers hun eigen stoel meenamen, hetgeen de grote variatie in kerkstoelen verklaart.
Het op een fraai bewerkte houten drievoet staande zilveren doopvont werd in 1679 aangeboden door Gouverneur Rijkloff van Goens ter gelegenheid van de doop van zijn dochter. Opvallend zijn de grafzerken, waaronder die van gouverneur Falck en van Christina Elizabeth van Angelbeek, de dochter van de laatste gouverneur van Ceylon.
Beroemd is ook het avondmaalszilver. Het bestaat uit een wijnschaal, een grote schaal, vier kleine schalen, vier bekers en twee collecteschalen. Het zilver werd uitgeleend voor expositie in het Dutch Period Museum naar aanleiding van de opening in 1982.
Van de wandborden moet met name dat van Iman Willem FaIck genoemd worden. FaIck is in Ceylon geboren en getogen en heeft zich tijdens zijn langdurig bewind (1765-1785) als een bekwaam gouverneur doen kennen.
Opmerkelijk is de plaquette onder de kansel die de kapitein van de torpedobootjager "Tjerk Hiddes" vergezeld door een legerpredikant en 50 leden van de bemanning op 13 februari 1951 onthulde uit erkentelijkheid voor de hartelijke ontvangst die leden van de Nederlandse land-, zee- en luchtmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Wolvendaalsche Kerk steeds ten deel was gevallen.
Nog iedere week wordt er door ds. Jansz. dienst gehouden in het Engels en het Tamil. De kerk is herhaaldelijk gerestaureerd, o.a. in 1981 toen leden van de Gereformeerde Bond binnen de Nederlands Hervormde Kerk ƒ 150.000,– voor het herstel bijeen brachten in het kader van de viering van het 75-jarig bestaan van deze bond.'
• Hulftsdorp
'Weinig Srilankanen zijn er zich van bewust dat het bij Pettah gelegen Hulftsdorp vernoemd is naar de Nederlandse generaal die in de strijd tegen de Portugezen, slechts 35 jaar oud, het leven liet. Hulft was een veelzijdig man. Op het portret van Govert Flinck in het Rijksmuseum te Amsterdam zien wij hem afgebeeld, omringd door attributen die hem dierbaar waren. Zij doen hem kennen als een man die geïnteresseerd was in uiteenlopende onderwerpen als theologie, krijgskunde, rechtsgeleerdheid, geschiedenis en handel.
Joost van den Vondel wijdde aan zijn ontijdig einde het volgende gedicht:
"De hoofdbevelsheer Hulft, om Lisbons macht te dwingen,
Kwam dus Kolumbe, uit last der Maatschappij bespringen,
De zeestad zwichtte in 't ende, en om het hart bekneld,
Stond ademloos, en rede op 't punt van overgeven,
Als hem een kogel trof, in 't opgaan van zijn leven.
Zo stort die veldheer, staande in 't harnas, als een held."
Hulftsdorp is nu bekend als centrum van de gerechtsgebouwen. Nog niet lang geleden kon men in de Law Library een portret zien van Johannes Voet, een Nederlands jurist uit de 17e eeuw, wiens uitspraken nog worden aangehaald in de moderne Srilankaanse rechtspraak. Tot voor enkele decennia terug organiseerden Srilankaanse juristen ieder jaar een "Voetlight dinner".
Roman-Dutch Law is nog steeds van betekenis voor Sri Lanka, met name in familie- en erfrechtszaken. De VOC was ook geïnteresseerd in inheemse rechtsregels. Zo gaf gouverneur Simons die zelf jurist was, in 1707 aan Claas Izaaksz. opdracht om het gewoonterecht van de Tamils te codificeren in de Tesavalamai die tot ver in onze eeuw van kracht is geweest. In 1770 legde gouverneur FaIck aan Islamitische leiders "Bijzondere wetten aangaande Moren of Mohametanen" voor.
Twee jonge Nederlandse juristen zijn de afgelopen jaren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam gepromoveerd op een onderwerp van Roman Dutch Law in Ceylon.
Hulftsdorp is de laatste tijd van aanzien veranderd. Een aantal oude gerechtsgebouwen is vervangen door nieuwbouw, waarvan vooral het in 1989 door China gefinancierde Hooggerechtshof opvalt. Een door Chinese kunstenaars vervaardigd portret van de ontvangst van Hulft door Raja Sinha heeft hier een plaats gevonden.'
Uit het aardige, anecdotische boekje van ds. M.A. van der Berg 'De dominee heeft een beroep' (De Groot, Goudriaan/Kampen) het volgende over 'eene zeer eigenaardige gemeente' (van vroeger), n.a.v. correspondentie van ds. Rappard:
'De woorden van het opschrift van deze paragraaf hebben betrekking op de gemeente Bergambacht, die van 1906 tot 1909 door ds. Rappard werd gediend. Het portret dat hij van deze gemeente tekende ziet er als volgt uit: "De gemeente van Bergambacht is al eene zeer eigenaardige gemeente. Nergens, mag ik gerust zeggen, was ik zoo in achting en aanzien bij arm en rijk, bij geloovigen en ongeloovigen als hier, zoodat het gerucht gaat dat de dominee wel nooit zal weggaan, en toch, ik kan hier wegens de groene en verzande onkerkelijkheid, het verenigen van den dienst van God met dien van de wereld, zoo dat zelfs de meesten die zeggen voor de waarheid te zijn openlijk liberale menschen voor den gemeenteraad kiezen om... de kermis maar te behouden – maar niet aarden. 's Morgens een kerk vol menschen, maar voor 't overige helaas wordt de prediking van Gods Woord niet geacht. En dat zou te begrijpen zijn van hen die onverschillig zijn voor de Waarheid, doch 't is zulk een gewoonte geworden om slechts zondagmorgen ter kerke te gaan, dat zelfs zij die de waarheid voor staan er niet toe te brengen zijn om getrouw de prediking bij te wonen. De kerkeraad troost mij met te zeggen, dat het onder mijne voorgangers nog erger was, doch 't is om dat lieven Woords wille, een recht armelijke troost". Tot zover deze ernstige diagnose van een rechtzinnige gemeente waar kennelijk nog veel aan ontbrak. Er was wel hartelijkheid, zoals ook tussen de regels van de overige brieven uit Bergambacht te lezen is, maar er ontbrak een geestelijke aansluiting tussen deze dominee en zijn gemeente. Hij vond er niet de klankbodem die hij zo verlangde.
Overigens zou zijn beoordeling van de gemeente die hij werkelijk diende wel eens te veel in negatieve zin gekleurd kunnen zijn door de idealisering van de gemeente die hij zo graag verlangde te mogen dienen, maar vanwaar hij helaas geen beroep kreeg. Die indruk krijgen we sterk, als we tenminste de overige brieven van ds. Rappard lezen, ook uit andere gemeenten die hij in de loop van jaren mocht dienen. Was de goede gemeente dan altijd de volgende? Die dan toch weer tegenviel op het moment dat de werkelijkheid ervaren werd? De gemeente volgend op Bergambacht, Kesteren, kenmerkte hij als een "Loadicea", hoewel de mensen er vriendelijk waren. Hij kon er zijn woord niet kwijt. Het in dezelfde omgeving gelegen Randwijk was hem een "woestijn" waar hij de Heere bad hem daaruit te verlossen. We zagen eerder al dat hij ook zijn vorige gemeente Waarder bleef idealiseren, wat eveneens niet al te positieve uitwerking had op de waardering van zijn andere gemeenten. Vergelijken is altijd een hachelijke zaak, en dat zeker voor een predikant die nogal eens van standplaats verwisselt.
Kortom, wat bepaalde zo het beeld dat een dominee van zijn gemeente kan hebben? Uiteraard de feitelijke situatie die hij er vond. Soms maakte de eerste liefde enigszins "dronken", maar de ontnuchtering kwam ook. Liefde kon soms bijna in haat omslaan. Verder was het ideaal altijd een gevaar.
Een gemeente waar men graag heen wil en die men idealiseert, vertekent het beeld van de gemeente waarin men door God geroepen is, en verhindert soms een eerlijk beeld van en een positieve instelling ten opzichte van de gemeente die men dient.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's