Ontmoeting met mensen met een verstandelijke handicap (1)
Ambtelijke verantwoordelijkheid
Het is een paar jaar geleden gebeurd. In de vakantietijd waren we met ons gezin een dagje uit. Heerlijk weer, de kinderen genoten in bos en zand en pa en ma zaten lekker te lezen en het kinderspel op een afstandje gade te slaan. Er waren meer ouders met kinderen en zo zag ik, hoe een tweetal jongetjes op zeker moment heel belangstellend, maar toch ook enigszins bevreemd toekeken hoe Martjan, onze jongste zoon op zijn manier druk in de weer was. Even later zag ik ze met hun moeder praten en onze richting uitwijzen. En nog even later waren ze weer in onze buurt en zei één van de twee jochies tegen mijn dochter: 'Hé, jouw broertje hè, die is gehandicapt...'
Waarop dochterlief, 5 jaar op dat moment, meteen — min of meer verontwaardigd — reageerde: 'Niet waar, Martjan is niet gehandicapt, maar hij is een "megooltje".'
En ze zei dat op een toon, waarop ze ook had kunnen zeggen: 'Martjan is dik of mager, of lang of groot...'
Achteraf daarover nadenkend, kwam het over alsof ze zeggen wilde: 'Martjan is in de eerste plaats Martjan en een van z'n vele kenmerken is onder andere dat-ie mongoloïde is, zo noemen m'n vader en moeder dat tenminste, en dat moeilijke woord dat jij gebruikt — gehandicapt — daar snap ik helemaal niks van, dat heeft in ieder geval niets met Martjan te maken.'
Spontaan
Op dat moment hebben mijn vrouw en ik smakelijk gelachen om deze vermakelijke kindercommunicatie. Toch heb ik er daarna nog vaak aan teruggedacht. En het is mijn stellige overtuiging, dat we veel kunnen leren van kinderen, o.a. als het gaat om het omgaan met mensen, die verstandelijk gehandicapt zijn. Is het immers in de grote-mensen wereld niet precies andersom, dan zoals ik het u net schetste?
Reageren wij niet in de eerste plaats door de handicap te constateren: 'Oei... een mongool!' En pas daarna gaan we — als het een beetje meezit tenminste, anders lopen we al de andere kant op — kijken welk mens er nu schuilgaat achter die handicap. Terwijl een kind ziet 'Martjan', een naam, een persoonlijkheid en één van z'n vele aspecten is dan, wat wij volwassenen een handicap noemen.
Ik geloof, dat je mag zeggen, dat het in het algemeen zo is, dat we als volwassenen niet meer spontaan reageren op mensen met een handicap. Daar zit bijna altijd iets kunstmatigs in, iets van 'Oh ja, gehandicapt... Oei, hoe moet ik daar nu mee omgaan?' Vaak zijn we ons dat niet eens zozeer bewust en zijn we misschien zelfs geneigd een dergelijke veronderstelling verontwaardigd van de hand te wijzen.
Toch geloof ik, dat het zo is. Innerlijk, onbewust wellicht, gaat er ergens een knop om en nemen we die speciale houding en het specifieke toontje aan, die passen bij het contact met iemand die verstandelijk gehandicapt is.
Als ouders registreer je zoiets feilloos. Als ouder heb je een bijzondere, zeer gevoelige, antenne ontwikkeld voor de manier waarop andere mensen omgaan met jouw kind. Het is een antenne, die soms overgevoelig is, ik geef dat grif toe! Ik hoorde een tijdje terug een ouderpaar, dat in de plaatselijke gemeente als 'moeilijk' te boek stond, zeggen: 'Wij zijn ook moeilijk, juist dóórdat we ouders — in de zin van ouders van een gehandicapt kind — zijn!' Als ambtsdrager kun je het in dergelijke situaties niet gauw goed doen. En toch vraag ik graag nog een keer uw aandacht en uw begrip voor mensen met een verstandelijke handicap en hun — soms lastige — ouders.
Gezin
Eerst zou ik uw aandacht willen vragen voor de plaats van mensen met een verstandelijke handicap en het gezin waaruit zij komen in de christelijke gemeente. Daarna komt de vraag aan de orde wat daarvan nu met name voor ambtsdragers de praktische consequenties zijn. Daarbij zij vooraf nog opgemerkt, dat ik uiteraard spreek als ouder en dat de ambtsdrager, de theoloog of de hulpverlener misschien andere accenten zouden leggen.
De relatie dan tussen mensen met een verstandelijke handicap, het gezin waaruit zij komen en de kerkelijke gemeente. Als christen leef je binnen de gemeenschap — als het goed is — van de christelijke gemeente. Een gemeente die naar haar wezen een dienende gemeente is en zal hebben te zijn. Paulus roept in Filippenzen 2 de gemeente op om Jezus zó te volgen: 'Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden'.
Zo is Jezus er geweest voor hen, die ook in het Oude Testament al de bijzondere zorg van de Heere God genoten: de verdrukte, de hongerige, de gevangene, de blinde, de gebogene, de rechtvaardige, de vreemdeling, de wees en de weduwe van Psalm 146.
Vierde kenmerk
In de theologische literatuur van onze dagen wordt in deze opsomming vaak ook de verstandelijk gehandicapte mens begrepen. Dr. C.P. van Andel heeft bijvoorbeeld zelfs voorgesteld, om naast de drie klassieke kenmerken van de kerk, namelijk de bijbelse prediking, de sacramenten en de levenstucht, een vierde kenmerk in te voeren: Zijn de mensen met een handicap aanwezig? Dat zou volgens hem de opheffing betekenen van de oerheidense en diepgewortelde mening dat het leven pas ècht is als het rijk, gezond, mooi, jong, sterk en vol prestaties is.
Hoe dit ook moge zijn, het is niemand minder dan de apostel Paulus, die in zijn zorg voor de gemeente van Corinthe het beeld gebruikt van de gemeente als het lichaam van Christus. Niemand kan daarin gemist worden, ieder heeft een eigen plaats en een eigen taak, al naar gelang men gaven heeft (Zie 1 Cor. 12). In het 22e vers zegt hij: 'Ja veeleer, de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig.' Een geweldig bijbelvers!
Die ons dunken de zwakste te zijn... Het is helemaal niet zo, wij denken dat maar, de Heere God denkt daar heel anders over!... die zijn nodig. Niet: 'Daar moeten we voor zorgen', niet: 'Die horen er ook bij', nee: 'Die zijn nodig!'
Waarom zijn mensen met een handicap nodig in de christelijke gemeente? Persoonlijk denk ik dan bijvoorbeeld aan de volgende zaken.
• Om de gemeente te helpen om ook op dit terrein niet wereldgelijkvormig te worden. Dat wil zeggen om te leren rekening te houden met elkaar. Iemand die bijvoorbeeld lichamelijk gehandicapt is, kan net als ieder ander ook zijn of haar plaats in de gemeente innemen (b.v. (niet) ambtelijk vrijwilligerswerk), mits we net even iets meer rekening willen houden met elkaar en daar een prijs voor willen betalen in de vorm van geduld, aanpassingen, geld.
• Mensen met een handicap kunnen nietgehandicapte mensen andere waarden leren zien dan die van succes, gaafheid en prestatie, waarden waarvan kerk en samenleving nog steeds bol staan. B.v. hoe er een diepe(re) zingeving aan het leven kan zijn door verdriet, pijn en moeite heen.
• Mensen met een handicap kunnen laten zien hoe het in het leven meer aankomt op kwaliteit i.p.v. kwantiteit. B.v. in het kunnen genieten van kleine dingen, die voor zoveel 'normale' mensen vanzelfsprekend zijn.
• Met name mensen met een verstandelijke handicap kunnen de gemeente veel leren over warmte, spontaniteit en openheid in een samenleving die verkild, steeds technischer en kouder wordt.
Het gevaar dat hier op de loer ligt, dient ook genoemd te worden. Het kan immers niet gaan om een soort 'romantische verheerlijking' van de gehandicapte mens. Hierdoor wordt hij of zij heel bijzonder en daarmee opnieuw apart gezet.
Consequenties
Is dit alles nu alleen mooie theologie c.q. theorie of heeft dat ook praktische consequenties? Kunnen wij dan echt iets leren van mensen die verstandelijk gehandicapt zijn? Is het dan werkelijk zó, dat we niet slechts voor hen hebben te zorgen, maar dat zij ons kunnen verrijken?... Ja, zo is het!
Eén voorbeeld nog. Mensen met een verstandelijke handicap — let wel mensen, zoals u en ik! — reiken ons de mogelijkheid aan om de naïviteit van 'ons gezonde verstand' te ontdekken. We leven immers vaak in de veronderstelling dat wij alle terreinen van het leven daarmee kunnen bestrijken en in kaart brengen? En als we dingen tegenkomen 'waar we met ons verstand niet bij kunnen', dan raken we de kluts kwijt. Maar christenen hebben te maken met zaken die 'voor wijzen en verstandigen verborgen zijn, doch aan kinderen geopenbaard' (Matth. 11 : 25). We staan in het perspectief van 'de vrede van God, die alle verstand te boven gaat' (Fil. 4 : 7). Is het ook niet zo, dat voor het geloofsleven juist ook het verstand, de ratio, het beredeneren van allerhande dogma's een handicap kan zijn, waardoor we belemmerd worden om 'met het hart te geloven'? Wat kunnen u en ik hier werkelijk veel leren van onze verstandelijk gehandicapte broeders en zusters. Je kunt je zelfs afvragen op wie de benaming 'verstandelijk gehandicapt' in dit verband van toepassing is. In kerk en theologie, maar ook in heel onze samenleving, is altijd erg veel nadruk gelegd op het rationele, het kennen, op de dogmatiek. Zo heeft ook de laatste doopvraag van het klassieke doopformulier het verstand bijna verheven tot voorwaarde: '... Of gij niet belooft en voor uw rekening neemt, deze kinderen, als zij tot hun verstand gekomen zijn... in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen en te doen onderwijzen'. Als ouders van verstandelijk gehandicapte kinderen zo'n vraag gesteld krijgen, is dat niet alleen pijnlijk, maar ook vanuit het Evangelie te véél gevraagd.
Mensen met een handicap kunnen ons verlossen van wat ds. Van Nieuwpoort noemt 'het tirannieke gaafheidsmodel van de moderne samenleving'.
De conclusie gaat wel ver, maar niet te ver, wanneer we zeggen, dat we alleen sámen — als mensen met en zonder handicap — gemeente zullen mogen zijn, en dat we als dat niet zo is, géén gemeente zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's