De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het gezonde evenwicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gezonde evenwicht

7 minuten leestijd

Het is een vaststaand gebeuren in de kerkgeschiedenis, dat na jaren van grote innerlijke en uiterlijke bewogenheid de jaren komen van verstarring en veruitwendiging. Het Evangelie der vrije genade Gods wordt een vanzelfsprekende zaak en verliest in de theologische twisten, waarvan het het voorwerp is, steeds meer aan gloed en diepte. De kerkelijke belijdenis van dat Evangelie wordt een wet, waaronder ieder zich zonder tegenspraak moet buigen. De Schrift gaat schuil achter de hervormde belijdenis geschriften en het dogmatisch stelsel, dat met grote scherpzinnigheid op de belijdenis wordt gebouwd. De bijbel wordt het arsenaal van bewijsplaatsen bij het calvinistisch systeem. Het levend geloof verschrompelt en veruiterlijkt tot verstandelijke toestemming aan dit systeem. Over de gehele kerk waait een ijskoude vrieswind, waardoor alle lenteleven overal verstart of reeds in zijn eerste ontkiemen wordt bevroren.


Het kan evenwel ook anders toegaan. Niet het intellectualisme krijgt de overhand, maar het mysticisme. Daaronder verstaan wij die richting, die de mystiek van het hart, de verborgen omgang met God, de persoonlijke ervaring van zijn gemeenschap zo eenzijdig drijft en dit innerlijke leven in die mate losmaakt van de objectieve factoren dat het vervloeit en geheel onzuiver wordt. Het mysticisme komt ten onzent nog voor in die streken, waar de trage lijdelijkheid de overhand heeft. Alle besef van verantwoordelijkheid en alle begrip van toerekenbaarheid vervluchtigt. Men verlegt het zwaartepunt van het objectieve werk Gods buiten ons in het subjectieve. Niet de zekere Christus, maar de zekere christen is de grond, waarop men steunt. In deze lijn stelt men het Woord Gods achter het innerlijk getuigenis des Geestes. Men maakt de ervaring los van de Schrift. Velen dwepen met het innerlijke licht en het is tenslotte niet de openbaring Gods, die beslist, maar wat wij in onze harten bevinden.


Het spreekt geheel vanzelf, dat evenwicht teer is en lichtelijk wordt verstoord. Een minimaal gewicht kan de balans doen overhellen naar de zijde van een dor intellectualisme of naar die van een ziekelijk mysticisme, al naar de aanleg der geesten is. Naar beide kanten is hier soms gezondigd. Maar deze afwijkingen geven allerminst recht van de stelling uit te gaan, dat er natuurlijke tweespalt tussen leer en leven bestaat. Wanneer het geestelijke leven gezond is, is er volmaakte harmonie tussen die beide. Het is onze mening, dat juist tussen hoofd en hart een gezond evenwicht alleszins wenselijk is.


Maar is dat ook altijd en overal het geval? Wanneer wij ons oor te luisteren leggen en ons oog de kost geven, dan komt het ons vóór dat naar de zijde van het mysticisme het evenwicht verloren gaat, maar niet minder ook naar de zijde van het intellectualisme. Ja, juist het laatste is, naar ons oordeel, veelszins op weg om overwinningen op zijn naam te zetten. Er kan in een gemeente een streven zijn om de aloude leer te bewaren. En wie kan daar nu tegen zijn? Juist in een periode van onbekookte vernieuwingen treedt het intellectualisme op. Het kleedt zich in de gedaante van de voorvechter van de beproefde leer. Dat is voor ons zeer verstaanbaar. Er is in het algemeen in de gemeente een grote huiver om vernieuwingen te accepteren. Te veel is op individualistische manier geëxperimenteerd, te mateloos zijn veranderingen ingevoerd, die de gemeente niet begreep. Te onwijs heeft men op wijzigingen gestaan die niet uit innerlijke behoefte van de gemeente voortkwamen dan dat in de gemeente niet een innerlijke weerzin ontstond tegen deze veranderzucht. Geen wonder dat men nu zijn toevlucht zocht in een richting die op het denken eenzijdig de nadruk legt en de andere functies in de menselijke ziel als willen en gevoelen niet tot haar recht doet komen. Een intellectualist heeft een overdreven voorstelling van de krachten van verstand en rede. Hij meent door begrippenvorming een ding volkomen te kennen en te beheersen en vergeet, dat er in de ziel nog andere krachten zijn die van niet mindere waarde zijn dan het intellect, namelijk het willen begeren en gevoelen.


Men kan op verschillende gebieden en in onderscheiden relaties intellectualist zijn. Het intellectualisme op godsdienstig gebied meent, dat de echte godsdienst bestaat in begripsmatige kennis van de geopenbaarde waarheid en rekent weinig of niet met het dienen en vereren van God. Het intellectualisme op godsdienstig terrein verliest alle gloed en bezieling en verkilt meestal in dor en droog orthodoxisme. Dit kan zo ver gaan, dat men hangt aan een enkel woord, aan een enkel begrip. Zonder dat dit voor de mens zelf duidelijk wordt, valt er een glazen staketsel over hem heen, waardoor alle blijde, spontane uiting van leven wordt gesmoord. Merkwaardig dat dit soms openbaar wordt in een vroeg-oud zijn. Een verstarring kortom, die voor een geoefend oog in alles openbaar komt en voor een fijnzinnig oor gehoord wordt in een eigenaardige klemtoon van spreken, die niet natuurlijk meer is. De natuurlijke vertolking van de Schrift in de taal van deze tijd wordt angstvallig tegengegaan door een geheel van termen, uitdrukkingen en woorden, die voor de doorsnee-mens geheel onverstaanbaar zijn. Wij bedoelen daarmee niet een lans te breken voor een populariteit van optreden, die ook onmiddellijk ervaren wordt als een zogenaamde vlotte stijl. Verre van dien. Het gaat ons om een evenwicht van hoofd en hart en mond en hart, dat onmiddellijk de gedachte wekt: dit is echt! Dieper gezien, deze intellectualistische levenshouding is een vlucht voor een waarachtig optreden, dat men niet aandurft, een natuurlijkheid die men schuwt. Het is bovendien een bedrog. Het is een dwaling. Op ethisch terrein meent het intellectualisme, dat het voldoende is wanneer men nauwkeurig weet wat het gebod vraagt; zo komt het doen vanzelf. En daar hebt u juist de grote misvatting. De natuur blijkt sterker dan de leer. Een zekere tweeslachtigheid gaat het leven stempelen. Velen lijden daar innerlijk onder. Maar het kader waaronder ze zich begeven hebben is zo sterk, dat ze er niet meer onder uit willen of kunnen komen. Er zit een cordon om hun leven heen. De geestige dichter De Genestet heeft dat zo onder woorden gebracht: Verlos ons van de preektoon, Heer; geef ons natuur en waarheid weer!


Het is de Geest der genade alleen, die ons van die verstarring losmaakt en tot volkomen natuurlijkheid herschept. De godsdienst moet de gehele mens bezielen. Maar dit is juist de fout van het intellectualisme dat het uitsluitend door één vermogen van de menselijke natuur wordt gedreven. Ten gevolge van die eenzijdigheid is het ontstaan van ziekteverschijnselen onvermijdelijk. Uit die ziekteverschijnselen komen sekten tevoorschijn, die weer kiemen van nieuwe ziekten in zich dragen. De onbelemmerde ontwikkeling van die ziekten kan voor het individueel en gemeenschappelijk leven zo dodelijk worden, dat de godsdienst zelf eindelijk in goddeloosheid ontaardt.


De Deense sprookjesdichter Andersen heeft deze verstarring op weergaloze wijze in beeld gebracht door zijn sprookje 'De nachtegaal van de keizer'. Hij verhaalt daarin, dat de nachtegaal zong en dat het gehele Chinese rijk daarvan in opwinding geraakte. Ieder vond het zingen van die vogel een waar genoegen. Maar men wilde over dat echte zingen van die nachtegaal graag de beschikking hebben en houden. En wat daarvoor gedaan? Er komt een kunstig nagemaakte nachtegaal, die op de levende moet lijken, maar geheel bezet was met diamanten, robijnen en saffieren. De echte en de nagemaakte nachtegaal moesten samen zingen, maar dat lukte niet recht want de echte nachtegaal zong op zijn eigen manier en de kunstvogel liep op wieltjes. Dan ontstaan er een verering van de kunstnachtegaal. Er komt in China een ware hausse over die nagemaakte nachtegaal. Waarom eigenlijk vraagt u? Wel, zegt Andersen, bij de echte nachtegaal kan men nooit berekenen wat er komen zal, maar bij de kunstvogel staat alles vast. Men kan alles verklaren, men kan hem opensnijden en met het verstand tonen hoe de wieltjes liggen, hoe ze gaan en hoe het een uit het ander volgt. De echte nachtegaal wordt dan uit het land verbannen, de kunstvogel ontvangt de hoogste eer.


Op een dag raakt het mechaniek van de kunstvogel voorgoed kapot. Dan blijkt, dat de echte nachtegaal weer in ere komt. Die doet een mens weer vrolijk leven. Daar hebben wij het nu precies. Het stelsel of het leven. Originaliteit of mechaniek. Onze tijd schreewt om leven, echt leven. Dat komt alleen uit een hart dat voor Christus buigt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het gezonde evenwicht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's