De gemeente in de crisis (4)
Alarm
Dan de gemeenschap, de koinonia. Door de gemeenten vaart het spook van de desintegratie, gepaard gaande met een heilloze polarisatie. Funest en ruïneus.
Ik wil hier de alarmklok van het verbond luiden. In de omslag van de volkskerk naar de gemeente als minderheid breken de natuurlijke verbanden en dient daarvoor een gemeentebewustzijn in de plaats te komen. Daar ontbreekt het in veel gemeenten op het platteland nog aan. Vandaar de verwarring en verstrooiing.
Het verbond is een gave, maar betekent ook een opgave ten opzichte van elkaar. Je hebt als gemeenteleden een verbond met elkaar. Je hebt wat met elkaar. Je bent nooit van elkaar af. Het uiteenvallen van de verbondsgemeenschap is een vorm van verbondsbreuk.
Nodig is te beseffen dat gemeente zijn niet betekent dat je allemaal hetzelfde gelooft, maar dat je allemaal in Dézelfde gelooft. Systemen en contracten, ook op religieus gebied, hebben maar een beperkte levensduur. Alleen de band met Jezus Christus trotseert splijtzwammen. De gemeente is geen groep gelijkgezinden, maar Godgezinden. Ons oude wijze leerboek, de Heidelbergse Catechismus, vult de gemeenschap zo in, dat we aan Christus en aan al zijn schatten en gaven gemeenschap hebben (vr. en antw. 55).
Hierin heeft de kerkeraad een grote verantwoordelijkheid. Het is in strijd met het verbond dat de kerkeraad maar één bepaalde groep in de gemeente vertegenwoordigt. De kerkeraad dient een afspiegeling te zijn van de gemeente in zijn geheel. Dat brengt een éénheid in verscheidenheid aan. Was het zo ook niet in de gemeente in het Nieuwe Testament? Dachten toen allen gelijk over de besnijdenis, het eten van offervlees en dergelijke? Ik meen van nee. Maar de apostel roept ons op elkaar te aanvaarden, opdat de gemeente geen micro Joegoslavië zal worden. En kerkeraadsleden en gemeenteleden elkaar bijten en vereten. (Gal. 5:15)
Het verbond, broeders en zusters, het verbond hebben we nodig. In de komende tijd zal blijken, wat dat verbond, dat we altijd zo hoog in het gereformeerde vaandel hebben staan, ons waard is.
Gemeenschapsoefening betekent gemeenteopbouw. Laat de kerkeraad gemeenschapsbevorderend bezig zijn. Ook in de praktische uitvoering. Laat de kerkeraad naast de kerkdienst en vanuit de kerkdienst en verbonden met de kerkdienst, ontmoetingsplaatsen organiseren. De kleine kring, zoals de kerkeraad er zelf één is, als een soort collegium pietatis. Kringen waarin niet zwaar gediscussieerd wordt, maar waar iets beleefd wordt van het gemeenschappelijke geloof. Waar een gereformeerde — want bijbelse — spiritualiteit een kans krijgt. Mijn moeder zei vroeger al: als je niks te vertellen hebt, gaan jullie maar een poosje zingen met elkaar. En dan stonden we om het orgel te zingen.
Ik pleit er wel voor, dat de kerkeraad leiding geeft aan dit kringwerk. Anders dreigt het gevaar van wat ik maar noem de Korinthisering. Dan heeft iedere kring zijn eigen huis en worden kringen gezelschappen van gelijkgezinden. Dat zou nou juist het omgekeerde zijn van wat het verbond bedoelt.
Voor anderen
Het derde deel van het hart van de gemeente, de breking des broods een toespitsing van het vorige, de koinonia. Het is gemeenschap metterdaad. Het breken van het brood wil zeggen: ik ben er voor anderen. Mijn brood is er voor anderen. Ik breek het en deel ervan uit. Ik houd het niet voor mezelf. Deze hartezaak kan vooral gestalte krijgen in het pastoraat en het diakonaat. Ook hieraan kan de gedachte van het verbond nieuwe impulsen geven. Het heil van God, waarvoor Jezus zichzelf liet verbreken, verbindt zich met concrete mensen in hun concrete noden en behoeften.
Bij pastoraat denken we gewoonlijk aan één van de taken van de predikant en de ouderlingen. En die taak is er en is bijzonder belangrijk. Maar ik denk hier ook aan het onderling pastoraat van de gemeenteleden. Moeten we niet veel meer dan tot nog toe leren elkaars pastor te zijn? Als vraag en antwoord 55 van de Heidelbergse Catechismus er in het tweede deel van het antwoord over spreekt, dat elk zich moet schuldig weten zijn gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewillig en met vreugde aan te wenden, voelen we daarin wat het betekent, metterdaad een verbond met elkaar te hebben. De gaven van de Geest mogen niet ongebruikt blijven liggen. Rust roest. Ze dienen gebruikt te worden. Geldt het woord pastorie alleen voor het huis waarin de predikant woont? Of ook voor het huis van de kerkeraadsleden en ook van gemeenteleden? Hier zou nog veel van te zeggen zijn, vooral wat de praktische uitvoering ervan betreft en de voorbeelden die er zijn in de lande, maar dat alles past niet meer binnen het bestek van deze lezing. Breken van het brood is een bij uitstek diakonale taak. Het brood is voor de maag. Aandacht voor het lichamelijke, sociale is ook een wezenlijk onderdeel van het gemeenteleven. Wat zijn er ontzaglijk veel noden op dit gebied. Verslaving, eenzaamheid door homoseksualiteit, relatieproblemen. Het brood breken betekent niet al deze problemen oplossen, maar er zijn voor elkaar. Bij elkaar zijn. Wat zou het geweldig zijn als de gemeenten niet alleen een Herberg van de IZB in Oosterbeek oprichten, maar zelf een herberg zijn. Laten de diakenen zich hier eens over laten voorlichten en dan plannen maken voor de eigen gemeente. Zou iedere diaken bijvoorbeeld niet een kring van helpers uit de gemeente, speciaal van helpsters, die we diakonessen zouden kunnen noemen, in zijn wijk nodig hebben om zo metterdaad hulpverlenend bezig te zijn?
De binnenzijde
Het laatste onderdeel van het hart van de gemeente wordt gevormd door de gebeden. Last but not least. Is het gebed niet de binnenzijde, de kern van het antwoord op Gods verbond? Als we onze handen in de hand van de belovende God leggen, zijn dat dan niet gevouwen handen?
Het gebed loopt als de dragende grond onder alle structuren van de gemeente door als de ondergrondse sporen van de paddestoelen. Het gebed is de belijdenis van de afhankelijkheid van God, een training in stil vertrouwen, een wapen in de strijd tegen de machten van de duivel, maar ook de oefening in de verwachting van de wederkomst. Bidden is waken. Het meervoud: gebeden (proseuchai) duidt op de mogelijkheid van meerdere vormen van gebed in de gemeente.
Allereerst is er de dienst van de gebeden in de kerkdienst. Laten de gebeden er maar niet een beetje bijhangen. Het gebed vraagt om de grootste zorgvuldigheid. De kerkdienst voorbereiden als voorganger betekent ook de gebeden thuis goed voorbereiden.
Er is ook het gebed in de gezinnen. In veel gezinnen is het gebedsleven vastgelopen, omdat er eigenlijk nooit sprake van een gebedsgemeenschap is geweest. ledereeri bad voor zichzelf, alleen het kleine kind bad hardop als het naar bed ging... Zo kan dat niet. Juist binnen het gezin kan het gezamenlijk gebed unieke kansen krijgen. Het kan ouders en kinderen en kinderen onderling zo'n stuk verbondenheid geven.
Volharden in de gebeden biedt ook de mogelijkheid om in de gemeente gebedssamenkomsten te houden. Daar zijn goede voorbeelden van. Het bindt mensen samen En kweekt verantwoordelijkheidsbesef voor elkaar.
Heel belangrijk is de voorbede van de gemeente voor de wereld. De heidenen woeden en de volken bedenken ijdelheid, maar de gemeente bidt.
Laat ook de schoonste vorm van het gebed, de aanbidding niet ontbreken. Ze tilt ons uit boven de aanvechtingen en geeft doorzicht naar en voorsmaak van het komende Koninkrijk.
Missionaire gemeente
Volharden in de leer, de gemeenschap, de broodbreking en gebeden is een opdracht, maar ook een gave. Er is een wisselwerking tussen de functie van het hart en van het bloed. Het hart stuwt het bloed door het lichaam, maar het bloed zet het hart ook weer in beweging. Wie daarin volhardt tot het einde, die zal zalig worden.
Als het hart op één of meer onderdelen niet goed functioneert, gaat dat altijd ten koste van de missionaire taak. Een gemeente, die zich niet gezonden weet, is meestal hartpatiënt. Andersom maakt een goed functionerend hart de gemeente tot een gezonden gemeente.
Het verbond is ook hierbij richtinggevend. Verbondsdenken is nooit exclusief, maar inclusief. Het is niet onze taak, de grenzen van het verbond te bepalen, maar we zoeken verbindingen met hen die buiten zijn. Het zendingswerk, de evangelisatorische roeping van de gemeente is niet een extra, een plus naast het overige gemeentewerk. Wij doen niet ook nog eens aan zending. Het is wat dit betreft to be or not to be. Of – of. Een gemeente, waarin het hart goed werkt, kan niet anders dan een gemeente zijn, waar iets van uitgaat. O, wat kan ik daarnaar verlangen. Een lichaam, waarvan de mond getuigt van Jezus, de ogen de noden zien, de oren het hulpgeroep horen, de handen helpen en de voeten wandelen met God en met de naaste.
Tenslotte
In de gemeente, als gemeente in de crisis, mogen predikanten werken, nu of straks na de studie.
God heeft ons daartoe geroepen. Dat is een eer!
We hebben gezien, dat er aan het predikantswerk veel démotiverende factoren verbonden zijn.
We moeten daarin begeleid worden, zeker in het begin. Belangrijk is een bijbelse habitus. We kunnen ons zo spoedig een rol toemeten, die niet bijbels is, die niet vruchtbaar is. De rol van de zielige man, van de manager, de aanvoerder of dwarsligger. Beter is het onze habitus af te stemmen op de drieslag geloof, hoop en liefde. Geloof, dat betekent werken aan je persoonlijke relatie met God.
Hoop, dat betekent dat je moedig bent en het om Gods wil ziet zitten met de gemeente. Je mag daar zelfs iets van uitstralen.
Liefde, dat is dat je van Gods gemeente houdt, dat het je wat kosten mag, dat je participeert in de crisis.
Crisis betekent ook loutering, scheiding. Crisis heeft iets in zich van een nieuw begin.
Zondag jl. preekte ik over Jes. 11 : 1: 'Want er zal een rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï.'
Wat een belofte voor Israël, maar ook voor de gemeente van vandaag. Ze lijkt zo machtig veel op die omgehakte boomstronk, die Jesaja ziet. Maar Jesaja ziet tot zijn verrassing een nieuw takje groeien uit die boomstronk. Jesaja ziet dat als een belofte van God. Die belofte hebben we nog. Een nieuw takje, kleiner dan de oude boom. En met een eigen vorm, zonder een kopie te zijn van de oude boom. Maar van hetzelfde soort. Met hetzelfde evangelie, een gemeente die alleen maar gemeente kan zijn door te volharden in de leer der apostelen, de gemeenschap, de breking van het brood en de gebeden.
We kunnen verder gaan, juist omdat we ekklesia zijn. Geroepen door Hem, die als een Herder vooropgaat, naar Zijn toekomst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's