Hart
Woorden van leven
Het Hebreeuwse woord 'leb', dat 'hart' betekent, kennen we ook in het Nederlands: 'Lef' hebben is het hart hebben, moed hebben.
Het hart van de mens is het geestelijke centrum van zijn leven. Daar vallen de grote beslissingen die bepalend zijn voor alle relaties waarin de mens staat. Allereerst gaat het dan om de relatie met God, die een zaak is van het hart. De HEERE ziet dan ook het hart aan, en laat Zich niet door de schijn van het uiterlijk misleiden. Hij kent en doorgrondt het hart van ieder mens. Maar ook in de verhouding van mensen onderling geeft de liefde van het hart de ware band.
Het gaat erom wie het in het hart van de mens voor het zeggen heeft, want daaruit zijn de 'uitgangen des levens' (Spr. 4 : 23). Het hart is de zetel en het uitgangspunt van een veelheid van menselijke gevoelens, van de hoogste vreugde tot de diepste verbrokenheid van smart. Het hart is de plaats van wijsheid en bedachtzaamheid, van het geloof en de kennis des HEEREN, maar ook het tegendeel van deze genadegaven, de dwaasheid van de zonde kan er zetelen. Ja zelfs het hardste verzet tegen God kan daar leven, waar de dwaas in zijn hart zegt: 'daar is geen God' (Psalm 14). Meer dan een kwart van de keren dat dit woord voorkomt, vinden we het dan ook in die bijbelboeken waarin datgene wat een mens in zijn gemoed beweegt en uit zijn binnenste laat kennen, centraal staan: Psalmen, Spreuken en Prediker. Er is ook een directe relatie tussen hart en hand, in de dubbelheid van goed en kwaad volgens het opmerkelijke woord: 'Het hart des wijzen is tot zijn rechter-, maar het hart eens zots tot zijn linkerhand' (Pred. 10 : 2).
Het hart is in de Bijbel vooral de plaats van de waarachtige vreze des HEEREN. 'Met het hart gelooft men ter rechtvaardiging' (Rom. 10 : 10). Daartoe heeft het eerst wel eens een radicale vernieuwing nodig, want van nature is ons hart boos. Het harde stenen hart moet naar Gods belofte plaats maken voor een hart van vlees. Evenals er een uiterlijke besnijdenis nodig is van de voorhuid, zo moet het hart besneden worden. Het moet van de afwijking worden genezen en gereinigd, opdat het een plaats zal zijn waar Gods Woord leeft. Zo wordt het een plaats van ware kennis van de HEERE, Hij schrijft er Zijn Wet in, zoals eens op de stenen tafelen. Hij maakt het door Zijn Geest tot Zijn woonplaats als Hij het hart verbrijzelt en levend maakt.
Christus kent alle ontroering van het mensenhart, Hij brengt het tot rust in Zichzelf: 'Uw hart worde niet ontroerd' (Joh. 14 : 1). Hij is de Wijsheid Zelf, Die vraagt om ons centrum: 'Mijn Zoon, geef mij uw hart' (Spr. 23 : 26). Hij alleen heeft recht op ons hart, en niets minder De opdracht om ons hart goed te bewaren wordt het best nagevolgd als we het Hem in bewaring geven. Hij wil het hart rijk maken met Zijn genade, zodat het in de levende kennis van Hem waar wordt: 'Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn' (Math. 6 : 21).
Tenslotte nog dit: 'En hieraan kennen wij, dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen onze harten verzekeren voor Hem. Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen' (1 Joh 3 : 19, 20).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's