Doe-de gij niet mee met carnaval?
Binnenkort staat het rooms-katholieke zuiden van ons land in het teken van nog maar één ding: carnaval. Optochten, praalwagens, verkleedpartijen, maskers, danspartijen, veel eten en veel drinken.
Carnaval – of om het ouderwetse woord te gebruiken: vastenavond – wordt in rooms-katholieke landen gevierd aan de vooravond van het veertigdaagse vasten, voorafgaande aan het Paasfeest. De meningen over de oorsprong van het woord 'carnaval' zijn verdeeld, maar de meest aannemelijke verklaring beroept zich op een Italiaanse akte uit het jaar 965. 'Carnivale' zou hier betekenen 'Vlees vaarwel', oftewel het opruimen van vlees. Veel gebruiken van Germaanse en Romeinse vruchtbaarheidsfeesten zijn bovendien terug te vinden in het carnaval. De oorsprong van carnaval is dus heidens.
Op wat vroeger één avond was en wat nu tot drie 'vette' dagen is uitgegroeid, wordt er stoom afgeblazen. Lange optochten en praalwagens bieden de gelegenheid om uiting te geven aan onlustgevoelens en spotternijen. Wat vroeger drie dagen eten, drinken en vrolijk zijn was om daarna veertig dagen te vasten (men eet dan de helft van het gebruikelijke voedsel), is nu uitbundig feestvieren zonder inhoud geworden.
Ook boven de grote rivieren is listig ingesprongen op de carnavalsbusiness. Carnaval is lang niet meer een exclusieve gelegenheid van het zuiden. Veel mensen, die zich protestant noemen, doen mee met deze feesten. Er worden optochten georganiseerd voor kinderen. Op veel openbare scholen – en zelfs op christelijke scholen – mogen de kinderen de laatste dag voor de 'voorjaarsvakantie' verkleed op school komen om plezier te maken. Gemeentebesturen van overwegend protestantse plaatsen gaan door de knieën om de plaatsnaamborden te veranderen en de sleutel van de stad of het dorp te overhandigen aan prins carnaval.
Ongemerkt komen ook onze kinderen in aanraking met carnaval. Het is onze taak om onze kinderen te wijzen op de gevaren van dit 'feest'.
Het kan niet waar zijn, dat onze jongeren – die het teken van het Verbond aan hun voorhoofd dragen – zich verlagen tot dergelijke zottermij.
Beproeft alle dingen
Velen lezen: 'onderzoekt alle dingen, behoudt het goede'.
Een jongen, die thuis een christelijke opvoeding kreeg, probeerde me onlangs te confronteren met een tekst uit de Bijbel om zodoende zijn bezoek aan een carnavalsfeest goed te praten. Hij citeerde de bekende tekst uit 1 Thessalonisenzen 5: 'Onderzoekt alle dingen, behoudt het goede!'
Daarmee wilde hij zeggen: een mens moet van alles en nog wat kennis nemen in dit leven. Om iets goed te kunnen beoordelen, moet je er geweest zijn, het gezien hebben of eraan meegedaan hebben. Ga daarom – ook als christen – rustig naar een carnavalsfeest. Dan doe je een goede ervaring op.
De apostel wil ons in dit Bijbelgedeelte echt geen vrijbrief geven om in de wereld te duiken en zo op zoek te gaan of daar het goede te vinden is.
Er staat helemaal niet: onderzoekt alle dingen en het wordt door de apostel beslist niet zo bedoeld. Van 'alle dingen' mogen we niet 'alles' maken wat wij denken, dat er wordt bedoeld. 'Alle dingen' betekent: de dingen die zich aandienen als afkomstig van Gods Geest. De kanttekenaren zeggen: beproeft alle dingen, namelijk die u van de leraars voorgesteld worden, aan de toetssteen van Gods Woord.
Verder staat er: behoudt het goede. Voor 'behouden' staat letterlijk 'vasthouden'. Het goede vasthouden. Dit kan worden vertaald met: het echte, wat niet nagemaakt is.
Het 'goede' valt dus niet samen met wat ik goed vind of graag doe, maar dat wat in Gods Woord verankerd is.
Onze jongeren
Onze jongeren worden dagelijks door veel gevaren bedreigd, ze komen met veel zaken in aanraking. Weten wij – ouders – op welke plaatsen onze kinderen hun tijd doorbrengen? Welke gelegenheden worden door hen bezocht? Of wordt hierover thuis niet gesproken, omdat we ons niet overal druk over kunnen maken.
Wanneer kinderen uit een gezin het plan maakten naar een bepaalde gelegenheid te gaan, vroeg de vader uit dat gezin altijd: 'Kun je daar de Heere ontmoeten? Zo niet, dan hoor je daar niet!'
Daarom wil ik aan onze jongeren vragen: 'Kun je op een carnavalsfeest de Heere ontmoeten?' Het antwoord moet duidelijk zijn.
Vraag of de Heere door de werking van Zijn Heilige Geest daarvoor je ogen wil openen. Dan zul je merken, dat de wereld je niets te bieden heeft. Soms lijkt dat juist anders. Toch is het niet waar!
Als je iets van de werking van Gods Geest mag ervaren, begint de wereld haar glans te verliezen en wordt je jaloers op het geluk van Gods kinderen. Onze God roept je toe: 'Wend je naar Mij toe en wordt behouden!' Straks zal Hij nog eenmaal wederkomen op de wolken van de hemel om te oordelen de levenden en de doden. Zal Hij jou dan vinden op een plaats waar je niet kunt zijn? Hoe zal Hij ons bij Zijn wederkomst vinden?
WAKENDE?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's