De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking

8 minuten leestijd

Op 23 november 1992 hield dr. G. van den End (Huizen) in Broek op Langedijk een referaat over de prediking voor de Reformatorische Gezindte in Nood-Holland. In vijf afleveringen plaatsen we de bijgewerkte en uitgebreide tekst van deze lezing. Red.

Centrale plaats
Een belangrijk onderdeel van de kerkdienst is nog altijd de prediking. Het is een wekelijks terugkerend gebeuren waar veel voorgangers zich voor gesteld zien en waar zij de nodige vreugde aan beleven. Een taak die zij soms ook — de eerlijkheid gebiedt het te zeggen — als een last ervaren en waar zij wel eens onder gebukt kunnen gaan.
Het is niet minder een uiterst belangrijke zaak voor degenen, die hun plaats in de gemeente innemen en regelmatig onder de kansel verkeren. Wanneer aan de doorsnee-kerkganger de vraag zou worden gesteld wat hij in de kerk van wezenlijk belang acht, dan denk ik dat de preek wel eens bovenaan kon staan in rangorde. Niet voor niets is de stereotiepe vraag die zaterdags gesteld wordt: wie preekt er morgen? En na afloop van de dienst is het: hoe was de preek?
Vooral in de gereformeerde traditie heeft de prediking een zeer centrale plaats gekregen. Het valt direkt op als je een kerkgebouw binnenkomt: de preekstoel staat in het middelpunt en niet de avondmaalstafel of het doopvont. En op de kansel ligt de opengeslagen bijbel. Deze inrichting is kenmerkend voor alle kerken die door de Calvijnse traditie zijn gestempeld. Er gebeurt heel wat in de eredienst. Allerlei onderdelen vragen de aandacht, zoals de schriftlezing, het lied, het gebed, de inzameling van de gaven. Maar we zouden bijna kunnen stellen dat in de gereformeerde eredienst alles zich haast naar de prediking. Dat is een uiterst gewichtig gebeuren, waar ook de nodige tijd voor wordt ingeruimd.

Hernieuwde aandacht
Opmerkelijk is dat de laatste jaren ook door diverse toonaangevende theologen in ons land het grote belang van de prediking weer wordt onderkend. In de zeventiger jaren waren er heel andere geluiden te horen. Vanuit de praktische theologie, zoals die aan de universiteiten werd onderwezen, werd geoordeeld dat de prediking als vorm van kommunikatie van geringe waarde was. Men was van mening dat de tijd van het preken voorbij was en dat daarom gezocht moest worden naar andere mogelijkheden. De praktische theologie richtte zich vooral op pastoraat en vormingswerk. Daar zouden we het in de kerk van moeten hebben, maar niet van de prediking. De laatste jaren keert echter de vraag naar de preek weer terug. Het is duidelijk geworden dat de preek veel meer doet dan men dacht.
Vanuit onderzoeken die na de kerkdiensten waren gehouden (in gemeenten van diverse denominaties) meende men aanvankelijk bovengenoemde konklusie te mogen trekken: preken haalt weinig uit. Als men uit de kerk kwam, wist men eigenlijk al niet meer waar het over ging. Diepere onderzoeken blijken nu uitgewezen te hebben dat de preken veel meer uitwerken dan men eerst vermoedde. Vooral een zekere continuïteit zou van belang zijn: het regelmatig preken horen van dezelfde voorganger zou vrij grote invloed hebben. De oude uitdrukking dat een predikant in een bepaalde gemeente sporen heeft getrokken, zou volgens dit onderzoek een diepe waarheid bevatten.
Wij spreken over bovenstaande gegevens geen nader oordeel uit en laten dit onderzoek verder voor wat het is. Opmerkelijk achten we wel dat er een hernieuwde aandacht valt waar te nemen voor de prediking, ook in kringen die nou niet direkt door de gereformeerde traditie zijn gestempeld. Het blijkt dat de prediking de eeuwen door heeft standgehouden en de gemeente heeft gebouwd en bewaard. In de prediking is het God zelf die in de laatste ernst van zijn genade ons tegemoet komt. Wij geloven namelijk dat God niet alleen in het verleden gesproken heeft, maar dat Hij ook nu nog spreekt. Dat besef maakt de prediking tot een spannend en tegelijk beslissend gebeuren. Wij kunnen van het belang daarvan nooit diep genoeg doordrongen zijn.
Het is dan ook goed om ons steeds weer af te vragen hoe we in dit alles staan, als voorganger maar ook als gemeente. Er vallen vandaag ook allerlei kritische geluiden over de prediking te horen. Moeten we ons daarvoor afschermen en die bijvoorbaat naast ons neerleggen? Of kùnnen we onze winst ermee doen, en er onze lering uittrekken? Zonder de pretentie te hebben volledig te willen zijn, willen wij enkele facetten van de prediking naar voren halen om tot nadenken te stemmen. Misschien kan dat voor deze en gene een stimulans zijn. Wellicht kan het de betrokkenheid van de gemeente voor dit gebeuren, dat door menig voorganger als een eenzaam avontuur wordt ervaren, vergroten.

Bijbelse opdracht
ledere zondag worden de dienaren van het Woord geroepen om (vaak tweemaal) de preekstoel te beklimmen. Waar halen ze de moed vandaan? Waarom doen ze dat? Het antwoord kan alleen maar zijn: omdat de prediking een opdracht is van de verhoogde Christus. Hij heeft gezegd na zijn opstanding: 'Gaat heen in de gehele wereld, predik het Evangelie aan alle creaturen'. Zo staat het in Markus 16. En aan het eind van Lukas 24 lezen we: 'en in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving van zonden onder der alle volken, beginnende van Jeruzalem'. En Paulus schrijft in Romeinen 10: 'hoe zullen zij horen zonder die hun predikt' (vers 14). En even verder in vers 17: 'Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods'. En om nog een plaats te noemen; in 2 Timotheus 4 schrijft hij: 'Ik betuig dan voor God en de Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in zijn verschijning en in zijn Koninkrijk; predik het woord; houd aan tijdig en ontijdig; 'wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer'.
Dat is de eerste opdracht aan de kerk: de prediking. Zo spreekt de Heere Zelf Zij die in het ambt gesteld zijn, zijn tot deze taak geroepen. Aan de kerk, aan de ambtelijke dienst der kerk is het Woord van God toebetrouwd. De profeten van het Oude Testament begonnen dan ook vaak hun prediking met: 'Alzo spreekt de Heere Heere'. En als Christus zijn discipelen uitzendt, dan zegt Hij: 'Wie U hoort, die hoort Mij, en wie U verwerpt, die verwerpt Mij, en wie Mij verwerpt, verwerpt Degene die Mij gezonden heeft' (Lukas 10 : 16). En de geweldige betekenis van de prediking heeft Paulus samengevat in die bekende woorden: 'het heeft Gode behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven' (1 Cor. 1 : 21). De apostel is ervan overtuigd dat het om niets minder gaat dan het gaan delen in het verzoeningswerk van Christus. Vanuit die wetenschap zegt hij: 'Zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege, alsof God door ons bad, wij bidden van Christus' wege: Laat u met God verzoenen (2 Cor. 5 : 20).
Als we deze bijbelse gegevens op ons in laten werken, verstaan we dat de prediking geen liefhebberij is van een bevlogen mens. Hier ligt een opdracht van de Heere Zelf; een opdracht waar wij ons nooit van af mogen maken. Naarmate de tijden voortgaan moet die opdracht worden vervuld. Het Woord van God moet gebracht worden op alle mogelijke manieren, opdat niemand kan zeggen: ik heb het niet geweten. Opdat ieder mens gekonfronteerd wordt met de gestorven en opgestane Christus. Want Hij is de inhoud, de waarborg en de stimulans voor de predikant.
Alleen omdat ze deze opdracht ter harte namen, hebben eenvoudige Galilese vissers de moed gehad de wereld in te trekken met een boodschap waar die wereld nou niet op zat te wachten. De verhoogde Christus zelf stond erachter. Dat besef bracht de apostel ertoe zo te spreken, dat ze zonder aanzien des persoons het Woord doorgaven. Ik denk in dit verband aan Paulus, wanneer hij als gevangene voor de stadhouder Felix en zijn vrouw Drusilla staat. Dan spreekt de apostel van rechtvaardigheid en matigheid en van het toekomende oordeel (Hand. 24 : 25). En als hij later Festus ontmoet, dan klinkt er weer die volstrekte zekerheid door: 'betuigende klein en groot, niets zeggende buiten hetgeen de profeten en Mozes gesproken hebben dat geschieden zou, namelijk dat de Christus lijden moest en dat Hij, de Eerste uit de opstanding der doden zijnde, een licht zou verkondigen aan dit volk en de heidenen'. Die woorden blijken ergernis op te roepen. De apostel krijgt te horen dat hij raast.. Hij zou volgens Festus wartaal spreken. En we zijn geneigd te denken: had Paulus het niet wat anders aan kunnen leggen, wat voorzichtiger. Maar deze man heeft zich gehouden aan het Woord van zijn Zender. En in die volmacht kon hij spreken.
Geldt dat ook vandaag niet? We kunnen soms ongewild in situaties terechtkomen dat we ons bepaald niet op ons gemak voe­len. Maar zwijgen kan niet. Wat moeten we zeggen? Dan geldt ook vandaag nog de belofte van Christus dat het in dezelfde ure u gegeven zal worden wat u spreken zult. Want gij zijt het niet die spreekt, maar het is de Geest van uw Vader, die in u spreekt. (Matt. 10 : 20). En hoe meer we ons van onze eigen onbekwaamheid bewust zijn, hoe meer we de nabijheid van de Heilige Geest zullen ervaren. Dan kunnen we spreken in de volmacht van Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De prediking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's