Geen woorden maar daden?
Ds. B. Wallet over de Gereformeerde Bond en Samen op Weg
In het begin van de zeventiger jaren was er een drukbezochte vergadering van ambtsdragers vanwege de Gereformeerde Bond in de Domkerk in Utrecht. Aanleiding was de deining, die was ontstaan rondom de verhoging van de bijdragen voor de Generale Kas, een fonds waaraan hervormd gereformeerden in de kerk wel bijdroegen, maar waaruit ze nooit enige baten hadden. Tijdens die bijeenkomst vroeg één der aanwezigen om daden. Het moest niet bij woorden, zeg bij protesten blijven. Er moesten daden worden gesteld. Ds. L. Kievit vroeg toen, staande op de kansel in de Domkerk: hebben we die woorden niet eerder gehoord, namelijk in Rotterdam en omgeving? 'Geen woorden maar daden'!?
Ik moest aan die bijeenkomst terugdenken toen ik dezer dagen, teruggekeerd van vakantie, een artikel las in Trouw, opgetekend uit de mond van ds. B. Wallet, secretaris van de Raad van Deputaten Samen op Weg. Wallet zegt in dat stuk dat hij, vanwege mijn vakantie geen contact heeft kunnen opnemen, alvorens hij zijn ontboezemingen aan Trouw prijsgaf. Ik schrijf derhalve ook maar zonder voorafgaand contact met hem. De titel van het Trouwartikel was intussen op z'n minst aandachttrekkend: 'Wallet signaleert bij bonders tegenstelling tussen woord en daad'. Dàt nu vraagt om een publiek en openhartig weerwoord.
Voorop gesteld mag worden dat Wallet in het Trouwverhaal geen onvertogen woord zegt. Hij bedoelt — als ik hem tenminste goed begrijp — ook niet te zeggen: let wel op hun woorden maar niet op hun daden. De doorgaande lijn in het verhaal van ds. Wallet is, dat de bonders steeds zich geroepen voelen ferme taal te bezigen, met name ook ten aanzien van het Samen op Wegproces, terwijl er toch regelmatig geducht rekening met hen is en wordt gehouden gedurende het nu dertig jaar aan de gang zijnde SOW-proces. Wat betreft dat rekening houden met de bezwaren van de zijde van de hervormd gereformeerden noemt hij concrete voorbeelden. En toch... – zo constateert hij – mij dunkt met enigszins verhulde gramschap – en toch blijven er steeds harde dingen gezegd worden. 'Afgelopen week (vóór de combisynode, v.d. G.) was het tot tweemaal toe raak. Het hoofdbestuur van de Bond fulmineerde in het eigen orgaan De Waarheidsvriend tegen een voorstel om de hervormde kerkeraden voortaan op een democratischer manier te kiezen. En op de combisynode van hervormden, gereformeerden en lutheranen verzetten de bonders zich tegen de instelling van een 'kleine synode', beducht dat ze daarmee de greep op het SoW-proces verliezen.'
Even verder in het betoog refereert Wallet dan nog even aan de inleiding in mijn artikel over de zesjaarlijkse stemming (Waarheidsvriend d.d. 27 febr.), waarin de elkaar opvolgende kerkordewijzigingen in de Hervormde Kerk werden genoemd en werd gezegd, dat de gemeenten daar kopschuw van beginnen te worden, onder andere (dus niet alléén) ook vanwege het SoW-proces. De volgende kwalificatie is daarbij voor rekening van de interviewer en Wallet (samen): 'Van der Graaf had er geen moeite mee om aan te wijzen hoe het komt dat de gereformeerde bond zo in de knel zit: door dat vermaledijde SoW-proces'. Tussen twee haakjes zij gezegd, dat het opvallend is, dat de secretaris van SOW deze reactie geeft.
Gevoelige pees
Waar komt de pikante kop in het Trouwartikel intussen vandaan? Mij dunkt, uit het betoog zelf. Wallet constateert, zoals gezegd, dat de bonders overal in de gelegenheid zijn hun inbreng te hebben ('constructief meedoen') en intussen toch telkens naar buiten toe lucht geven aan hun kritische gevoelens. Dat zou een tegenstelling tussen woorden en daden inhouden. Mij dunkt nu, dat Wallet zich onvoldoende realiseert welk een gevoelige pees hij hier raakt. Regelmatig wordt van gans andere zijde ook aan het adres van de hervormd gereformeerden het verwijt gemaakt van een discrepantie tussen woorden en daden. In die zin namelijk, dat bij hervormd gereformeerden wel voortdurend scherpe wóórden worden gebezigd maar geen dáden worden gesteld. Telkens weer als er ten aanzien van een bepaalde zaak door de Gereformeerde Bond duidelijke taal wordt gesproken, wordt door anderen opgemerkt: wèl woorden, maar géén daden.
Toen, om een voorbeeld te noemen, in 1971 het zogeheten Getuigenis verscheen, schreef prof. dr. J. Douma (vrij weergegeven): wanneer zal het eens uit zijn met de mooie woorden en zal men breken met Babel?
In één van de laatste nummers van Koers zegt voorzitter Blokland van het GPV, dat men vanuit de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) met toenemende verbazing naar de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk kijkt.' Enerzijds worden er ferme uitspraken gedaan over de dwalingen van die kerk, anderzijds kiest men er toch uitdrukkelijk voor om in die kerk te blijven.'
Als, om nog een laatste voorbeeld te noemen, duidelijke taal wordt gesproken (zoals recent) ten aanzien van de Wereldraad van Kerken, wordt opgemerkt: mooie woorden maar geen daden (o.a. H.H. Blok in Het Zoeklicht).
Geen woorden maar daden! Het is al zo vaak en telkens herhaald gezegd. De daad, die bedoeld wordt, is dan: breken oftewel afscheiden.
Alsof — en dat is het enige antwoord, dat hier te geven valt — het dragen van verantwoordelijkheid, die niet ten koste gaat van duidelijkheid, géén daad is.
Verantwoordelijkheid
Dit brengt mij terug bij de ontboezemingen van ds. Wallet. We kunnen elkaar dunkt me recht in de ogen kijken. Er is bepaaldelijk geen tegenstelling tussen woorden en daden, zoals Wallet suggereert. De hervormd gereformeerden zijn steeds dáár geweest en zijn ook vandáág daar, waar hun kerk is. Daar dragen zij verantwoordelijkheid. Daar wìllen zij ook, uit roepingsbesef, verantwoordelijkheid dragen; vanwege hun behóren tòt die kerk, vanwege hun déél hebben aan alles wat daar omgaat, ook aan nood en schuld. Anders kan men zich gevoeglijk en met reden afvragen wat zij nog in die kerk te zoeken hebben. Maar wat dan in de binnenkamers, c.q. in vergaderingen wordt gezegd, moet ook naar bùìten toe kunnen worden gezegd, en omgekeerd. De kritiek moet het daglicht kunnen verdragen. Geen achterkamertjesgedoe.
Ik geef twee voorbeelden. In de eerste plaats noemt ds. Wallet de kwestie van de kleine synode. De bezwaren die daartegen ter combisynode werden ingebracht, vallen onder de door hem gebezigde kwalificatie: 'het was weer raak'. Dan mag ik eraan herinneren, dat door ondergetekende bij herhaling binnen de Raad van Deputaten bezwaar is aangetekend tegen de vorming van zo'n kleine synode. Dat zou zelfs op de combisynode, waar ik niet aanwezig kon zijn, worden kenbaar gemaakt. Dat er dan kennelijk op de combisynode zelve een bréder draagvlak voor deze bezwaren was dan binnen de Raad van Deputaten, mag toch niet op de debetzijde van de Gereformeerde Bond worden geschreven!
In de tweede plaats herinnert ds. Wallet aan het gesprek, dat de Raad van Deputaten enige tijd geleden heeft gehad met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Inderdaad een constructief, we mogen zelfs zeggen een hoogstaand en diepgaand gesprek. Ik mag evenwel herinneren aan de inzet van dat gesprek. Ds. J. Maasland typeerde namelijk toen de SoW-situatie in zijn inleiding aan de hand van een moment, waarop hij met zijn auto voor een stoplicht stond, ergens op de Veluwe, met terzijde van hem een veewagen. Hij hoorde het trappelen, het bonken van de paardebenen tegen de wanden. Ze wilden erùìt. Maar de wagen ging verder. Hij vroeg toen — en we vroegen het sámen — of men binnen alle geledingen van het Samen op Weg-proces wel voldoende overtuigd is en blijven zal, dat dit de positie van de hervormd gereformeerden is.
Wij hebben telkens weer gezegd, dat we ons in het SoW-proces 'meegenomen' voelen. Maar juist daarom, en dat vanwege onze principiële keuze voor de Hervormde Kerk, willen we medeverantwoordelijkheid dragen daar, waar beslissingen vallen of beslissingen worden voorbereid. Terwijl nochtans de trein verder rijdt.
Kwetsbaar
De daad van het kritisch willen dragen van medeverantwoordelijkheid is intussen kennelijk een kwetsbare.
Geen woorden maar daden, zegt de één. Bedoeld wordt dan: breken. En dan? vragen we.
Hervormd gereformeerden kunnen toch hun bezwaren ter bevoegder plekke kenbaar maken, zegt de ander (i.c. ds. Wallet). Dus verder dan maar de mond houden?
Het is intussen gemakkelijker om vanaf een zijlijn te blaffen (binnen de Hervormde Kerk of erbuiten) dan om ter plekke, daar waar de beslissingen vallen, kritisch aanwezig te zijn en ook te blijven en intussen ook nog integer te blijven. De kerk is geen vakbond. Het luistert nauw als het gaat om de vraag hoe we met elkaar omgaan. Enerzijds openheid, anderzijds niet monddood gemaakt worden.
Eerlijk gezegd doet het dan een beetje pijn als een tegenstelling tussen onze woorden en onze daden wordt gesuggereerd. Maar die pijn zal wel alles ook te maken hebben met een dieper liggende gevoelslaag. Die heeft te maken met de vraag naar welke kerk het toegaat.
Wallet zegt aan het slot van zijn ontboezemingen in Trouw óók — eerlijk is eerlijk! — dat hij bij gereformeerden historisch besef mist, gezien het feit dat ze zo snel geïrriteerd raken door de gereformeerde bond, 'die te pas en te onpas aan de noodrem hangt'. Maar hij zegt intussen ook 'heilig te geloven' dat de Vereniging van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken een feit wordt, 'mèt de gereformeerde bond erbij'. Hij zegt: 'Wij kunnen de bond niet missen in de kerk en ik denk dat de bond de kerk niet missen kan. De gereformeerde bond is zó verweven met de vaderlandse kerk'.
Ja, jùìst ja! Maar gun ons dan als 't u belieft de ruimte om te blijven staan vóór en ìn die vaderlandse kerk. Dat het maar geen àndere kerk worde. Anders is hier 'heilig geloven' nog iets anders dan zeker weten.
Als hervormd gereformeerden het immers niet voor die kerk blijven opnemen, wie dan wel? Dit zo zijnde, zal men de kritische, de zéér kritische stem zelfs van de hervormd gereformeerden voor lief moeten nemen. Niet alleen daar, waar verantwoordelijkheid wordt gedrágen maar ook waar naar buiten toe verantwoording wordt àfgelegd. En dan liever maar geen tegenstelling meer suggereren tusen woorden en daden. Anders roept men geesten op, die gevaarlijk dicht zouden kunnen komen in de richting van: geen woorden maar daden.'
De kwetsbaarheid zal intussen wel ons lot blijven. Dat komt ervan als men tegelijk hervormd èn gereformeerd wil zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's