Boekbespreking
Dr. H.M. Vroom (red.) e.a. De God van de filosofen en de God van de Bijbel. Het christelijk Godsbeeld in discussie. Meinema, Zoetermeer. 174 blz. 1991. ƒ 27,50.
Zeven godsdienstfilosofen zijn met elkaar in discussie over de wijze waarop over God kan en moet worden gesproken, en over de vraag welke de plaats van de filosofie daarbij is. In 1989 verscheen het boek van dr. Th. de Boer, De God der filosofen en de God van Pascal, dat principieel wilde afrekenen met iedere wijsgerige manier om over God te spreken. De natuurlijke theologie en het verlichtingsdenken hebben heel de geschiedenis op het verkeerde been gezet, en nu ieder godsbeeld bezig is te vallen, storten ook de scholastieke en godsdiensthistorische godsbeelden in. In plaats daarvan stelt De Boer een nieuwe concentratie op God als de God van de uittocht en van de verlossing, concentratie dus op wat op aarde gebeurt, vooral op het verhaal over Israël en op dat van Jezus van Nazareth.
Op de klank af, en de titel van het boek uit 1989 zinspeelt daar ook op, doet De Boer hetzelfde als ook eens Pascal deed: afrekenen met de God die een hersenspinsel is, een schim, ter wille van zijn concrete werkelijkheid en aanwezigheid. Ook de titel van zijn boekje zinspeelde hierop. Zo doet ook de titel van het hierboven genoemde boek.
Ook hieraan werkt De Boer mee, zij het uitsluitend in een slotwoord dat een antwoord wil zijn op door 6 filosofen op hem uitgebrachte kritiek. Deze zijn, naast de redacteur, dr. J. van der Hoeven, dr. B. Vedder, dr. P.H.A.I. Jonkers, dr. H.J. Adriaanse, dr. L.J. van den Brom en dr. Th. de Boer.
Het blijkt dan hoezeer het boek van De Boer reactie heeft opgeroepen. Eigenlijk geeft niemand hem integraal gelijk. Vooral in roomse kring is er fel verzet tegen het fundamentele uitschakelen van vaste menselijke denkpatronen, zoals De Boer het bepleit. Mij spraken vooral de bijdragen aan van Van den Brom en Vedder. De centrale punten waarom het gaat zijn onder meer: de vraag of men moet breken met alles wat bovennatuurlijk is omdat aanvaarding daarvan het menselijk denken dooddrukt; of denken iets is dat dusdanig aan de tijd gebonden is dat men moet spreken van een historische rede van de mens, zodat iets dat vroeger uit-gedacht is voor het heden geen betekenis hebben kan; en of datgene dat bestaat ook zin heeft, eenvoudig alleen door te bestaan, dan wel dat men een scherp onderscheid moet maken tussen zijn (bestaan) en zin (hebben); en of men over Gods almacht ja of nee alleen maar kan spreken in de zin van liefderijke ondersteuning; en of er, wanneer men alle metaphysica — filosofisch denken over God — afwijst, alle speculatie over God, niet alleen een zijns-leer overhoudt die slechts de wording van het zijn tot inhoud heeft, zodat alle vaste substantie in de geschiedenis vloeiend is geworden. Allemaal vragen waarop De Boer ja heeft gezegd. Wij zijn ervan overtuigd dat De Boer zich voor dit alles niet op Pascal kan beroepen. Wij betwijfelen zelfs of het in Pascals geest is om op het front van vandaag, dat toch al zo a-historisch is, zo relativerend en optimistisch. Pascal in te schakelen. Natuurlijk, ook Pascal stond op het front tegen de filosofische God, maar dit godsbeeld was veel statischer, en ging samen met een massieve, veruitwendigde kerk en dito vroomheid, en met het dictatoriale en geen tegenspraak duldende gezag van (de kerk van) zijn tijd. Wij gaan van harte met De Boer mee in zijn protest tegen de vervanging van de God van de bijbel door welke constructie ook. Dit 'pascalse' element proeven we bij hem. Echter, wij verzetten ons evenzeer tegen de reductie van het godsbeeld en van Gods eigenschappen en tegen de relativering van de rede die de reactie van De Boer opvult, en die, evenzeer als bij De Boers critici, ook vrucht kan zijn van filosofisch denken. Iets dat zijn critici dan ook niet ontgaan is.
S. Meyers, Zeist
Geschiedschrijving in de twintigste eeuw. Discussie zonder eind, o.r.v. Herman Bellen e.a., Agon, 1991, 446 pagina's, ƒ 49,90
De geschiedeniswetenschap is naar verhouding nog een jonge wetenschap. De negentiende eeuw is bij uitstek de eeuw van de geschiedenis, waarin grote historici naam maakten. Vooral Leopold von Ranke moet hier genoemd worden als belangrijke pionier die deze wetenschap tot professionele hoogte heeft gebracht. Daarmee begon ook een uitgebreide discussie, die zoals de titel van het boek al zegt, inderdaad 'zonder eind' is, naar een uitspraak van de Nederlandse historicus Pieter Geyl. Een uitvoerige weergave van deze discussie is te vinden in Geschiedschrijving in de twintigste eeuw. Discussie zonder eind. De aanzetten van de discussie in de negentiende eeuw, maar vooral de discussie zelf in de twintigste eeuw tussen verschillende scholen en historici komt hierin aan de orde. Het is een overvloedige veelheid van, soms diametraal tegenover elkaar staande theorieën en methodes, vertegenwoordigd door een keur van historici.
Het boek is in drie hoofddelen ingedeeld. Het eerste deel handelt over 'De erfenis van Ranke' en gaat in op het Duitse debat: de traditionele visie van de geschiedenis als politieke geschiedenis, van staten, machthebbers en elite, kwam onder vuur te liggen van een heel andere benadering die veel meer door de sociologie en democratische tendensen werd bepaald. De aandacht verschoof van staat naar volk, er kwam aandacht voor de cultuur, het volksleven. De 'gewone man' kwam in het vizier en allerlei maatschappelijke en sociale factoren gingen meespreken in de discussie.
Het tweede hoofddeel bespreekt de geschiedschrijving tot 1945. Andere wetenschappen, sociologie en economie, gaan steeds meer hun invloed krijgen op de geschiedeniswetenschap, die zich er soms fel tegen verzet, of ze ook hartelijk in de armen sluit. Vooral de Franse school van de 'Annales' is hierbij van groot belang. De geschiedschrijving wordt, ook besproken naar de verschillende nationale achtergronden in Duitsland, Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten.
Het derde hoofddeel, het uitvoerigste, gaat over de geschiedschrijving na 1945. Deze periode laat een grote vlucht zien van de verschillende scholen en richtingen in de geschiedeniswetenschap, waarbij de discussie in grote levendigheid voortgaat. Nu eens zijn het vooral de structuren en conjuncturen die vooral de aandacht van de historici hebben, de geschiedenis werd min of meer sociale wetenschap. Niet de mens en zijn daden, maar allerlei omstandigheden zijn bepalend. Daarnaast komt er toch ook weer nieuwe aandacht voor de evenementen en de mensen in hun concrete omstandigheden en relaties, zoals ze zich laten kennen uit persoonlijke documenten. En zo gaat de discussie nog lustig voort tot de dag van vandaag. Dit boek heeft iets van een encyclopedie. Een groot aantal belangrijke historische studies van deze eeuw wordt in de context van de discussie gelokaliseerd en kort getypeerd. Het vierde deel van het boek bevat een soort 'woordenboek', waarin een groot aantal historici kort wordt getypeerd en waarin hun belangrijkste publikaties worden vermeld. Daarbij vond ik overigens slechts één kerkhistoricus. Misschien wel kenmerkend voor het ontbreken in deze grote invloed van historiografie van theologische en religieuze elementen als factoren die de visie op de geschiedenis bepalen. Is er naast de grote aandacht voor en discussie met allerlei menswetenschappen in de discussie wel plaats voor de betekenis van de theologie? De theologie heeft immers wel degelijk ook een discussie met de geschiedeniswetenschap, en misschien is deze discussie wel het diepst ingrijpend. Is het stilzwijgen over deze discussie een manco van dit boek of van de geschiedeniswetenschap van de twintigste eeuw zelf?
Dit boek wordt gepresenteerd als een overzicht ten gerieve van studenten geschiedenis, maar ook bestemd voor andere belangstellenden. Deze laatsten dienen dan echter wel een zekere basiskennis te hebben van de 'discussie zonder eind'.
M.A. van den Berg, Groot-Ammers
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's