Torenspitsen-Gemeenteflitsen
DE BARTHOLOMEÜSKERK TE SCHOONHOVEN
'Welkom in de Zilverstad Schoonhoven'. Met deze vriendelijke tekst wordt het binnenkomend verkeer in het stadje aan de Lek begroet. Sinds kort bevatten genoemde borden een wat dubieuze toevoeging: 'Heksenstad'. In 1591 werd namelijk op de Stenenbrug, tegenover het stadhuis, Marrigje Ariëns terechtgesteld, de laatste vrouw die schuldig bevonden was aan hekserij. Precies vier eeuwen later een toeristische trekpleister.
De Zilverstad bezit drie Bartholomeüskerken. Niet alleen het gebouw, dat in gebruik is bij de hervormde gemeente, maar ook de rooms-katholieke en de oud-katholieke kerk zijn vernoemd naar deze discipel van de Heere Jezus. Het spreekt vanzelf dat de kolossale kerk in het centrum van het stadje, met zijn massieve, scheve toren, de oudste van de drie is. 'De oude Bart', zo wordt hij soms familiair aangeduid.
Hóe oud de kerk is, is moeilijk te bepalen. In ieder geval stond zij er al in 1375, toen Schoonhoven werd getroffen door een grote brand, waarbij ook de kerk schade opliep. In het midden van de 17e eeuw werd deze kerk grondig verbouwd. Een nog ingrijpender restauratie had plaats in de jaren 1927-1934. En een halve eeuw later was wéér een restauratie nodig, die in 1980 begon en in 1982 voltooid werd.
Het karakteristieke van de Bartholomeüskerk is, dat de grote ruimte in tweeën is verdeeld. Het koor enerzijds, en het schip met de beide zijbeuken anderzijds, worden gescheiden door het zogenaamde doksaal, waarvan het bovenste gedeelte is versierd met engelenfiguren, die emblemen dragen met betrekking tot het lijden van Christus. Onder het doksaal, dat uit 1539 dateert, is in de 17e eeuw de regeringsbank gebouwd, die nog altijd de 'herenbank' wordt genoemd en die tijdens de diensten bezet wordt door de 'heren kerkvoogden'.
De kansel dateert uit 1777, het kunstig gesneden doophek daarvóór uit 1625. Verder bevat de kerk tal van bezienswaardigheden, onder andere een groot aantal wandborden en grafzerken. De meest bekende is die van Olivier van Noort (1558-1625), de ontdekkingsreiziger, die als eerste Nederlander om de wereld heen zeilde en daarna garnizoenscommandant van Schoonhoven werd.
Sinds 1578 is de kerk in gebruik bij de hervormde gemeente. De godsdiensttwisten tijdens het Twaalfjarig Bestand zijn aan die gemeente bepaald niet ongemerkt voorbijgegaan. Na het overlijden van de twee bekende en geliefde predikanten Levinus van den Borre en David Timmerman, kwamen er twee dominees die sympathiseerden met de Remonstranten. Het Contra-Remonstrantse deel van de gemeente nàm dat niet en kerkte aanvankelijk over de Lek, in Groot-Ammers, waar Samuël van den Borre stond, een zoon van de Schoonhovense dominee. Later, 'des buitengaans moede zijnde', hielden ze hun samenkomsten in Schoonhoven zelf. Doordat de overheid partij koos voor de Remonstranten, ontstonden er relletjes die soms het karakter van een burgeroorlog aannamen. Pas na de Dordtse synode van 1619 werden beide predikanten afgezet en keerde de rust in de gemeente terug.
Op de lijst van predikanten die de gemeente in de loop der eeuwen hebben gediend, prijken enkele bekende namen. Van 1640 tot 1651 stond hier Abraham van der Velden, de auteur van het veelgelezen boek 'De Wonderen des Allerhoogsten', die van hier naar Utrecht vertrok en daar in de strijd om de 'kapittelgoederen' in 1660 door de stedelijke overheid uit de stad werd gezet.
Van 1730 tot 1737 werd de gemeente gediend door Jacobus Fruytier, de schrijver van 'Salomo's raad aan de jeugd' en van 'Sions worstelingen'. Hij is in Schoonhoven overleden. Vrijwel tegelijkertijd (1731-1740) stond hier Johan Temminck, vertrokken naar Amsterdam. Hij is voornamelijk bekend geworden als auteur van een bundel preken over 'Het Hogepriesterlijk gebed'.
In de tijd van de Franse Revolutie (1790-1795) mocht de gemeente enkele jaren Nicolaas Schotsman in haar midden hebben, de man die in dagen van kerkelijk en geestelijk verval de moed had 'Een erezuil ter gedachtenis van de Dordtse Synode' (1819) te doen zien.
De namen leggen er getuigenis van af dat de gemeente in de 17e en 18e eeuw werd bearbeid in de geest van de Nadere Reformatie. Is die lijn in de vorige eeuw enigszins omgebogen in ethische richting? Dat zou men mogen afleiden uit het feit dat de gemeente van 1838 tot 1849 werd gediend door Cornelis Eliza van Koetsveld. Een bekend theoloog, die ook op literair gebied aktief is geweest. Hij schreef 'Schetsen uit de pastorie van Mastland'. Later, in Den Haag, werd hij hofprediker en in die functie bediende hij in 1880 de Doop aan onze latere Koningin Wilhelmina.
In het begin van onze eeuw was er steeds één confessionele predikant en één Gereformeerde Bonder. Toen dat veranderde in twee 'Bonders', ontstond een minderheidsgroep, die nu als 'deelgemeente' met een eigen predikant haar weg gaat.
De huidige dienaren des Woords, A.A.W. Boon en ondergetekende, maken het getal van 75 predikanten sinds de Reformatie vol. Gode zij dank mag in onze oude Zilverstad nog steeds het Woord worden verkondigd, dat naar de uitspraak van de psalmdichter begeerlijker is dan fijn goud.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's