De Prediking (3)
Eerherstel van de prediking
Een vorig maal hebben wij nagedacht over de grote aandacht die de reformatoren geven aan de prediking. We kunnen er niet omheen in dit verband ook de naam Calvijn te nomen. Net als Luther heeft hij onvoorstelbaar veel gepreekt gedurende vele jaren, 's zondags en in de week. Hij was ervan overtuigd dat het verval van de kerk in de eerste plaats was veroorzaakt door nalatigheid in de prediking. Bisschoppen waren deftige administrateurs geworden en de priesters hadden hun hoogste taak in de sacramentsbediening gevonden. Reformatie van de kerk stond voor Calvijn daarom zonder meer gelijk aan herstel van de prediking.
In 1539 stelt Calvijn aan kardinaal Sadoletus de volgende vraag: 'Welk soort preken hoorde men toentertijd (= tijd voor de Reformatie) in Europa? Waar was de eenvoud, die naar Paulus' woord de hele christenheid moest kenmerken? Het was een prediking, waarvan de oude vrouwtjes zoveel onzin thuis brachten, als zij in een hele maand bij de kachel konden uitspinnen! Zo kon men toen de preken aldus indelen: de ene helft was geladen met donkere, schoolse vraagpunten, over welke het ongeletterde volk zich het hoofd brak; de andere helft was vervuld van luimige verhalen of onaangename dromerijen, waardoor men het volk kon bekoren. Zeer zelden was daarin een volzin uit Gods Woord verdwaald, opdat daardoor aan het gezwets enige schijn van waardigheid werd bijgezet. Maar op het ogenblik dat wij de banier ophieven, was het bij ons met die schijnprediking gedaan'.
Calvijn heeft gezorgd voor een volledig eerherstel van de prediking in het midden van de gemeente. In de Institutie schrijft hij: 'zo moet het altijd geschieden dat er geen samenkomst van de gemeente gehouden wordt zonder prediking des Woords, gebeden, uitdeling van het Avondmaal en aalmoezen'.
De prediking is hoogtepunt. Heel de Schrift werd in het midden van de gemeente gelezen en verklaard. De uitleg is niet speculatief, maar gehoorzaam aan het Woord. De toepassing is diep zonder de breedte te verontachtzamen; breed, zonder aan diepte in te boeten. Zowel de vragen van het hart, van het persoonlijke geloofsleven als de problemen van het moment komen aan de orde. Deze hervormer schroomt niet de gebeurtenissen van de dag in zijn verkondiging te betrekken en er vanuit Gods Woord het licht op te laten vallen.
Calvijn is in veel opzichten de man van het evenwicht. Wat in later tijd wel eens als in een spectrum uiteenvalt, wordt door hem in één doordringende stralenbundel bij elkaar gehouden. Zij spreekt niet met één woord, maar meestal met twee. Dat geldt ook ten aanzien van de prediking. Niet alleen de bevindelijke omgang met God maar ook het leven in kerk en samenleving worden door de reformator aan de orde gesteld. Christus moet voor hem in de prediking centraal staan. En omdat Christus niet anders tot ons komt dan op de wijze van de belofte, niet via het sacrament zoals de rooms-katholieke kerk leerde, en ook niet door een droom of visioen zoals de dopers beweerden, moeten de beloften voluit worden gepredikt aan de gemeente. De beloftenprediking is het middel waardoor de Heilige Geest het geloof wil werken en versterken in de harten van de hoorders en omgekeerd is het de eigenschap van het geloof om zich vast te klemmen aan Gods beloften. In allerlei toonaard en variatie heeft deze hervormer gewezen op het belang van Gods beloften voor het leven van het geloof.
Calvijn preekte als pastor; hij trok met de gemeente mee en ging concreet in op de behoeften van de gemeente. Daarom besefte hij ook de zware verantwoordelijkheid van de predikant. Hij gaat immers om met zaken van leven en dood, want hij hanteert de sleutels van het hemelrijk. Hij mag niets verzwijgen van wat God heeft geopenbaard en hij mag niet speculeren over de dingen die God verborgen heeft gehouden. Al zijn gezag ligt uitsluitend in het Woord dat hem is toevertrouwd om het te bedienen. Zelf heeft hij niets om gezag bij te brengen, en ambt zonder Woord is een lege huls.
In ons eigen land
We kunnen in het kader van ons onderwerp maar enkele facetten noemen. Waar we nog wel op zouden willen wijzen is de uitstraling die van Genève uitging in grote delen van Europa. Niet in het minst ook in ons land waar de prediking een centrale plaats kreeg in de gereformeerde kerk. Evenals de reformatoren hebben ook de 'oude schrijvers' het belang van de prediking duidelijk gezien. Zij waren zich er goed van bewust dat door dit middel het volk werd bereikt, zodat de onkunde kon worden tegengegaan en misstanden konden worden bestreden. Juist door de prediking is de Nadere Reformatie van zo grote betekenis geworden. De vertegenwoordigers van deze beweging stonden midden onder het volk en hebben alle aandacht gegeven aan de verkondiging van het Woord. Ik zou in dit verband de namen willen noemen van W. Teellinck, Joh. Hoornbeeck, G. Voetius, G. Saldenus en D. Knibbe. Zij schreven een handboek voor de prediking, uitvoerig of minder uitvoerig. Maar het was hun bedoeling om zo de dominees te stimuleren en de nodige hulp te bieden.
Zelf heb ik mij gedurende zes jaar intensief bezig gehouden met G. Saldenus, een praktisch en irenisch theoloog die o.a. predikant was in Enkhuizen, Delft en Den Haag en daar in 1694 overleed. Met name zijn in het latijn geschreven homiletiek heeft mij zeer geboeid. Het is een werk geschreven door iemand die midden in de kerk stond en al 28 jaar als predikant werkzaam was. Voor Saldenus heeft de preek drie onderdelen, en wel de inleiding, de uitleg en de toepassing. Hij pleit voor een strakke opbouwen een heldere compositie. Wij dienen ermee te rekenen dat het merendeel van de hoorders onervaren is, en het meest gediend is met een heldere uitlegging en toepassing van de Schriften. Een hoogdravende en bombastische manier van spreken zal tegenstaan, maar een eenvoudige woord zal indruk maken. De toepassing krijgt grote aandacht. Grondige studie wordt door hem aanbevolen, ook van de grondtalen en van de wijsbegeerte; deze studie acht Saldenus een blijvende noodzaak. Het onvoorbereid en voor de vuist weg spreken wordt ten sterkste afgekeurd. Studie èn de verlichting van de Heilige Geest zijn beide onmisbaar.
Een steeds terugkerend motief in deze homiletiek is de gerichtheid op de praktijk. Het gaat er naar de mening van Saldenus niet om wat de zaak in zichzelf is, maar wat het betekent in de praktijk. Deze gerichtheid op de praktijk omvat allereerst de innerlijke geloofsbeleving die in de prediking om de orde moet komen. Maar zij heeft niet minder te maken met de praktijk van de levensheiliging en het kerkelijk en maatschappelijk leven.
Ook allerlei praktische adviezen worden in deze homiletiek gegeven die voor onze tijd nog volop aktueel zijn, o.a. over gebaren op de kansel, het gebruik van de stem, de gebeden en de lengte van de preek. Saldenus zegt over dit laatste: 'Men moet de hoorders helpen uit de kerk te gaan, niet vermoeid maar verzadigd; het is geestelijk voedsel, en dit moet uigedeeld worden om honger te stillen en niet om tot verachting te brengen'.
Het is verleidelijk om uit dit werk meer aan te halen. Waar het ons echter om gaat is duidelijk te maken dat ook in ons land in de gereformeerde kerk aan de prediking zeer veel zorg werd besteed.
Het wezen van de prediking
We willen nu de vraag aan de orde stellen wat eigenlijk het wezen van de prediking is. Wij zouden ook kunnen zeggen: waar komt het op aan in de prediking, wat is de kern, de inhoud? Daar zou heel veel over te zeggen zijn. Kort en kernachtig zouden we het zo kunnen formuleren: heel de Schrift moet aan de orde komen: de Schriften van het O.T. en N.T. Prediking is in principe niets anders dan uitlegging en toepassing van het Woord Gods. De preek moet de tekst laten openbloeien, en geen doorgeefluik van anekdotes zijn. Ontvouwing van de Schrift. En in de Schrijft gaat het om de Zelfopenbaring van de Drieënige God. Het gaat om de persoon en het werk van de Vader die zondaren verkiest; om het werk van de Zoon die zondaren verlost; om het werk van de Heilige Geest die zondaren heiligt.
We zouden het ook anders kunnen zegen — in overeenstemming met het getuigenis van de Heilige Schrift — Christus moet voor ogen worden geschilderd (Gal. 3 : 1). We dienen als predikers te lijken op Eliëzer, die alsmaar sprak over zijn meester. Want in Christus gaan alle schatten van het heil, alle schatten van het Verbond open: de vergeving van zonden, het nieuwe leven. Inderdaad Christus in het middelpunt. De prediking dienst Christo-centrisch te zijn.
U zou ook kunnen zeggen: de prediking dient trinitarisch te zijn. Het Vaderlijke van God moet aan de orde komen, in schepping en onderhouding, in recht en genade. Christus en al zijn werk, maar ook de toeëigening door de Geest. En als die worden gepreekt, dan komen daarin de ontdekking aan de zonde, de toeleiding tot Christus, de inleiding in Christus en de verzegeling door de Heilige Geest aan de orde. En niet alleen maar aan de orde zodat ze voorgesteld worden, maar in die zin dat ze uitgedeeld worden. Dan is er ook de beleving van wat in de prediking tot ons komt: we gaan door Gods genade er uit leven.
Dan is dat oude onderscheid van voorwerpelijke en onderwerpelijke prediking ook geen onderscheid meer. Hoe trouwer de voorwerpelijke waarheid 'uiteengezet' wordt, hoe rijker die gepredikt wordt, hoe meer dit Evangelie uit Gods mond geloofd wordt, hoe meer men daaraan deel zal krijgen. Dan fungeert de tekst niet als kapstok, maar dan gaat de Schrift open in z'n breedte en diepte. En het gevolg is dat er heldere geloofskennis groeit in de gemeente, die gepaard gaat met geloofsverzekerdheid. De prediking is dan ook geen theorie, hoe diepzinnig misschien ook maar ver van ons afstaand, nee, dan zijn we er bij betrokken. Dan komen de eisen en de beloften van de God van het verbond naar ons toe. Dan zal het duidelijk worden dat de Heere een bijzonder recht op ons heeft; dat Hij Zelf voor ons staat met Zijn beloften en eisen, en dat we in de prediking ten volle verantwoordelijk worden gesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's