De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat stelt een classis voor?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat stelt een classis voor?

Overwegingen bij de classicale herindeling

11 minuten leestijd

(Lezing gehouden voor de nieuwe Classis Harderwijk)

Inleiding
We gaan er vanuit dat bij het ontstaan van nieuwe classicale vergaderingen het niet in eerste instantie om de geschiedenis gaat, maar om de huidige betekenis van de classis. Tegelijk kunnen wij niet om de geschiedenis van onze kerk heen bij de vraag, wat een classicale vergadering in het kerkrecht voorstelt. Zoals het boek van W.F. Dankbaar over de sacramentsleer bij Calvijn een bestseller werd tijdens de vrijmaking, zo heb ik in deze periode van classicale herindeling plotseling nut gehad van mijn dissertatie destijds over de archieven van de Classis Dordrecht en de betekenis van de classis in de Nederlandse Reformatie.

De Bijbel
In de Bijbel is nauwelijks sprake van wat wij meerdere vergaderingen der kerk noemen, of het moet zijn dat het apostelconvent uit Hand. 15, waar apostelen en ouderlingen (vs. 6) bijeen zijn, daarvoor model kan staan. Het begrip synode komt niet in het Nieuwtestamentische Grieks voor in de zin waarin wij het gebruiken, maar op een heel andere manier namelijk als zelfstandig naamwoord in Luk. 2 : 44 – Maria en Jozef meenden dat Jezus in het gezelschap (synodia) op de weg was. En als werkwoord in Hand. 9 : 47 – de mannen die met Saulus over weg reisden. Aardig is dat we zo wel achter de oorsprong van het woord synode komen: mensen van dezelfde weg. Een van de oudste aanduidingen van christenen is 'die van die weg zijn'. Volgens Hans Kosmala is dit een aanduiding voor christenen, die aan de joden ontleend is.
De classis komt in de Bijbel niet aan de orde. De vergadering van Hand. 15 is een ad hoc-bijeenkomst over de vraag in hoeverre de heidenen de Wet moeten onderhouden. De Bijbel leert ons dat de kerk als gemeente en de kerk als groter geheel voorop staat, afgedacht van enige organisatie. Haar leiding was in handen van ambtsdragers die charismatici, door de Geest bezielde mensen waren. We moeten dus bij alle vragen betreffende kerkelijke organisatie bij de Geest beginnen, ook als we bij het instituut willen uitkomen. Dit brengt met zich mee dat velen het zoeken bij en in de plaatselijke gemeente als draagvlak van de kerk en dat ooit een scriba van het moderamen van de synode van onze kerk me toevoegde, dat hij niet geloofde in meerdere vergaderingen der kerk, slechts in de plaatselijke gemeente als grondvlak. Is dit standpunt juist?

De geschiedenis
De kerk heeft een gestalte. Zij wordt zichtbaar, omdat de Geest een lichaam zoekt om erin te wonen. Maar het is aan de Geest eigen om niet allemaal aparte lichamen te scheppen. In de kerk worden ook uiterlijk mensen en instanties samengevoegd opdat het ene lichaam duidelijk wordt. De vroege kerk heeft rond 150 ter afwering van ketterijen de canon van de Bijbel, de op schrift gestelde geloofsbelijdenis en het ambt om­schreven, maar zij heeft daarna niet een aparte kerkelijke organisatie ontworpen. Die organisatie waar de kerk zich van bedienen ging, was de hare niet, maar was overgenomen van het Romeinse rijk. Een politieke organisatie vormde het model voor de organisatie van de kerk. Dat is belangrijk, want het zegt ons dat de Heilige Geest kerk en samenleving op een maximale wijze samenhoudt en verbindt, ook als het erom gaat hoe de kerk van Christus er aan de buitenkant uitziet. Anders gezegd: wanneer de Heilige Geest een instituut zoekt, dan wordt dat zelden of nooit een apart staand instituut, en meestal een dat de kerk gemeen heeft met wat reeds voorhanden is in de samenleving. Ik weet dat er over deze vroege organisatie van de kerk minder prettige dingen te zeggen zijn, zoals de parallel tussen de Romeinse politieke ladder tot aan de keizer en de monarchale hiërarchie van Rome's kerk. Maar dit neemt het vorige niet weg. En het is goed dat wij op dat vorige letten in dagen waarin de organisatie van de kerk op de helling gaat.
In de Middeleeuwen komen rijksorganisatie en kerkorganisatie sterk naast elkaar te staan en soms tegenover elkaar vanwege de strijd tussen de macht van kerk en staat (twee zwaardenleer), en dit wordt in zekere zin de basis voor de Lutherse opvatting van de verhouding tussen kerk en staat, een visie die weerspiegeld wordt in het Lutherse kerkrecht. Overigens ontwikkelt zich gedurende de Middeleeuwen de kerkelijke organisatie in de richting van provinciale en nationale synoden, terwijl vanaf Karel de Grote ook de coetus, het Latijnse woord voor classis, ter aanduiding van samenkomsten van geestelijken wordt gebezigd.
In de Reformatie wordt de lijn van de conciliaristen aangehouden, die de eenheid van macht en gezag der ambten in de kerk benadrukten en het gezag van personen aan die van de kerkelijke concilies onderwierpen. In deze lijn werd door de Reformatie die hiërarchie afgebouwd. Maar hoe zal de kerk geregeerd worden, wanneer het eenvoudig gezag ontbreekt? Sommigen vonden een oplossing in de Geest – de Wederdopers – maar de voorbeelden van zo'n oplossing waren niet om over naar huis te schrijven. Anderen dachten aan de staat als regerende instantie over de kerk – denk aan Johan van Oldenbarnevelt en de Nationaal-Gereformeerden in ons land – maar ook dit loste niets op. Merkwaardig is, dat zij die zich op de Geest beriepen en degenen die de staat te hulp riepen, zich als het fout ging, van wapengeweld bedienden.

De classis als oplossing
Hoe moet het dan? Onze kerk is niet georganiseerd van de basis naar de top, dus van gemeente naar synode, maar andersom, en wel zo dat de classis de grondvergadering van de kerk vormt en de synode er is om de classes tot overeenstemming te brengen (H.G. Kleyn). Vandaar ook dat de synode niets kan beginnen in samenstelling (ver­kiezing) en in kerkrechtaangelegenheden, tenzij de classes zich hebben uitgesproken. Kenmerkend voor de calvinistische Reformatie is niet een synodaal-presbyteriale kerkregering, maar een classicaal-presbyteriale kerkregering. Het argument dat de gemeente zelf bepaalt of zij zich aan het recht van een classis onderwerpt (Wezel V-18), wordt niet ingegeven, zoals sommige afgescheidenen meenden, door de autonomie der plaatselijke gemeente, maar door de invloed van heren-politiek op het Convent van Wezel 1568, want zij hadden er belang bij dat de classicale vergaderingen niet te machtig zouden worden. Dit zelfbeschikkingsrecht van de gemeente vinden wij dan ook niet meer terug in de acta van de Synode van Emden 1571, waar het Nederlandse gereformeerde kerkrecht mee begint en waar gesteld wordt, dat de gemeenten zich aan de synodale besluiten moeten onderwerpen en de classicale vergaderingen gemeenten moeten stichten, de kerkeraadsverkiezing regelen en een grote stem hebben bij de beroeping van predikanten. De classicale organisatie van de kerk met de ringen als vergaderingen van gedeputeerden van de classis, is rond wanneer de Synode van Middelburg 1581 gehouden wordt. Hiervóór hebben de classes een vergaderfrekwentie van 1 maal per maand, hierna van 3 of 4 maal per jaar. Het gezicht van de classis wordt bepaald door predikanten, die bij constituering van gemeenten een beslissende rol spelen, en door ouderlingen, maar in het geheel niet door diakenen. In de 16e eeuw funktioneert de kerkeraad als consistorie en vergaderen de diakenen apart. Een heel belangrijk ding, dat het aanzien van de classis bepaalt, is de vorming van predikanten. De verplichte preekoefening van de leden van de classis om beurte wordt op veel plaatsen uitgebreid met preekoefeningen tijdens de vergaderingen van gedeputeerden en soms met een eigen propositieinstituut. Vooral steden probeerden met hulp van zulke preekinstituten hun plaatselijke Latijnse scholen op te krikken tot een soort van hogescholen of zelfs universiteiten. Zo wordt de stadstimmerman van Dordrecht naar Leiden gestuurd om de maten te nemen van boekenkasten en boekenplanken van de universiteitsbibliotheek. Hij moet die kasten en planken vervolgens in Dordrecht namaken, kennelijk in de hoop dat de eerste stemhebbende stad van Holland nog eens een eigen theologische faculteit of zelfs meerdere faculteiten zal krijgen. Middelburg, Harderwijk, Franeker, Amersfoort en andere steden zijn van hetzelfde streven een voorbeeld, de een met meer, de ander met minder succes. Toen de Remonstrantse twisten begonnen, kwam de Leidse theologische faculteit dankzij Arminius. Vorstius e.a. in een kwade reuk te staan en prefereerden de contraremonstrantse kerkeraden kandidaten die niet uit Leiden, maar liefst van zo'n classicaal propositieinstituut kwamen. Hiermee werd een wig gedreven in de kerkelijke opleiding en aan de academische theologieopleiding een gevoelige slag toegebracht, aldus Festus Hommius, die deze gang van zaken zeer betreurde.

In-het algemeen bleef de positie van de classicale vergadering tussen Emden 1571 en Dordrecht 1618-'19 betrekkelijk onveranderd.

En nu?
In de kerkorde van 1951 is de eerste ordinantie aan de ambtelijke vergaderingen gewijd, en daarin wordt van de classicale vergadering gezegd dat zij leiding moet geven aan leven en werken van de classis op haar verschillende arbeidsgebieden en dat zij al wat het kerkelijk leven in de classis kan bevorderen, moet ter hand nemen. Dit is haar eerste opgave. De tweede is dat zij opzicht moet houden over de gemeenten in haar gebied. De derde is dat zij dient uit te spreken jegens de meerdere vergaderingen (PKV en synode) wat er leeft in de gemeenten en ambtelijke vergaderingen op haar gebied. De vierde is dat zij de verslagen der afgevaardigden behandelt, en de vijfde dat zij verricht wat naar de orde der kerk van haar gevraagd wordt.
Leggen we deze vijf taken naast die in het cumulatieve kerkrecht van Emden 1571 tot Dordrecht 1618-'19, dan is erin de taakomschrijving pricipieel niet zoveel veranderd. Wel krijgt men de indruk dat toen de classicale vergadering iets meer gezag had dan nu, bijvoorbeeld als het ging om de inmenging van de classis in de beroeping van een predikant en ook wat betreft de boekencensuur over theologische lectuur en evenzeer in het opzicht over de scholen binnen het classicaal gebied. Wanneer in onze tijd de classis zich gaat bemoeien met de gang van zaken in een gemeente, dan is er meestal flink wat aan de hand of mis gegaan.
Vanwaar dit verschil? Het heeft mijns inziens iets te maken met het verschil tussen een opbouw- en een 'afbraak' fase. In een tijd van opbouw en organisering verstaat men ook de organisatie gemakkelijker als een gave van de Heilige Geest. Hoe hebben organisaties als Kerkherstel en Kerkopbouw niet reeds vóór de Tweede Wereldoorlog gezocht naar de geestelijke aspecten van de organisatie van de kerk. Bij 'afbraak' krijgen de organisaties (de radenrepubliek, Den Haag, Leidschendam, Leusden, Huizen!) de schuld en wil men terugvallen op de basis. Het grondvlak wordt de gemeente en niet langer de classicale vergadering. Er is dan meestal sprake van een kloof tussen top en basis, en juist in die kloof komt de classicale vergadering terecht. Hoe zullen de classes leiding geven, opzicht houden en elk van hun taken uitoefenen, wanneer de meerdere vergaderingen der kerk komen te staan onder de grote druk van schuldig zijn aan verval, secularisatie, kerkverlating en wanneer ook de schismatieke geest van evangelikale elementen nog een duit in deze zak doet? Allicht komt men dan op de basis terecht, want de plaatselijke gemeente is toch maar het grondvlak van de kerk en de enige plaats waar de kerk leeft. Is dit juist?

Eerherstel van de classis
De autonomie van de plaatselijke gemeente dreigt inmiddels haar eigen ondergang te worden. Ze raakt namelijk geïsoleerd. Veel afgevaardigden bezoeken de classicale vergaderingen niet meer, de een om een meer principiële reden dan de ander, maar het feit ligt er. Roemende in eigen rechtzinnigheid, raakt men het zich op de andere leden van Christus' kerk kwijt en men merkt het nauwelijks. Maar in de gemeenten, die zo geïsoleerd raken, merkt men het wel. Niemand behoort immers op zichzelf te staan, zegt Guido de Brès in onze Ge­loofsbelijdenis, en hij verbindt de kerk met een lichaam dat van Adam af tot aan het einde der wereld leeft bij gratie van Christus' eeuwig Koningschap.
De classis is de mooiste vorm van een samengaan van gemeenten en ambten, want al is haar spreken en handelen nog zo bindend, toch heeft zij niets van het overheersende gezag van een hiërarchie aan zich. Daarvoor staat zij net dicht genoeg bij de basis. Maar ze is niet gelijk aan de basis, en zo laat zij de basis voelen, dat een gebouw meer is dan een fundament en dat een lichaam meer heeft dan voeten.
Niet de ouderling – want die bestond al lang, zij het in een wat verminkte vorm – maar de classis is de meest gereformeerde uitvinding die er in het kerkrecht gedaan werd. Calvijn heeft in zijn Ordonnances ecclesiastiques bewust de kerkelijke volmacht niet bij de gemeente gelegd, maar bij een vergadering van ambtsdragers, dit in verband met de tucht als kenmerk der kerk. Vanwege haar brede opdracht is de classicale vergadering hiertoe meer geëigend dan alleen de kerkeraad. Bovendien considereert de classis – en niet de kerkeraad – over het kerkrecht, en dan is het goed dat de uitoefening van het kerkrecht ook een belangrijke taak van de classis is. Daarom definieert A.Th. van Deursen in Bavianen en Slijkgeuzen, op blz. 5. de Hollandse kerk uit de tijd die hij beschrijft, als een samenstel van classicale verbanden, aan wie het toezicht en de controle over de gemeenten opgedragen is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat stelt een classis voor?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's