Uit de Pers
Mensen in wording
Zo luidt de titel van een rapport over 'Theologische, ethische en pastorale overwegingen bij nieuwe voortplantingstechnieken en prenataal onderzoek'. Dit rapport kwam tot stand op verzoek van de hervormde en gereformeerde synoden en is besproken op de combi-synode van 31 januari en 1 februari waar ook de lutheranen aan deelnemen. Het gaat hier om een voorlopige nota, meer een gespreksnota dan om een definitief standpunt van de kerken. Men is tot het schrijven van deze nota gekomen vanwege de stormachtige ontwikkelingen op het gebied van de biomedische wetenschap en techniek. Kinderloosheid kan in bepaalde gevallen worden opgeheven door kunstmatige bevruchting. Prenatale diagnostiek kan reeds in een vroeg stadium ernstige afwijkingen aan het licht brengen. Er kan op dit terrein zo ontzettend veel meer dan enkele tientallen jaren geleden nog mogelijk bleek. De vraag, waar we als kerken meer en meer voor komen te staan, is: mag ook alles wat technisch kan? Uit een samenvatting van de hoofdlijnen van dit rapport licht ik dit korte fragment.
Waar het in het rapport om gaat, is de vraag: wat maakt je tot wie je bent? Wij hebben ons bestaan te danken aan God, die ons schiep, en die creatief en heilzaam naar ons omziet. Maar dit sluit niet uit, dat zaken als erfelijke aanleg en milieu-invloeden van belang zijn voor wie we worden. Tegen de achtergrond van de ontwikkelingen van de wetenschap is de vraag, op welke manier de toegenomen kennis en kunde op het gebied van de menselijke voortplanting te maken hebben met ons belijden als christelijke kerk. Wat vinden we wel en niet verantwoord handelen? Het rapport gaat verder in op drie vraagstukken: de reageerbuisbevruchting, de prenatale diagnostiek en de aanvaardbaarheid van het gebruik van menselijke embryo's.
Constante beschermwaardigheid
In het Gereformeerd Weekblad van 14 februari 1992 reageert dr. J. Hoek op de inhoud van de nota. Hij geeft aan slechts met grote moeite op de synode te hebben kunnen instemmen met het feit, dat deze nota als bezinningsmateriaal de gemeenten wordt ingestuurd.
Het is waar dat er in het rapport een gelukkige verschuiving te constateren is ten aanzien van het hervormd rapport over abortus provocatus uit 1977. Toen werd er nog gesproken over 'toenemende waarde' van de menselijke vrucht in de verschillende stadia van de ontwikkeling in de moederschoot. Terecht is men hiervan afgestapt. De vrucht heeft vanaf de conceptie de waarde van menselijk leven. We mogen dus aannemen, dat de tijd voorgoed voorbij is, dat er binnen de kerken over beginnend menselijk leven gesproken kon worden als 'een klompje cellen' of 'waarden-indifferent basis-achtig leven', waar je zonder veel gewetensbezwaren van alles mee kon uithalen. Maar intussen wordt er wel gesproken van 'toenemende beschermwaardigheid'. Een zogenaamd 'preembryo' (een zeer aanvechtbare term voor het embryo gedurende de eerste 14 dagen na de conceptie) zou minder beschermwaardig zijn dan een embryo van drie maanden. Waar baseert men dit op? De kerkvader Tertullianus heeft al gezegd: 'Homo est et qui est futurus'. Ook hij is een mens die het zal worden. 'Het wordend menselijk leven moet als voluit menselijk worden benaderd'. Vandaar dat er niet van toenemende, maar van constante beschermwaardigheid zou moeten worden gesproken.
Ik zie dan ook geen enkele ruimte voor onderzoek op embryo's, die dan vervolgens worden weggegooid. Zo mag je niet met menselijk leven omgaan! Evenmin als men ergens elders in de gezondheidszorg mensen mag opofferen aan de gezondheid van anderen, mag men dit doen met embryo's. Het pure zijn van het ene menselijk wezen mag niet opgeofferd worden aan het welzijn van anderen. Dit zou immers een louter instrumenteel gebruik van mensen betekenen. Dat is inhumaan. Naar mijn overtuiging gaat de voortgang van het medische kunnen dankzij de experimenten met embryo's met zoveel ingrijpende morele vragen gepaard, dat de kerken zouden moeten oproepen tot een moratorium, dat wil zeggen: pas op de plaats maken om ruimte te scheppen voor diepgaande morele bezinning.
Dr. Hoek vindt het te betreuren, dat voor kerken biologische gegevens de doorslag geven in de discussie over dit thema en dat niet de geestelijke dimensie van de oorsprong van het leven voldoende gehonoreerd wordt. Hij had een heel wat principiëler en helderder geluid van kerken verwacht, dan nu is gegeven. In Hervormd Nederland van 7 maart 1992 staat een gesprek te lezen, dat Jan Goossensen had met de voorzitter van de commissie, die genoemde nota samenstelde, prof. dr. E. Schroten, kerkelijk hoogleraar christelijke ethiek aan de rijksuniversiteit van Utrecht. Genoemde journalist heeft evenals dr. Hoek blijkbaar ook enige moeite met de nota; maar dan vanuit een andere invalshoek: het is hem allemaal veel te behoudend. Hij had meer willen lezen over bijv. kinderen in alternatieve relaties, over draag- en leenmoederschap. Prof. Schroten geeft aan, dat men deze vragen bewust heeft laten liggen, daar deze kwestie veel te gevoelig ligt binnen de kerken. Schroten sluit zijn gesprek met HN af met de volgende opmerking:
Ik vind overigens, dat een bredere discussie van groot belang is. Er liggen nog een flink aantal losse eindjes, die aan elkaar moeten worden geknoopt. De maatschappelijke discussie geeft daar aanleiding toe. Ik wil zelfs nog verder gaan. Mijn collega De Knijff heeft gezegd, dat de nieuwe techniek ook gevolgen heeft voor de dogmatiek. Anders gezegd: genetische manipulatie beïnvloedt de evolude. En heeft dus gevolgen voor de theologie van de voorzienigheid. De vraag is: wordt de mens gedragen door God of niet? Heeft God te maken met de techniek of zijn, wat wij noemen, technische verworvenheden diabolische krachten, waardoor God de greep op de werkelijkheid verliest? Het zijn interessante vragen. Kort gezegd: hoe dragen we de schatten van de traditie de eenentwintigste eeuw binnen?
Inderdaad, de vragen zijn indrukwekkend. Wat we als kerk belijden in bijv. de Zondagen 9 en 10, komt in het denken over deze materie onder druk te staan. We kunnen daar niet omheen, willen we ons belijden ook voor onze kinderen duidelijk maken.
Abortus
We hebben nog maar net het Ierse abortusdrama achter de rug. Een meisje van veertien jaar raakt zwanger na een verkrachting. Abortus is in Ierland bij de wet verboden. Het meisje krijgt een uitreisverbod om zich buiten de Ierse grenzen te laten aborteren. Na een internationale storm van protest beslist het Ierse hooggerechtshof anders en vernietigt het vonnis van een lagere rechtbank, die voor negen maanden genoemd uitreisverbod had uitgevaardigd. Uiteraard wordt dit gebeuren ook in onze vaderlandse pers aangegrepen om de 'gruwelijkheid' van het 'christelijke fundamentalisme' aan de kaak te stellen. Want ook in Nederland bevindt zich immers nog een groep mensen, die een vergelijkbaar standpunt terzake abortus inneemt? Zouden ze niet aan het twijfelen zijn gebracht? Deze vraag werpt een journalist van het weekblad HP-De Tijd in zijn uitgave van 6 maart 1992 op. Drie vertegenwoordigers van klein-rechts worden opgebeld en het resultaat luidt als volgt.
Buitenland-specialist Eimert van Middelkoop van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) heeft (uiteraard) waardering voor de strenge Ierse abortuswetgeving. En is juist bang dat de huidige consternatie kan leiden tot twijfel of de Ierse wet wel gehandhaafd moet blijven. 'Volgens het GPV past het niet om het leven van een ongeboren kind te benemen. Dat staat los van de wijze waarop dat kind verwekt is. Dat wil niet zeggen dat ik geen begrip heb voor de afschuwelijke positie waarin het kind — de zwangere moeder — terecht is gekomen. Maar ik weet niet of het voldragen van de zwangerschap traumatisch zou kunnen zijn. Ik voel wel een zekere compassie voor dit meisje. Voor dit ene geval. Maar ik mag er niet aan voorbij gaan, dat deze Ierse situatie gebruikt wordt om abortusgevallen te generaliseren en om aan dit geval een precedentwerking te geven.'
De christelijke eenheid in de Kamer houdt ook in deze zaak stand. Ook fractievoorzitter Bas van der Vlies van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) houdt zich aan zijn principes, hoewel hij het een moeilijke situatie vindt. 'Toch zeggen wij dat zo'n zwangerschap uitgedragen kan worden, ook al is die ontstaan door een verkrachting. Het meisje moet dan wel intensief en zo goed mogelijk begeleid worden en de baby moet aan het eind van de zwangerschap geadopteerd kunnen worden. Dat is ons alternatief.'
En Meindert Leerling, fractievoorzitter van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF), is ronduit jaloers op de Ierse wetgeving, al vindt hij het uitreisverbod, dat in eerste instantie werd uitgevaardigd wel erg ver gaan. 'Dat de Ierse wet abortus totaal verbiedt, vind ik zelf een zeer legitieme zaak. Maar als de wet mensen tegenhoudt om naar het buitenland te gaan, dan vraag ik me af of dat de verantwoordelijkheid van de ouders niet al te zeer beknot. Als zij toch tot abortus provocatus willen overgaan, is dat een beslissing, die de ouders van het meisje aangaat.'
Toch vindt Leerling dat het kind geboren moet worden, ook al is het uitdragen van de zwangerschap een traumatische ervaring voor het meisje. 'Die traumatische ervaring is er nu ook al. En ik denk dat het ter wereld brengen van het kind daar niet zo gek veel meer aan toevoegt. Ik zeg het nogmaals, ik zou in de wet geen bepaling willen opnemen die, als er sprake is van verkrachting, zonder meer abortus toelaat. Ik heb er geen wetenschappelijke gegevens voor, maar het zou mij niet verbazen als kinderen, die door verkrachting zijn verwekt en later ter wereld zijn gekomen, toch een heel normaal leven hebben kunnen leiden.'
Met excuses aan de hier geciteerde mannenbroeders voor de enigszins badinerende toon, die uit het HP-verslag naar voren komt. Je kunt, hoe gruwelijk het Ierse voorbeeld ook is, niet anders oordelen over abortus, dan door de vertegenwoordigers van klein-rechts is gedaan. Abortus is te allen tijde abortus. Hadden ze zich immers genuanceerder uitgelaten, dan was terstond de vraag te verwachten: en waar liggen dan volgens uw opvattingen die nuances in de Nederlandse abortuspraktijk?
Aids in Afrika
Intussen is een discussie over nieuwe voortplantingstechnieken, zoals in het al genoemde discussiestuk van de combisynode op gang is gebracht, een typisch westerse en daarom luxe-discussie. Prof. Schroten zegt ergens in zijn gesprek met Hervormd Nederland daar o.a. dit over:
Wij maken ons druk om euthanasie en in-vitrofertilisatie. In de derde wereld zouden ze de hemel danken als ze goede medicijnen hadden tegen lepra, of als ze aids konden bedwingen.
Over deze kwestie, de energie die in het Westen wordt gestoken in het produceren van blozende baby's afgezet tegen de overbevolking en de gezondheidszorg van de derde wereld, is bij mijn weten nog nooit iets door de kerken gezegd.
Daar moest ik aan denken, toen ik in De Volkskrant van 7 maart 1992 een uitvoerig artikel las van de hand van de directeur van het Tropenmuseum in Amsterdam, Henk Jan Gortzak. In dat artikel gaat hij in op het aangrijpend verschijnsel van aids in Afrika en de obstakels, die een anti-aidscampagne daar ondervindt. Over de omvang van aids in Afrika bestaan kille cijfers. Er zijn in Afrika ruim 120.000 geregistreerde aids-patiënten. Maar meer dan zes miljoen mensen zijn seropositief. In 1994 zullen naar verwachting twee miljoen mensen aan deze ziekte zijn overleden. Gortzak schrijft hoe de president van Zambia, Kaunda, wiens zoon ook aan aids overleed, aids omschrijft als een zachte atoombom, stil, zonder explosie, maar evenveel mensenlevens vernietigend als de echte atoombom. Tanzania schijnt het land te zijn, waar aids het meest heeft toegeslagen. En zoals zo vaak, krijgen vrouwen weer de schuld.
Tradities en de economische crisis in Afrika bevorderen de aids-epidemie. In vroegere Afrikaanse samenlevingen was levenslange monogamiteit voor man of vrouw vaak zeldzaam. In sommige culturen bestonden tradities voor getrouwden en ongehuwden omtrent de omgang met andere partners, maar door de slavenhandel, de gewapende bezetting tijdens de koloniale tijd en de gedwongen arbeid en migratie veranderden de sociale verhoudingen. Polygamie, vroeger alleen voor de rijken en machtigen weggelegd, werd in veel streken algemeen.
In de koloniale tijd steeg het aantal geslachtsziekten sterk, en omdat ze vaak niet behandeld werden, nam de onvruchtbaarheid bij de Afrikaanse vrouwen dramatisch toe. Soms met ernstige gevolgen voor hen: een getrouwde vrouw kan verstoten worden, een ongetrouwde vrouw krijgt geen man meer. En zoals de vrouwen vroeger verweten werd, dat zij de geslachtsziekten verspreidden, krijgen ze nu de schuld van de aids-epidemie.
De kerken hebben kennelijk moeite om in de anti-aidscampagne van de overheid van Tanzania mee te werken. Ook de bevolking heeft problemen met de aanbevelingen van de overheid om voorbehoedmiddelen te gebruiken.
'Iedereen moet voor zichzelf beslissen of hij een condoom gebruikt, vindt de bisschop van Mwanza. Zijn uitspraak is in strijd met de officiële leer van Rome. Hoewel de rooms-katholieke kerk in haar aids-programma's seropositieven als adviseurs gebruikt, wil zij toch dat 'iedereen, ook de seropositieven, moet streven naar een nageslacht'. De Anglicanen zijn eveneens tegen het condoomgebruik. Zij zijn bang, dat de condooms de jongeren zal stimuleren om seksueel actief te worden. De Lutherse kerk eist trouw binnen het huwelijk. Aspirant-leden moeten een aids-test ondergaan, en seropositieven mogen geen lid worden. De Lutheranen verzetten zich niet principieel tegen condoomgebruik.
Zevende-Dag-adventisten mogen het condoom gebruiken voor gezinsplanning, of wanneer een van de partners besmet is. Maar als je betrapt wordt op een buitenechtelijke affaire, moet je weer naar bijbelles en opnieuw gedoopt worden. In de islamitische klinieken worden aids-tests afgenomen, maar de imams ontkennen het bestaan van de ziekte bij hun volgelingen. Intussen verschijnen op de straten en pleinen steeds regelmatiger jonge, blanke Noordamerikanen, die, alsof de tijd heeft stilgestaan, zingen van de Heer. Zij hebben maar één boodschap: Geen seks, geen aids.
We leven in een uitermate gebroken wereld. Het is goed te beseffen, wat er om ons heen gebeurt. Om ons ervoor te behoeden, al te vlot klaar te zijn met zulke diepingrijpende problemen. Een houding van 'het is ver van mijn bed' kan nauwelijks christelijk heten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's