Les in verootmoediging
Alleen al het ontdekkende meervoud in het begin van dit psalmwoord 'uw knechten' is een krachtige aansporing op uw uitnodiging in te gaan! Gods knechten worden daardoor gekenmerkt: het hart hangt niet aan wat (mondiaal of nationaal of lokaal) groot en indrukwekkend is naar de maatstaf van deze wereld, maar aan Sion - óók als het door Gods rechtvaardig oordeel daar een puinhoop is.
De psalmist aan het einde van de ballingschap ('de bepaalde tijd') mocht pleiten op Gods beloften: 'Gij zult opstaan, U over Sion erbarmen'.
Ik geloof, dat de grote zaak voor Gods knechten vandaag moet zijn, dat wij zien dat deze beloften hun vervulling hebben in Christus, de kostbare Hoeksteen door de Here zelf in Sion gelegd, Jes. 28 : 16; 1 Petr. 2 : 6. Hoevele beloften Gods er ook zijn, alléén in Christus hebben zij hun heerlijke vervulling, 2 Kor. 1 : 20. Zó staat God op in Zijn erbarming!
Maar wat zien wij voor ogen? Stenen en gruis! Ook als we aan Gods genade over zijn gemeente niet tekort willen doen, toch moeten we de grote verstrooiing van Gods kinderen erkennen, in eigen land en 'all over the world'. Wat is daarvan de oorzaak toch, terwijl in Christus 'de bepaalde tijd' heerlijk is gekomen? Maar - het is dan ook: in Christus en: in Hem alléén!
Zou de diepste oorzaak van zo ontzaglijk veel verstrooiing onder de kinderen van God niet hier gelegen zijn, dat de apostolische oproep 'Komt tot Hem, de levende steen', 1 Petr. 2 : 4 wèl doorklinkt als het gaat over het persoonlijk behoud, maar dat die oproep a.h.w. wordt afgeschermd, zodra het gaat om de toevergadering van de gelovigen in de éénheid van de gemeente? En Petrus heeft het toch over de bouw van 'een geestelijk huis'l De Here bindt de bouwvan zijn gemeente aan de Zoon van zijn liefde. Wie medelijden heeft met de stenen en deernis met het gruis van Sion, moet de enige Hoeksteen eren op zijn van God gegeven plaats.
Hier spreekt het Nieuwe Testament met één stem.
Daarom is het benauwend als men in een nieuw judaïsme voor de staat 'Israël' beloften van God in heilshistorisch perspectief ziet, terwijl voorbij gegaan wordt aan de goddelijke roeping het evangelie van de Christus te brengen aan Abrahams vleselijk zaad (zelfs de kerkorde moet daarvan 'gezuiverd' worden!) èn terwijl terwille van de 'dialoog' tussen 'Israël' en de kerk wordt voorbij gegaan aan de nood van de Christus-belijdende joden, juist in 'Israël'. Daar zijn nu de 'stenen' en is het 'gruis'! En stenen en gruis zijn overal, waar het: 'Christus, de Hoeksteen alléén' geen radicale erkenning vindt.
Dat kan zijn, als een verwereldlijkt kerkregentschap meent voor de opbouw en de samenhang van de stenen te moeten (en te kunnen) zorgen. Resultaat: een puinhoop. En wie heeft medelijden, wie deernis?
Maar: 'Christus, de Hoeksteen alléén', kan ook genegeerd worden door vrijblijvende protestantse 31-oktober-nostalgie, of door afgescheiden zelf-ingenomenheid of door vrijgemaakte zelf-roem.
Als 'Gods knechten' een welgevallen hebben aan de stenen, deernis met het gruis van Sion, dan moge dat blijken in een prediking, die radicaal het éne begeert: dienstbaar te zijn aan de enige Hoeksteen van het geestelijk huis, dat naar Gods trouw tóch wordt gebouwd in deze wereld. En het geloof onderkent die trouw van God. Daarom wordt het leven uit de Geest daaraan gekend, dat het zich gewillig voegt naar deze trouw van God aan stenen en gruis. Hoeveel ruïneuze krachten kent de kerkgeschiedenis niet? De praal van een machtige kerk ('pompa' van Rome, zegt Calvijn); de diplomatie van de kerkpolitiek; de hoogmoed van een scholastiek, die aan de Christus van het Evangelie voorbijgaat; de normloosheid van wie de naam van kerk zich toeeigent, maar aan de leer van Christus zich niet onderwerpt. Kerkgeschiedenis: tweeduizend jaar geschiedenis van stenen en gruis. Geschiedenis van een puinhoop. En toch - we hebben die geschiedenis lief! Zien we de goede Herder de schapen, die verstrooid zijn, niet vergaderen? Zien we God niet, die in Christus opstaat om zich te erbarmen?
Tweeduizend jaar kerkgeschiedenis - het is een doorlopende les in verootmoediging: hoe kwam het tot die puinhoop? Het is een doorlopende les in volhardende liefde: Sions gruis is toch heilig (Calvijn). Het is een doorlopende les in het loflied op de God van stenen en gruis, de God die Jeruzalem herbouwt, in Christus, de Heer. ,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's