De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tussen isolement en confrontatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tussen isolement en confrontatie

Tweede Kerken dag in het verschiet

13 minuten leestijd

In september a.s. wordt onder auspiciën van de Raad van Kerken in Nederland een tweede Kerkendag gehouden. Hoewel er reeds geruime tijd regelmatig tipjes van de sluier in de pers zijn opgelicht, hebben we tot nu toe in deze kolommen nog geen aandacht aan dit komende gebeuren gegeven. Dat had zijn reden, die in het vervolg duidelijk zal worden, nadat we eerst, terwille van de objectiviteit, de gang van zaken rondom de vorige kerkendag en de komende de revue hebben laten passeren.

In 1988 besloot de hervormde synode met algemene stemmen om deel te gaan nemen aan het zogeheten Conciliair Proces, waarvan de thematiek was 'Vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping.' Dat het besluit met algemene stemmen werd genomen, moet waarschijnlijk mede worden toegeschreven aan het feit, dat nog vrijwel niemand zich realiseerde wat dat allemaal ging inhouden. Wel was bij de besluitvorming tóén al duidelijk, dat de bezinning in Nederland werd begeleid dóór en vanùìt de Raad van Kerken, waarin behalve de Nederlandse Hervormde Kerk nog een aantal andere kerken participeren, tot de Rooms-Katholieke toe.
Ook in hervormd gereformeerde kring is vervolgens her en der gesteld, dat we ons aan de bezinning op de thematiek van het conciliair proces op zich niet konden en mochten onttrekken, omdat het om voluit bijbelse noties gaat. Wèlke invulling anderen er ook (politiek of ideologisch) aan mogen geven, ook wij hebben, vanuit het gereformeerd belijden, met name vanuit het rentmeesterschap onze zorg voor het geschapene tot uitdrukking te brengen.
De ervaring heeft ondergetekende geleerd, dat in vele gemeenten van hervormd gereformeerde signatuur de bezinning ook metterdaad ter hand is genomen, hoewel hoofdzakelijk gericht op het thema milieu, in verband met de schepping; in diverse gevallen echter ook over gerechtigheid. Ondergetekende heeft de laatste jaren minstens veertig keer op gemeenteavonden e.d. gesproken, waarbij de belangstelling meestal groot was en de discussies indringend waren.


Tóén kwam het programma voor de eerste Kerkendag, die gehouden ging worden in October 1989. Groot was de verontwaardiging in (o.a.) hervormd gereformeerde kring vanwege de eenzijdige opzet in programmakeus en inzake sprekers. Het programma was in de kerken neergelegd met volstrekte miskenning van 'de breedte van de kerk'. Het vloekte ten enenmale met de unanimiteit, waarmee de hervormde synode had besloten tot deelname aan het conciliair proces. We lieten uit hervormd gereformeerde kring toen een niet mis te verstaan 'nee' horen. In die opzet pasten we niet. Het moderamen van de hervormde synode sloot toen voluit bij de kritiek van hervormd gereformeerde zijde aan, door zelf ook de opzet van de Kerkendag onder kritiek te stellen. Op het laatste moment is toen nog een forum ingelast. Daarin had ook ondergetekende zitting. Frank en vrij kon en mocht worden geuit waarom de op­zet onzes inziens niet deugde en om welke elementen het ook moest gaan als de kerk zich met 'vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping' bezighield.


Na de eerste Kerkendag, die door 18.000 mensen werd bezocht, groeide gestaag het plan om tot een tweede Kerkendag te komen. Toen daartoe — nogmaals: in het kader van de Raad van Kerken — werd besloten, wilde het moderamen van de Nederlandse Hervormde Kerk van meet af bewaken, dat het program niet weer opnieuw een eenzijdige opzet zou krijgen. De Hervormde Kerk — zo was de filosofie van het moderamen — moest in de volle breedte kunnen meedoen.
Nu is dit laatste ongetwijfeld een hoge gooi. De Hervormde Kerk maakt slechts een deel van de Raad van Kerken uit en binnen de Nederlandse Hervormde Kerk bestaan grote verschillen van inzicht, ook als het gaat om de inhoudelijke vulling van de thematiek van het conciliair proces. Maar het mag op de creditzijde van het hervormd moderamen worden geschreven, dat hij zelf een hervormde begeleidingscommissie in het leven riep, die de gang van zaken naar de tweede Kerkendag zou moeten toetsen. In die begeleidingscommissie hadden zitting mensen uit diverse verbanden in de volle breedte van de Hervormde Kerk. Als zodanig had ook ondergetekende daarin zitting namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Die deelname betekende intussen geen andere verantwoordelijkheid dan die welke uit het hervormd zijn voortvloeit.

De begeleidingscommissie is ook inderdaad een begeleidingscommissie geweest, in die zin, dat stap voor stap datgene wat ter tafel kwam vanuit de stuurgroep voor de Kerkendag is getoetst, bekritiseerd en bijgesteld; voor zover dat laatste althans binnen de mogelijkheden van die commissie kon liggen. Onzerzijds is daarbij één en andermaal aangedrongen op een echt geestelijke invulling van de vragen rondom de thematiek en bijvoorbeeld aandacht gevraagd voor de zondag als het meest centrale voor de christelijke gemeente. De kwestie van de openingsceremonie (de vorige maal zonder gebed en als zodanig scherp door ons bekritiseerd) is aan de orde geweest. Het is intussen nog een open vraag hoe die geregeld zal worden. Over een 'geloofsbrief' inzake Europa is uitvoerig en fundamenteel van gedachten gewisseld. De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat de effecten van de inbreng van die begeleidingscommissie ook her en der in het program merkbaar zijn. De wens om aan de bezinning geestelijke verdieping te geven is niet alleen uitgesproken, maar ook onderstreept. Hetgeen nog iets anders is dan te zeggen: het is een hervormd gereformeerd programma geworden.

Onze positie
Nu ligt er dan een program. Op het moment, dat wij dit schrijven, is nog slechts bekend wàt aan de orde gaat komen. Over (gevraagde of te vragen) sprekers is nog niets bekend. De vraag is nu hoe we vanuit hervormd gereformeerde optiek deze komende Kerkendag hebben te beoordelen. Puntsgewijs volgen daarover een aantal overwegingen.

1. Het is niet aan de orde of 'de Gereformeerde Bond' meedoet, anders gezegd of wij als hervormd gereformeerden meedoen met de Kerkendag. Wij hebben niet om een Kerkendag gevraagd. De Kerkendag gaat uit van de Raad van Kerken. Daarin participeert de Nederlandse Hervormde Kerk krachtens besluit van een ambtelijke vergadering, de bezwaren van ons als hervormd gereformeerden tegen deze oecumenische raad ten spijt. De Hervormde Kerk als zodánig is dus verantwoordelijk voor het (mede) in het leven roepen vàn en de deelname áán de komende Kerkendag. De hervormde synode heeft in het verleden als zodanig besloten tot deelname in het kader van het conciliair proces. Derhalve zijn nu de kerkeraden uitgenodigd.

2. De zorgvuldigheid, waarmee het hervormd moderamen tot nu toe heeft gehandeld met het oog op de komende kerkendag, in verband met de hele Hervormde Kerk, is buiten kritiek. Men heeft zonder voorwaarde ernaar gestreefd, dat een optimale inbreng in het begeleiden van (lees: toetsing van en kritiek op) het programma, ook van hervormd gereformeerde zijde, mogelijk was. Een begeleidingscommissie is intussen niet méér dan wat die naam aangeeft. De uiteindelijke beslissing omtrent invulling van het program ligt bij de Raad van Kerken, c.q. de stuurgroep van deze Raad. De totale invulling van het programma zal uiteraard bepaald worden door de deelnemende kerken samen.

3. In een bepaald stadium van de werkzaamheden van de begeleidingscommissie is onzerzijds de vraag gesteld wat deelname aan de begeleidingcommissie verder concreet zou inhouden met betrekking tot te dragen verantwoordelijkheid voor de dag, die komen gaat. Zo'n vraag is ook een vraag van goed kerkelijk fatsoen. Het is zo — zo hebben we gesteld — dat hervormd gereformeerden, gegeven hun binding aan Schrift en belijdenis, minder ruim met noties als pluriformiteit en breedte van de kerk omgaan en in geweten kùnnen omgaan dan anderen, voor wie pluriformiteit, zeg pluraliteit op zich een principe is. Oecumene met Rome — maar niet alleen met Rome — is voor ons onverteerbaar. Als zodanig zou het overvragen van de hervormd gereformeerden betekenen om van hen, louter door hen te betrekken in een begeleidingscommissie, te vragen verantwoordelijkheid te willen dragen voor een program, dat inhoudelijk pluriform zal zijn. Sterker nog: voor een program dat, gegeven de participatie vanuit een breed veld van kerken, ongetwijfeld allerlei elementen zal bevatten, waartegen principieel en overduidelijk stelling zal moeten worden genomen.

4. Hoe pluriform de invulling van het programma zal zijn, valt op dit moment nog niet te zeggen.
Dat in een tweetal hoofdforums, handelend over op zich zeer wezenlijke vragen met betrekking tot de roeping van de kerk, verschillende stemmen zullen klinken, is voorspelbaar.

Dat het programma ook heel wat momenten in zich bergen zal, die met de roeping van de kerk in het sociale leven te maken hebben, is ook voorspelbaar en ontmoet bij ons (ik bedoel het nu persoonlijk) geen koudwatervrees. Het gereformeerde raakt ook het sociale. Wel is de vraag hoe die thematiek zal worden ingevuld en benaderd. Dat allerlei maatschappelijke organisaties zich op een markt presenteren zullen, ligt ook voor de hand. Ook de Gereformeerde Gezindte kent zo langzamerhand op alle maatschappelijke vlakken organisaties, die zich dan ook presenteren (willen) bij alle mogelijke gelegenheden. Dat intussen de markt op de Kerkendag een ruimer aanbod zal hebben, ligt ook voor de hand.

De kernvraag
De kernvraag is intussen hoe we in hervormd gereformeerde kring zullen omgaan met de aanstaande Kerkendag. Die vraag is terug te brengen tot de vraag wat onze kerkelijke positie is. Waar de Hervormde Kerk aanwezig is, dragen hervormd gereformeerden, deel uitmakend van die kerk, hoe het ook zij medeverantwoordelijkheid. Die (mede)verantwoordelijkheid is vaak een kritische, tot zeer kritische. Ze sluit kritiek en oppositie niet uit, maar in.
De achterliggende vraag is dan ook of we altijd ook dáár zullen zijn, waar onze kerk krachtens besluiten van haar ambtelijke vergaderingen, waarvan we zelf ook deel uitmaken, zijn zal. Die vraag raakt niet alleen de Kerkendag. Ze raakt onze kerkelijke verantwoordelijkheid en als zodanig onze roeping.
Dat dit een kwestie is, die voor ons als hervormd gereformeerden een spanningsveld oproept, waarin de één verder wil gaan dan de ander, is evident. Als uiterste mogelijkheid is er de kerkelijke ongehoorzaamheid. Als zodanig zijn er ook momenten geweest, waarop we als hervormd gereformeerden ons voor grenzen gesteld wisten. Dat kan zeker ook gelden voor het instituut Kerkendag op zich.


Inzake de kerkendag zal er daarom overigens zeker ook van een bepaalde ambivalentie sprake (kunnen en mogen) zijn. Wie heeft de vrijmoedigheid om 'nee' te zeggen als hem of haar wordt gevraagd om een aandeel te leveren in een programma, waarin het om wezenlijke dingen gaat? Als daarbij tenminste gegarandeerd is, dat frank en vrij, naar eer en geweten, conform Schrift en belijdenis kan worden gesproken! Moeten we niet altijd bereid zijn rekenschap te geven van de hoop, die in ons is? Waarbij overigens bescheidenheid past. Hebben wij altijd het juiste antwoord op eigentijdse vragen, in het licht van de Schrift? Als we echter een goede Bron voor een goede boodschap hebben, moeten we dan willen tolereren, dat de Hervormde Kerk zich uitsluitend tonen zal met een gelaat, dat louter door 'anderen' wordt bepaald?
Dat wil intussen niet zeggen, dat men voor het totale programma medeverantwoordelijk kan worden gehouden. Het moge merkwaardig zijn de kerk met een Areopagus te vergelijken, maar dit helaas in de praktijk zo zijnde, moeten we ons afvragen of we daar dan ook niet een boodschap hebben.
Persoonlijk zou ik het een geweldige verarming vinden wanneer we ons gereformeerde belijden niet doorzichtig kunnen en willen maken ook dáár, waar het bestreden wordt. Dat in dit opzicht de één meer vrijmoedigheid of bereidheid heeft tot participatie, zelfs als het moet tot confrontatie dan de ander, is zonneklaar. Maar ieder kenne hier toch een eigen, persoonlijke verantwoordelijkheid.

De andere kant van de medaille is die van de participatie van de gemeenten. Moeten gemeenten worden opgeroepen naar de Kerkendag te gaan? Zo'n oproep gaat niet van de Gereformeerde Bond uit. De synode nodigt als zodanig kerkeraden uit. Die hebben in deze hun eigen verantwoordelijkheid. Gaan naar de kerkendag is dan overigensis nog iets anders dan kritiekloos en willoos meedoen. Als men gaat, zal men zich ook moeten bezinnen op de vraag òf en wáár men een inbreng wenst te geven, die in de lijn van het gereformeerd belijden ligt. Dat is een minstens zo spanningsvolle aangelegenheid dan om niet te gaan. Zoals zo vaak in de kerk zal ook hier gelden, dat men in een geestelijk klimaat komt te vertoeven, dat ook op concrete momenten het onze niet is. Dat betekent geestelijke pijn, lijden aan de vaak gedeformeerde gestalte van de kerk.
Anderzijds ligt het volstrekt in de vrijheid van een gereformeerde kerkeraad om tegen een uitnodiging nee te zeggen.


Eén ding mag duidelijk zijn: de Gereformeerde Bond heeft niets op te roepen of mee te doen. Onze Kèrk, waarvan we deel uitmaken, doet mee en heeft als zodanig de kerkeraden uitgenodigd. Wat is onze plaats daarin? Dat we als hervormden zelf daarbij andere afwegingen maken dan diegenen, die ons louter behoren tot de Her­vormde Kerk onder kritiek stellen, ligt voor de hand.
Dat ons beleid in deze intussen niet buiten onze kerk en, wat ons betreft, ook niet buiten hervormd gereformeerde kring worde gemaakt, moet hier maar duidelijk worden uitgesproken.
Persoonlijk acht ik het een zaak van kerkelijke roeping en verantwoordelijkheid om daar aanwezig te zijn, waar de kerk roept. Als maar echte ruimte wordt gegeven tot spreken. We moeten dan dunkt me zelfs bereid zijn om de kaders, waarbinnen we spreken, fundamenteel onder kritiek te stellen, tot die van het instituut Kerkendag zelf toe.
Een oecumene als in de Raad van Kerken? Nee! Maar laten we dat ter plekke zeggen. Accorderen met de invulling van een program? Gegeven onze positie in het geheel zal onze inbreng immer een kritische zijn. Maar kritiek houdt niet alleen in zeggen hoe het niet moet, maar ook hoe het wel moet. Geldt dat niet zeker als nu wordt gevraagd om een geestelijke verdieping van de bezinning rond de vragen van 'vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping?'
Christus immers alleen is onze Vrede, Zon der Gerechtigheid en garantie voor een nieuwe schepping?

Wat ons betreft: in deze kolommen zal de Kerkendag, zoals elk verschijnsel binnen onze kerk, fundamenteel kritisch worden bezien. Maar als het om kritiek gaat: niet alleen vanaf de zijlijn.

P.S.
Adressenbestand
De vraag is ook aan de orde in hoeverre adressenbestanden worden verstrekt met het oog op de komende Kerkendag. Voor de goede orde delen wij mee, dat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond nooit adressenbestanden verstrekt, nòch van de leden, nòch van lezers van de Waarheidsvriend, nòch van bij ons geregistreerde commissies of verbanden. Ons strikt gehandhaafde beleid is, dat niemand, die in één van onze bestanden staat geregistreerd, kwestbaar mag worden gemaakt voor benadering door derden, voor welk doel dan ook.
Voor alle duidelijkheid zij daarom gesteld: Wij geven geen bestanden. Het is vandaag zeker nodig daaraan de hand te houden, gezien de gemakkelijke mogelijkheden tot opslag en uitdraai van bestanden door middel van computers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Tussen isolement en confrontatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's