Liturgie en prediking: een twee-eenheid?
Ingezonden
N.a.v. mijn artikel over 'De wetten van de eigen identiteit' ontvingen we bijgaand Ingezonden van mevr. J. van Sliedregt-Hoksbergen te Scherpenzeel. Het gaat hier om een reactie op een artikel, waarvoor ondergetekende in eerste instantie persoonlijke verantwoordelijkheid droeg. Anderzijds gaat het ook om een zaak, die toch altijd mede een punt beleid van de elkaar opvolgende hoofdbesturen van de Gereformeerde Bond is geweest. Als zodanig spreekt dit Ingezonden ons ook samen aan op onze hervormd-gereformeerde traditie. J. van der Graaf
In De Waarheidsvriend van 5 maart jl. schrijft ir. Van der Graaf over de wetten van de eigen identiteit. Hij gaat daarbij o.a. in op de zeer gevoelige gezangenkwestie, als punt waarop hervormd-gereformeerden nogal eens worden beoordeeld.
Hij stelt, dat niet elk type lied past bij elk type prediking. De liturgie vormt met de prediking een twee-eenheid, zo zegt hij. Zoals het ondenkbaar is, dat de prediking bij de Vrij Evangelischen met louter psalmen zou worden omrankt, zo vraagt ir. v.d. Graaf zich af of voor de gereformeerde prediking niet het omgekeerde geldt. De reden voor afwijzing van het 'vrije lied' (de gezangen?) zou zijn: het feit dat men rechtstreeks vanuit de Schriften wil zingen. Veel gezangen zouden onbijbels zijn.
Ik ken maar een beperkt aantal gezangen. Ik kan dat dus niet helemaal beoordelen. Maar ik wil graag aannemen, dat ir. v.d. Graaf daar gelijk in heeft. Tòch blijf ik met vragen zitten. Die vragen wil ik hier in alle bescheidenheid stellen. En dan niet alleen aan ir. v.d. Graaf maar natuurlijk ook aan de lezers van De Waarheidsvriend.
Krampachtigheid
Ligt de oorzaak van afwijzing van het 'vrije lied' niet veel dieper... en wel in de in onze gereformeerde gezindte heersende gedachten over de toeëigening van het heil? Is er niet de angst, dat gemeenteleden door het zingen van gezangen in de eredienst er te gemakkelijk vanuit zullen gaan dat ze wel behouden zijn? Met andere woorden: angst dat, al gezangen-zingend, de alverzoening de kerk in wordt gebracht? Schrijft hier angst voor dwaling de wet voor? Is deze krampachtigheid terecht? En mag dat een reden zijn, om alleen maar oudtestamentische liederen te zingen? Ook al wordt er in de psalmen in een heenwijzen al van Christus gezongen... is het bijbels, om ons zingen van Schriftwoorden tot het Oude Testament te beperken? Wat doen we dan met Schriftwoorden als Efeze 5 : 19 en Kolossensen 3 : 16?
Evenwicht
Ik vraag mij af of zo het evenwicht niet zoek is tussen Wet en Evangelie, zonde en genade, ook al zijn beide zowel in het O.T. als in het N.T. te vinden. Hoe mooi de psalmen ook zijn (maar onbegrijpelijk soms ook berijmd!), zij zingen niet rechtstreeks en concreet van het leven uit de verzoening in Christus, het geborgen mogen zijn in Hem, het vruchtdragen in Hem, van de hoop en het uitzicht dat de gelovige in Hem mag ontvangen op het eeuwige leven... Terwijl de Bijbel daar wèl zonder terughouding heel concreet over spreekt. Dáár vind ik geen krampachtigheid, om mensen af te houden van een te gemakkelijk aannemen ofwel ontvangen van het Evangelie. Maar daar vind ik de oproep tot geloofsgehoorzaamheid. Om dat Evangeliewoord als het Woord der Waarheid voor eigen hart en leven te ontvangen en het zo over te nemen. In vrijmoedigheid. Dàt is bijbels!
Als het goed is, klinken deze noties door in onze diensten, in prediking en liturgie. Zodat de mensen leren vertrouwen op het Woord van God, en zich in geloofsgehoorzaamheid gewonnen geven aan Christus.
Zijn liturgie en prediking in onze diensten dan een twee-eenheid? Er zijn misschien twee mogelijkheden:
a. In de prediking klinken deze noties wèl door, maar in de liturgie helaas niet, vanwege boven omschreven krampachtigheid. Dan is er dus geen sprake van een twee-eenheid.
b. Prediking en liturgie zijn beide vanuit deze krampachtigheid opgezet. Er is sprake van een onbijbelse twee-eenheid.
Dringende vraag
Is dit een pleidooi voor gezangen in onze diensten? Het is een dringende vraag om opnieuw tot een doordenking te komen van onze prediking en liturgie als twee-eenheid. En om vanuit de verantwoordelijkheid waarin zij staat, leiding te geven aan de gemeenten. Hoe moeilijk dit laatste, gezien de onderlinge verdeeldheid ook is, moeten we God niet meer gehoorzamen dan de mensen?
Ook al zijn er dan vragen te stellen bij sommige gezangen, er zijn toch ook hele mooie gezangen met een bijbelse inhoud? Die kunnen toch verzameld en/of aangevuld worden? Of ligt hier een opdracht om nieuwe bijbelse liederen te maken vanuit het N.T., gebonden aan Christus en aan de Heilige Geest? Is het niet een teken van zwakte en beperktheid, dat we dit zo laten voortbestaan? En dan te bedenken, dat èn Luther èn Kohlbrugge vrijmoedig geestelijke liederen zongen...
Bijbelse vrijmoedigheid
Ik wéét dat ik met dit schrijven m'n nek min of meer uitsteek, en dat er mensen zullen zijn, die me dit niet in dank afnemen. Gelooft u me, ik wil niemand schokken. Maar laten we mèt elkaar dit opnieuw nog eens overwegen en misschien de wetten van onze identiteit wat bijstellen. Op een Schriftgebonden manier. Ik schrijf dit in de overtuiging, dat er veel gemeenteleden èn predikanten van de noodzaak hiervan doordrongen zijn. In het bijzonder met het oog op onze jongeren. Wat ze mee-krijgen in onze diensten is zo ontzettend belangrijk. Niet alleen wat je hoort, maar ook wat je zingt is medebepalend voor de vorming van je geloof èn voor het beleven en uitdragen daarvan.
Laten ze dan maar, luisterend en zingend, onder de indruk komen van de rijkdom die er is in Christus, en ernaar toe groeien om zich dat voor hart en leven eigen te maken. Is dat dan te makkelijk? Het lijkt mij niet... het is de wijze van werken van de Heilige Geest. Zouden wij dat dan in krampachtigheid naar onze inzichten in banen moeten leiden en beheersen? Léér ze maar om in bijbelse vrijmoedigheid (zie o.a. Hebr. 3 : 6 en 4 : 16) te vertrouwen op het eigen Woord van God, in prediking èn liturgie. Zodat ze bevestigd worden in het geloof vanuit de eredienst in de gemeente, waarin Wet èn Evangelie in prediking en liturgie hand in hand gaan, als een twee-eenheid! Tot zegen van henzelf en tot lof van God, die daarin wordt verheerlijkt...
Welzalig zij, die naar Zijn reine leer,
in Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen;
die Sions Vorst erkennen als hun Heer;
Welzalig zij, die vast op Hem betrouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's