Een recht hartelijke groet
Valt me daar mijn vriend Van der Graaf op mijn dak en zegt plompverloren: Waar denk jij aan als je Ps. 102 : 15 leest? ' Zal ik even plompverloren antwoorden: Beste vriend, als ik eerlijk ben: eel vaak denk ik helemaal niets bij het lezen van deze en andere teksten? ' Even wachten. Hij zegt niet: Waar denk je aan? ', maar: Wat betekent dat schriftwoord voor jou? ' 'Vandaag', zegt hij erbij. Dus niet: Wat heb je er vroeger wel eens aan gehad? ' Nee: andaag, 6 februari 1992. Dus alle dagen sindsdien heeft dat briefje me vanaf m'n buroblad liggen aankijken met: Wat betekent Ps. 102 : 15 vandaag voor jou. Dankers? ' Catechisanten zijn tegenwoordig zó angstig eerlijk, dat die gewoon zeggen: Betekenen? Nou, nee, dat betekent niks voor me'. Maar dan kan ik niet maken.
Van der Graaf kent z'n pappenheimers. Hij lokt. Hij zegt: 'Als je schrijft zet ik je stukje mDe Waarheidsvriend. En dan komt het te staan tussen de bijdragen van... en dan noemt hij een stuk of tien klinkende namen. Nou, daartussen te staan met jouw stukje is toch niet gek. Ook oud-gereformeerden hebben gist in hun schoenen. Maar dan is daar Paulus: 'Hetzij dat gijlieden eet, hetzij dat gijlieden drinkt, hetzij dat ge een stukje schrijft...'. En zo ligt elke ochtend na het ontbijt de dag weer voor je: hetzij dat ge... Met Van der Graafs briefje om af te doen op het buroblad. Zegt je vrouw: 'Heb je al wat? '
Daar komt nog iets bij. Van der Graaf wil natuurlijk weten hoe wij over zijn kerk denken. Zijn Vaderlandse kerk. Hoopt hij op een van lieverlee wat gunstiger verhaal? Dat zal toch niet? Hij ziet toch de puinhoop zelf ook wel steeds groter worden? Zelfs Haeck hebben ze eruit gegooid. En hij weet toch wel dat ze bij ons alleen maar medelijdend glimlachen om professor Graafland? Moet ik nou nóg eens tegen Van der Graaf zeggen wat er allemaal aan mankeert bij hem? En hij weer tegen mij wat er bij bij ons allemaal mis is?
Nee, Psalm 102 wijst een uitnemender weg. Wat Van der Graafs kerk betreft: ik hèb een welgevallen aan haar stenen en ik hèb medelijden met haar gruis. Eerlijk. Bovendien geviel het dat ik tussen de ontvangst van Van der Graafs briefje en het ogenblik dat ik dit schrijf twee preken heb gehoord in de Vaderlandse kerk. In historische bedehuizen. Een voorbereidingspreek voor het Heilig Avondmaal en een trouwdienstpreek. En beide keren heb ik in stilte God gedankt dat er nog zulke getuigenissen klinken op die puinhoop waarover we 't zonet hadden. Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen. Toch blijf ik waar ik ben. Net als al die gescheidenen, die hier om mij heen staan. Ook mij ontbreekt het aan... ja aan wat? Ik weet het niet.
Het is nu maandag. Toen ik gistermorgen een collega een preek hoorde lezen van Joseph Charles Philpot over Jona 2 : 4 voelde ik dat er in Van der Graafs kerk een overblijfsel is dat ook zó z'n geloof beleeft, gevoelde ik 'een band' en dacht bij mijzelf: aat ik nou morgen dat stukje schrijven.
Ik ken geen Hebreeuws. Als ik het kende zou ik, denk ik, de enige zijn in mijn kerkverband. Ik kan dus niet 'de grondtalen' inzien. Maar wel heb ik de King James Version en de Louis Segond, die ik in Haïti door de baptisten indrukwekkend heb horen gebruiken, binnen handbereik. Goede broeders, uit die twee vertalingen groet ik u recht hartelijk. Proef met mij de innigheid van dit woord.
Car tes serviteurs en aiment les pierres; ils en cherissent la poussierre.
For thy .servants take pleasure in her stones en favour the dust there of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's