Vreze
Woorden van leven
De archaïsche spelling voor het Bijbelwoord van deze keer is bewust gekozen. Natuuriijk is 'vreze' precies hetzelfde als 'vrees'. Toch is het een ieder die vertrouwd is met de taal van de Schrift bij dit woord wel duidelijk dat het hier niet gaat om een gewone angst zoals men die voor zoveel dingen kan voelen.
Zeker, het woord 'vrees' kan wel degelijk betrekking hebben op angst en schrik, die veroorzaakt wordt door bijv. vijanden, door overweldigende gebeurtenissen, en ook door God, in Zijn vreselijk handelen. Als Hij verschijnt, wie zou dan niet vrezen? Wie kan bestaan voor een vreselijk en heilig God? Maar in zulk een vrees en schrik van menselijke nood klinkt vaak het wonderlijke woord van troost, Evangelie: 'Vrees niet!' De Heere wil in Zijn reddende genade de bange vrees uitbannen.
Wie Hem recht leren vrezen, die hebben ten diepste geen reden meer om echt te vrezen. God Die ons uit al onze vrezen bevrijdt, is echter Dezelfde Die ons in Zijn Woord laat zeggen: 'Vrees God, en houd Zijn geboden'. Er is dus een vrees die het tegendeel is van angst. De vreze des HEEREN, de vreze Gods. De verhouding tot de HEERE in Zijn hoge majesteit en heerlijkheid wordt voor allen die Hem kennen en vertrouwen met dit woord aangeduid. Zo wordt er recht aan gedaan, dat God groot is en te vrezen in Zijn openbaring. En tegelijk geeft Hij Zich te kennen aan kleine zondige mensen, in de omgang van de vreze van Zijn Naam, zodat ze niet van Hem hoeven vluchten in panische schrik, maar tot Hem mogen komen in eerbiedige ootmoed en overgave. Zo wordt 'vreze' het woord voor de eerbiedige onderwerping, het kinderlijke ontzag in het leven van het geloof met en voor God. Het bijbelse woord 'vreze' is het grondwoord voor het leven met God, de eerbied die niet weg doet vluchten, maar naar God toe doet vluchten. Het gaat om de vrees in de relatie van het hart met God.
De vreze des HEEREN vlucht naar God toe, en daarom ook van het kwaad weg. 'De vreze des HEEREN is, te haten het kwade' (Spr. 8 : 13). Zo wordt de vreze Gods de grond van het leven met God en voor God, nauw verbonden met de onderhouding van Zijn heilige en heilzame geboden. We vinden deze notie ook in het centrale woord uit de Spreuken: 'De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap' (Spr. 1 : 7). We komen het in het N.T. tegen als het fundament van het leven der heiliging: 'Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods' (2 Kor. 7 : 1).
Deze vreze maakt het leven gelukkig. God geeft er Zijn zegen in mee. 'Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven' (Spr. 22 : 4).
Wie God niet vrezen, die hebben alle reden om beangst en verschrikt te zijn. Maar die de HEERE vrezen, hoe bestreden hun Ieven ook zijn kan, hoe hun weg ook kan gaan door angst en smart heen, nochtans zullen ze niet vrezen al werd de aarde van haar plaats bewogen. Want: Welgelukzalig is de man die de HEERE vreest. Hij zal voor geen kwaad gerucht vrezen; zijn hart is vast, betrouwende op de HEERE' (Psalm 112 : 1, 7).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's