Godsdienstonderwijs op de openbare basisschool (4)
Een enquête
In het vorige artikel maakte ik melding van een enquête, die we als werkgroep voor het godsdienstonderwijs op de openbare basisschool (uitgaande van de HGJB) in 1991 hebben gehouden.
We hielden deze enquête om wat meer inzicht te krijgen in de plaatselijke praktijk. We stelden vragen over de organisatie, de financiën en de praktische uitvoering van het godsdienstonderwijs.
Het verzoek om mee te doen aan de enquête werd gericht aan gemeenten die op één of andere manier verbonden zijn met de HGJB. Dat zijn ongeveer 360 gemeenten. Daarvan reageerde ongeveer 1/3 (120 gemeenten). Een redelijke respons. Van deze 120 gemeenten gaven 75 gemeenten te kennen, wel godsdienstonderwijs te geven en 45 gemeenten niet. Deze laatste gaven hiervoor verschillende redenen op, zoals het feit dat er geen openbare school is, dat andere instanties de lessen verzorgen, dat er een gespannen verhouding bestaat tussen de kerk en de burgerlijke gemeente, c.q. openbare basisschool. Andere gaven te kennen niet te weten waarom er geen lessen worden gegeven.
De organisatie
Op de vraag, wie de godsdienstlessen verzorgt, antwoordt bijna de helft dat de predikant dat doet. Andere berichten dat catecheten, pastorale medewerkers, gemeenteleden, onder wie oud-onderwijzers/essen deze taak verrichten.
Daarbij moeten we bedenken dat predikanten wel de theologische bekwaamheid bezitten om les te geven, maar niet altijd de didactische vaardigheid. Bij niet-predikanten kan het omgekeerde het geval zijn. Een predikant die zowel de theologische bekwaamheid als de didactische vaardigheid bezat om les te geven, was wijlen ds. W.L. Tukker. Van hem lezen we het volgende:
'Hij wilde graag komen (nl. om les te geven op de openbare school), maar was bang voor de orde en ik (de hoofdonderwijzer) beloofde dat ik zijn lessen zou bijwonen en indien nodig, ingrijpen. Maar dat hoefde niet. Hij ontpopte zich als een geboren verteller, met gebaren en mimiek als de beste toneelspeler en een eenvoudig woordgebmik, wist goed O.T. en N.T. aaneen te vlechten, ging in op vragen van de leerlingen en op de actualiteit van het ogenblik. Ik genoot van zijn lessen en heb er heel wat van geleerd. Hij hield van kinderen en dat voelden ze scherp aan. Ze vonden zijn lessen zo goed, dat andere leerlingen, die geen 'bijbelles' kregen, briefjes met toestemming van ouders vervalsten, om er maar 'bij te mogen zijn' en als de dominee door één of andere kerkelijke plechtigheid niet kon komen, kwamen ze bij mij zeuren, om de bijbelles te verzetten naar een andere dag.
Een voorbeeld voor veel predikanten in onze tijd.
We vroegen de gemeenten ook wie het initiatief genomen had tot het geven van de lessen. Dat is bijna altijd de kerk en maar zelden de school. Soms gaat het initiatief van anderen uit, zoals het IKOS en soms is het onbekend.
Een vraag betreffende de meer inhoudelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de lessen, leverde als antwoorden op: degene die de lessen verzorgt, een catecheseteam c.q. begeleidingscommissie, of op de achtergrond de kerkeraad (zelden). Hieruit kunnen we concluderen, dat de verantwoordelijkheid voor de inhoud van de lessen dus nooit bij de school ligt. Er bestaat op dit punt een stuk individualisme. Er bestaat geen vast leerplan.
Valt degene die de lessen geeft uit, bijvoorbeeld door ziekte, dan is er in de meeste gemeenten niet nagedacht over de vraag wie hem/haar dan vervangen moet. Sommige zeggen heel olijk dat de predikant bijna nooit uitvalt, want hij is nooit ziek. Maar wat niet is kan komen natuurlijk.
Er bestaat te weinig structuur in het geheel van de organisatie.
Dit laatste wordt bevestigd door het feit dat veel catecheten zeggen zich niet erg gesteund te weten door de kerkeraad. Maar weinig staat dit werk op de agenda van de kerkeraad. Er is vaak sprake van een soort eenzaam avontuur. Men is er niet tegen, maar men is er ook niet echt voor. Uitzonderingen daargelaten.
Financiën
Hoewel de burgerlijke gemeente niet verplicht is, subsidie te verlenen, gebeurt dat in de meeste gemeenten toch wel. Althans, wanneer aan het voorschrift van een minimum aantal leerlingen, namelijk 12, voldaan wordt. Toch zijn er nogal wat voorbeelden te noemen, dat de gemeente alles zelf betaalt. Andere hebben nog nooit subsidie aangevraagd. Eén respondent zegt dat de bijdrage van de burgerlijke gemeente verdwijnt in de kas van de kerkvoogdij. Waarvan acte!
Als het om de financiële bijdrage van de eigen gemeente gaat, gaat het meestal om de kosten van het materiaal of draagt men bij in de salariskosten van de leerkracht. Ook zijn er catecheten, die door het IKOS betaald worden. Zowel de kerkvoogdij als de diakonie geven financiële ondersteuning. Soms betalen zij een Bijbel, die bij het verlaten van de school aan de leerlingen wordt meegegeven.
Hoe staat het met de verzekering van de catecheet? De meesten zijn voor dit werk niet verzekerd. Of zij weten niet of ze verzekerd zijn. En als ze verzekerd zijn, weten ze niet of dat betekent, dat ze verzekerd zijn voor het geval hen tijdens de lessen iets overkomt of dat de verzekering voorziet in het geval dat zij zelf uitvallen en naar een andere oplossing moet worden gezocht.
Praktijk
Hoeveel lessen worden er gegeven en hoe lang duren de lessen en hoe worden ze verdeeld over de verschillende groepen? Meer dan de helft van de catecheten geeft één les van 45 minuten per week. Anderen geven lessen van een half uur. Weer anderen geven meer lessen, die ook langer duren. Er wordt zowel aan groepen afzonderlijk als aan gecombineerde groepen, bijvoorbeeld aan de groepen 6, 7 en 8 les gegeven. In bijna alle gemeenten gebeurt dat gedurende het hele schooljaar. Veel hangt af van de mogelijkheden van de catecheet en de ruimte binnen de school.
Op de vraag of men de enige instantie is, die les geeft, komen de meest uiteenlopende antwoorden. Over het algemeen wordt de lijn zichtbaar, dat men de lestijd steeds meer met anderen moet delen, een enkele keer met de islam.
Veel aandacht werd besteed aan de vraag of men in verband met de gemengde samenstelling van de schoolbevolking de stof op dezelfde manier aanbiedt als op catechisatie of dat de lessen meer informatief van aard zijn.
Over het algemeen zet men een streep onder het informatieve. Slechts weinigen zien de lessen puur evangelisatorisch. De meesten zien ze als een combinatie van informatie en evangelisatie. Enkele antwoorden vallen op, zoals: 'Je moet het Woord aan het woord laten komen' en 'Informatie over Jezus is per definitie evangelisatie'. In heel wat antwoorden wordt verteld hoe het lesuur didactisch wordt ingedeeld. Het vertellen van bijbelverhalen en de verwerking ervan behoren tot het vaste patroon. Sommigen vermelden dat er gebeden wordt.
Tenslotte stelden we een vraag over de verstandhouding met de school. Bijna allen antwoordden, dat die verstandhouding prima is. Men denkt dan aan de persoonlijke contacten met directie en personeelsleden van de school. De school werkt mee, luidt het antwoord vaak. Dat is bijzonder fijn. Tegelijk is het belangrijk, zich te realiseren, dat er sprake moet zijn van tweerichtingsverkeer. We dienen zelf ook mee te werken en zo weinig mogelijk de lesstructuur van de school te doorkruisen.
Tot slot
Het geheel van de enquête overziende, kunnen we zeggen dat er op heel wat plaatsen serieus met de opdracht om godsdienstonderwijs te geven, wordt omgegaan. Toch hangt het geheel vaak te veel af van de predikant en andere catecheten. Er is te weinig sprake van een goede organisatie en leerstructuur. Op dit punt kan er veel verbeteren. Dat betreft ook de visie op de evangelisatorische roeping van de gemeente. Als er een plaatselijke evangelisatiecommissie bestaat, laat die commissie het godsdienstonderwijs op de openbare basisschool eens op de agenda zetten, (wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's