Boekbespreking
N.a.v. dr. D.Th. Kuiper, Niet bij kennis alleen. Uitgave Besturenraad, Voorburg. Te bestellen door overmaking van ƒ 12,50 (incl. porto) op postbankrekening 5458 t.n.v. de Besturenraad te Voorburg.
Onder deze titel is eind februari een discussienota verschenen, gemaakt in opdracht van de Besturenraad te Voorburg.
De nota is opgesteld door een studiecommissie o.l.v. prof. dr. D.Th. Kuiper. De ondertitel van het rapport luidt: De toekomst van het christelijk onderwijs in de Nederlandse samenleving. Het is de bedoeling dat deze studie in de komende maanden besproken wordt in allerlei geledingen die met het onderwijs te maken hebben.
De commissie heeft bij het samenstellen van de nota vooral gelet op de geledingen van schoolbesturen en onderwijsgevenden. (8) Bij de beantwoording van de vraag: wat is de taak yan de christelijke school, geeft de commissie aandacht aan: maatschappelijke ontwikkelingen, een visie op christelijk onderwijs, dilemma's en actuele problemen en welke keuzes er gemaakt moeten worden èn welke gevolgen deze keuzes dan hebben.
Er wordt in deze studie veel materiaal aangedragen. Het rapport is goed leesbaar en heeft een heldere opzet.
Het leent zich goed voor een bespreking in groepen. Jammer is dat bij literatuur alle publicaties, die in de afgelopen jaren (zeker sinds 1970!) in de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte verschenen zijn, i.v.m. de bezinning op de identiteit van het p.c. en ref. onderwijs, niet opgenomen zijn. En bij het lezen van de nota vraag ik me af of de leden van de commissie zich wel vooraf van die literatuur op de hoogte gesteld hebben.
Het is onmogelijk om deze studie kort samen te vatten.
De studie bevat zelf een samenvatting en aanbevelingen, blz. 77 t/m 82.
Een onmisbare voorwaarde
We noemen enkele kernpunten.
In de Nederlandse samenleving leven we in een post-verzorgingsstaat en ontstaat er een plurale samenleving.
Te midden van voortgaande secularisering, deconfessionalisering en ontzuiling handhaaft het p.c.-onderwijs zich redelijk, o.a. omdat de ouders ingevolge de doopbelofte kiezen voor p.c.-onderwijs. (15)
Verder wijst de commissie erop dat de overheid zich steeds meer met het onderwijs gaat bemoeien.
De Contourennota van Van Kemenade (1975) geeft de omslag in het onderwijsbeleid aan: een constructief onderwijsbeleid. Nu spreken we over besturen op afstand. Maar toch is er sprake van verregaande bemoeienis van de overheid met het onderwijs in programmatisch en organisatorisch opzicht. (19)
De commissie pleit voor een vorm van zelfbeheer, waarin kerndoelen en examenprogramma's ingebed kunnen worden in culturele en levensbeschouwelijke oriëntaties. Dat is een onmisbare voorwaarde. (20)
Een navolging van Christus
In het hoofdstuk over de visie op onderwijs komt de commissie tot de conclusie dat een christelijke school kwalitatief goed onderwijs moet geven. De identiteit moet blijken uit een goede balans tussen: onderwijskwaliteit, opvoedings- en vormingskwaliteit en levensbeschouwelijke kwaliteit.
Het onderwijs kan dat alleen waarmaken zolang het zich beweegt in de navolging van Christus.
Opvoeding en vorming staan in de vruchtbare spanning van het 'nu' en het 'nog niet', die met het Rijk van God gegeven is.
Die spanning moeten we serieus nemen; belangrijke trefwoorden daarbij zijn: kennis, mens-zijn als vertrekpunt en bestemming, een vorming en opvoeding in dialoog.
In de dienst aan de samenleving moet het onderwijs niet achterlopen of inhalen, maar vooruitlopen.
De kennis die op school aangereikt wordt, heeft pas werkelijk betekenis als ze geplaatst wordt in het teken van een hoopvolle toekomst. (40)
Hier liggen een aantal kernuitspraken die we later van commentaar voorzien.
De jeugd van tegenwoordig
Het onderwijs moet gegeven worden in een samenleving waarin de jeugd getroffen wordt door een aantal bedreigende verschijnselen, die zich steeds meer in deze levensfase voordoen: toeneming van zelfdoding en stress.
Verder is kenmerkend voor 'de jeugd van tegenwoordig' dat de identiteit niet meer ontleend wordt aan zijn of haar sociale omgeving, maar zichzelf een identiteit vormt. Dat heeft gevolgen voor de cultuuroverdragende taak van de school. (56) Dat heeft ook gevolgen voor het godsdienstonderwijs, want de trek naar individualisering en pluralisering van de cultuur wordt steeds meer een algemeen verschijnsel. (46)
De ouders van tegenwoordig
Ten aanzien van de 'ouders van tegenwoordig' concludeert de commissie dat het ouderschap steeds ingewikkelder wordt, met als gevolg dat veel problemen op school afgewenteld worden. Het komt ook omdat de ouders zelf veel moeilijker in staat zijn de ouderrol volledig te vervullen. Dat komt o.a. door de druk om naast het ouderschap te werken. 'Dat maakt dat de ouderrol meer dan ooit met onzekerheid en innerlijke conflicten omringd is.' Daarvan is het gevolg dat er een toename zal komen van ontwikkelingsproblemen bij kinderen en jongeren. (49/50)
Duidelijk herkenbaar: de onderwijsgevende
De commissie bepleit een duidelijk herkenbare identiteit voor het p.c.-onderwijs in een samenleving die steeds meer een multicultureel karakter krijgt.
Een christelijke school moet een fundamentele en bevrijdende bijdrage leveren aan de culturele ontwikkeling (daarom mag de school geen onderwijsinstelling worden, maar moet de school een pedagogisch instituut blijven, 81) door in het onderwijs de ontmoeting met Jezus mogelijk te maken. (80/81)
De ouders moeten een school kunnen kiezen die past bij hun opvattingen en inzichten. Dan is het nodig dat de school veel aandacht schenkt aan de persoonlijkheid van de onderwijsgevende. Het christelijk onderwijs moet meer dan voorheen een appel doen op de persoonlijke betrokkenheid van onderwijsgevenden en leerlingen om in hun gedrag zichtbaar te maken welke betekenis het evangelie heeft in en voor hun leven. (76)
De commissie pleit voor die herbezinning om: geduld, uithoudingsvermogen en een lange adem. Maar wel vasthouden, is het advies. (74)
Schrift en belijdenis
De commissie roept op tot een bezinning op de eigen identiteit. De christelijke school moet meer zijn dan een ontmoetingsplaats. (53) Er wordt opgeroepen om Jezus na te volgen. Er wordt gewezen op het Rijk van God met een hoopvolle toekomst, maar de werkelijke crisis wordt in dit rapport niet genoemd. Die is nl. werkelijkheid geworden in het onderwijs door een veranderende plaats van de Bijbel. Een ander Schriftgeloof heeft in de christelijke school deze crisis uitgelokt.
De Bijbel moet als gezaghebbend aanvaard worden, als het onfeilbaar geïnspireerde Woord van God.
En in de grondslagformulering hoort de belijdenis er ook terdege bij. Juist bij de formulering van de doelstellingen van het onderwijs funktioneert de belijdenis. Het gaat om Schrift èn belijdenis in leer en leven. Een belijdenis die goed funktoneert in het schoolleven verbindt met de kerken, (75) verbindt met de geschiedenis van de christelijke school en bewaart voor dwalingen. Die bezinning moet plaatsvinden in het bestuur, met de onderwijsgevenden en met de ouders, die met de school verbonden zijn.
In de studie wordt gewezen op het vormen van kleine groepen van docenten in een school die zich bezinnen op de identiteit en daardoor als een zoutend zout kunnen fungeren. Aangevuld met een directielid.
Op veel christelijke scholen is dat helaas het enige wat nog mogelijk is om een bezinning op gang te brengen.
Vorm een identiteitscommissie en doe voorstellen voor dagopeningen en vieringen èn voor een inhoudelijke bezinning op de vakinhouden, zoals biologie, aardrijkskunde, moderne literatuur, maatschappijleer en godsdienstonderwijs.
Beter zou zijn om met alle geledingen zich te bezinnen op de schoolpraktijk. Daar ligt ook een voorname taak voor de godsdienstsektie.
De schoolpraktijk wordt ook gekleurd door de toelating en de schoolregels.
Als er een open toelatingsbeleid is, is er dan wel genoeg overwogen welke gevolgen zo'n beleid heeft voor de onderwijsinhoud, de opvoeding en vorming die in de school plaatsvinden?
Ik hoop dat de discussies rond deze nota positief uitwerken, zodat de christelijke school (en dat geldt ook voor de reformatorische school, die in dit verband niet aan de orde gekomen is) in de post-christelijke samenleving (weer) een planting Gods is.
De christelijke school moet jonge mensen wegwijs maken in de samenleving van de toekomst, met het zicht op het Koninkrijk Gods dat in de Borg en Zaligmaker Jezus Christus verschenen is. En straks bij de wederkomst ten volle zal verschijnen.
Zijn we op de Goede Weg?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's