Globaal bekeken
'Het weer bij voorbeeld.' Onder dit opschrift schrijft Joop Meijers over de uitzonderlijke regenval in Israël deze winter in het eerste nummer van het kersverse Israëlmagazine (uitgave Israël Comité Nederland). Uit dit artikel het volgende:
'In het heilige land leidde de "zondvloed" van regen, sneeuw en hagel tot bijbelse en talmoedische associaties. Orthodoxe wetsgeleerden zaten met de handen in het haar. Aan het begin van de winter zag het er nog somber uit. Na een aantal droge jaren bleef de letterlijken figuurlijk broodnodige regen opnieuw uit. Het Meer van Tiberias, Israëls belangrijkste waterreservoir, was op een dieptepunt. Na drie veel te droge jaren was het water tot onder de denkbeeldige rode lijn gezakt. Als het water onder die lijn komt mag er niet meer uit het meer gepompt worden. Als noodmaatregel werd in november, toen nog steeds geen regen was gevallen, besloten tot een typisch Israëlische oplossing om de situatie te redden: er werd een decreet uitgevaardigd waarbij de rode lijn officieel lager kwam te liggen: gevolg was dat het water in het meer ineens weer boven de rode lijn zat waardoor er weer water uit mocht worden gepompt. Maar die oplossing werkte niet lang; snel zakte het water opnieuw onder de rode lijn. Een nieuw decreet zat er echter niet in.
Het was nu nodig om geestelijke hulp in te roepen. De oude rabbijn van het door een mystieke sfeer omgeven stadje Tzefat, smeekte in speciale gebeden om regen: het Rabbinaat riep een vastendag uiten talrijke gebedsgeleerden suggereerden, geheel volgens de joodse traditie, een verband tussen het morele niveau van het volk en het uitblijven van regen. Het waterpeil zou een reflectie zijn van dat morele niveau.
Het hemelse antwoord bleef niet uit. Israël werd bedolven onder een stortvloed van regen en sneeuw. Autosnelwegen, zoals de Ayalon-ringweg om Tel-Aviv, gebouwd met het oog op het jaar 2000, kwamen onder water te staan en werden onbegaanbaar Bruggen sloegen weg; in Jeruzalem bezweken honderden oude bomen onder de sneeuwlast en knapten electriciteitsdraden als luciferhoutjes: delen van Jeruzalem zaten dagen zonder stroom. De zogenaamde sjabbat-omheining rond Jeruzalem, die het orthodoxe joden mogelijk maakt op de joodse rustdag in de stad voorwerpen te dragen, begaf het. Voor een paar dagen ging het land dicht. Zelfs in het zonovergoten Eilat waar het normaal eeuwig zomer is, viel een dun laagje sneeuw.
Zo erg was het weer, dat de weerman, die iedere avond op de televisie kwam vertellen wat we de volgende dag te verwachten hadden, van zijn superieuren een standje kreeg: voortaan moest hij zich wat meer inhouden, wat "terughoudender" zijn in zijn weersvoorspelling. Door het publiek te zeggen wat de weersvoorspelling was tot de volgende avond, zaaide hij alleen meer paniek. Sindsdien is de weersvoorspelling een stuk rustiger. Ook al is het buiten noodweer, de weersvoorspeller brengt het nu op een manier die ons het gevoel geeft dat het ideaal is om even een ommetje te maken. Het noodweer werd echter zoerg, dat de oude rabbijn van Tzefat opnieuw zijn toevlucht moest nemen tot een gebed: dit keer smeekte hij om het ophouden van de regen, zoals zijn illustere voorganger, Chonni de Regenmaker, in de tijd van de Talmoed tweeduizend jaar geleden ook gedaan. Opnieuw werd zijn gebed verhoord en de regen en sneeuw stopten. Intussen steeg het water in het nationale reservoir van Tiberias en bereikte in een paar weken een recordhoogte. Opnieuw kwam het gevaarlijk dicht in de buurt van een rode lijn, maar dit keer de lijn waarboven Tiberias zou overstromen. De typische oplossing van november – de rode lijn omhoogtrekken – zou dit keer geen effect hebben gehad. Er zat dan ook niets anders op dan een tientallen jaren oude dam, in het verleden nauwelijks gebruikt open te zetten en het overtollige water via de rivier de Jordaan naar de Dode Zee te laten stromen.'
Bij de behandeling van de nota 'Racisme is zonde' werd de hervormde synode vorige week toegesproken door mevr. Hazel, een werkneemster van de Hervormde Kerk (bij de G.D.R.). Uit haar gehouden toespraak het volgende:
Boosheid
'Boosheid om die jongen die op de psychiatrische afdeling is binnen gebracht Hij heeft met bleekwater zijn huid proberen te bleken. Hij kreeg het plakkaat schizofrenie opgeplakt.
Deze jongen is in mijn huid en ziel gegrift.
Boosheid voor alle keren dat ik koffie heb geschonken terwijl ik, vanwege mijn functie bij de N.H.-kerk, een lezing kwam geven, omdat men dacht dat ik de koffie-juffrouw was.
Het is in mijn huid en ziel gegrift.
Het is de boosheid van Kerwin, die nu al weer 10 jaar geleden in Amsterdam, door een stel witte jongens in elkaar is geslagen, verwond was. Toen omstanders hem in een taxi wilde zetten naar een ziekenhuis, weigerde de taxichauffeur hem in de taxi mee te nemen, met de woorden, "Ik neem geen bloedende zwarte in mijn taxi". Hij bloedde dood.
Kerwin is in mijn huid en ziel gegrift.'
Verdriet
'Want u zou de kost eens moeten geven aan alle zwarte moeders die alle dagen in angst zitten om hun kinderen. Angst dat ze in het crimineel circuit terecht komen.
Het verdriet van zwarte moeders, die dagen lang, door de stad dwalen, in metro's, verzamelpunten, op zoek zijn naar hun kinderen.'
Moeder
'Tenslotte, ik zei al, ik sta hier ook als moeder.
Marie-Claire werd toen ze 5 1/2 week oud was in mijn armen gelegd, met de woorden hier is je kind, zorg voor haar.
Ik heb gelukkig vanuit de zwarte gemeenschap geleerd om soms te handelen en niet eerst te denken. Marie-Claire is nu vijf jaar, ze heeft nog geen flauw benul van dit verdriet en boosheid. Het is een vrolijk kind, ze staat open voor de wereld en voor mensen. Ze is vertederend voor anderen, ook voor witte mensen. Er wordt vaak gezegd, wat is ze schattig, ze wordt geaaid, iets wat ze minder leuk begint te vinden.
Ik moet u eerlijk bekenhen dat ik vaak tegen wild vreemde mensen, die haar aanhalen zeg: "Ik hoop dat als ze straks 14-15 jaar is dat u haar ook nog zo schattig vindt en als ze net als haar leeftijdsgenoten lastig is of ondeugend, dat ze wordt aangesproken als Marie-Claire en niet als, daar heb je dat soort". Want merkwaardig genoeg gaat het redelijk goed met onze kinderen tot ze een jaar of 12 zijn, dan worden ze als individuen gezien, maar ook dit is bekend van de slaventijd. Het schattige kindje in huis bij de slavenhouders, om daarna als beest behandeld te worden.
Mij aanpassend aan de moderne tijd, hou ik een dagboek voor haar bij, op een floppy, naast allerlei leuke en grappige opmerkingen, eerste stapjes, eerste woordjes, hou ik ook bijzondere dingen bij, ook wat op mondiaal niveau plaatsvindt
Zo staat op haar file haar opmerking "heb jij veel centjes?" Ik dacht "waar wil je heen" en ik vroeg haar "Hoe zo", en toen zei ze "Omdat je zolang vrij bent". Als ik haar nl. naar mijn oppas, mijn zuster, breng, zeg ik altijd dat ik ga werken om centjes te verdienen. En ze vond dat ik verdacht veel thuis was met de kerstvakantie.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's