Belijdenis van het geloof
Gods trouw
Wanneer in deze tijd van het jaar weer vele jongeren, en wellicht ook enkele ouderen, tot lidmaten aangenomen worden en op Palmzondag bevestigd hopen te worden, zien we daarin een teken van Gods trouw. De Heere gedenkt aan Zijn Verbond tot in eeuwigheid.
Toen we gedoopt werden, bad de Gemeente om de hulp van de Heilige Geest, opdat wij Gods vaderlijke goedheid en barmhartigheid zouden mogen bekennen.
Daar en toen werd er al gebeden om de belijdenis, de inwilliging van het Verbond, waarin twee partijen zijn begrepen.
De Doop vraagt om de belijdenis van het geloof. God vermaant en verplicht Zijn verbondskinderen ertoe. De Heilige Geest wil daartoe verlichten. De Gemeente wil ertoe onderwijzen door de ambten en diensten.
De Heere is de Hoorder der gebeden. Hij hoort Zijn Gemeente. Hij hoort ouders die Zijn heil verwachten met het oog op hun kinderen. Allerlei geslachten komen aan, door goddelijk licht geleid.
De Heere maakt blijkbaar ook in deze tijd nog werk van Zijn Naam. Belijdenis van het geloof doen, betekent Zijn Naam belijden.
Vanwege alles wat wij gehoord en gezien hebben van de Heere, kunnen we ons niet meer van de domme houden. We doen belijdenis: komt, maakt God met mij groot. Hij houdt getrouw Zijn Woord.
De Heere deed en doet ons in het Verbond verstaan, dat Hij ons door Zijn rekening neemt voor tijd en eeuwigheid. Wat wij doen, valt in het niet. Wat Hij in Christus gedaan heeft, wat Hij doet voor Zijn Geest en Woord en wat Hij beloofd heeft te zullen doen, vervult ons hart en hoofd en doet onze mond belijden.
Zijn genadig be-loven brengt ons tot ge-loven.
Wanneer nu door Gods genade dit geloven gevonden wordt, is er sprake van een vervulling van de belofte van het Verbond. Tussen de Heilige Doop en de belijdenis van het geloof ligt een weg. Wij gedenken ook in deze dagen die weg. Onze weg. Gods weg. Er blijft dan voor een Gemeente, voor de 'nieuwe' lidmaten toch maar één ding over: in eeuwigheid Uw lof. Uw eer verbreiden en zingen van Gods trouw. Zijn roem en Zijn onoverwinlijke krachten.
Belijden
Belijdenis doen van het geloof is een onderdeel van het belijden, dat daarmee niet achter de rug is, maar veel meer voor de boeg ligt. 'Welkom in de strijd' zal het in veler oren klinken. Het belijden van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, het belijden van het algemeen en ongetwijfeld (!) christelijk geloof is het kenmerk van het christen- en Gemeente-zijn.
De gelovigen in Antiochië werden door de buitenwacht 'christenen' genoemd. De kerk is de 'gemeenschap van Christus' rondom Hem vergaderd. Zijn Naam belijden betekent ook Zijn Naam dragen. De geseculariseerde wereld zal aan ons moeten ontdekken, dat we christenen zijn. Eigendomsvolk van Hem, wiens Naam wij belijden.
Het is nodig, dit te onderstrepen. Het ware geloof komt openbaar in heel ons leven. Ons hele leven is er in betrokken. We spreken van de daad en de praat en 't gewaad. Belijden is getuigen.
Jezus heeft het in het openbaar belijden van Zijn Naam hoog aangeslagen en er het heil aan verbonden (Matth. 10 : 32). Hem niet belijden is Hem verloochenen met de laatste ernst van te worden verloochend voor Zijn Vader in de hemel.
Wie dit bedenkt, kan de schrik om het hart slaan. Bedenk echter: om te getuigen moet je niet op je tenen gaan staan, maar door de knieën gaan. Afhankelijk zijn en meer afhankelijk worden van de Heilige Geest, die in ons en door ons en met ons getuigt.
Ongetwijfeld christelijk geloof
De grond, waarop de Geest des geloofs ons stelt en vastzet, is een grond, die buiten ons ligt. Het is een geschonken grond, verankerd in het welbehagen van God en in het volbrachte werk van onze Heere Jezus Christus. En nu mogen wij soms daarop staan en gaan met knikkende knieën en een wankele en onvaste gang, we staan op goede grondslag.
Het geloof is het geloof van Jezus Christus. Wij belijden de Waarheid. We zeggen ja en amen op wat de Kerk der eeuwen beleden heeft op grond van de Schrift. We zeggen niet dat we de waarheid in pacht hebben, maar we beloven getrouw te zijn onder de bediening van het Woord en van de sacramenten en te volharden in het gebed en het lezen van de Heilige Schrift. Wij geloven dat de Heilige Geest ons in deze weg steeds dieper zal leiden in de Waarheid. Christus heeft beloofd, dat de Geest ons zal leiden in al de waarheid. De weg tot de volle waarheid zal door ons bewandeld worden.
Voor de gekende waarheid zullen we staan. Wanneer we belijdenis des geloofs afleggen, zullen we van harte de waarheid begeren te verbreiden en te verdedigen. We scharen ons achter Petrus, Judas en Augustinus, Luther, Calvijn, Olevianus en Ursinus, de Brès en de vaderen van Dordt om te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen is overgeleverd. De Kerk heeft te maken met openbare loochenaars van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, maar ook met 'insluipers'. De apostel Judas vermaant de Christ-gelovigen zichzelf te bouwen op het allerheiligst geloof (Judas 20). Het gaat om het staan in en het staan voor het geloof van de Kerk van alle eeuwen, tijden en plaatsen. In de drie formulieren van enigheid vinden we een vertolking, die ten volle bijbels verantwoord is. Rondom Schrift en Belijdenis kunnen lidmaten jarenlang samenkomen ter verdieping van het geloofsleven. Waar de kennis van Schrift en Belijdenis meer en meer gaat ontbreken, zijn we prijsgegeven aan dwaalleer, tot schade van de kerk.
In onze dagen is het meer dan ooit nodig om bij de 'gezonde woorden' te blijven, zoals we die aantreffen in de belijdenis van onze kerk. Een geest van normoverschrijdende tolerantie waait onder ons. De apostel vermaant ons te blijven bij hetgeen ons geleerd is. Laten we het pand, dat ons toebetrouwd is door de Heilige Geest bewaren. Waarheidsvrienden zullen we zijn. Liefde tot de Heere en Zijn dienst betekent vanzelf ook liefde tot de rechte leer. De rechte leer, die de rechte lofprijzing omvat. Nee, we bepleiten geen belijdenis doen als een instemmen met de zgn. voorwerpelijke waarheid. Dat alles is verre van gereformeerd in de oorspronkelijke zin van het woord. Het ging en moet gaan om 'godzalige kennis', waarin we als het wel is van jongsafaan onderwezen zijn. Het onderricht van huis uit en de catechese moet geloofsonderricht zijn. Onderricht, waarbij geworsteld moet worden om de levendmakende kracht van de Heilige Geest.
In onze dagen heeft de kerk christenen nodig, die staan op de goede grondslag van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof en die biddend hun weg gaan om de leiding van de Heilige Geest.
De kerk
Wie belijdenis doet, voegt zich bewust bij de kerk.
We behoorden er al toe krachtens onze doop, maar nu ook door die persoonlijke keuze.
Wat een rumoer rond de kerk. Wat een rumoer in de kerk. Met man en macht probeert men de kerk draaiende te houden. Niet al te orthodox en niet al te vrijzinnig, hier wat toevoegen, daar wat elimineren. Men roept om gemeenschap. Men zoekt naar nieuwe vormen van gemeenschap. Men is bang voor verstarring. Men is bang voor vervlakking.
De kerk, die wij belijden, is de vergadering van ware Christ-gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen door Zijn bloed en verzegeld door de Heilige Geest.
De kerk kan dat nauwelijks waarmaken. Laat dat ons eens wat meer verdrieten.
De gemeenschap schept haar vorm. Niet omgekeerd. We zullen ons laten voegen in de gemeenschap, de Gemeente waar de Heere nog bemoeienis mee heeft. We kunnen vele gebreken en zonden aanwijzen, maar als 'nieuwe' lidmaten zijn ze ook de onze. We verwonderen ons over alles wat we aan de kerk te danken hebben. We werden er gedoopt. We hoorden er het Woord des levens, de Naam des Heeren werd er gehoord, uitgelegd, gespeld. We leerden daar die Naam aanroepen tot zaligheid.
Daarom voegen wij ons bewoist bij de kerk en begeren we in het midden van de Gemeente Zijn Naam te belijden.
We zijn dankbaar, dat er een Gemeente om ons heen staat. We zijn samen in Zijn Naam bijeen en één. We voegen ons in het koor van de kerk der eeuwen. We zeggen mee. We zingen mee.
Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk.
Ik geloof dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.
De kerk, waarin wij belijdenis doen, is de hervormde kerk. De verdeeldheid van de kerken is voor velen juist rondom het belijdenis doen een probleem.
Laten we het niet te moeilijk maken. Iemand zei eens: de hervormde kerk is de slechtste, maar ik weet geen betere.
Wie de geschiedenis van afscheiding en doleantie overziet is bedroefd. Als hervormden mogen we weten, dat ook de hervormde kerk nog een kerk is. In haar midden wordt nog gevonden en is nog mogelijk de rechte verkondiging van het Woord en de bediening van de sacramenten en de kerkelijke tucht is ook niet geheel zoek.
Christus is werkzaam door Zijn hervormend Woord en hervormende Geest. Onze hervormde kerk draagt het kenmerk van de daden des Heeren, die teruggaan op de 16e eeuw!
Wij mogen ons wel verwonderen over de hervormde kerk. Spraken we zojuist niet over Gods trouw? Gods trouw, ondanks ons!
Bij het geloof voegt zich de liefde. De hervormde kerk heeft hard mensen nodig vol van geloof, hoop èn liefde! Liefde voor de kerk. We aanvaarden bij het doen van belijdenis ook de roeping om aan de slag te gaan in de kerk. Over gemeente-opbouw gesproken. Wat een stenen. Wat een gruis. We kunnen nu wel gaan klagen of tegen de kerk aanschoppen of... De Heere geve dat wij, ook de 'nieuwe' lidmaten een welgevallen hebben aan de stenen van Sion en medelijden hebben met haar gruis (Ps. 102 : 15). Dat we vragen: Heere, waar is de kerk, de hervormde kerk mee gediend, door mij. Het komt er op aan, dat we uit Christus' mond vernemen mogen: Gij hebt kleine kracht en gij hebt Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's