Een voluit Bijbels gegeven! (1)
De wedergeboorte
Mij is gevraagd een aantal artikelen te schrijven over de voluit Bijbelse zaak nl. de wedergeboorte. Deze artikelen behoren pastoraal en daarbij praktisch van aard te zijn.
Gaarne wil ik aan het verzoek voldoen. De wedergeboorte is een aangelegen zaak. De opvattingen daarover soms zeer divers. In denigrerende (minachtende) zin wordt er wel gesproken over een zogenaamde wedergeboortetheologie. Men is van mening, dat over wedergeboorte niet al te vaak gesproken moet worden, want het kweekt alleen maar vrome mensen. Zij bezitten een vroomheid die met die van Psalm 25 niets te maken heeft: 'Laat de oprechtheid meer en meer, met de vroomheid, mij behoên'. Inderdaad sluit ik die mogelijkheid niet uit. Wel kan men zich afvragen of men door over de wedergeboorte te zwijgen met het badwater ook niet het kind weg doet! Dat het badwater verdwijnt is een goede zaak, maar het kind van het badwater ontdaan móet blijven.
Is er aan de ene kant huiver om over de wedergeboorte te spreken en wil men deze zaak 't liefst maar verzwijgen, aan de andere kant zijn er predikanten die geen preek kunnen houden òf zij citeren daarin de woorden van Jezus tot Nicodemus dat een mens wederomgeboren moet worden. Wat precies die wedergeboorte is, wordt niet gezegd. Maar de mensen houden zo'n dominee voor een man die de wedergeboorte preekt. Dat in tegenstelling tot die dieiiaren des Woords die weliswaar de zaak preken, maar niet altijd van het woord 'wedergeboorte' gebruik maken.
Dan is er nog iets! Ik vergis me – denk ik – niet, wanneer ik neerschrijf dat de huiver voor een voluit Bijbels gegeven als de wedergeboorte in de laatste jaren enigszins is afgenomen. Waarschijnlijk is dat onder invloed van de evangelicals (evangelicalen) die graag spreken over wedergeboren christenen. Wel is hierbij de kanttekening te maken òf bij hun opvatting daarover niet meer de vruchten van de wedergeboorte zijn bedoeld als wel de zaak zelf. Ik kan mij niet altijd aan de indruk onttrekken, dat de wedergeboorte meer op de levensheiliging ziet dan op de eenzijdige daad Gods door de Heilige Geest in het hart van ons zondaren.
Welnu, uit het bovenstaande zal ons duidelijk zijn, dat het niet onjuist is om bij deze voluit Bijbelse zaak stil te staan. Kortom: om te zien wat onder de wedergeboorte verstaan moet worden alsmede hoe men met deze zaak in het verleden is omgegaan èn in het heden omgaat.
Het woord
Het woord 'wedergeboorte' is een echt Bijbels woord. Toch kan men niet zeggen, dat het in de Bijbel nu zo vaak wordt gebruikt. In het Oude Testament al helemaal niet, maar in het Nieuwe Testament ook maar een enkele keer. Welgeteld twee keer wordt in het Nieuwe Testament het woord 'wedergeboorte' gebruikt. Let wel: ook nog in verschillende betekenis. In Mattheüs 19 : 28 lezen wij: 'En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen gezeten zal zijn op de troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls'. Het gaat in deze tekst – althans in het begin daarvan – over het herstel van alle dingen in de eindtijd. Wedergeboorte moet hier als volgt ingevuld worden: de vernieuwing van de aarde, zoals deze zal plaatsvinden als Jezus terugkeert op de wolken des hemels. Deze vernieuwing gebeurt om met ds. Pauwe te spreken in een punt des tijds, zoals hij dat ook leerde van de vernieuwing van het hart van ons mensen. Echter... in Mattheüs 19 : 28 gaat het over de vernieuwing van al het bestaande.
Behalve in bovengenoemde tekst komt het woord 'wedergeboorte' nog een keer in het Nieuwe Testament voor in Titus 3 : 5 waar het alles heeft te maken met de doop. Paulus schrijft aan Titus in die tekst: 'Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing van de Heilige Geest'.
Het valt op dat Paulus het woord 'wedergeboorte' heel weinig gebruikt. Eigenlijk alleen in zijn brief aan Titus. Wat is daarvan de oorzaak? Weet hij niet van wedergeboorte? Is de zaak zelf hem onbekend? Dat in geen geval. Als één heeft geweten een wedergeborene te zijn dan Paulus.
't Is waar: bij Paulus komt het woord zelden òf nooit voor, maar de zaak des te meer. Dit voluit Bijbelse gegeven ligt bij Paulus opgesloten in de krachtdadige roeping. In dit verband citeer ik Romeinen 8 : 30 (de gulden keten van het heil): 'En die Hij tevoren verordineerd heeft, deze heeft Hij ook geroepen, en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd, en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt'.
De gulden keten van het heil bij Paulus ziet er dus iets anders uit dan die men in de Nadere Reformatie hanteerde. In dat tijdperk luidde die: Verkiezing, wedergeboorte, roeping, bekering, geloof, rechtvaardigmaking, heiligmaking en heerlijkmaking. Ik kom later op dit alles nog wel terug. Het onderscheid geeft geen reden tot onrust. Want zowel Paulus als de Nadere Reformatie beginnen in de hemel bij de eeuwig verkiezende liefde van God. Beiden eindigen ook weer in de hemel nl. in de heerlijkmaking van allen die verordineerd zijn.
In afgeleide zin
Komt het woord 'wedergeboorte' betrekkelijk weinig voor, in afgeleide zin des te meer. Ik denk aan Johannes 1 : 13 ('uit God geboren zijn'); Johannes 3 : 3 en 5 ('wederom geboren worden'); 1 Johannes 3 : 9 ('uit God geboren is') en 1 Petrus 1 : 23 ('Gij, die wedergeboren zijt').
De bedoeling is niet om alle Schriftplaatsen te noemen waarin gehandeld wordt over de wedergeboorte in afgeleide zin. Niettemin wil ik er toch nog een tweetal noemen uit het Oude Testament. Ik denk aan Jeremia 31 : 33 ('Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven') en aan Ezechiël 36 : 26 ('En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en Ik zal u een vlesen hart geven'). Op andere plaatsen wordt er gesproken over de besnijdenis van het hart.
Ik meen met het bovenstaande voldoende te hebben aangetoond dat er in de Schrift – al is het dan in afgeleide zin – meer dan eens over de wedergeboorte, de vernieuwing van het leven van een zondaar, wordt gesproken. De Schrift laat ons dienaangaande niet in het onzekere.
Verschillende namen
Man kan niet zeggen, dat de gelovigen in de Schrift direkt met wedergeborenen worden aangesproken. Meestal wordt hiervan een omschrijving gegeven. In zijn eerste zendbrief schrijft de apostel Petrus aan de verstrooiden in Pontus, Galatië, Kappadocië, Azië en Bythynië. Aan het begin van zijn brief noemt hij hen de uitverkorenen naar de voorkennis van God den Vader, maar even verderop zegt hij van hen: 'Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God'.
De wedergeborene wordt ook wel genoemd 'een nieuwe mens' (Efeze 4 : 24); 'een nieuw schepsel' (2 Korinthe 5 : 17); 'een maaksel Gods' (Efeze 2 : 10); 'een Godsgebouw' (1 Korinthe 3 : 9) en omdat hij de Heilige Geest ontvangen heeft 'een tempel van de Heilige Geest' (1 Korinthe 3 : 16).
Een christen heeft dus verschillende namen. Niettemin duiden al die verschillende namen op een en dezelfde zaak nl. dat er in zijn leven een geboorte van boven heeft plaatsgevonden. Welke naam hij draagt, doch alle namen zeggen: hij is uit God geboren!
Niet haaks op elkaar
Alvorens ik neerschrijf wat die nieuwe geboorte bij God vandaan inhoudt en waarvan God zelf de Generator (de Verwekker) is, wil ik eerst nog op iets anders wijzen.
In het verleden werd er wel gesproken over de wedergeboorte in ruimere en engere zin. Die onderscheiding hanteren wij trouwens ook in het heden nog altijd. Dus niet alleen in het verleden.
Opzettelijk schreef ik hierboven, dat wij die onderscheiding hanteren. Doch let wel: het één staat niet haaks op het àndere. Anders gezegd: er is onderscheid, maar niet zò dat deze twee opvattingen contrasteren d.i. scherp tegenover elkaar staan. Zelfs moet gezegd worden, dat de ene opvatting de andere niet uitsluit. Meer dan eens wordt de wedergeboorte door een en dezelfde persoon nu eens in engere zin gehanteerd dan weer in ruimere zin.
Hoewel met name de Nadere Reformatie zich toegelegd heeft op de wedergeboorte in engere zin en vooral Comrie hierover het een en ander heeft geschreven, valt bij het lezen van zijn werken op dat nu eens door hem de wedergeboorte in engere zin dan weer in ruimere zin wordt opgevat. Trouwens, dat geldt wel voor meer exponenten uit en van die tijd. Brakel met z'n 'Redelijke Godsdienst' is hiervan eveneens een voorbeeld.
Pas in de nadagen van de Nadere Reformatie wordt de onderscheiding scherper, hoewel gezegd moet worden, dat de ene opvatting toch nooit werd uitgespeeld tegenover de andere. Dit was ook ten enemale onmogelijk, omdat beide opvattingen in de Schrift voorkomen. Nu eens leest men over wedergeboorte in engere zin dan weer over die in ruimere zin.
In ruimere zin
't Is wellicht goed om toch nog een ogenblik na te gaan wat men verstaat onder de wedergeboorte in ruimere zin. Men verstaat eronder dat het gehele proces van de levensvernieuwing van de zondaar. Het is dus niet alleen de eerste principiële vernieuwing van het hart. Het is ook de groei en de ontwikkeling van het nieuwe leven. Alles wat daarmee samenhangt laat de Heilige Geest ontluiken uit het veranderde hart. Het geloof (als vrucht van de wedergeboorte) openbaart zich naar buiten in een leven van dankbaarheid. Er zijn werken des geloofs. Men wordt niet alleen bekeerd, maar men bekeert zich ook metterdaad.
Wanneer ik de wedergeboorte in ruimere zin heel ruim wil opvatten, reken ik daaronder niet alleen de voortgaande vernieuwing, maar ook de uiteindelijke voltooiing en volmaking daarvan. Dit laatste vindt dan plaats, wanneer de uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden. Hiervan kan men evenwel niet zeggen, dat het een voortgaand proces is. Neen, de heerlijkmaking (en dàt is toch de uiteindelijke voltooiing en volmaking van de voortgaande vernieuwing!) geschiedt in een punt des tijds. Hoe? Dat is niet bekend. Wel belijden wij met de kerk van alle tijden, dat onze ziel van stonde aan wordt opgenomen. En voorts: ik geloof in de opstanding des vleses!
In engere zin
Onder de wedergeboorte in engere zin verstaat men alleen de eerste levendmakende daad, waardoor de Heilige Geest het hart van de zondaar omzet en in beginsel vernieuwt. Heel eenvoudig gezegd: het kind is geboren, maar 't moet nog wel groeien (A. Comrie).
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's