Omgaan met verscheidenheid
Openheid of isolement
'Op alle terreinen maken wij grote en ingrijpende veranderingen mee: in het volkerenleven, in de wereld van wetenschap en techniek, op ethisch terrein en niet in het minst op kerkelijk gebied'.
Dit schrijft J.H. Ulehake in het gereformeerd-vrijgemaakte kerkblad voor de noordelijke helft van Nederland. Met 'kerkelijk gebied' bedoelt hij kennelijk ook de wereld van de Gereformeerde Kerken (vrijg.). Hij zegt daarvan, dat de luiken van het kerkelijk huis stevig dicht zaten. Daarbuiten leefden alleen maar 'boze mensen, die wij echter nooit zagen, laat staan spraken'. Maar toen kwam de fase dat de luiken open gingen: 'wij zagen de mensen om ons heen'. En verder: 'nu leven wij in een tijd, dat wij naar buiten treden en met die mensen in gesprek raken. Wij leren hen kennen en zij ons ook. En dat is een goede zaak.'
Met het bovenstaande geven we één van de vele stemmen door, die de laatste tijd gehoord worden uit vrijgemaakt gereformeerde kring, in de vaak emotionele discussies, die zich voltrekken inzake de nieuwe koers, die deze kerken lijken in te slaan. Vrijgemaakt gereformeerde organisaties op maatschappelijk en politiek terrein — bijv. het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond en het Gereformeerd Politiek Verbond — zijn op weg hun kerkelijk (en daardoor maatschappelijk) isolement te doorbreken en hun poorten te openen voor leden, die tot andere kerken of kerkelijke gemeenschappen behoren. We moeten daar niet gering over denken. Tenslotte behoorde het sinds 1944 tot de identiteit van de vrijgemaakten, dat al hun organisaties kerkgebonden waren en als zodanig vàn en vóór vrijgemaakten waren. Daarachter zat aanvankelijk de gedachte dat, hoewel men heus wel ware gelóvigen in andere kerken zag, de Gereformeerde Kerken (vrijg.) toch wel de meest zuivere openbaring van het Lichaam van Christus in ons land, oftewel de ware kerk vormden. Dit laatste wordt al geruime tijd door velen in deze kerken niet meer onderschreven. Mede daardoor zal ook de opening, die de vrijgemaakte organisaties nu willen maken voor anderen, wel verklaard kunnen worden.
Intussen is de reactie óók niet uitgebleven. In een recent opgericht blad Reformanda worden de oude vrijgemaakt-gereformeerde banden nog weer eens extra aangehaald. Mede daardoor is de discussie binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in alle hevigheid ontbrand.
Grote aanjager (voor anderen boosdoener) is het Nederlands Dagblad, dat kennelijk zoekt naar verbreding van de basis. Regelmatig staat deze krant onder spervuur van kritiek bij Reformanda. Maar zo wordt de hele discussie wel coram publico, voor het forum van het kerkvolk voltrokken. Niets blijft ongenoemd.
Intussen sprak prof. dr. J. Douma in het laatste nummer van Koers zijn verheugenis uit over de nieuwe grotere openheid van vrijgemaakt-gereformeerden. 'We moeten onze geïsoleerde houding laten varen en het begrip "gereformeerd" niet alleen voor onszelf reserveren', zegt hij. Nu kunnen we van buitenaf wel zeggen, dat 'wíj́' van dit laatste allang en ten principale overtuigd waren. Maar hier wordt één en ander van binnenuit gezegd ten aanzien van het kerkzijn, hetgeen niets minder dan een wending in kerkelijk denken betekent. Om deze dingen scharnierde immers van meet af het vrijgemaakte kerkelijke leven. Dit dan nu zo om te buigen is geen sinecure. Toch zegt Douma óók, dat de crisis in 1967, toen een scheuring plaatsvond, waardoor de (latere zo genoemde) Nederlands Gereformeerde Kerken ontstonden, zwaarder was dan die van vandaag. Die in 1967 was een confessionele crisis, zegt hij. Vandaag dan niet?, zo vragen we. De vrijgemaakten hebben zich in hun kerkvisie toch altijd op de confessie beróépen?
Veelzeggend voegt prof. Douma echter wèl toe: 'Ik ken bij ons geen dominees, die wel in de ene en niet in de andere gemeente mogen preken. Dat is voor mij een duidelijke indicatie van grote eenheid.'
Als nu dit laatste waar is — en er is geen enkele reden om aan de juistheid van Douma's woorden te twijfelen — dan moge dit anderen ten voorbeeld zijn. Waarom kunnen de vrijgemaakt gereformeerden het toch kennelijk opbrengen om op een zodanige wijze samen om te gaan met verscheidenheid van inzichten in en rondom de processen van verandering, die aan de gang zijn, dat zij elkaar niet uitsluiten?
Spanningsvelden
Welke kerk kent vandaag immers niet een intern spanningsveld, met verscheidenheid van inzichten en grondhoudingen! Als de kerkelijke pers zelf er ons al niet over bericht dan doen de overige media dat wel.
Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken bijvoorbeeld wordt van jaar tot jaar op de Ambtsdragersconferentie aandacht gegeven aan de interne spanningen, die binnenkerkelijk een ontlading vonden in 'Bewaar het Pand' en de 'Amersfoortse kring'.
Hoewel we als hervormd gereformeerden geen kerk vormen en spannigen zich deels ook ontladen binnen de ruimte van de Hervormde Kerk, wordt niemand in het ongewisse gelaten omtrent òns spaningsveld, met 'Kontextueel' en 'Het Gekrookte Riet' opererend aan de flanken.
In kleinere kerken van gereformeerde gezindte zijn onderlinge verschillen of tegenstellingen vaak meer een publiek gehéím dan dat ze ook publiek worden gemáákt. Maar ze zijn er niet minder om.
Wat Douma echter van zijn kerken zegt, met betrekking namelijk tot het (niet) elkaar uitsluiten van de kansel, geldt niet zonder meer voor de andere kerken of gemeenschappen. Met uitzondering van kerken, die slechts een enkele predikant hebben (Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Oud Gereformeerde Gemeenten) geldt voor àlle groeperingen binnen de Gereformeerde Gezindte, dat gemeenten niet voor alle predikanten de kansel openstellen. Welnu, als dat het geval is, moet toch wel gezegd worden, dat er een hoogst ernstige crisis is.
Elkaar nodig
In (inter)kerkelijke gesprekken kan men veelvuldig de opmerking horen, dat we elkaar vandaag zo bitter hard nodig hebben. Wie zal dat ontkennen? Het blijft echter vaak lippentaal. Want in de praktijk weten we met verscheidenheid vaak geen raad. We weten er niet mee om te gaan. Het behoeft geen betoog, dat ik bedoel een wettige verscheidenheid, namelijk binnen de grenzen van de gereformeerde belijdenis. De eenheid met anderen wordt toch vaak maar moeizaam verwezenlijkt; de eenheid in eigen kring staat vaak onder spanning. Dat schijnt een specimen van gereformeerd zijn te wezen.
Bij de vrijgemaakten gaat het vandaag vooral om de kwestie van openheid (naar anderen toe) of isolement. Maar dat probleem kennen anderen op hùn wijze. Het heeft zeker ook te maken met het feit, dat we allen met de ogen staan te knipperen, nu we oog in oog staan met de aangrijpende secularisatie, die zich voltrekt.
In 1991 onttrokken zich aan de Gereformeerde Kerken liefst tienduizend mensen, een record aantal. Prof. dr. W. van 't Spijker schreef in De Wekker, dat zulks niet louter een zaak van Amsterdam of van Noordhollandse vrijzinnigheid is, maar ons voor de vraag van de kwaliteit van de Nederlandse christenheid in het algeméén stelt. Wie eerlijk is, moet zeggen, dat de symptomen van neergang zich vandaag voordoen in de 'beste' gemeenten van gereformeerde gezindte. In hetzelfde nummer van Koers, waarin prof. Douma aan het woord was, zegt ds. M.C. Tanis, christelijk gereformeerd predikant te Sliedrecht, dat men ze — ouderen en jongeren — soms van de ene dag op de andere om onverklaarbare redenen ziet vertrekken. Wie in eigen gemeente of straat rondkijkt, herkent het beeld. Het gaat soms, hier en daar, heel hard.
Wie dan ook niet gevoelloos of afgestompt is geworden voor de aangrijpende Godsverlating, die achter dit alles ligt, tobt zich af met de vraag wat er gedaan moet worden om het tij te keren. Wie dan vandaag met jongeren moet werken, staat voor andere vragen dan wie met ouderen moet omgaan. Wie vandaag de harde onkerkelijkheid tegenkomt in het evangelsatiewerk, staat voor andere vragen dan wie het nog gegeven is, het geruste leven des landmans te leiden (àls dat er nog is).
De plaats waar mensen arbeiden, bepaalt in zekere zin vaak ook hun visie. Verschillende inzichten breken door als het gaat over de vraag hoe de gemeente vandaag zal worden gebouwd. We zijn het er allen over eens, dat het gaat om 'Schrift en belijdenis', om 'de rechte prediking', om goede catechese, om goed pastoraat, om geestelijke diepgang. En toch, en toch... Zo het vòlk, zo de priester.
Emoties
We zullen overigens niet moeten vergeten, dat, als het om ontwikkelingen in kerk en samenleving gaat, ieder, die het hart op de rechte plaats heeft zitten, zijn of haar eigen emoties kent. Het godsdienstige leven speelt zich zelfs voor een niet onaanzienlijk deel af in het onbenoembare, in het emotionele. Mensen, die dan ook dagelijks hun krant of wekelijks de kerkelijke pers lezen, hebben hun eigen emoties en spanningen bij het lezen van wat zich binnen de kerken voordoet. Nu is het zo, dat met name binnen de Gereformeerde Gezindte de dominees een belangrijk deel van de spraakmakende opiniemakers vormen. We moeten niet onderschatten wat het naar de gemeente toe betekent, als zij elkaar publiekelijk in gebreke of onder kritiek stellen. Dat kan sterke repercussies hebben naar de gemeente toe.
De vraag naar de wijze van omgang met elkaar vandaag, in de verscheidenheid van visies binnen de veranderingsprocessen die zich voordoen, is van groot belang. Recent stond in het Centraal Weekblad een verhaal van een christenvrouw uit Libanon, die in Nederland haar domicilie had. Ze schreef dat ze zich erover verbaasde, dat in Nederland mensen van éénzelfde kerk elkaar de mantel uitborstelden. Dat moest niet kunnen. Dat was in Libanon uitgesloten. Welnu, in Nederland kan dat zelfs tot de habitus behoren, aan het gereformeerde leven eigen, die bepalend wordt geacht voor waarheidsgetrouwheid. Elke afwijking in opstelling, die ieder voor zich als de enig juiste heeft vastgesteld, wordt soms al heel snel als ontrouw aan de waarheid of aan de belijdenis afgedaan. Genoeg om iemand te plaatsen.
Hiermee wil niet gezegd zijn, dat alle tegenstellingen maar moeten worden toegedekt. Juist in de worsteling om de rechte weg, die vandaag begaanbaar is, is het nodig elkaar stevig te bevragen. Als daarachter maar de bedoeling zit om met elkáár in het spoor te blijven. Misschien moeten we ook in hervormd gereformeerde kring in deze weer tot enige nieuwe vindingrijkheid komen. De rechte communicatie zal moeten worden gezocht en gepraktiseerd, met het oog op de opbouw van de gemeente en op de dienstbaarheid aan de kerk.
Dat de christelijke gemeente de hoogste standaard heeft als het gaat om de omgang met elkaar, ook in verscheidenheid, lijkt me bijbels gezien onbetwistbaar (1 Kor. 12). Of altijd naar die hoge standaard, namelijk die der liefde en der broederlijkheid, geleefd wordt, is een tweede.
Paulus begint in Hebreeën 13 een reeks van vermaningen met betrekking tot het concrete leven in de zonde met de opwekking: 'dat de broederlijke liefde blijve'. Dat is kennelijk het alles-beheersende. Dat verdraagt geen uiteen groeien van broeders en zusters in het geloof. Dat verdraagt per consequentie zeker ook geen sluiting van kansels voor hen, die niet precies in ons straatje passen, maar intussen hetzelfde dierbare geloof deelachtig zijn.
De tijd
Recent heeft dr. W.J. op 't Hof in Kontextueel, naar aanleiding van het zogeheten 'Open Boek' geschreven, dat de samenstellers van dit boek de eigen tijd te serieus nemen. Juist in moeilijke tijden, met Petrus op de golven, moeten we op Christus zien. Met die gedachte kan ik voluit instemmen. Ze kan echter ook te argeloos worden geïnterpreteerd. Want wat zich vandaag in onze samenleving voordoet, is niet niets. En ieder is toch geroepen vandaag, op de plaats, waar hij is gesteld, uitdrukking te geven aan de roeping, waarmee de Heere roept.
Is die roeping een roeping tot (toenemend) isolement? Zelfs zo dat dan maar afvalle wat afvalt, ook in eigen gemeente?
Is die roeping bepaald door het gaan tot aan de grenzen, in solidariteit ook met hen, die aan die grenzen werkzaam zijn?
Tussen een volledig isolement en uiterste solidariteit ligt weliswaar een grijs veld van schakeringen. Maar ergens gaat het om (de mate van) isolement of (de mate van) openheid ten opzichte van wat vandaag aan de orde is.
Zouden we elkaar intussen vandaag vooral niet echt dienen vast te houden, juist door elkaar kritisch te bevragen maar vooral ook door elkaar te bemoedigen?
De leden der gemeente zien ook best, dat de dijken allerwegen doorbreken. Ze hebben daaraan hun eigen stille verdriet en kunnen zich nochtans maar weinig mengen in het koor dat ze horen.
Het gist en bruist aan alle kanten. Wij zullen de ark niet redden. Maar als het schip in nood is, kan men zich scheepstwisten niet meer permitteren, zeker niet onder de stuurlui.
Ik begon dit stuk met de 'golven', die vandaag over de vrijgemaakt Gereformeerde Kerken slaan. Ze hebben alles te maken met het springtij, waarin we ons bevinden. Maar we staan allen voor dezelfde vragen: openheid of isolement, met het gereformeerd belijden als basis. Maar dan intussen ook voor de vraag, hoe we omgaan met wettige verscheidenheid.
Dat de broederlijke liefde blijve!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's