De Zaligmaker gekruisigd
Alwaar zij Hem kruisten. Joh.19 : 18a
Opvallend kort zijn de vier evangelisten over de kruisiging van Jezus. Waarschijnlijk omdat zij bij hun lezers veronderstellen, dat zij dat weten. Wij weten dat niet en moeten afgaan op het weinige dat ervan geschreven staat. Namelijk dat er boven Zijn hoofd een bord is, waarop Zijn beschuldiging vermeld wordt. Dat wijst in de richting van de gewone of Latijnse kruisiging. De verticale kruispaal staat al in de grond. De dwarsbalk wordt door Simon noodgedwongen gedragen naar Golgotha. Aan deze balk worden Jezus' handen vastgespijkerd. Bij deze daad zijn vier soldaten betrokken, die het voor elkaar krijgen dat de dwarsbalk met daaraan het lichaam van de Heiland op de juiste plaats komt bij de andere paal. Zijn lichaam komt te rusten op een aan het kruis bevestigd zitblok. Niet alleen de handen, ook de voeten worden vastgespijkerd (Luk. 24 : 39-40).
Er zijn nog twee andere vormen van kruisiging bekend. Het Andreaskruis in de vorm van een X en het kruis in T-vorm. In beide gevallen is het niet mogelijk een opschrift boven het kruis te plaatsen. Vandaar dat we aannemen dat de Heere Jezus op de gewone of Latijnse manier gekruisigd is.
In het Romeinse rijk mochten alleen slaven gekruisigd worden. Om reden dat dit zo'n wrede straf was. De joden kenden de dood door kruisiging niet. Wel kon iemand die gestenigd was na z'n dood aan een kruis gehangen worden. Maar z'n dood lichaam moest vóór de nacht van het kruis gehaald worden en begraven zijn (Deut. 21 : 22-23). De Heere Jezus was geen slaaf en werd bij leven aan het kruis gebracht. De joodse leiders wilden dat en Pilatus heeft met tegenzin hun eis ingewilligd.
Waarom is de kruisiging zo'n wrede straf? Vanwege het verschrikkelijke lijden van de gekruisigde. Het kon soms dagen duren voordat de dood intrad. Hij stierf niet door bloedverlies, maar door uitputting en marteling. Een gekruisigde kreeg vreselijke dorst, het neerhangende hoofd leed een ondragelijke hoofdpijn. Hevige koorts en angst kwelden hem. Het gehele gestel van die mens werd aangetast. Meestal maakte men een eind aan het lijden door het breken van de beenderen.
Wanneer we uit de evangeliën kunnen opmaken dat de Heere Jezus tenminste zes uur aan het kruis heeft gehangen, krijgen we een indruk van Zijn zeer zwaar lijden. Helse pijnen en smarten folteren Hem. Dat vinden we terug in de Apostolische Geloofsbelijdenis, als beleden wordt: Nedergedaald ter helle. Zondag 16 van de catechismus legt ons dat in vraag en antwoord 44 uit. Terecht noemt de catechismus hier ook Zijn onuitsprekelijke benauwdheid. Dan denken we aan Zijn gebedsworsteling in de hof van Gethsémané en aan Zijn kruiswoord: 'Eli', Eli, lama sabachtani'.
Deze helse pijnen, smarten en benauwdheden heeft de Heere Jezus ondergaan als Borg en Middelaar. Gelovig ziende op Hem kan de christen zeggen: In mijn hoogste aanvechtingen ben ik verzekerd en vertroost, dat mijn Heere Jezus Christus door Zijn onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling, mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft. Hij voor mij! Zodat ik nu kan zingen: 'Ik werd benauwd van alle zijden, en riep de Heer ootmoedig aan. De Heer verhoorde mij in 't lijden en deed mij in de ruimte gaan'. Soms wil ik het zelf dragen in m'n dwaasheid. Dan merk ik hoe ontzaglijk zwaar helse aanvechtingen en benauwdheden zijn. Totdat ik door de knieën ga en het vrijmoedig en gelovig bij de Heere breng. Dàt geeft ruimte. Kent u dat? Wanneer je dat niet kent, valt het te vrezen dat je geen deel hebt aan de Heere Jezus. De kruisiging van Hem betekent dat mijn vloek op Hem ligt. We horen de apostel Paulus zo rijk in Galaten 3 zeggen: 'Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt.' Het is niet onverschillig welke dood de Heere Jezus als Zaligmaker sterven zou. Het moest de dood door kruisiging zijn. Nu ben ik in het geloof er zeker van dat Hij mijn vloek heeft gedragen. Mijn vloek op Hem, Zijn reinheid en heiligheid op mij. Zo mag Gods kind Hem aanschouwen, hangend aan het vloekhout op Golgotha. Dat geeft een sterke vertroosting. Dat doet in het geloof blijmoedig voorwaarts gaan. Wie niet in het geloof op Hem ziet, ziet in de Gekruisigde niets. De profetie van Jesaja komt uit: 'Als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.' Aan de voet van Zijn kruis staande komt het uit wat er in ons hart jegens Hem leeft.
Wanneer de Heiland aan het kruis hangt, is Hij buiten de gemeenschap met God en de mensen. Een gekruisigde is een uitgestotene. Voor allen die voorbij Hem komen is Hij een verachtelijk mens. Mensen nabij Zijn kruis kunnen niet anders dan Hem bespotten. De mens in z'n ware gedaante voor God komt in Hem duidelijk naar voren. Zoals deze Hem szelf leven we allen buiten Gods gemeenschap. Het ogenblik nadert, dat de Vader in de hemel de blijken van Zijn gunst van Hem aftrekt. Hij wordt geheel aan Zichzelf overgelaten. Dat is het wat wij bij God verdienen. De Heilige Geest geeft ons daar, als Hij in ons gaat werken, een diepe indruk van. Wat maakt dat ons klein. Dat brengt ons in het stof voor God. Maar als diezelfde Geest ons op Christus doet blikken: Hij als Borg buiten de gemeenschap met God en de mensen, opdat wij nimmermeer van God verlaten zullen worden, wordt Hij ons lief en dierbaar. Hij brengt ons terug bij het hart van God de Vader.
Jezus' kruis, staat op Golgotha, buiten de poort van de stad. Dat roept ons in herinnering hoofdstuk 13 van de Hebreeënbrief. De Heere Jezus heeft buiten de poort geleden, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen. Heiligen wil zeggen: apart zetten. De Heere God roept mensen uit deze wereld en zet ze apart. Wanneer we het in de wereld nog goed kunnen uithouden, zijn we niet door Christus geheiligd. Door Hem geheiligd zijnde hebben we de opdracht: 'Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats. Zijn smaadheid dragende. Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.' Het vreemdelingschap op aarde is wezen lijk voor allen die oprecht geloven. Zo vele christenen vertonen in hun handel en wandel niets van dit vreemdelingschap. Dat is geen best teken. Laten we onszelf toetsen en beproeven. Opdat we onszelf niet bedriegen en misleiden voor de eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's