Opvoeden met het oog op nu en straks
Met het oog op de jongeren
In de Bijbel komen wij allerlei verschillende opvoedingssituaties tegen.
Situaties die heel sprekend zijn.
In het negatieve, zoals bij de zonen van Eli. En in het positieve, zoals bij Timotheüs.
In dit artikel wil ik een paar dingen zeggen naar aanleiding van de situatie van Timotheüs.
Timotheüs is opgegroeid in een situatie waarin veel gesproken werd over het geloof. Hij kreeg, om zo te zeggen, een sprekende opvoeding... een opvoeding waar door de eeuwen heen een voorbeeldwerking van is uitgegaan.
Hij had een gelovige grootmoeder en een gelovige moeder. Hij is in het geloof opgevoed en in zijn opvoeding — niet door zijn moeder maar door de Heilige Geest — tot geloof gebracht. Het geloof dat in zijn grootmoeder en in zijn moeder woonde, woonde ook in hem, schrijft Paulus (2 Tim. 1 : 5).
Paulus rept niet over zijn vader, die een Griek was, zoals we in Hand. 16 : 1 lezen. In ditzelfde vers wordt de moeder van Timotheüs een gelovige joodse vrouw genoemd. Kennelijk straalde er iets van haar uit, dat zowel Lukas (de schrijver van Handelingen) als Paulus zo nadrukkelijk het geloof van deze vrouw naar voren halen.
Dat er niet over het geloof van de vader van Timotheüs gesproken wordt, doet het vermoeden ontstaan dat zijn moeder alléén voor de geloofsopvoeding van haar zoon stond.
Timotheüs mag dan een sprekende opvoeding gehad hebben, 'ideaal' was de situatie waarin hij opgroeide kennelijk toch niet.
Geen ideale opvoedingssituaties
Nu komen nèrgens ideale opvoedingssituaties voor. De barsten en scheuren van de gebrokenheid lopen door alle huwelijken en alle gezinnen.
Als kinderen tot geloof gebracht worden, dan is dat altijd het werk van de Heilige Geest. Dat was zo in de dagen van Timotheüs. En dat is vandaag nòg zo. En de Geest werkt dwars door alle gebrokenheid heen.
Dat wil echter niet zeggen dat de vraag hoe de opvoedingssituatie verder is, er dan verder niet toe doet.
Die doet er wèl toe.
Die situatie kan een belemmering zijn voor de Geest om kinderen tot geloof te brengen.
Bijvoorbeeld doordat het Woord er ontbreekt. Dan kan de Geest — om zo te zeggen — niet uit de voeten, want Hij bindt Zich aan het Woord.
Of doordat de levenssfeer, het klimaat in het gezin, het Woord (dat misschien wel gelezen wordt) krachteloos maakt.
Of doordat...
We kunnen ons dan niet beroepen op het gegeven dat de Geest door alle gebrokenheid heen werkt.
Want hoewel Hij niet na te speuren is in Zijn werk, zien we wel vaak een bepaalde weg die Hij gaat. Zonder dat Hij Zich daar overigens aan gebonden weet. Want Hij is soeverein.
En dan zien we dat opvoedingssituaties vaak ook 'meewerken'.
Dit woord zetten we tussen aanhalingstekens, omdat we de soevereiniteit van de Geest hoog willen houden.
Dit 'meewerken' zit 'm dan met name in het geloof, als dat in de ouders of misschien alleen in de vader of alleen in de moeder woont.
Het geloof... dat dan ook bepalend is voor de primaire levenssfeer waarin de kinderen worden opgevoed.
Welnu, de soevereine Geest gebruikt vaak het geloof dat Hij Zelf heeft gewekt en dat handen en voeten krijgt in de omgang van vaders en/of moeders met hun kinderen.
Dat zien we in het leven van Timotheüs.
De betekenis van de Schriften voor de opvoeding
Christelijke geloofsopvoeding is ondenkbaar zonder de Schriften. Het zijn de Schriften die wijs kunnen maken tot zaligheid (2. Tim. 3 : 15).
Timotheüs heeft ze van kind afgeweten. In de omgang van zijn moeder (en grootmoeder?) met hem zijn de Schriften opengeaan. De Heere Jezus Christus is er zijn leen door binnengekomen.
Van kind af...
Als de kinderen jong zijn, is er over het algemeen zoveel openheid om dingen te leren. De basisschoolleeftijd onderscheidt zich wat dit betreft van de tijd die daarna komt.
Laten wij, als onze kinderen nog in deze primaire opvoedingsfase verkeren, dit gegeven maar goed benutten. En hen thuis laten raken in de Schriften.
De Geest doet er het Zijne mee.
Hij gebruikt de Schriften niet alleen om mensen tot geloof te brengen, maar ook om hen toe te rusten tot alle goed werk (2 Tim. 3:16).
Volmaakte toerusting
Nu spreekt Paulus hier Timotheüs aan als dienaar van het Woord.
Hij heeft het in dit verband over zware tijden en verleidingen. Timotheüs kan alleen staande blijven, als hij blijft in hetgeen hij geleerd heeft.
Met andere woorden: als hij in de Schriften woont en zo door de Geest voor zijn werk volmaakt wordt toegerust.
We mogen — naar ik meen — de lijn doortrekken naar niet-ambtsdragers.
Ook vandaag is er sprake van zware tijden en van verleidingen, kenmerkend voor de eindtijd waarin wij sinds de hemelvaart van de Heere Jezus leven.
En ook wij kunnen alleen staande blijven, als wij blijven in hetgeen ons geleerd is... als wij in de Schriften wonen en zo door de Geest voor het leven van elke dag worden toegerust.
En dat geldt ook voor onze kinderen.
Wonen in de Schriften, wonen in het Woord, om tot alle goed werk volmaakt toegerust te worden.
'Volmaakt toegerust' betekent hier: voldoende berekend op een bepaalde taak. Zo ook: opgewassen zijn tegen alles wat er tegenin komt.
'Volmaakt' in de zin zoals wij dat meestal verstaan, is iets wat wij in deze bedeling nooit bereiken.
Het volmaakte, zondeloze, volkomen toegewijde leven voor God en het Lam... dat is iets voor straks.
Voorliggend en achterliggend doel
Als wij dit nu naar de opvoedingssituatie toe vertalen, dan kunnen we zeggen dat er ten aanzien van de opvoeding, zoals wij dat vanuit de Bijbel verstaan, gesproken zou kunnen worden van een voorliggend doel en van een achterliggend doel.
Het voorliggende doel heeft betrekking op het 'nu', op het leven op deze aarde.
Het achterliggende doel heeft betrekking op het 'straks', op het leven op de nieuwe aarde, in het nieuwe Jeruzalem, in de hemel.
Uiteindelijk ligt onze bestemming in het volmaakte leven tot eer van God, in de volkomen toewijding aan Hem.
Deze bestemming — waar het geloof naar uitziet en naartoe leeft — bereiken wij niet in het 'nu', althans niet in volkomenheid (hoewel dit niet betekent dat dit gegeven in mindering komt op onze roeping).
Als christenen zijn we wat dit betreft 'onderweg'.
De opvoeding gaat door
In de opvoeding denken we over het algemeen vooral aan het 'nu'.
Dat komt ook tot uiting in allerlei geformuleerde opvoedingsdoelen. Hierbij spelen de begrippen 'volwassenheid' en 'zelfstandigheid' een belangrijke rol, waarbij het verlaten van het ouderlijk huis op de achtergrond staat.
Dit hangt natuurlijk samen met de verantwoordelijkheid die de kinderen van hun ouders overnemen, als zij van hen het nodige voor hun leven hebben meegekregen. De opvoeding die wij als ouders aan onze kinderen geven, is uiteindelijk beperkt tot een bepaalde fase in hun leven.
Een fase die opgenomen is in het heden waarin de Heere Zijn handen naar onze kinderen uitstrekt om ze achter Zich aan te trekken en om hen te vernieuwen en te vormen naar Zijn beeld.
Het specifieke van de christelijke opvoeding heeft alles te maken met het geloof in de Heere Jezus Christus en de dagelijkse navolging van Hem. We zouden kunnen zeggen dat het voorliggende opvoedingsdoel zich hierop concentreert.
Maar als christenouders kijken we verder. Onze taak kan op een bepaald moment misschien afgelopen zijn. Maar de opvoeding, de toerusting, gaat door.
De Heere, Die ons als ouders gebruikt in het leven van de opgroeiende kinderen die Hij ons heeft geschonken, is erop uit om ze met het Woord bezig te blijven houden.
Als Hij eenmaal met dit Woord hun leven binnengekomen is, de deur van heil en genade voor hen heeft opengezet en hen de ruimte van Gods Vaderlijke liefde heeft binnengeleid, dan zal Hij Zijn werk ook voltooien.
Dit werk zal voltooid zijn, als het 'straks' geworden is. Dan is ook het achterliggende doel van de christelijke opvoeding bereikt.
Gehandicapte kinderen
Ouders van gehandicapte kinderen zullen met veel geformuleerde opvoedingsdoelen niet zo uit de voeten kunnen. Wat is 'volwassenheid' en 'zelfstandigheid' voor hun kinderen?
Gehandicapte kinderen zullen blijvend de hulp en begeleiding van anderen nodig, hebben.
Het voorliggende opvoedingsdoel wordt wellicht op een andere wijze bereikt dan bij niet-gehandicapte kinderen.
Hoewel, als het specifieke van de christelijke opvoeding inderdaad gelegen is in het leiden tot geloof in de Heere Jezus en tot de dagelijkse navolging van Hem, dan kan dit zo niet eens gezegd worden.
Het handen en voeten geven aan deze navolging... daarvan kan wèl gezegd worden dat dit anders is.
Wij hoeven bij gehandicapte kinderen nooit te denken, dat het (voor- of achterliggende) opvoedingsdoel niet bereikt wordt. Als de Geest hen in hun leven naar de Heere Jezus gekeerd heeft en als zij Hem liefgekregen hebben, dan is hun leven nu ook zinvol. Kunnen wij dat vaak ook niet horen in het getuigenis dat zij zonder schaamte geven?
En hun leven zal volmaakt zijn, als alle dingen nieuw zullen zijn.
Volmaakt, nu in de zin van: volkomen (ook verstandelijk en lichamelijk), zondeloos, geheel toegewijd aan God en aan het Lam. Hun ouders mogen zich hieraan met verwachting optrekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's