De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

In een hedendaagse vertaling van het geschrift van Marnix van St. Aldegonde, 'Trouwe vermaning' (uitgave De Groot, Goudriaan), zijn achterin ook enkele gedichten van Marnix alsook enkele van zijn berijmingen van de psalmen opgenomen. Hier volgt psalm 130:

1. Uit vreselijk' afgronden,
daar ik van alle zij
lig deerlijk in verslonden,
schrei ik, o Heer, tot Dij,
wil mijne stemme horen,
wil neigen, Heer, met vlijt,
tot mijn gebed Dijn oren;
versta toch mijn gekrijt.

2. Zo Du wilst de gebreken
en zonden gadeslaan,
wie zal het hoofd opsteken
om voor Dij, Heer, te staan?
Maar nu bist Du genadig,
bij Dij is aflaat
(= vergeving), Heer,
opdat de mens misdadig
Dij vreez' en zich bekeer'.

3. Dies wil ik op God wachten;
mijn ziele wacht met lust
op Hem, uit ganser krachten,
Zijn Woord is mijne rust.
Ik wacht met meerder zorgen
op God, uit 's harten grond,
dan wakers naar de morgen,
ja, naar de morgenstond.

4. Dat Israël vrijmoedig
wacht op den Heer, in nood.
Bij Hem is gunst zeer goedig
en ook verlossing groot.
Hij is 't die uit genade
Zijn volk verlossen zal
en Israël ontladen
(= bevrijden)
van zijne zonden al (= volkomen).


Geknipt uit het kerkblad van de hervormde gemeente te Harderwijk, van de hand van ds. H.J. Lam:

'Op een classicale vergadering van Leiden aan het begin van deze eeuw werd druk en vol geestdrift gediscussieerd over de politiek en over wat dominees allemaal konden doen. Sprekers voor en na. "Wenst iemand nog wat in het midden te brengen?" vroeg de praeses. Daar stond langzaam, als met moeite, een man op. Grijs haar. Verstudeerd gezicht. Maar z'n ogen zaten vol vuur. Dat was ds. Oberman, de kohlbruggiaan. Na alle goed klinkende toespraken wilde hij slechts een verhaaltje vertellen.
Daar kwam het: In Ommen, waar hij ooit dominee was geweest, was een herberg. In de gelagkamer hing een schilderijtje. Drie figuren stonden erop afgebeeld: een advocaat in toga, een officier in uniform, een dominee met mantel en bef. Onder de advocaat stond: "Ik pleit voor het land". Onder de officier: "Ik strijd voor het land". Onder de dominee: "Ik bid voor het land". Daarna ging Oberman zitten. Doodstil was de vergadering. Niemand had meer wat in te brengen.'


Waar het (vroeger) gescheiden zitten van mannen en vrouwen in de kerk vandaan komt? Men leze wat dr. G.H. Cohen Stuart schrijft over het Loofhuttenfeest in NEM-magazine:

'Als in Johannes 5 vermeldt wordt, dat er een feest der Joden was, wordt in het Hebreeuws het lidwoord "een" weggelaten, en staat er "chak ha Jehoediem" wat betekent "het feest der Joden". En het feest is altijd het Loofhuttenfeest
Je ziet hetzelfde in Johannes 4 : 37, als het gaat om de laatste dag van het feest. Dat is hosjanna raba, ofwel de grote dag, waarop men in de synagoge zeven maal rondging met bossen twijgen, waarmee men op de grond sloeg. Deze ceremonie was al gebruikelijk in de tijd van de tweede tempel, en markeerde het begin van het zegengebed.
Vanuit deze ceremonie is begrijpelijk dat Jezus op het tempelplein riep: "Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij..." Dat hoort bij het Loofhuttenfeest.
Je kunt het verband pas begrijpen vanuit het Loofhuttenfeest omdat dit een zeer uitbundig feest is. En bij al te grote uitbundigheid, kan het met de seksuele omgang wel eens uit de hand lopen. Daarom zijn er in de tempel- en synagogedienst maatregelen genomen om mannen te richten op de eredienst in plaats van op de vrouwen.
In de tempel stonden namelijk de priesters dicht bij het altaar, vervolgens de vrouwen in hun voorhof en daarna de mannen. Omdat de mannen vaak meer aandacht hadden voor de vrouwen, werd de orde omgedraaid, en je zou kunnen zeggen dat de vrouwen moesten boeten voor het wangedrag van de mannen. Ook in de synagoge kwamen de vrouwen apart te zitten van de mannen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's