Kruistheologie
De titel van deze bijdrage lijkt een term en kan klinken als een kreet. Uiteraard is zij zo niet bedoeld. Maar wij zijn om te beginnen wel gewaarschuwd. Wij hebben nogal wat termen en klanken paraat. Bij voorkeur in duet. Wet en Evangelie. Dood en leven. Wel en wee. Eer wij het weten slijt de inhoud uit ten gevolge van veelvuldig en weinig doordacht gebruik. Doen wij als Mozes, die zijn schoeisel uittrok. De plaats waarop hij stond was immers heilige grond. Wij naderen blootshoofds en barrevoets. Kruistheologie voert ons op naar de top van Golgotha. Wie 'kruis' zegt, zegt 'Christus'! en wie 'Christus' zegt, zegt 'verzoening'. En in dat gezelschap voegt zich menig ander woord. Samen vormen zij de symphonic, die het ongehoorde wonder vertolkt en verklankt: God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.' (2 Korinthe 5 : 19). Zo is kruistheologie ons dierbaar. Met die kostbaarheid waarmee Christus de schat is voor en van een ieder die gelooft. En klinkt er soms al een schampere toon in mee als men 'onze' theologie bestempelt als kruistheologie, laat het ons een eer zijn haar lief te hebben en voor te staan, haar in bewogen prediking uit te leggen en toe te eigenen. Tenslotte zijn wij in goed gezelschap. Van niemand anders dan van de man, die gegrepen door het geheimenis van Golgotha, de vlammende woorden uit zijn pen liet vloeien dat Hij 'niet voorgenomen had iets te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd...'. Zo brengen we het opschrift thuis.
Toorn en liefde
Eeuwenlang is er nagedacht over het mysterie van Golgotha's kruis. Verwoede theologische debatten zijn erover gevoerd. Legio geschriften zagen het licht. Het tekent onmiskenbaar het groot belang van het kruis van Christus. Diverse eenzijdigheden riepen van de weeromstuit andere op. Het make ons voorzichtig om te denken dat wij het mysterie 'gegrepen' hebben. Menselijke wijsheid schiet hier ten enenmale tekort. Paulus heeft scherp gezegd dat zij het kruis van Christus verijdelt, aan harde werkelijkheid en het wezen ervan voorbijgaat. Wij moeten minstens voor twee misvattingen en eenzijdigheden beducht zijn. Het kruis is niet alleen de openbaring, het teken van Gods liefde voor de mensen. Het is evenzeer teken van Gods toorn over de mensen. Ongetwijfeld zit er een diepe waarheid in de gedachte, dat het kruis de liefde van God voor het verlorene onthult. Weten wij één andere plaats in de historie, in deze wereld te bedenken, waar de liefde van God zo overduidelijk aan het licht treedt? Maar dat betekent niet dat het kruis louter kenprincipe van de liefde van God is. Op die manier ontkracht men de verzoening. Niet zelden vindt dat zijn weerslag in de prediking. Daarin wordt dan gesteld, dat de liefde van God aan het kruis erop gericht is, om wederliefde te wekken en dat door deze wederliefde de verzoening gerealiseerd wordt. In dat geval rijst levensgroot de vraag, waarom God daarvoor de weg van het kruis heeft gekozen en geopenbaard.
Ernst van de zonde
Wij kunnen nog een stap verder gaan. Het is mogelijk om te stellen dat het kruis duidelijk maakt, hoezeer God de zonde ernstig neemt. Uiteraard — al klinkt dat woord te onderkoeld — is dat zo. Maar men vergeet dan heel gemakkelijk, dat dat niet pas op Golgotha blijkt. Heel de Schrift van het Oude Testament is daar vol van. Onze God is een verterend vuur, een gloed waarbij niemand wonen kan! Veel beschouwingen tillen op geen enkele manier aan deze realiteit. Wie de toorn van God over de zonde uitvlakt, houdt een scheefgetrokken visie op het kruis over. En het éne met het andere verdwijnt dan uit het gezichtsveld. Bijvoorbeeld het gevoel van volstrekte doemwaardigheid van ons bestaan. Die wordt niet meer doorleefd. En die doorleving voor het aangezicht Gods wordt ook niet meer nodig geacht. En wie scherp oplet, ziet méér. Hij ziet hoe in deze denksfeer ook een bepaalde levenssfeer ontstaat, die van de 'Diesseitigkeit'. Het zwaartepunt van het bestaan wordt verlegd. Het hier en nu absorbeert alles. Nauwelijks komt nog aan bod de gedachte, dat wij onderweg zijn naar de rechterstoel (2 Kor. 5 : 10). En met de erfzonde — Adams erfenis — weet men evenmin meer raad. Het in Adam aan de verdoemenis onderworpen zijn, het speelt geen rol meer. De plaatsvervanging, de verzoening door voldoening, ze worden overvleugeld door een solidaristisch verzoeningsdenken, dat leidt tot een ver-ethisering van het heil. Het schijnt, dat Harnack ooit heeft gezegd, dat het afgrijselijk voorrecht van God volgens de oude voldoeningsleer zou zijn: niet zó maar te kunnen vergeven. En van Voltaire is dat afschuwelijke woord: God zàl vergeven — het is Zijn beroep! Wat in deze 'theologie' van God resteert, is een God, Die niet toornen kàn, een God, Die slechts liefheeft. Heel de notie van het gericht is dan tot besmet begrip verklaard.
Evenwicht
Het kruis openbaart zowel de liefde als de toorn van God. Trek die twee niet al te ver uit elkaar overigens. Zij zijn elkaar meer verwant dan wij denken. Toorn in God is versmade, onbeantwoorde liefde. Daarom is zij ook zo heftig, als een brandend vuur. En wat is nu het hart van de kruistheologie? Christus op de plaats tussen toorn en liefde. Niet dat die twee zaken in God om de voorrang strijden en dat God de liefde laat triomferen over Zijn toorn. Het bloed van Christus stilt de toorn en voltrekt in God de wending van toorn naar liefde. Gods liefde is geen weke sympathie, die evengoed in antipathie kan omslaan. God is niet grillig. Hij is recht en rechtvaardig. In Zijn toom èn in het betonen van Zijn liefde. In Zijn straffen en in Zijn rechtvaardigen van ieder, die in de Zoon gelooft. Denk u in, dat God niet rechtvaardig was. Waarop zouden wij onze hoop en ons geloof moeten bouwen?
En verder, kruistheologie houdt méér in dan de gedachte dat het kruis van Christus slechts openbaring, onthulling van de liefde en de toom van God is. Zij benadrukt met kracht en klem, dat op Golgotha zich een gebeuren voltrekt. Liefde en toorn in God worden effektief. Ze treden als het ware in een dáád aan het licht. En in die daad van het kruislijden en de dood van Christus gebeurt het, dat de schuld wordt weggenomen. Nu komt de Schrift van het Oude Verbond tot klinken en ontvangt zij haar volle kracht: zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. Golgotha is het onbevattelijk wonder: er geschiedt vergeving. Let wel: er wordt geen mogelijkheid tot vergeving geschapen. De vergeving der zonden wordt voltrokken, zij wordt heerlijke werkelijkheid. Genâ van waarheid blij ontmoet, de vrede met een kus van 't recht gegroet. De schuld Uws volks uit Uw boek gedaan en geen van zijn zonden ziet God meer aan. Wie durft God te lasteren als zou Hij een God zijn, die bloed wil zien? Het is om een loflied op te zingen dat Zijn heil, aan het kruis geopenbaard en verwerkelijkt, op recht en waarheid pal staat. Het geldt! Onbedrieglijk waar is het. In de dood en de terechtstelling van de Middelaar. De God en Vader van onze Heere Jezus Christus kan toornen en Hij heeft het gedaan — op Zijn eigen Zoon! Een mens kan veel pogen te verklaren en de dogmaticus, die in ons moge schuilgaan, doe het. Maar er is een grens. Daar verliest het meest gescherpt en geheiligd verstand zich in de verwondering en de aanbidding. Zalige kruistheologie! Zij predikt ons, op voorgang van de Schrift, Gòd! Die de zonde, eer Hij ze ongestraft liet blijven, bezocht heeft aan Zijn eigen lieve Zoon met de bittere en smadelijke dood van het kruis.
Kruis-prediking
We hebben slechts fragmenten van de kruistheologie kunnen weergeven. Alleen, de vraag dient zich aan, hoe een mens in de werkelijkheid van de verzoening en de schuldvergeving deelt. Nu komt namelijk de prediking van het kruis-evangelie in het vizier. Wij verwerpen immers de gedachte, dat de prediking zou kunnen volstaan met de verkondiging dat de verzoening een stand van zaken is, die, op Golgotha gerealiseerd, iedereen, hoofd voor hoofd, geldt. Het is die prediking die voor een gigantische geestelijke kaalslag en kerkelijke leegloop heeft gezorgd. En wij zijn wijs, wanneer wij ons in eigen kring daardoor laten waarschuwen. Kruistheologie vraagt om kruisprediking. Veelzeggend zijn de verbanden tussen deze twee, zoals wij die tegenkomen bijvoorbeeld in 2 Korinthe 5. Gods gezanten zijn (be)dienaren van het Woord der verzoening. God heeft Het in hen gelegd. Aangrijpende uitdrukking. Ieder die Verbi Divini Minister is, is een mens met het Woord in zich. Om het uit te dragen. Platgetreden term en toch zo waar. Het is erg als een mens een leeg-hoofd is. Vele malen benauwender is een dienaar, die een 'leeg-hart' is. Hij heeft niets uit te delen. Hij weet niet van de schrik des Heeren en evenmin van de liefde van Christus. In die samenhang — als het goed is — wordt het Woord der verzoening uitgedragen. Als een Woord, dat de verzoening tot inhoud heeft èn, in het wonder geheim van de Heilige Geest, die vezoening voltrekt en toepast aan degenen, die het Woord horen en in geloof ontvangen. Zó preken betekent geen conserveren, maar worstelend met het Woord bezig zijn. Naar een woord van Luther: studeren, stof inademen en bloed zweten. Dragen we Het in ons binnenste, dan staan we er zelf ook in. Overweldigd door de majesteit van de verzoenende God, de majesteit van Zijn toorn en van Zijn liefde. Overweldigd ook door de ernst van de zonde en de onbeschrijfelijke zondaarsliefde van Christus. Het wordt ons onmogelijk een goedkope genade te verkondigen. Dat bestáát niet als wij zelf hebben gebeefd voor God en zijn verslonden in Zijn liefde in Christus. Zo zijn wij gezanten van Christuswege! Mensen met een lastbrief Ambassadeurs, vertegenwoordigers van Zijne Majesteit. Verkondigen wij in de kruistheologie Christus, de Gekruisigde, dan gaat het erom, dat de gemeente onbedrieglijke zekerheid heeft over de eerste en de laatste vragen van het leven. In zo'n prediking kan nooit het gerucht van de dag en de vergankelijkheid van de actualiteit de toon aangeven. Hier zijn dingen van boven elke tijd aan de orde. Wij verkeren met de gemeente op het scherp van de snede en staan als voor de rechterstoel van Christus, hier en nu. Daar zit zoveel in van het 'komt en laat ons samen rechten'! En het kan altijd voor iemand de laatste keer zijn, dat hij of zij het Evangelie hoort. Hebben wij het dan recht verkondigd? Met eerbied gezegd, zó dat God in het oordeel Zijn amen erop kan zeggen? De beoefening van kruistheologie vraagt om een verkondiging met gezag, een bediening der verzoening, die bindt in Gods rechtvaardig oordeel of daarvan bevrijdt.
De Heilige Geest
Nooit genoeg kunnen wij het belang van het werk van de Heilige Geest in deze dingen benadrukken. Zonder Zijn werk kan geen mens in het heil van de verzoening en in het zalig geheimenis van het kruis delen. Onze Zaligmaker heeft niet alleen het heil verworven. Hij deelt het door Zijn Geest ook uit. Hij eigent het ons toe. Een prediking, die volstaat met de verkondiging van de verwerving, schiet beslissend tekort. Het wordt aan de wil van de hoorder overgelaten, of hij gelooft of niet, of de gemeente wordt compleet in het ongewisse gelaten. De kruistheologie komt uiteindelijk tot haar doel en recht in de toepassing van Christus' verdiensten aan onze harten. Zonder die wordt roemen in het kruis een ijdele aangelegenheid. De Heilige Geest dringt aan het hart door de prediking: Laat u met God verzoenen! Dat wil niet zeggen, dat het geloof een medebepalende plaats heeft in de verzoening. Maar zonder geloof delen wij niet in de verzoening. Zo gaat het spannen onder het Woord der verzoening. Zo worstelt de Geest met een zondaar om hem aan Christus alleen genoeg te laten hebben. Zoiets gaat allerminst zonder slag of stoot. Vele zijn de pogingen doorgaans om het leven buiten Jezus en Zijn kruis te zoeken. De kruisprediking vangt zielen in het evangelienet. Een zondaar buiten Christus vindt in de Bijbel nergens een plaats.
Kruistheologie en kruisprediking worden ontkracht als de nodiging tot Christus zou luiden: bent met God verzoend, geloof dat! Nee, er wordt strijd gevoerd: Láát u met God verzoenen. Nu! Wordt slechts een stand van zaken meegedeeld, hoe kunnen dienaren van het Woord dan nog een reuk des levens ten leven, dan wel een reuk des doods ten dode zijn? (2 Kor. 2 : 16). Kruistheologie kristalliseert uit in de kruisprediking, in de nodiging om tot Jezus te komen om met God verzoend te worden. De pneumatologie is een onmisbaar deel van de kruistheologie. Het is noodzakelijk en de moeite waard, daarop bedacht te zijn. De rechte prediking van het kruis van Christus in al de verbanden, waarin de Schrift verkondigt, bedrijft zielszorg van de eerste orde. Onze kruistheologie en de prediking van de gekruisigde Christus moet trinitarisch van structuur zijn. Dan kunnen we niet aan de trekkende liefde van de Vader voorbijzien, maar ook niet aan het overtuigende en doorstotende werk van de Heilige Geest. Komen deze dingen niet tot hun recht, dan grijpt het pelagianisme zijn kans. Zo worden de geheimenissen van kruis èn opstanding van hun kracht beroofd. Het is een heel ding om kruistheoloog te zijn en ook om uit die theologie te leven. Zou het niet boven alles een teer leven van gebed vragen? En wie zou deze theologie ooit 'onder de knie' kunnen krijgen? Slechts op onze knieën leren wij er het nodige van verstaan.
O Gij, die onze schuld woudt boeten
door Uwe gadeloze pijn,
o Heiland, leer mij aan Uw voeten
in eigen oog een zondaar zijn.
Bij al mijn deugd, bij al mijn werken,
vind ik geen troost, die mij kan sterken,
geen hoop, dan die ik op U bouw.
Op Uw genade zal ik leven,
op Uw genâ de doodsnik geven
o Heer', aan Wie ik mij vertrouw!
Voetnoot foto:
Grote Kerk, Harderwijk.
De kruisdraging met romeinse soldaten en Simon van Cyrene die het kruis gaat dragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's