Jezus verlaten
't Zag in Uw hoogste nood geen meelij t' Uwer baten,
'k Zag op een vuile vlucht Uw jong'ren altemaal,
En hoorde Petrus' vloek bij Kajafas' portaal,
En wist wel dat Gij waart van iedereen verlaten.
Maar nog en wist ik niet, O! lijden boven maten!
Dat Gij verlaten waart van God in 's Hemels zaal,
En van Zijn liefde mocht genieten vonk noch straal;
Ten waar' Uw eigen mond die klacht had uitgelaten.
O! Gods verlaten Zoon! Die mij verlater Gods
Met God weer hebt vereend, geeft mij mijn rust, mijn rots,
Geef mij om Uwentwil mijn liefste lust te laten.
Ah! liefste lust mijns vlees, wat vleit en smeekt gij mij,
Wat bedelt g'om een uur mij nog te blijven bij?
Weg! leider lieve lust! 'k moet lief om liever laten.
Jodocus van Lodenstein (1620-1677)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's