Aan de zee van Tiberias
Hun werk was vruchteloos die nacht:
en werd geen enkele vis gevangen.
Toen hebben zij op 't licht gewacht,
die morgen, met een groot verlangen.
Zij stuurden 't scheepje naar de kant,
om zonder vangst naar huis te keren.
Toen riep een vreemde op het land:
'U moet het nog een keer proberen.
Werpt nu het net aan d'andre zij.'
Zij dachten: Hoe kan hij dat weten?
Toch deden zij wat hij hun zei...
Zij hebben nooit die vangst vergeten!
Zij sleepten 't net gevuld met vis.
Johannes sprak: 'Het is de Heere,
de Meester Die verrezen is,
en Die Zich weer tot ons wil keren.'
Zij aten met Hem vis en brood.
Hun Heiland was weer in hun midden,
Die hun Zijn grote liefde bood.
Zij konden enkel maar aanbidden.
Zij zagen Hem met vreugde aan.
Zij zwegen, durfden Hem niets vragen.
Zij wisten: Hij is opgestaan!
Hij zou hen leiden al hun dagen!
Uit: De weg door Hem bereid,
De Groot, Goudriaan/Kampen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's