Pasen... echt gebeurd
Enkele jaren geleden zorgde de Amsterdamse dominee Nico ter Linden voor opschudding, toen hij ten aanzien van de heilsfeiten Kerst en Pasen zei, dat die wel wáár waren maar niet echt gebéúrd. Indrukwekkend was toen het geluid van een orthodox joods theoloog, David Flusser, die in het dagblad Trouw een vlammend protest liet horen tegen deze visie op de heilsfeiten van de Amsterdamse dominee. Flusser, hoogleraar aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem, schreef toen dat, als een dominee dìt zegt, hij de grond onder de voeten van onze kinderen weghaalt. Hij haalt de basis weg onder de geloofsopvoeding.
Het mocht verwonderlijk heten, dat een joods theoloog een hervormde dominee tot de orde moest roepen over het hart van het Nieuwe Testament. Toen ik mijn verwondering daarover eens uitsprak ten overstaan van een tweetal orthodoxe joden, waaronder een oude rabbijn, was hun reactie, dat het wel duidelijk was en ook begrijpelijk waarom Flusser zo had gereageerd. Zegt een dominee dit namelijk van het Níéuwe Testament dan zal hij zulks ook zeggen van de boodschap van het Oúde Testament. Met uitspraken als 'wel waar maar niet echt gebeurd' wordt Gods Openbaring in het hart aangetast. Het getuigt van weinig respect ten opzichte van alles wat in de Schrift ons is overgeleverd. Vandaar de verontwaardiging ook van orthodox joodse zijde. Het ging om het geheel van de Traditie, van de betrouwbare Overlevering.
Breed
Intussen vertolkte Ter Linden niet alleen maar een privé mening. Zijn opvattingen over de Heilsfeiten stroken met het moderne levensgevoel, waarin voor het wonder en dus voor 'onverklaarbare feiten' geen plaats meer is. Overigens verschilt dit geluid niet zoveel van dat van de oude vrijzinnigheid, waarin ook het wonder was uitgebannen en de feitelijkheid van Pasen werd ontkend.
Toen ik dezer dagen door het Groninger land reed, kondigde een bord langs de snelweg een beurs aan, te houden op de Paasdagen. Simpelweg stond op het bord: 'Pasen-antiekbeurs'. Welnu, zo gaan velen om met het wondere Feit van de Opstanding. Pasen, een antiquiteit, een voor onze tijd niet meer te geloven gebeurtenis. Daar zijn wij mensen van de twintigste eeuw te verlicht voor. Pasen, wel waar, maar niet echt gebeurd. Gewoon een mooi verhaal, om te vertellen. Narratieve theologie heet dat.
De Utrechtse theoloog dr. A. Vos heeft de laatste jaren één en andermaal de gedachte bestreden, dat Pasen niet echt gebeurd kan zijn, omdat het feit van de Opstanding niet te bewijzen is. Enkele jaren geleden schreef hij in Evangelisch Commentaar een uiterst fundamenteel artikel onder de titel 'De Opstanding: voorstelbaar-onvoorstelbaar?' Hij schreef toen: 'Als de Opstanding een feit is, dan weerlegt juist dat feit elke theorie, die inhoudt dat zij onmogelijk is.' Met andere woorden: de feiten hebben voor zichzelf gesproken. Als de Schrift zegt, dat Jezus aan de discipelen is verschenen, dan is zo'n verschijning ook voorstelbaar! 'Zo eenvoudig is dat'. Want de werkelijkheid heeft voorrang boven de theorie.
Het feit is onloochenbaar. Jezus at vis! Zo concreet lichamelijk was Hij de jongeren na Zijn Opstanding nabij. En Thomas mocht zijn vingers leggen in de lidtekens, die Jezus bij zich droeg. Zo tastbaar wilde Jezus aan de ongelovige Thomas-duidelijk maken, dat Hij het was, ècht was.
De Opstanding... wáár en ècht gebeurd!
Blijft intussen ook staan het feit, dat Jezus door gesloten deuren kwam. Dat is toch ook weer het òn-voorstelbare. Dat is althans niet in te denken voor wie uitgaat van de gedachte, dat de waarnéémbare werkelijkheid ook de héle werkelijkheid is.
Wie onderworpen is aan de beperkingen van het met het oog waarneembare, of van ruimte, die nu eenmaal slechts drie dimensies heeft, kan zich niet voorstellen, dat er buiten het ruimtelijke en tijdelijke van ons bestaan ook nog (een dimensie) méér is. Zoals 'iemand', die in een plat vlak zou leven, zich niet voor kan stellen, dat er ruimte is, zo kunnen wij — ruimtelijk beperkte schepselen — ons niet voor stellen, dat er méér is tussen hemel en aarde dan wat het oog waarneemt. In Gods handelen echter gaat het om dingen, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in het hart van mensen niet is opgeklommen. Maar zo alleen zijn Gods feiten Heilsfeiten.
De gordijnen van onze ruimte, met alle menselijke beperkingen vandien, worden intussen, wat het geloof betreft, met Pasen wel opzij geschoven. De ruimte van Gods heilshandelen opent zich. In de Heilsfeiten ontrolt God Zijn heilsgeschiedenis, die niet ophoudt bij onze grenzen van ruimte en tijd. Echt waar!
Onvoorstelbaar
Daarom kunnen we het woord 'onvoorstelbaar' beter gebruiken in de zin van diepe verwondering. God maakte en maakt geschiedenis, Heilsgeschiedenis. Voor wijzen en verstandigen is het verborgen maar aan de kinderen is het geopenbaard. Het is en wordt bereid voor hen, die Hem liefhebben. (1 Kor. 2 : 9). Het vraagt om aanbidding in verwondering.
Gods Zoon werd Zoon des mensen. Dat is op zich al onvoorstelbaar. Want niemand heeft ooit God gezien. Maar de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, die heeft Hem ons geopenbaard. Hij heeft om zo te zeggen God tastbaar gemaakt. Omdat Hij aanwezig was in menselijke gestalte. Gods Zoon werd Mensenzoon, zichtbaar aanwezig onder de mensen. Ze konden Hem zien, mochten Hem aanraken.
Aan het Kruis hing Jezus, tot spot en hoon voor de mensen. Het volk stond en zag het aan. Jezus was zichtbaar in Zijn onnoemelijke lijden. Daarom konden schilders Hem uitbeelden. Het bloed drupte op de aarde. Zichtbaar, waarneembaar.
Jezus trad uit het graf als triomferende Koning. Maar het mocht gezien worden. Het kon het daglicht verdragen. Zijn lichaam was niet gestolen. Hij was er, zichtbaar voor de vrouwen en voor de jongeren. Hij vertoonde Zich en Thomas mocht Hem aanraken. Om eens en voorgoed af te rekenen met de gedachte, dat alles wat er mèt Hem en rondòm Hem geweest was, een zinsbegoocheling was geweest, vertoonde Hij zich. Hij trok de lijn van Zijn komst als Zoon des Mensen ook nu door.
Met de één (op de weg naar Emmaüs) moest Hij nog een woordje spreken om uit te leggen, dat het alles gebeurd was zoals in het Oude Testament al was voorzegd. Met een ander (Petrus) moest hij nog onder vier ogen spreken, om liefde te wekken en Zijn liefde te openbaren. Maar intussen hebben ze Hem allen gezien, met het gewone natuurlijke oog.
De menselijke gestalte was Christus ook na Zijn Opstanding kennelijk niet te gering. Hij wilde ook toen, hoewel Hij een verheerlijkt lichaam had, afdalen tot de menselijk waarnéémbare existentie. Maar slechts even, als teken, want Hij ging zoals Hij kwam, zo onverwàcht ook als Hij kwam.
De wolk
Uiteindelijk echter nam een wolk Hem definitief weg van voor de ogen van de jongeren. Vanaf dat moment zien we Hem niet meer met het natuurlijk oog. Maar diegenen, die erbij waren, hebben ons wel hun getuigenis nagelaten. Ze hadden Hem zien heengaan. Het was waar en echt gebeurd. Ze zijn er getuige van geweest. En hun getuigenis is waarachtig. (Joh. 21 : 24).
In zekere zin is Jezus nu vandaag voor ons de Verborgene. Achter de wolk trad Hij terug met Zijn verheerlijkt lichaam. Maar het oog van het geloof is Hem de eeuwen door, ook voorbij de wolk, blijven volgen. Want naar Zijn godheid, majesteit, genade en Geest week Hij nimmermeer van de Zijnen. (Heidelbergse Catechismus, antw. 47).
We weten verder, dat we een Paaskoning hebben, die leeft. Het is onvoorstelbaar, maar waar.
Als de kinderen bij de oudtestamentische eredienst — bij de instelling van het Pascha — aan de ouders vroegen 'wat hebt ge daar voor een dienst?', dan luidde het antwoord: 'dit is de Heere een Paasoffer'. (Ex. 12 : 27). Die boodschap moest het navolgende geslacht worden ingeprent. De grote daden van verlossing uit het slavenhuis in Egypte moesten worden uitgezegd voor de kinderen. Waar en echt gebeurd! Daarmee moest het volgende geslacht grond onder de voeten krijgen. Dat was geloofsoverdracht.
Zo trekken we nieuwtestamentisch de lijn ook door. Want ook òns Pascha is voor ons geslacht (1 Kor. 5 : 7). En het Lam is de Leeuw. De lijdende knecht des Heeren is de verrezen Vorst van Pasen. Vanaf de troon regeert de Verrezen Christus als Koning de wereld. Dat belijden we, dat geloven we. Dat moet dit en het volgende geslacht horen, wil er Hoop zijn.
Weggeschoven
Eenmaal zal de wolk echter ook weer weggeschoven worden. Want Hij komt, Hij komt om de aarde te richten. In de tussentijd, in de wachtkamer tussen het oude en het nieuwe, aanbidden we het Lam. Maar de volle glorie wacht nog. Het Lam staat als geslacht (Openb. 5 : 6). Een nieuw lied, dat hier al voorgezongen wordt, wordt het Lam eeuwig toegezongen: 'Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed...' (Openb. 5 : 9).
Pasen is Gode zij dank waar en echt gebeurd. Zo niet dan is heel ons geloof een lege huls. Maar Hij is Koning. En... alle oog zàl Hem zien.
De Heilsfeitelijkheid van Pasen zullen we het navolgende geslacht inprenten. Want zo alleen hebben we grond onder de voeten. Eeuwigheidsgrond.
Voetnoot foto:
'Christus als wereldrechter'
Steenrelief in de Stadtkirche van Wittenberg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's