'Van blijdschap niet geloofd'
(n.a.v. Lukas 24 : 41)
Een paradox
De opgestane Heiland heeft door de kracht van Zijn opstanding Zijn verstrooide schapen weer bijeengebracht. Het harde ongeloof – bij de één weer anders dan bij de ander – doorbroken. De doffe wanhoop weggevaagd in Zijn volheerlijke verschijning. De kerk vindt elkaar in geloof en blijdschap.
Verheugd van zorg ontslagen stijgt de Paasvreugde ten top.
De een voor de ander kan nauwelijks zijn beurt afwachten om de vreugde van Pasen elkaar te melden. Vele stemmen vormen één koor. De Heere is waarlijk opgestaan! Geen twijfel aan. Het is een niet te weerspreken feit: geloof draagt vrucht in blijdschap. Op de avond van de Goede Vrijdag vernacht het geween.
Op de Paasmorgen is er gejuich. Tot in de avond toe.
Middenin hun Paasvreugde verschijnt Jezus. Nu zal dit vrome volk in God verheugd in de Heere van vreugde opspringen. Logisch toch?!
Als er ooit iets onlogisch is, dan is dat het geloof.
Jezus' verschijning roept bij de jongeren schrik, verwarring, vrees op.
Zij meenden een geest of spooksel te zien. Nu doet de Paasvorst alles wat Hij kan om hen tot bezinning te brengen.
Zij moeten gewennen aan een andere omgang met de Heiland, dan zij voor Zijn dood gewend waren. Dat brengt moeilijkheden mee, die niet geheel weggenomen kunnen worden, voordat de Trooster, die Hij beloofd had te zullen zenden, gekomen is.
Kan de blijdschap nooit anders verklaard worden dan uit het geloof de vrees, de angst de twijfel dient verklaard te worden uit het ongeloof.
Onbegrijpelijk ongeloof in de gelovige en voor de gelovige zelf.
Niet te beredeneren geloof in het hart van de gelovige.
De Heere is waarlijk opgestaan, en toch duikt onverwachts het ongeloof op.
Het geloof zet een streep onder het waarlijk. Het ongeloof haalt er met dezelfde gang een streep doorheen. Het geloof kan het hart vervullen en datzelfde hart blijkt nog steeds vol ongeloof te zitten. Daar breekt alle logica op stuk.
'In mijn ogen en in de ogen van anderen ben ik letterlijk een raadsel' (Ralph Erskine). 'Het goede wat ik wil dat doe ik niet. het kwade wat ik niet wil dat doe ik' (Paulus). Ik bid het de vader van de maanzieke knaap na: 'Ik geloof Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp'. Vatte wie het vatten kan.
Pasen roept om Pinksteren
Elke verschijning van de opgestane Christus in de veertig dagen voor Zijn Hemelvaart heeft een eigen boodschap en betekenis. In deze verschijning op de avond van de eerste Paasdag, heeft Christus voor alle tijden en voor heel de kerk duidelijk gemaakt, dat Hij lichamelijk is opgestaan. De discipelen hebben zoveel van Hem gehoord, zoveel met Hem beleefd. Zij zullen nog veel meer van Hem horen en veel met Hem beleven.
Maar op een heel andere manier; zij zullen Hem niet meer naar het vlees kennen, maar naar de Geest kennen (2 Kor. 5 : 16). Eerst de Geest van Pinksteren zal hen duidelijk maken dat wij Christus kennen in de geloofsrelatie van de innige gemeenschap met de gestorven en opgestane Christus.
Maar één ding wil Jezus nu toch beproeven. Hij wil hun de overtuiging geven dat Hij het zelf is. Daarvoor wil Hij alles wat in en aan hen is te hulp roepen. Hun zin en ziel, hun tasten en turen, hun raden en redeneren, alles moet meewerken om hun die vastigheid te schenken. Daarom moeten de doornagelde handen en voeten en de doorstoken zijde als herkenningstekenen gelden. En Hem is er alles aan gelegen. Hij is Dezelfde met Wie zij drie jaar omgang hebben gehad. Dezelfde ook, Die geleden had, gekruisigd werd en begraven. Zijn dood had daarin geen verandering kunnen brengen. Deze handen en voeten, deze zijde en dit lichaam waren er nog, waren er weer; daar had God voor gezorgd. Dat het op Pasen niet over vlees en geest, of dood en leven in het algemeen gaat, maar over Jezus' dood en opstanding, dat is ons behoud. Daarom zal het Paasgeloof eerst bekrachtigd en verzekerd worden door de Geest van Pinksteren en zo tot volle zekerheid komen.
Dat is de Paasvreugde van de kerk, het gelovig zien van de opgestane Christus, Die het Fundament van Zijn kerk is.
Toen Zijn jongeren Jezus' handen en voeten zagen en Zijn zijde gezien hebben, waren zij verblijd (Joh. 20 : 20).
Maar dan blaast Hij op hen en zegt: Ontvangt de Heilige Geest (Joh. 20 : 22).
Het werd daar in die Paaszaal klein-Pinksteren die de belofte van hèt grote Pinksteren kracht bijzette en reeds inluidde.
Blijdschap en ongeloof
Voor wie rechtlijnig denkt is het niet te rijmen wat wij als reactie op Jezus' Paasvorstelijke verschijning vernemen: En als zij het van blijdschap nog niet geloofden.
Hèt, dat is de echte lichamelijke aanwezigheid van Christus. Dat toch was voor hen iets heerlijks. Te overweldigend groot. Zoals een gevangene uit zijn donkere cel komt en met zijn ogen tegen de stralende zon knippert, zijn ogen niet geloven kan, zijn vrijheid niet verwerken kan, zich in de arm knijpt en zegt: ben ik nu ècht vrij?
Zo vergaat het de discipelen in het heldere licht van de Paaszon.
Dat – niet-geloven – is een echt menselijke reactie. Als zij het zich toch maar niet inbeelden. Van blijdschap durven zij het niet aannemen.
Hier was ongeloof aan eigen waarneming, aan eigen oor en oog en hand, waarmee ze gezien, gehoord en getast hadden. Geen ongeloof waardoor de Paasvorst verworpen werd. Wie dit ongeloof van die kant benadert doet aan hun blijdschap tekort.
Toch is het één, de blijdschap, even wezenlijk als het andere, het ongeloof.
Is het niet te mooi om waar te zijn?
Ga nu niet op de toer deze gemengde gewaarwordingen hetzij psychologisch, zielkundig, evenmin theologisch te 'verklaren'. Je verklaart de echtheid er uit weg.
Het is door en door menselijk dat de christen geen volkomen geloof heeft, en dat wij de Geest van Pinksteren voortdurend nodig hebben. Die ons moet bevestigen, versterken en funderen in het allerheiligst geloof.
Met betrekking op de boodschap van Pasen is het menselijk te verstaan dat er in de loop der eeuwen – tot op de dag van heden – allerlei theorieën zijn ontworpen.
Mensen maken zich op die manier van die wonderlijke boodschap van het Evangelie af. Dàt ongeloof zit op de lijn van hen die beweren dat de eerste getuigen van Jezus' opstanding dit verhaal hebben verzonnen. Bij hen vind je daarom ook niets van de vreugde en de blijdschap terug.
Heel anders is het met Gods kerk. De boodschap dat Christus lichamelijk uit de dood is opgestaan is ook tè wonderlijk, Zelfs Gods kind heeft daar op zichzelf en van zichzelf geen houvast aan. Ze gaat ons bevattingsvermogen te boven.
De innerlijke gewaarwording van deze discipelen des Heeren willen ons derhalve leren dat het Paasevangelie niet vanuit hun bewustzijn en vanuit hun onderbewustzijn is te verklaren. Het wijst terug op een objectieve werkelijkheid. Jezus is opgestaan uit de doden. Hij is door de dood heengegaan. Aan gene zijde van de dood is Hij opgestaan in het eeuwige leven. Dat is de daad Gods in de geschiedenis. Het is heilsfeit.
Niet dat we het allemaal begrijpen. Hoe zouden we. Het geloof in de opstanding wordt permanent omspoeld en aangevreten door de spot, de waanzin en de vertwijfeling.
Er is niemand die het echt kan omvatten. Het is te heerlijk, te groot, te goed om waar te zijn. Het kan niet waar zijn omdat het zo heerlijk is.
Zo heeft Christus nog steeds zijn echte Paaskinderen. Zwak van moed, klein van krachten. Het zal je maar gebeuren dat ik, die de veroordeling waardig ben, de vrijspraak hoor; dat ik, die Gods wetten schond, aangenomen word als had ik al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft. Dat ik, op wie Gods oordeel rustte, nu aan Gods Vaderhart gedrukt word. O wat een blijdschap. Christus gestorven voor onze zonde en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Niet te geloven. De Geest die getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods en erfgenamen van Christus zijn. Het is schier teveel. Genade ook voor mij! In het licht van die allesoverstijgende genade, die de verrezen Christus als mijn Levensvorst openbaart, zinkt het 'mij' van mij in het niet. Nooit was er een zò slecht, zò diep gezonken, zò schuldig, zò verloren als ik. Nooit was Gods liefde zò groot als voor mij. Het grenst aan het ongelofelijke.
Wanneer wij terugzien op onze afgelegde levensweg, vinden we grond genoeg om ons te verbazen, als God ons naar de grootheid van Zijn ontferming in Christus heeft willen uitverkiezen, levend maken, opgewekt heeft uit de doden en al mijn misdaden mij vergeven heeft. Ik kan er dan iets van begrijpen dat deze discipelen het van blijdschap niet konden geloven.
En nog meer verwonder ik mij dat Jezus nu spreekt: 'Geef me iets om te eten'.
Dan zal Ik het u nog eens laten zien dat Ik het ben, de Opgestane. Want Ik leef en gij zult leven.
De kracht van Zijn opstanding
De kracht van Jezus' opstanding zet zich door. Zij laat zich gelden. Zij doet zich ook gevoelen. Weet u hoe? Hij moest hun wel vanwege hun ongeloof berispen; en om een volkomen geloof, een volkomen vertrouwen des harten in hen te wekken wierp hij hen terug op de Schriften.
We lopen zo vaak in het donker omdat we de Schrift dicht laten of het rechte zicht op de Schrift missen. Maar Hij opent het graf van ons verstand en geneest alle ongeloof zelfs die soms door de blijdschap veroorzaakt wordt, aan het Woord. We beklemtonen het nog eens: het gaat om de Christus der Schriften. Als we ons laten leiden door eigen visies en voorstellingen of vooronderstellingen gaan we de mist in. Wij bidden op Pasen om de Geest van Pinksteren, opdat ons leven hoe langer hoe meer gefundeerd worde in de Christus der Schriften. Het ongeloof ten spijt. De blijdschap tot zegen. En zo staat het Paasevangelie wonderlijk eenzaam in deze wereld. Maar voor wie gelooft, al is het met een aangevochten paasgeloof, staat het als een rotsblok van onwrikbare werkelijkheid: Jezus leeft.
Mijn enige Hoop en vaste grond.
Voetnoot foto:
Badwater van Siloam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's